Integraal beleidskader preventie, toezicht en handhaving Jeugdwet, Wmo, Participatiewet en Wet inburgering 2021 gemeente EdeHet college van burgemeester en wethouders heeft het Integraal beleidskader preventie, toezicht en handhaving Jeugdwet, Wmo, Participatiewet en Wet inburgering 2021 gemeente Ede op 21 mei 2024 vastgesteld onder de opschortende voorwaarde dat de gemeenteraad de in dit besluit genoemde doelen en uitgangspunten uit het beleidskaders vaststelt. De opschortende voorwaarde is vervuld met het besluit van de gemeenteraad van21 november
(2021). De Beleidsregel Inburgering Ede 2023 bevat een handhavingsparagraaf (vanaf artikel 11) en bevat regels over hoe het college zorg draagt voor de informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen (zie ook paragraaf 4.5 van dit beleidskader, waar informeren onderdeel is van de cirkel van naleving). Aanvullend hierop worden in paragraaf 7 enkele opmerkingen gewijd aan mensbeelden bij beleidsvorming en wat dit betekent voor toezicht en handhaving. 4.2Beleidskader Handhaving Participatiewet: Natuurlijk Naleven 2020 - 2023 Wezenlijk uitgangspunt is dat iedere inwoner van Ede kan rekenen op ondersteuning van de gemeente als sprake is van (tijdelijke) verminderde zelfredzaamheid. Naleving van gemaakte afspraken over de geboden ondersteuning helpt het draagvlak in de samenleving voor het bieden van ondersteuning. Toezicht houden op de naleving is daarvoor een randvoorwaarde. Want het omgekeerde is ook het geval: niet naleven van afspraken zal het draagvlak in de samenleving doen afkalven. Uitgangspunt is vanzelfsprekendheid en vertrouwen in de inwoner: de natuurlijke bereidheid tot naleven van de regels door de Edese inwoners. Bij het zoeken naar een oplossing staat niet de letter van de wet maar het doel van de wet centraal. Er wordt gekeken naar dat wat gemeente en inwoner willen bereiken en of dit past binnen de doelstelling van de wet. In de aanpak van handhaving betekent dit het vinden van de balans tussen rechtmatigheid, doelmatigheid en maatwerk. Onwetendheid wordt in deze context anders behandeld dan onwil. Het misbruik en het oneigenlijk gebruik van voorzieningen en het niet nakomen van verplichtingen mag niet lonen. Een goed evenwicht tussen preventie (goede voorlichting op maat van de inwoner) en repressie (controle en sanctioneren op maat) is daarom belangrijk. Uitvoering gebeurt door gemeentelijke fraudepreventie-medewerkers en de sociale rechercheurs, in samenwerking met de afdelingen Inkomen en, waar nodig, Veiligheid. 4.3Beleidskader Wmo 2015: Visiedocument toezicht en handhaving Wmo Ede 2022 Het sociaal stelsel is belangrijk voor kwetsbare inwoners die ondersteuning nodig hebben. Een goed toezicht- en handhavingsbeleid zorgt voor draagvlak van dit sociale stelsel. Toezicht en handhaving gaan dan over kwaliteit en rechtmatigheid. Kwaliteitsonderzoek en calamiteitenonderzoek is belegd bij de externe toezichthouders van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM). Rechtmatigheidstoezicht wordt uitgevoerd door interne Wmo-toezichthouders die waar nodig samenwerken met interne afdelingen zoals contractmanagement of Veiligheid. Vertrouwen vormt de basis, maar de gemeente handelt niet naïef. We handelen op basis van de context en bieden maatwerk. Vanuit het oogpunt van preventie komt de focus meer te liggen op proactief toezicht. De toezichthouder werkt onafhankelijk. 4.4Beleidskader Jeugdwet: Beleidsplan Jeugd en Onderwijs gemeente Ede 2019 -2022 In het beleidsplan is niets expliciet opgenomen over gemeentelijke toezicht of handhaving. De nadruk ligt op het bieden van kwaliteit. Jeugdigen en hun ouders/verzorgers moeten erop kunnen vertrouwen dat de jeugdhulp die ze ontvangen van goede kwaliteit is. We richten ons op kwaliteit door de in de Jeugdwet vastgelegde kwaliteitseisen voor jeugdhulpaanbieders te volgen. Zoals in paragraaf 3.3. is beschreven is het kwaliteitstoezicht belegd bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Verder is contracteren en formele controle -voldoet facturering aan de regels- belegd bij het regionaal Knooppunt van de Jeugdhulpregio Foodvalley. De samenwerking rondom inkoop, contractmanagement, monitoring en facturatie van de jeugdhulp wordt regionaal gefaciliteerd vanuit het Knooppunt. 