Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten gemeente Coevorden 2025De raad van de gemeente Coevorden; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders, bijlagenr. 1974; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten gemeente Coevorden 2025 (Verordening lijkbezorgingsrechten Coevorden 2025) Artikel1Definities Deze verordening verstaat onder: begraafplaats: de algemene begraafplaatsen te Coevorden, Dalen, Dalerpeel, Geesbrug, Oosterhesselen, Schoonoord, Sleen en Zweeloo; particulier graf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen begraven en begraven houden van lijken; het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; het doen verstrooien van as; particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; het doen verstrooien van as; asbus: een bus ter berging van de as van een overledene; urn: een voorwerp ter berging van één of meerdere asbussen; verstrooiingsplaats: een plaats, waarop as wordt verstrooid. Artikel2Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraaf-plaatsen en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaatsen. Artikel3Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel voor wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel4Vrijstellingen De rechten worden niet geheven voor: het lichten van een lijk of asbus op rechterlijk gezag; het begraven van doodgeboren kinderen of van zuigelingen die met de overleden moeder in één kist worden begraven. Artikel5Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel6Belastingjaar Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel7Wijze van heffing De rechten worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld De rechten zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel9Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald binnen 1 maand na de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving. 2.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel10Kwijtschelding Bij de invordering van de lijkbezorgingrechten wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel11Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel 1.De ‘Verordening lijkbezorgingsrechten Coevorden 2024’, vastgesteld bij raadsbesluit van 7 november 2023 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.Deze verordening treedt in werking op 1 januari
- 3.De datum van ingang van de heffing is 1 januari
- 4.Besluiten van het college tot het vaststellen van nadere regels en beleidsregels, die genomen zijn ter uitvoering van bepalingen van de ingetrokken verordening, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. 5.Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening lijkbezorgingsrechten Coevorden 2025’. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 12 november 2024.De raad voornoemd,Voorzitter, R. Bergsma.Griffier,M. Lucassen.Tarieventabel 2025 behorende bij de Verordening lijkbezorgingsrechten Coevorden
- Hoofdstuk 1 Verlenen van rechten 1.1 Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een graf wordt geheven: 1.1.1 voor het tijdvak van 30 jaar € 2.892,00; 1.1.2 voor het daaropvolgende tijdvak van 10 jaar, dit kan nooit langer zijn dan het tijdstip van geslotenverklaring van de de begraafplaats door het college van Burgemeester en Wethouders € 963,00; 1.1.3 voor een stoffelijk overschot van een kind van 1 tot 12 jaar € 982,00; 1.1.4 voor het daaropvolgende tijdvak van 10 jaar, dit kan nooit langer zijn dan het tijdstip van geslotenverklaring van de begraafplaats door het college van Burgemeester en Wethouders € 327,00; 1.1.5 voor het stoffelijk overschot van een kind tot 1 jaar dat wordt begraven op een speciaal daartoe aangewezen gedeelte van de begraafplaats € 327,00; 1.1.6 voor het daaropvolgende tijdvak van 10 jaar, dit kan nooit langer zijn dan het tijdstip van geslotenverklaring van de begraafplaats door het college van Burgemeester en Wethouders € 108,00; 1.2 Voor het verlenen van het uitsluitend recht tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen op het urnenveld wordt geheven: 1.2.1 op of in een urnen graf voor het tijdvak van 30 jaar € 2.241,00; 1.2.2 voor het daaropvolgende tijdvak van 10 jaar, dit kan nooit langer zijn dan het tijdstip van geslotenverklaring van de begraafplaats door het college van Burgemeester en Wethouders € 747,00; 1.3 Voor het verlenen van het uitsluitend recht tot het doen plaatsen en geplaatst houden van urnen in de urnenmuur wordt geheven: 1.3.1 in een urnennis voor het tijdvak van 30 jaar € 2.290,00; 1.3.2 voor het daaropvolgende tijdvak van 10 jaar, dit kan nooit langer zijn dan het tijdstip van geslotenverklaring van de begraafplaats door het college van Burgemeester en Wethouders € 763,00; 1.4 Bij het begraven in een graf geldt vanaf de dag van begraven een wettelijke grafrust van 10 jaar. Als het recht op het graf niet toereikend is om deze termijn in acht te nemen, dienen er extra jaren grafrecht bijgekocht te worden tot de grafrusttermijn van 10 jaar is bereikt. Per extra jaar is een bedrag verschuldigd van 1/10 deel van het bedrag genoemd onder 1.1.2, 1.1.4 en 1.1.
- Hoofdstuk 2 Begraven/bijzetten 2.1 Voor het begraven van een stoffelijk overschot van een persoon 12 jaar of ouder wordt geheven € 1.150,00; 2.2 Voor het begraven van een stoffelijk overschot van een kind wordt geheven € 246,00; 2.3 Voor het bijzetten van een asbus in of op een graf wordt geheven € 239,00; 2.4 De kosten genoemd onder 2.1 t/m 2.3 worden op de zaterdag verhoogd met € 275,00; Hoofdstuk 3 Grafbedekking 3.1 Voor het afgeven van een vergunning voor het plaatsen of vernieuwen van de voorwerpen, bedoeld in artikel 18 van de Beheersverordening, wordt geheven: € 183,00; Hoofdstuk 4 Grafkelders 4.1 voor de vergunning voor het plaatsen van een grafkelder, per graf moet worden voor het plaatsen en geplaatst houden van een grafkelder, per graf wordt geheven € 183,00; 4.2 Voor de aankoop van een grafkelder voor het plaatsen van asbussen in een urnengraf wordt geheven € 183,00; Hoofdstuk 5 Inschrijven en overboeken van eigen graven, urnennissen en urnengraven 5.1 Voor het inschrijven en overboeken van eigen graven, eigen urnennissen en urnengraven in een daartoe bestemd register wordt geheven € 14,00; Hoofdstuk 6 Opgraven, ruimen en herbegraven 6.1 Voor het opgraven van een stoffelijk overschot wordt geheven € 1.047,00; 6.2 Voor het na het opgraven weer begraven in hetzelfde graf wordt geheven € 1.047,00; 6.3 Voor het na het opgraven weer begraven in een ander graf wordt geheven € 4.992,00; 6.4 Voor het na ruiming van een graf afzonderen van een stoffelijk overschot voor crematie of herbegraven € 484,
- 6.5 Geen rechten zijn verschuldigd voor het op wettelijk gezag lichten en weer in dezelfde grafruimte begraven van een stoffelijk overschot. Behoort bij het raadsbesluit van 7 november 2024, M. Lucassen, Griffier.