Nota Grondbeleid Capelle aan den IJssel 2024 Samenvatting De Nota Grondbeleid Capelle aan den IJssel 2024 is een vervanging van de Nota Grondbeleid
(3): Voorkomt dat gronden uitgegeven worden die later nodig zijn voor (her)ontwikkeling; Criteria beeld, structuur en veiligheid (4,5,6 en 7): Zorgt ervoor dat de openbare ruimte aantrekkelijk en veilig blijft; Criteria beheer en gebruik (8,9 en 10): Houden de situatie vanuit beheeroogpunt overzichtelijk en hanteerbaar. 1.Grenst de grond aan het perceel van de aanvrager? De uit te geven grond dient rechtstreeks te grenzen aan het perceel van de aanvrager. Als de aanvrager de eigenaar is, kan de grond worden verhuurd of verkocht. Als de aanvrager huurder is kan de uit te geven grond uitsluitend worden gehuurd. Uitgifte zal dan met de verhuurder worden afgestemd. Gemeentegrond kan ook worden uitgegeven (koop of huur) aan een bewoner op de begane grond van een appartementencomplex dat eigendom is van een particuliere eigenaren of bewoners. De vereniging van eigenaren van het appartementengebouw moet instemmen met de uitgifte. 2.Is de minimumbreedte tussen percelen >6m? Na uitgifte moet er tussen de percelen een minimumbreedte van 6 meter blijven bestaan. Door deze minimale breedte wijzigen de onderhoudskosten niet. Om ‘kanteelvorming’ zoveel mogelijk te voorkomen wordt bij een aanvraag door een bewoner ook de buren van de aanvrager benaderd met het een verzoek voor koop of huur van de gemeentegrond. 3.Is de grond nodig bij toekomstige herinrichting van de openbare ruimte of bij stedelijke ontwikkeling? Grond die op een later tijdstip nodig is bij de herinrichting van de openbare ruimte of bij andere stedelijke ontwikkelingen wordt niet verkocht. Deze grond kan eventueel wel tijdelijk worden verhuurd. 4.Is het groen gekwalificeerd als uitgeefbaar groen? Vanuit de afdeling Stadsbeheer is door de groenbeheerder bepaald in hoeverre een groenvlak waardenvol is. In een beheerslaag in het gemeentelijke Geografische Informatie Systeem is een kaartlaag opgenomen die aangeeft of het groen uitgeefbaar is of niet. 5.Gaat bij uitgifte de stedenbouwkundige opzet van de buurt verloren? Wanneer de uitgifte van de grond de kwaliteit van de buurt aantast, wordt de grond niet uitgegeven. Aspecten die onder meer worden beoordeeld zijn: Leidt uitgifte tot onlogische grenzen? In principe wordt de nieuwe uitgiftelijn evenwijdig aan de oorspronkelijke kavelgrens gelegd. Daarnaast wordt voorkomen dat er veel verspringingen in de kavelgrens ontstaan. Wordt het perceel ongewenst groot? Dit is het geval als een groot deel van het groen verdwijnt of als de kavel niet meer aansluit bij de oorspronkelijke verkaveling in de buurt. Een perceel mag in de breedte en in de lengte niet meer dan 4 meter worden vergroot (ten opzichte van de oorspronkelijke begrenzing bij de oplevering van de woning). De maximale uitgifte van 4 meter geld als uitgangspunt. Als er stedenbouwkundig geen bezwaar is tegen uitgifte van een groter perceel, kan hiervan worden afgeweken. Stedenbouwkundige opzet Onderdeel van Beschermd dorpsgezicht Huidige groenstatus van de buurt: % groen 6.Is er voldoende afstand tot wegen, paden, speelplekken, parkeerplaatsen en boomstructuren? Om een overzichtelijke en aantrekkelijke openbare ruimte te waarborgen is het ongewenst om grond uit te geven direct grenzend aan belangrijke verkeers- en boomstructuren. Bij uitgifte langs deze structuren gelden de volgende regels: Minimale afstand van 4 meter tot een doorgaande verkeersroute (wijkverbindingsweg, buurtontsluitingsweg: 50 km/u of hoger) en tot een boomstructuur, een waardevolle of een monumentale boom. Metingen vinden plaatst vanaf de rand van de verharding of vanaf de stam van de boom. Toetsing vindt plaats op basis van op het moment van aanvraag geldende verkeersplan en boombeleidsplan. Minimale afstand van 3 meter tot een, vrij in het groen liggende, doorgaande voet- of fietspad (paden die niet alleen bedoeld zijn om percelen te ontsluiten, maar ook een functie hebben als recreatief wandelpad of route naar voorzieningen). Minimale afstand van 3 meter uit de rand van een woonstraat (30 km/