6 Materiële controle (rechtmatigheid- en doelmatigheid) door het college bij besluit van 16 april 2024 (zaaknummer 443823) gemandateerd aan het Knooppunt. Handhaving is vooralsnog een interne gelegenheid; de intentie is om dit ook regionaal te beleggen. 4.5Beleidskader Veiligheid: Integraal Veiligheidsplan 2023-2026 Handhaving kan raken aan twee veiligheidsthema’s: ondermijning en zorg en veiligheid. In de aanpak van ondermijning is het fenomeen zorgfraude en -criminaliteit geprioriteerd. Vanuit gemeentelijke handhaving kan, wanneer het vermoeden is dat er sprake is van ondermijnende vormen van zorgfraude en -criminaliteit, opgeschaald worden via de afdeling veiligheid naar het RIEC. Regionale Informatie- en Expertise Centrum (RIEC). Het RIEC ondersteunt de gemeente en instellingen om de criminele ondermijning in de samenleving te bestrijden. In de zorg- en veiligheidscasuïstiek waar het interventieteam zich mee bezig houdt, is er sprake van een opeenstapeling van complexe problematiek. Bijna altijd zijn hier verschillende gemeentelijke diensten uit het zorg- en/of inkomensdomein bij betrokken. Het kan in deze casuïstiek voorkomen dat er een gebrek aan kwaliteit wordt geconstateerd maar ook misbruik van deze diensten. Bezien in het grotere plaatje gericht op duurzaam perspectief, met de menselijke maat voorop, wegen de professionals van interventieteam samen met handhaving af wat doelmatig en proportioneel is. 4.6Gedeelde waarden Voor de Wmo 2015 en de Jeugdwet is zichtbaar dat de kwaliteit van de ondersteuning expliciete aandacht krijgt in de beleidsbeschrijvingen. Dit past bij de aard van deze wetten die met name gericht zijn op het concreet bieden van ondersteuning of zorg wanneer er sprake is van een tijdelijke of duurzame zorgafhankelijke situatie. Hoe het toezicht is vorm gegeven verschilt: waar de Wmo inzet op een toenemende rol van het gemeentelijk toezicht is ligt de nadruk in het domein Jeugd met name op de toezichthoudende rol van de IGJ en wordt ingezet op een sterke positie van het Knooppunt (Jeugdhulpregio Foodvalley) om materiële controle vorm te geven. In de bestaande beleidskaders Participatiewet en Wmo 2015 zijn de vier visie-elementen uit de zogenaamde ‘cirkel van naleving’ expliciet terug te herkennen. Voor het beleidskader Jeugdwet geldt dit meer impliciet: onbenoemd, maar in de praktijk wel zichtbaar door de rol van het IGJ. In de Beleidsregel Inburgering Ede 2023 is nadrukkelijk plaats ingeruimd voor de informatieverstrekking en het sanctieregime. De cirkel van naleving is te beschouwen als de gemene deler waar het toezicht en de handhaving in het sociaal domein op kan worden gebaseerd: Afbeelding 1. De cirkel van naleving Het in onderlinge samenhang inzetten van deze elementen geeft het beste resultaat. De kracht van de methode is de combinatie van preventieve (informeren en dienstverlening) en repressieve (onderzoek en -zo nodig- sanctionering) elementen. Deze methode is eigenlijk toepasbaar voor het gehele sociale domein. In hoofdstuk 5 werken we dit praktisch uit. 4.7Mensbeelden bij beleid Het is niet de bedoeling om in dit beleidskader een uitgebreid betoog op te nemen over mensbeelden bij het ontwikkelen van beleid. Wel is het van belang om ons bij uitwerking van beleid consequent bewust te zijn van het hanteren van mensbeelden7 Er wordt geciteerd uit: Mensbeelden bij beleid, Bewust worden, bespreken en bijstellen, Winnie Gebhardt en Peteke Feijten (SCP, oktober 2022): De regering lijkt zich in toenemende mate te realiseren dat beleid