Verordening reclamebelasting 2025De raad van de gemeente Lochem; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 22 oktober 2024; gelet op artikel 227 van de Gemeentewet; B E S L U I T : Vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2025 Artikel1Definities Deze verordening verstaat onder: Wet WOZ: de Wet waardering onroerende zaken; onroerende zaak: de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet WOZ; waarde: de op voet van hoofdstuk IV van de Wet WOZ voor het kalenderjaar, als bedoeld in artikel 6, voor de onroerende zaak vastgestelde waarde. Als voor een onroerende zaak geen waarde op de voet van hoofdstuk IV van de Wet WOZ is vastgesteld, is de waarde de met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid van de Wet WOZ vastgestelde waarde; vestiging: een onroerende zaak; twee of meer onroerende zaken die direct naast of boven elkaar gelegen zijn en die tezamen door één organisatie of bedrijf voor één doel worden gebruikt; jaar: een kalenderjaar. Artikel2Gebiedsomschrijving Deze verordening is van toepassing binnen het gebied van de gemeente Lochem zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende kaart en de daarbij inbegrepen lijst met straten en huisnummers (bijlage 1). Artikel3Belastbaar feit en belastingplicht Onder de naam ‘reclamebelasting’ wordt, met inachtneming van het gestelde bij of krachtens deze verordening, binnen het in artikel 2 omschreven gebied, een directe belasting geheven ter zake van openbare aankondigingen die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. De reclamebelasting wordt geheven van de gebruiker van de vestiging waarop, waaraan, waarin of waarbij één of meer openbare aankondigingen zijn aangebracht dan wel zijn geplaatst in de nabijheid van de vestiging. Artikel4Vrijstellingen De reclamebelasting wordt niet geheven voor openbare aankondigingen: die kunnen worden aangemerkt als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang wordt gediend; die door de gemeente of in opdracht van de gemeente zijn geplaatst of aangebracht, indien en voor zover de openbare aankondiging geschiedt ter uitvoering van de publieke taak; die door politieke partijen zijn aangebracht en die een ideëel belang dienen; aangebracht op bouwterreinen, voor zover deze opschriften rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering zijnde bouwwerkzaamheden; bestemd voor de verkoop of verhuur van onroerende zaken, indien deze aanwezig zijn in de onmiddellijke nabijheid van de te verkopen of te verhuren zaak; aangebracht op scholen en zorgcentra die uitsluitend betrekking hebben op de functie van het gebouw; aangebracht op religieuze gebouwen die nog voor de eredienst worden gebruikt. Artikel5Maatstaf van heffing en belastingtarief De reclamebelasting wordt geheven per vestiging. De heffingsmaatstaf is een vast bedrag per vestiging vermeerderd met een bedrag dat afhankelijk is van de waarde van de vestiging. Voor een vestiging als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, sub 2, wordt de waarde bepaald op de som van de waarden van de onroerende zaken die van de vestiging deel uitmaken. Bij de bepaling van de heffingsmaatstaf wordt buiten aanmerking gelaten de waarde van delen van de vestiging die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Het vaste bedrag van de reclamebelasting bedraagt € 297,50 per vestiging. Voor zover de waarde van de vestiging meer bedraagt dan € 200.000,- wordt het in het vorige lid genoemde bedrag vermeerderd met € 0,85 per € 1.000,- aan waarde. De heffing bedraagt maximaal € 1.750,- per vestiging. Als de vastgestelde waarde van de vestiging voor het betreffende jaar naar beneden wordt bijgesteld, wordt de aanslag ambtshalve verminderd als de lagere waarde leidt tot een lager belastingbedrag voor de reclamebelasting, tenzij het bedrag van de vermindering minder bedraagt dan € 10,-. Artikel6Belastingtijdvak Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel7Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, als dit later is, bij aanvang van de belastingplicht. Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de reclamebelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde reclamebelasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde reclamebelasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel9Termijnen van betaling In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de eerste maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, als het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dat € 50,-, maar minder is dan € 10.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste drie en ten hoogste tien bedraagt. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel10Overgangsrecht De 'Verordening reclamebelasting 2024' vastgesteld op 27 november 2023, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2025, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 11 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2025. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025. Artikel12Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening reclamebelasting 2025. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Lochem op 25 november 2024de griffier,P. de BoerDe voorzitter, S.W. van ’t ErveBIJLAGE1:Gebiedsomschrijving Inbegrepen straten met huisnummers (toevoegingen A,B, e.a. inbegrepen) Straat van totenmet even/oneven Achterstraat 2 72 even Achterstraat 1 53 oneven Bagijnestraat 2 12 even Bagijnestraat 7 29 oneven Bierstraat 2 38 even Bierstraat 1 19 oneven blauwe torenstraat 4 56 even blauwe torenstraat 3 41 oneven burg. Leenstraat 1 41 oneven burg. Leenstraat 2 56 even de gloep 2 even de gloep 37 73 oneven dr. Riverstraat 2 8 even dr. Riverstraat 1 3 oneven emmastraat 2 even emmastraat 1 5 oneven graaf ottoweg 6 34 even graaf ottoweg 1 19 oneven groene kruisstraatje 2 4 even gudulastraat 2 6 even gudulastraat 1 9 oneven hoogestraatje 6 16 even hoogestraatje 1 39 oneven julianaweg 1 11 oneven kastanjelaan 1 oneven markt 3 29 oneven markt 2 26 even molenstraat 2 50 even molenstraat 1 17 oneven nieuwstad 1 33 oneven nieuwstad 4 44 even noorderwal 4 42 even noorderwal 5 41 oneven oosterbleek 1 59 oneven oosterbleek 2 58 even oosterwal 2 26 even oosterwal 1 27 oneven poststeeg 2 even poststeeg 1 29 oneven pr bernhardweg 7 27 oneven pr bernhardweg 2 40 even schoolstraat 2 16 even schoolstraat 13 oneven slootwijkersteeg 5 19 oneven smeestraat 1 9 oneven smeestraat 2 18 even spaarbanksteeg 8 10 even t ei 2 10 even t ei 1 15 oneven tramstraat 4 8 even tramstraat 1 11 oneven tuinstraat 2 16 even tuinstraat 1 oneven vilderstraat 2 40 even vilderstraat 1 51 oneven walderstraat 10 72 even walderstraat 1 39 oneven walsteeg 2 52 even walsteeg 15 37 oneven wapen van Lochem 4 20 even wapen van Lochem 5 19 oneven westerwal 2 18 even westerwal 1 19 oneven zuiderbleek 1 25 oneven zuiderbleek 2 26 even zuiderwal 1 15 oneven zuiderwal 2 16 even zwiepseweg 1 oneven Toelichting Verordening reclamebelasting 2025 Hieronder worden de wijzigingen ten opzichte van de vorige verordening toegelicht. Artikel 5 Heffingsmaatstaf In lid 3 is feitelijk dezelfde bepaling opgenomen als in lid 2. Dat is overbodig en daarom is deze geschrapt. Het nieuwe lid 3 is opnieuw geformuleerd. Het gaat erom te bepalen hoe waarde van een vestiging die uit meer onroerende zaken bestaat wordt berekend. Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld Het tweede lid bepaalt feitelijk hetzelfde als het laatste deel van het eerste lid. Het is overbodig en daarom geschrapt. Artikel 9 Termijnen van betaling Lid 2 is geharmoniseerd met de OZB/afval/rioolheffing. Dat maakt combinatie op één aanslagbiljet mogelijk. Het betreft alleen een (klein) nadeel als er een aanslag moet worden opgelegd voor 1 of 2 maanden. In dat geval kan de aanslag uitkomen op minder dan € 50 en wordt dan in één termijn geïncasseerd, in plaats van in drie. Deze situaties doen zich niet veel voor. Het voordeel van harmonisatie is groter. Hoe eenduidiger de betaaltermijnen, hoe minder vergissingen er gemaakt kunnen worden in de informatievoorziening door Tribuut.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.