- u)of tot een aanwezige speelplek. Minimale afstand van 1 meter tot een aanwezige parkeerplek. Bij situaties waar de kadastrale grens al dichter bij de weg of het pad ligt wordt de logische uitgiftegrens bepaald vanuit dit punt. 7.Ontstaat na uitgifte een verkeers- of sociaalonveilige situatie? Als een situatie na uitgifte onveilig wordt vanuit verkeers- of sociaal oogpunt, wordt de grond niet uitgegeven. Bij de beoordeling wordt gekeken naar de situatie voor verschillende gebruikers (voetgangers, fietsers en gemotoriseerd verkeer). Gelet op: Mogelijkheid tot plaatsen van hoge particulieren erfafscheiding of bebouwing dicht langs wegen, voet- en fietspaden; Donkere plekken door vermindering daglichttoetreding; Nauwe doorgangen voor voetgangers of fietsers; Beperkt zicht vanuit de buurt op voet- en fietspaden. Of er sprake is van een sociaal onveilige situatie wordt getoetst aan de criteria Politiekkeurmerk Veilig Wonen. 8.Zijn er kabels en/of leidingen aanwezig in de ondergrond? In de ondergrond kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn. Bepaalde nutsvoorzieningen mogen niet in uit te geven grond liggen. Er zijn twee categorieën opgesteld: Harde criteria: Bij aanwezigheid van een rioolpersleiding, huisaansluiting riolering van derde, waterleiding, elektriciteit (hoog en laagspanning), gas of stadsverwarming vindt geen verkoop van grond plaats. Verkoop kan in deze situatie alleen plaatsvinden als de koper de kosten van verplaatsing op zich neemt. In afwijking kan er na positief advies van de nutsbedrijven worden verhuurd of verkocht. Zachte criteria: Bij aanwezigheid van openbare verlichtingskabels, kabeltelevisie, telecom en in de grond aanwezige gemeentelijke eigendommen (rioolstrengen, rioolputten, kolken, drainage, e.d.) is verkoop van grond mogelijk onder aanvullende voorwaarden. Dit geld ook als er een werkstrook van (zachte of harde) kabels en leidingen in uit te geven gebied ligt. In deze gevallen wordt een erfdienstbaarheid gevestigd. 9.Geeft uitgifte van de grond problemen bij de bereikbaarheid van civiele kunstwerken of omliggende bebouwing? Door de uitgifte van de grond mag de bereikbaarheid van andere elementen niet worden belemmerd. In dat geval wordt de grond niet uitgegeven. Het gaat hierbij om de volgende situaties: Ten behoeve van het beheer van civiele kunstwerken (bruggen, e.d.) is een openbaar toegangspad nodig van minimaal 4 meter breed. In Capelle aan den IJssel liggen achter- en voorkanten van verschillende woningen vaak dichtbij elkaar, bijvoorbeeld aan weerzijden van een wandelpad met een groenstrook. Bij uitgifte van grond vanuit de achterzijde van zo’n woning dient de resterende openbare ruimte minimaal 4 meter breed te blijven. Daarbij moet voorkomen worden dat een totaal verhard pad ontstaat. Het is wenselijk om een (gedeelte van
- de)groenstrook intact te laten. 10.Is het onderhoud van het openbaargebied na uitgifte efficiënt? Het ontstaan van kleine stukken restgroen maken het beheer van het openbaar gebied lastig en onnodig kostbaar. Groenstroken mogen van uit beheeroogpunt niet smaller zijn dan 2 meter. Daarnaast is het bij uitgifte van stukken grond van belang dat de gemeente, nutsbedrijven en het waterschap de openbare ruimte goed kan bereiken voor het beheer van naastgelegen grond, water of kabels en leidingen. Daarnaast moeten alle omliggende woningen na uitgifte van de grond goed bereikbaar blijven 11.Is uitgifte gewenst in het kader van duurzaamheid? In het programma duurzaamheid wordt veel aandacht besteed aan de energietransitie en klimaatadaptatie. Hiervoor is ook grond nodig, voor de uitgifte is het volgende van belang: Energietransitie: In het programma duurzaamheid is het doel opgenomen om de energietransitie stevig door te zetten. Hiervoor is meer ruimte nodig voor transformatiehuisjes, warmteoverdrachtstations en bijbehorende ondergrondse infrastructuur. Het uitgeven van openbaar groen mag de energietransitie niet in de weg staan. Bij een aanvraag voor de huur of koop van restgrond moet toekomstige beschikbaarheid voor de energietransitie in acht genomen worden. Klimaatadaptatie Het kan in de toekomst nodig zijn meer ruimte te hebben voor waterberging. Het uitgeven van openbaar groen mag klimaatadaptatie niet in de weg staan. Dit is belangrijk