realistischer moet, en gestoeld moet zijn op een juist mensbeeld: Relevant voor de uitvoering is ook welk mensbeeld ten grondslag ligt aan nieuwe wetgeving. De gevolgen van dit mensbeeld kunnen verstrekkend zijn, zoals de toeslagenaffaire heeft laten zien. Daarom moet hier nadrukkelijk en open discussie over worden gevoerd bij de voorbereiding en behandeling van wetsvoorstellen8 Toenmalig minister voor Rechtsbescherming Sander Dekker in zijn brief over Integraal Wetgevingsbeleid; ek 2020/2021, p. 5). Blijken van goede wil om in beleid voortaan de menselijke maat centraler te stellen zijn natuurlijk een essentiële eerste stap, maar daarna volgt al gauw de vraag: hoe dan? Het is immers een feit dat iedereen -dus ook beleidsmakers- mensbeelden heeft, en dat deze altijd een versimpeling van de werkelijkheid zijn. (…) Het valt bovendien te verwachten dat mensbeelden niet op alle beleidsdossiers hetzelfde zijn. Onder het geheel van rijksbeleid ligt waarschijnlijk een variëteit aan mensbeelden en soms ook conflicterend. In dit verband relevant om te noemen dat Kromhout et al. (2020, p. 51) al vast stelden dat de wetten in het sociaal domein ‘[...] in mens-, overheid- en maatschappijbeelden’ verschillen. Dit leidt er volgens hen toe dat de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning meer ondersteunend van aard zijn, terwijl de Participatiewet ook handhavende en sanctionerende elementen heeft. Wanneer mensen dan aangewezen zijn op een combinatie van deze wetten, kan dit van hen gelijktijdig heel verschillend gedrag vragen, terwijl het voor hen persoonlijk uiteindelijk aan hetzelfde doel moet bijdragen: het voorzien in een goed bestaan en dagelijks leven. Wat voor de regering geldt werkt vanzelfsprekend ook door naar het gemeentelijk beleid. In de bestaande beleidskaders wordt uitgegaan van een mensbeeld dat gestoeld is op vertrouwen in de natuurlijke bereidheid van de inwoner/cliënt -dan wel van de aanbieder van zorg- om regels na te leven. Zie hiervoor terug wat we opschreven in hoofdstuk 3. Voor de uitwerking is het van belang antwoord te geven op de vraag: hoe geven we dat in de praktijk dan vorm. Hoe brengen we de juiste balans aan als we de cirkel van naleving toepassen; hoe zorgen we ervoor dat de uitwerking van dit beleid voldoende aansluit bij de leefwereld van de inwoner. Gebeurt dit namelijk niet dan hebben we geleerd dat de inwoner omgekeerd de overheid niet meer zal vertrouwen. Daarom is het wezenlijk om in elk beleidsproces nadrukkelijk ruimte te nemen te reflecteren op welk(
- e)mensbeeld(
- en)ten grondslag ligt aan het nieuwe beleid9 Een helpend instrument hierbij is de inzet van de Edese Participatieaanpak.. Hoofdstuk5Toepassing 5.1Inleiding In hoofdstuk 1 schreven we dat dit integraal beleidskader toezicht en handhaving geen doel op zich is. Het staat in dienst van het bieden van de juiste ondersteuning aan onze inwoners. Juiste ondersteuning betekent dat: we zorgen voor gemeentelijke voorzieningen in het sociaal domein met een goede kwaliteit voor onze inwoners, we verantwoord gebruik maken van de publieke middelen voor het sociaal domein en voorkomen dat we door onrechtmatig gebruik onnodige uitgaven doen, en inwoners en aanbieders van gemeentelijke voorzieningen weten dat het plegen van fraude in Ede niet loont. We werken aan deze doelen door onrechtmatigheden en gebrekkige kwaliteit in het sociaal domein zoveel mogelijk te voorkomen. En als er toch onrechtmatigheden of punten voor kwaliteitsverbetering voorkomen in het sociaal domein dan corrigeren we de ontstane situaties zo snel mogelijk. Hoe werken we hieraan? Concreet komt dit neer op het in onderlinge samenhang inzetten van de elementen uit de cirkel van naleving. Met bewustzijn op veronderstelde mensbeelden. Dit hoofdstuk eindigt met een bijlage. In de bijlage bij dit hoofdstuk wordt inzichtelijk gemaakt welke partijen deelnemen bij de toepassing van de cirkel van naleving. 