Beleidsregel “Besluit aanwijzing belastingplichtige”Het dagelijks bestuur van GBLT; Besluit: Gelet op; Artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht Artikel 20 van de Gemeenschappelijke Regeling GBLT Artikel 231, eerste lid en tweede lid, aanhef en onder a en 232, vierde lid, onderdeel a en b, van de Gemeentewet Artikel 123, tweede en derde lid, aanhef en onder a en 124, vijfde lid onder a en b, van de Waterschap Artikel 83, 84, 125, 127 en 142, eerste lid, van de Waterschapswet Artikel 156, 160, 233, 237 en 253, eerste lid, van de Gemeentewet Vast te stellen: Besluit aanwijzing belastingplichtige Hoofdstuk1De belastingen geheven van de eigenaar Artikel1 Als met betrekking tot de aanslag watersysteemheffing gebouwd, ongebouwd en natuur, de aanslag onroerende zaakbelasting eigenaar woning en eigenaar niet-woning, de aanslag rioolheffing eigenaar, de aanslag forensenbelasting en de aanslag bedrijven investeringszone eigenaar voor een bepaalde onroerende zaak of perceel meerdere heffingsplichtigen of belastingplichtigen zijn aan wie de aanslag kan worden opgelegd, wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld op naam van: Ter zake van genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een onroerende zaak of perceel degene die de volle eigendom heeft; Ter zake van genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een onroerende zaak of perceel degene die het beperkt recht, waarbij de volgorde voor de in dit artikel genoemde belastingen van artikel 119, lid 3, van de Waterschapswet wordt aangehouden; Ter zake van genot krachtens gelijke aandelen in het volle eigendom, bezit of beperkt recht van een onroerende zaak of perceel een natuurlijke persoon boven een rechtspersoon; Ter zake van genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een onroerende zaak of perceel de eigenaar die (op grond van artikel 2) ook als gebruiker wordt aangemerkt; Ter zake van genot krachtens ongelijke aandelen in het volle eigendom, bezit of beperkt recht van een onroerende zaak of perceel degene die het grootste aandeel in het volle eigendom, bezit of beperkt recht heeft; Ter zake van genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een onroerende zaak of perceel degene die de oudste in leeftijd is; Ter zake van genot krachtens gelijke aandelen in het volle eigendom, bezit of beperkt recht van een onroerende zaak of perceel de eerst gerechtigde in de volgorde die door het Kadaster wordt aangehouden. Hoofdstuk2De belastingen geheven van de gebruiker Artikel2 Als met betrekking tot de aanslagen zuiveringsheffing en verontreinigingsheffing voor woonruimten, de aanslag watersysteemheffing ingezetenen, de aanslag onroerendezaakbelasting gebruiker niet-woning, de aanslag rioolheffing gebruiker, aanslag afvalstoffenheffing en de aanslag hondenbelasting er meerdere heffingsplichtigen of belastingplichtigen zijn aan wie de aanslag kan worden opgelegd, wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld op naam van: 1.Degene die (op grond van artikel 1) ook als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht kan worden aangemerkt. 2.Ter zake van genot krachtens gelijke aandelen in het volle eigendom, bezit of beperkt recht van een onroerende zaak of perceel een natuurlijke persoon boven een rechtspersoon 3.De bewoner die bij het begin van het belastingjaar, of zo dit later is bij de aanvang van de heffingsplicht of belastingplicht, als zodanig in de Basisregistratie Personen is vermeld als de langstwonende; 4.De bewoner die oudste in leeftijd is; Artikel3 Als met betrekking tot de aanslag hondenbelasting een hond wordt opgegeven door een ander persoon dan degene die volgens artikel 2 als heffingsplichtige of als belastingplichtige is aangewezen, en die persoon volgens de Basisregistratie Personen op hetzelfde adres woont als voornoemde heffingsplichtige of belastingplichtige of tot diens gezin behoort, wordt de hondenbelasting opgelegd ten name van de door artikel 2 aangewezen heffingsplichtige of belastingplichtige. Hoofdstuk3Aanvullende bepalingen Artikel4 In afwijking van het bepaalde in de artikelen 1 tot en met 3 wordt de aanslag op naam gesteld van de heffingsplichtige of belastingplichtige die daartoe een schriftelijk verzoek heeft ingediend bij de ambtenaar belast met de heffing. Hieraan wordt de voorwaarde verbonden dat dit niet leidt tot een situatie waarbij; De belasting niet kan worden ingevorderd; of Valt te verwachten dat de invordering van de belasting ernstig bemoeilijkt wordt,zulks in redelijkheid te beoordelen. Met betrekking tot woonruimte aanslagen geldt ook de voorwaarde dat de aanslag in dat geval niet wordt kwijtgescholden. Artikel5 Als de toepassing van de in de artikelen 1 tot en met 4 gestelde aanwijzingsregels geen uitsluitsel geven omtrent de heffingsplichtige of belastingplichtige, kan de ambtenaar belast met de heffing aan de hand van de feitelijke omstandigheden bepalen wie als zakelijk gerechtigde van een gebouwde onroerende zaak, van een natuurterrein, van een overige ongebouwde onroerende zaak of een perceel moet worden beschouwd en wie als gebruiker van een woonruimte, woning of perceel moet worden beschouwd. Artikel6 1.Dit besluit beoogt geen wijziging aan te brengen in de tenaamstelling van belastingaanslagen die worden geheven van eigenaren of gebruikers voor belastingobjecten waarvoor reeds voor 1 januari 2025 een heffingsplichtige of een belastingplichtige is aangewezen door de ambtenaar belast met de heffing van GBLT op basis van het toen geldende Besluit aanwijzing belastingplichtige. 2.Voor belastingaanslagen die worden geheven van de eigenaren of gebruikers waarvoor voor dat belastingobject voor de desbetreffende heffing door GBLT nog niet eerder een belastingaanslag is opgelegd, maar wel eerder een andere heffing die wordt geheven van de eigenaren of gebruikers op naam van een van eigenaren of gebruikers van het belastingobject is opgelegd, geldt dat deze aanslag op naam wordt gesteld van diegene op wiens naam reeds de eerdere aanslag is vastgesteld. 3.Indien eigenaar en gebruiker conform dit vast te stellen aanwijsbesluit afwijken gelden de artikelleden van artikel 6 van dit aanwijsbesluit eenmalig niet. De belastingplichtige wordt op 1 januari 2025 conform dit aanwijsbesluit opnieuw aangewezen. Na deze aanwijzing geldt dit aanwijsbesluit integraal. 4.Als door GBLT voor een bepaald belastingobject een belastingplichtige is aangewezen voor de belasting geheven van eigenaren of gebruikers dan houdt diegene de aanslag op zijn naam tot het moment dat diegene geen belastingplichtige meer is. 5.Het gestelde in de leden 1 tot en met 3 moeten gelezen worden met inachtneming van het gestelde in artikel 1 tot en met 6 van dit besluit. Hoofdstuk4Overgangsbepaling, inwerkingtreding en citeertitel Artikel7 1.Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. 2.Dit besluit is van toepassing op belastingaanslagen voor tijdvakken die aanvangen op of na 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.