Nadere subsidieregels soortenmanagementplannen voor natuurvriendelijke isolatieGedeputeerde Staten van Limburg maken ter voldoening aan het bepaalde in de Provinciewet en de Algemene Subsidieverordening Provincie Limburg 2023 e.v. bekend dat zij in hun vergadering van 19 november 2024 hebben vastgesteld: NADERE SUBSIDIEREGELS SOORTENMANAGEMETPLANNEN VOOR NATUURVRIENDELIJKE ISOLATIE Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen In deze nadere subsidieregels wordt verstaan onder: Alternatievekraamverblijfplaats: een plaats die geschikt is als kraamverblijf voor een beschermde vleermuissoort, die is ingericht ter vervanging van een kraamverblijf die ongeschikt is geworden of zal worden door de verduurzaming van een gebouw; Beschermdediersoort: in het wild levende: dieren van soorten, genoemd in: bijlage IV bij Richtlijn 92/43/EEG (https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:31992L0043 ) van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG 1992, L 206); bijlage II van het op 19 september 1979 te Bern tot stand gekomen Verdrag inzake het behoud van wilde dieren en planten en hun natuurlijke leefmilieus (Trb. 1980, 60); bijlage I bij het op 23 juni 1979 te Bonn tot stand gekomen Verdrag inzake de bescherming van trekkende wilde diersoorten (Trb. 1980, 145); onderdeel A van de bijlage bij de Wet natuurbescherming (https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552?labelid=13365544&g=2024-08-22&z=2024-08-22), bedoeld in artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming (https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552&artikel=3.10&g=2024-08-22&z=2024-08-22 ); of onderdeel A van bijlage IX bij het Besluit activiteiten leefomgeving (https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041330&bijlage=IX&g=2024-08-22&z=2024-08-22 ), bedoeld in artikel 11.54, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving (https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041330&artikel=11.54&g=2024-08-22&z=2024-08-22 ); of vogelsoorten, als bedoeld in artikel 1 van Richtlijn 2009/147/EG (https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32009L0147 ) van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (PbEU 2010, L 20). HandreikingSMPLimburg: het document ‘Handreiking opstellen Soortenmanagementplan en pre-Soortenmanagementplan in Limburg’ dat richtlijnen en aanbevelingen biedt voor het opstellen van een Soortenmanagementplan in Limburg. Deze handreiking bevat de verplichte onderdelen die een Soortenmanagementplan moet bevatten en beschrijft hoe deze onderdelen dienen te worden uitgewerkt. Het ondersteunt betrokken partijen bij het identificeren van soorten die bescherming behoeven, het formuleren van doelstellingen en maatregelen, en het waarborgen van de effectiviteit van het plan in overeenstemming met de wet- en regelgeving. De handreiking is bedoeld om een uniforme aanpak te bevorderen en bij te dragen aan de bescherming en het behoud van biodiversiteit in de regio. Bron: Home - Provincie Limburg ➔ onderwerpen ➔ Natuur en landschap ➔ Soortenmanagementplannen ➔ Handreiking SMP Limburg Soortenmanagementplan (SMP): een door de gemeente vastgesteld beleidsplan gericht op het versterken van de staat van instandhouding van beschermde diersoorten binnen een gemeente, berustend op ecologisch onderzoek, dat wordt opgesteld met als doel het dienen als onderbouwing voor het aanvragen van een gebiedsgerichte omgevingsvergunning, vergunning of vrijstelling van een verbod ten aanzien van beschermde diersoorten, als bedoeld in artikel 3.3, 3.8 en artikel 3.10, tweede lid, van de Wet natuurbescherming en artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g van de Omgevingswet, dan wel ten aanzien van hun voorplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren, ter versnelling van de energiebesparende isolatie van de thermische schil van gebouwen in de gebouwde omgeving; Stedelijkgebied: een toegelaten stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel en horeca, en de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen en infrastructuur, met uitzondering van stedelijk groen aan de rand van die bebouwing en lintbebouwing langs wegen, waterwegen of waterkeringen, toegelaten op grond van: een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening, een inpassingsplan als bedoeld in artikel 3.26 of 3.28 van die wet of een beheersverordening als bedoeld in artikel 3.38 van die wet; of een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Artikel2Doel van de regeling Het doel van deze nadere subsidieregels is het bevorderen van het opstellen van soortenmanagementplannen en het inrichten van alternatieve kraamverblijfplaatsen door Nederlands Limburgse gemeenten om uiteindelijk de leefomgeving van beschermde diersoorten te herstellen. Hiermee kan de gewenste samenhangende aanpak voor het behoud van de beschermde diersoorten en de verduurzamingsopgave worden gerealiseerd. Artikel3Aanvrager Uitsluitend Nederlands Limburgse gemeenten kunnen voor subsidie in aanmerking komen op grond van deze nadere subsidieregels. Hoofdstuk2Criteria Artikel4Specifieke deelterreinen Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken aan Nederlands Limburgse gemeenten ter bevordering van: het opstellen, voorbereiden, implementeren, uitvoeren en monitoren van soortenmanagementplannen; en/of het inrichten van alternatieve kraamverblijfplaatsen. Artikel5Subsidiecriteria 1.Om in aanmerking te komen voor een subsidie zoals gesteld in artikel 4, eerste lid dient het opstellen, voorbereiden, implementeren, uitvoeren en monitoren van het soortenmanagementplan te worden gedaan volgens de Handreiking SMP Limburg en het beoogde doel moet daarbij zijn om het volledige stedelijk gebied van de aanvrager te beslaan. 2.Een aanvrager komt in aanmerking voor een subsidie zoals gesteld in artikel 4, tweede lid voor maximaal het aantal zoals opgenomen in bijlage I van deze regeling en de eigenschappen van de alternatieve kraamverblijfplaatsen dienen minimaal te voldoen aan de gestelde eisen in de meest recente kennisdocumenten van BIJ12 voor de betreffende vleermuissoorten (www.bij12.nl -> Onderwerpen ➔ Natuurinformatie ➔ Kennisdocumenten Soorten – Natuurbescherming) indien beschikbaar. Artikel6Verplichting subsidieontvanger Als in eerste instantie tijdelijke externe alternatieve kraamverblijven worden gerealiseerd, dienen deze, zodra onderzoeksgegevens beschikbaar zijn, uiteindelijk te worden omgezet naar interne alternatieve kraamverblijven voor een permanente compensatie. Artikel7Afwijzingsgronden In aanvulling op artikel 17 van de Algemene Subsidieverordening Provincie Limburg 2023 e.v., wordt de subsidieaanvraag afgewezen, indien: de aanvraag niet aansluit bij de doelstelling van deze nadere subsidieregels zoals gesteld in artikel 2; de aanvraag niet is ingediend door een aanvrager zoals gesteld in artikel 3; de aanvraag geen betrekking heeft op één van de specifieke deelterreinen zoals gesteld in artikel 4; niet wordt voldaan aan het betreffende criterium zoals gesteld in artikel 5 voor het specifiek deelterrein zoals gesteld in artikel 4 waarvoor de aanvraag is ingediend; de Provincie Limburg dezelfde activiteit/project al op een andere wijze subsidieert en/of financiert; en/of de subsidieaanvraag is ontvangen buiten de periode zoals vermeld in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.