5.2De cirkel van naleving nader uitgewerkt In paragraaf 4.5 schreven we dat de kracht van de cirkel van naleving schuilt in het combineren van preventieve en repressieve bouwstenen. Deze bouwstenen zijn: 1. duidelijk informeren, 2. optimale dienstverlening, 3. onderzoeken en 4. sanctioneren. 1. Preventie: duidelijk informeren Door duidelijk te informeren over wat wij als gemeente verwachten aan kwaliteit en rechtmatigheid van voorzieningen in het sociaal domein zetten we in op het voorkomen van misverstanden en fouten. Duidelijk informeren doen we bij het inkopen van voorzieningen (aanbesteding en contracteren), voorafgaand aan het verstrekken van voorzieningen of uitkering aan onze inwoners (rechten en plichten) en gedurende de looptijd van de voorziening of uitkering; dit laatste geldt dan voor zowel de cliënt en -met inzet van het contractmanagement- ook voor de aanbieder van de voorziening. Veel verbeterpunten op kwaliteit of onrechtmatigheden ontstaan niet bewust. Vaak zijn ze het gevolg van onduidelijke verwachtingen of een gebrek aan kennis van de inwoner-cliënt en/of de uitvoerders van de Wmo, Jeugdwet of Wet inburgering. Met duidelijke voorlichting en controle aan de poorten -het punt van waaruit de voorziening wordt toegekend- voorkomen we zoveel mogelijk kwaliteitsgebreken en onrechtmatig verstrekte voorzieningen. En hierdoor voorkomen we dat inwoners met een ondersteuningsvraag niet de kwalitatieve voorziening krijgen die wij voor hen verwachten; of dat we inwoners een boete moeten opleggen. Zowel vorm als begrijpelijkheid van de informatie wordt zoveel mogelijk afgestemd op de ontvanger ervan. 2. Preventie: optimaliseren van dienstverlening Het is inmiddels een bekend inzicht dat de kwaliteit van de dienstverleningsprocessen van de overheid bijdragen aan het vertrouwen in diezelfde overheid: en daaropvolgend de nalevingsbereidheid van regels. Praktisch betekent optimaliseren van dienstverlening het volgende. De toegang tot voorzieningen is voor onze inwoner makkelijk vindbaar. Daar stellen we onze toegangskanalen op af. Een ondersteuningsvraag wordt passend van een antwoord voorzien en er wordt rekening gehouden met de leefwereld van de inwoner/cliënt. We zorgen ervoor dat voorzieningen worden uitgevoerd door deskundig personeel met de juiste en gevalideerde kwalificaties. Toezicht is mede ingericht op het waarborgen hiervan; en ook voor het toezicht door de intern toezichthouder geldt dat deze wordt uitgevoerd door deskundig personeel met de juiste en gevalideerde kwalificaties. Zowel naar de inwoner/cliënt handelen we als betrouwbare overheid. Betrouwbaarheid vertaalt zich naar transparantie, professionaliteit en integriteit, met ruimte voor dialoog, bouwen aan relaties en het tonen van lerend vermogen. Betrouwbaarheid vertaalt naar specifiek de toezichtsfunctie dient de onafhankelijkheid hiervan gewaarborgd zijn. Onderlinge communicatie in de keten van uitvoering gebeurt efficiënt en effectief. Tot slot: we hanteren heldere klachtenprocedures. 3. Preventie en repressie: signalering en onderzoek op signalering en van meldingen vindt adequaat plaats Om te zorgen voor gemeentelijke voorzieningen met een goede kwaliteit voor onze inwoners is monitoring van de kwaliteit van de voorzieningen een vast onderdeel van het toezichtbeleid. Samenwerking tussen de, voor de Wmo gemeentelijke en voor Jeugd regionale, contractmanagers en de externe toezichthouders op kwaliteit van gemeentelijke voorzieningen is daarbij erg belangrijk. Handhaving vindt plaats op basis van de resultaten van de toezichtonderzoeken door deze externe toezichthouders. Het contractmanagement speelt een belangrijke rol in de handhaving. Contractmanagers van de gemeente (en voor Jeugd: van het Knooppunt Jeugdhulpregio FoodValley) bespreken kwaliteitsverbeterpunten in de contractgesprekken die zij voeren met aanbieders van