Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2025 De raad van de gemeente Wageningen, Gelezen: het voorstel aan de raad, vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 10 september 2024; gelet op: artikel 224 van de Gemeentewet BESLUIT De Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2025 vast te stellen Artikel1.Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: vakantie-onderkomens: woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden; mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden; niet-beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te huur worden aangeboden; recreatieterrein: een terrein dat geheel of nagenoeg geheel bestaat uit vakantieonderkomens en mobiele kampeeronderkomens; vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een jaar plaatsen van een zelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan, gebruikt door dezelfde personen; seizoensplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een seizoen plaatsen van een zelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan, gebruikt door dezelfde personen; winterkamperen: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het plaatsen van een zelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan, gebruikt door dezelfde personen in de periode aanvangende 31 oktober van het lopende belastingtijdvak tot en met 31 maart van het navolgende belastingtijdvak; seizoen: de periode van 1 april tot en met 31 oktober; jaar: kalenderjaar. Artikel2.Belastbaar feit Onder naam ‘toeristenbelasting’ wordt een directe belasting geheven voor: het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven; het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, indien deze personen gedurende hun verblijf beroeps- of bedrijfsmatige werkzaamheden verrichten voor of in opdracht van anderen. Artikel3.Belastingplicht 1.Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 in hem ter beschikking staande ruimten dan wel op hem ter beschikking staande terreinen. 2.De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt. 3.Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig degene die overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 verblijf houdt. 4.De belastingplichtige die gelegenheid biedt tot het houden van verblijf als bedoeld in artikel 2, in hem daartoe ter beschikking staande ruimten, dan wel ter beschikking staande terreinen kan ter zake van elk van die ruimten en/of terreinen afzonderlijk in de heffing worden betrokken. Artikel4.Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf: door degene, die: als verpleegde of verzorgde in een inrichting tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van ouden van dagen verblijft; tijdelijk in de gemeente verblijft voor het volgen van cursussen gedurende een aaneengesloten periode van langer dan 30 dagen; als deelnemer aan een conferentie, gedurende een aaneengesloten periode van meer dan 30 dagen, verblijft in een conferentieoord. waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de vigerende Verordening watertoeristenbelasting; van een asielzoeker, zijnde een vreemdeling als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Vreemdelingenwet, die een asielverzoek heeft ingediend waarover nog geen onherroepelijke beslissing is genomen, van degene die een asielverzoek heeft ingediend waarop negatief is beslist en van een verblijfsgerechtigde, die op basis van artikel 9, 10 of 15 van voornoemde wet een verblijfsvergunning heeft, voor zover deze personen verblijf houden in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2, in het kader van de centrale opvang onder verantwoordelijkheid van het ZBO Centrale Opvang Asielzoekers. Artikel5.Maatstaf van heffing 1.De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten, dat zij verblijf houden. 2.In afwijking in zoverre van eerste lid kan, op een bij de aangifte gedaan verzoek van de belastingplichtige, de belasting voor het houden van verblijf op vaste standplaatsen, seizoensplaatsen en in het geval van winterkamperen op een recreatieterrein door dezelfde persoon of personen naar vaste bedragen per standplaats worden geheven zoals weergegeven in artikel 6, lid
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.