om overlast of schade te kunnen voorkomen/beperken. Bij een aanvraag voor de huur of koop van restgrond moet toekomstig beschikbaarheid voor klimaatadaptatie in acht genomen worden. Uitzonderingen In het verleden uitgegeven gronden, die op basis van de huidige criteria niet meer worden uitgegeven gelden als toetsingskader voor aangrenzende percelen. Grenspercelen worden op dezelfde manier behandeld, behalve als dit vanwege beeldkwaliteit, veiligheid of beheer onwenselijk is. Als het eigendom in een vergelijkbare situatie op de gebruiker is overgegaan als gevolg van verjaring, dan heeft dit in gelijke gevallen geen rechten (tenzij daar ook sprake is van verjaring). Achterpad Een achterpad van maximaal 60 centimeter breed wordt gedoogd, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om dit niet te doen, bijvoorbeeld vanwege noodzaak uit onderhoudsaspecten of aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit. In bijzondere situaties, zoals bewoning door een persoon met handicap, kan een breder achterpad worden aangelegd als dit noodzakelijk is (rolstoel gebruik). Wanneer de woning wordt verlaten moet het bredere achterpad worden verwijderd. Aanvullende voorwaarde Als op basis van de criteria grond kan worden uitgegeven, kunnen hieraan extra voorwaarden worden verbonden. De voorwaarde worden opgenomen in het contract, afhankelijk van de situatie worden de voorwaarden gesteld. Erfdienstbaarheid: Bij aanwezigheid van kabels en leidingen (of werkstroken) die tot de zachte criteria behoren, is verkoop van de grond mogelijk als er een erfdienstbaarheid gevestigd wordt. Dit is een kwalitatieve verplichting met kettingbeding en is enkel ten behoeve van een aangrenzend erf. De kwalitatieve verplichting is het vastleggen van eigendom en verplichtingen ten behoeve van derde eigenaren (van kabels en leidingen). Verkoop grenzend aan water: Een waterbeheerder kan het recht hebben om bij het uitdiepen van de watergang een werkruimte te benutten op de aangrenzende gronden: de ontvangstplicht voor bagger. Verkoop of verhuur van grond is altijd inclusief beschoeiing. Herinrichting openbaar gebied: Bij de uitgifte van grond kunnen herstelwerkzaamheden aan het openbaar gebied nodig zijn, bijvoorbeeld het aanbrengen van nieuwe bestrating of beplanting of het verplaatsen van bijvoorbeeld lichtmasten, verkeersboorden of CAI-kasten. Deze kosten worden gefinancierd door de koper van de grond. Bomen: Bomen geplaatst op de uitgegeven grond worden eigendom van de koper van de grond. In geval van verwijdering dient de koper hiervoor een vergunning aan te vragen via het omgevingsloket. Grond rondom waardevolle of monumentale bomen wordt niet uitgegeven. Groene erfafscheiding: De uitgifte van openbaargroen mag niet ten koste gaan van de (groene) kwaliteit. Het gebruik van begroeide erfafscheiding is verplicht: Bij de uitgifte van grond wordt in het koop-/huurcontract opgenomen dat bij plaatsing van een erfafscheiding op de grens met de openbare ruimte, de erfafscheiding begroeid dient te zijn. De verplichting wordt als kettingbeding (inclusief boetebepaling) vastgelegd in het contract. Bij verkoop wordt de verplichting notarieel vastgelegd. Een informatiebrief informeert de koper/huurder waarom er een groene erfafscheiding geplaatst dient te worden en welk type begroeiing gebruikt kan worden. De koper/huurder is verantwoordelijk voor het plaatsen en onderhouden van de erfafscheiding. Moestuin: De uitgegeven grond is niet zomaar geschikt als moestuin. Handhaving bij oneigenlijk gebruik De gemeente controleert op oneigenlijk gebruik als daar een concrete aanleiding voor is: Bij een herinrichtingsproject (IBOR) of een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij een melding van een medewerker of bewoner van de gemeente. Bij een aanvraag tot huur of koop. Bij een klacht van een omwonende. Bij een snippergroen of erfgrenzen project. In deze gevallen bekijken we of de grond in aanmerking komt voor uitgifte of dat het teruggevorderd moet worden. Bij terugvordering wordt de grond ontruimt en opnieuw ingericht als gemeentegrond. Als een in gebruik genomen stuk grond binnen een IBOR-project valt, wordt deze locatie binnen het IBOR-project opgepakt.