voorzieningen. Voor de Wmo moeten we als gemeente ervoor zorgen dat onze contractmanagers goed op de hoogte zijn van de resultaten van toezichtonderzoeken, zodat zij dit bespreekbaar kunnen maken en indien nodig actie kunnen ondernemen. Voor het rechtmatigheids- en doelmatigheidstoezicht door het Knooppunt is het belangrijk dat de uitgangspunten van het Edese beleidskader afdoende doorklinken in het regionaal beleidskader 10 Regionale visie en beleidskader op dit punt worden in de 2e helft van 2024 uitgewerkt. Om goed toezicht te kunnen houden en te handhaven, is het daarnaast belangrijk dat het inkoopbeleid goed aansluit op het handhavingsbeleid. De contractafspraken die tijdens een inkooptraject gemaakt worden, moeten voldoende helder en concreet zijn om hierop toezicht te kunnen houden en te handhaven. Signalering vindt zo mogelijk integraal plaats. Hiermee wordt bedoeld dat als een medewerker buiten zijn eigen taakveld signalen opvangt dit signaal de toezichthouder bereikt. Voor de relatie met de inwoner -en dit geldt voor alle genoemde wetten- zijn signalen in de meeste gevallen aanleiding voor het voeren van een gesprek met de inwoner. In het gesprek stellen we niet deze wetten en regels centraal maar wordt ruimte gegeven aan het perspectief van de inwoner en de leefwereld van de inwoner. Vanuit het perspectief van toezicht is dit doorgaans de sleutel tot gedragsverandering bij de inwoner. Wordt dit doel in gesprekken niet bereikt, dan staat als sluitstuk handhaving open. 4 Repressie: handhaving op maat Handhaving is het sluitstuk van de cirkel van naleving. Bij handhaven is zorgvuldig toegewerkt naar de conclusie dat een vorm van sanctioneren aan de orde is. Geloofwaardig toezicht gaat gepaard met de bereidheid tot het opleggen van een sanctie. Handhaving op maat betekent dat we breed kijken naar alle mogelijke oplossingen om een bestaande ongewenste situatie om te buigen. Om vervolgens te kiezen voor de meest kansrijke oplossing om het gewenste effect te bereiken. In deze brede afweging nemen we naast de gevolgen voor de inwoner ook het rendement voor onze gemeente en de mogelijkheden die de wet biedt mee: wat is doelmatig en proportioneel. Onderdeel van het corrigeren van een gemaakte fout kan zijn dat (gedeeltelijke) terugvordering van teveel verstrekt geld aan de orde is, maar dat de sanctie op zichzelf beperkt blijft tot een waarschuwing. Als een inwoner, of een aanbieder van een voorziening, echter bewust misbruik maakt om financieel gewin te verkrijgen dan noemen we dit fraude. In dat geval kiezen we voor ‘lik op stuk’ en worden stevige handhavingsmaatregelen ingezet. In hoofdstuk 2, op pagina 5 van dit beleidskader staat opgesomd wat handhaving dan met zich mee kan brengen. Op deze manier maken we duidelijk dat fraude in onze gemeente onacceptabel is. Wanneer het vermoeden bestaat dat er sprake is van ondermijnende vormen van zorgfraude en -criminaliteit kan via de afdeling veiligheid worden opgeschaald naar het RIEC. BIJLAGE In de bijlage: de cirkel van naleving waarin zichtbaar is gemaakt welke partijen verantwoordelijk zijn in de verschillende fases in de keten van toezicht en handhaving voor zowel kwaliteit als rechtmatigheid. 5.3Slotbepaling Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na die van bekendmaking en vervalt op 1 januari 2028. Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Integraal beleidskader preventie, toezicht en handhaving Jeugdwet, Wmo, Participatiewet en Wet inburgering 2021 gemeente Ede. Vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders d.d. 21 mei 2024, zaaknummer 443691.Het college voornoemd,drs. R.F. Groen MPA de secretaris, mr. L.J. Verhulstde burgemeester.BIJLAGE1 Visualisatie van de cirkel van naleving waarin zichtbaar is gemaakt welke partijen verantwoordelijk zijn in de verschillende fases in de keten van toezicht en handhaving voor zowel kwaliteit als rechtmatigheid.