Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2025 De raad van de gemeente Wageningen, Gelezen: het voorstel aan de raad, vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 10 september 2024; gelet op: artikel 228a van de Gemeentewet BESLUIT De Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2025 vast te stellen Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2025 Artikel1.Definities In deze verordening wordt verstaan onder: gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling. verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan; verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft; water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater. Artikel2.Aard van de belasting Onder de naam ‘rioolheffing’ wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel3.Belastbaar feit en belastingplicht 1.De belasting wordt geheven: van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel; en van degene die een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen: gebruikersdeel. 2.Voor het gebruikersdeel wordt: gebruik van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden; gebruik door degene aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld. Artikel4.Voorwerp van de belasting 1.Voorwerp van de belasting is een perceel. 2.Als perceel wordt aangemerkt: de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken; de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren; het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel. Artikel5.Maatstaf van heffing a.De belasting voor percelen die in hoofdzaak tot woning dienen, wordt geheven naar een vast bedrag per perceel. b.De belasting voor percelen die niet in hoofdzaak tot woning dienen, wordt geheven naar een vast bedrag per perceel, vermeerderd met een bedrag dat afhankelijk is van het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. c.Het aantal kubieke meters wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater dat, in de laatste aan het begin van het belastingtijdvak voorafgaande verbruiksperiode, naar het perceel is toegevoerd en grondwater dat in het belastingtijdvak naar het perceel is opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend. d.Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. e.De op de voet van leden b. en c. berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd. Artikel6.Belastingtarieven 1.De belasting voor percelen die in hoofdzaak tot woning dienen, bedraagt: indien het perceel bij aanvang van het belastingtijdvak door één persoon wordt gebruikt: € 132,85; indien het perceel bij aanvang van het belastingtijdvak door twee personen wordt gebruikt: € 159,36; indien het perceel bij aanvang van het belastingtijdvak door meer dan twee personen wordt gebruikt: € 185,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.