Brandbeveiligheidsverordening Kaag en Braassem 2010, Verordening tot wijzigingDe raad van de gemeente Kaag en Braassem; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d.27 juli 2010; gelet op artikel 3 van de Wet veiligheidsregio’s en de aanpassing daarop (Stb 2010, 145 en 146); overwegende dat het verplicht is een verordening vast te stellen omtrent het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar, het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt; b e s l u i t: vast te stellen de volgende Brandbeveiligingsverordening Kaag en Braassem 2010 Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. een inrichting: een voor mensen toegankelijke ruimtelijk begrensde plaats voor zover die geen bouwwerk is; b. bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. Artikel2Verbodsbepaling 1Het is verboden zonder of in afwijking van een door het college verleende gebruiksvergunning een inrichting in gebruik te hebben of te houden, voor zover daarin: a. meer dan 50 personen tegelijk aanwezig zullen zijn of, b. aan meer dan 10 personen bedrijfsmatig of in het kader van verzorging nachtverblijf zal worden verschaft of, c. aan meer dan 10 personen jonger dan 12 jaar, of aan meer dan 10 lichamelijk of geestelijk gehandicapte personen dagverblijf zal worden verschaft. 2Het college kan aan de gebruiksvergunning voorwaarden verbinden met inachtneming van het gestelde in de artikelen 4 en
- 3Het college kan aan de gebruiksvergunning nieuwe voorwaarden verbinden en gestelde voorwaarden wijzigen of intrekken, indien het belang waarvoor de gebruiksvergunning is verleend dit vereist op grond van een verandering van inzichten of verandering van de omstandigheden gelegen buiten de inrichting, opgetreden na het verlenen van de gebruiksvergunning. 4Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing. Artikel3Weigeringgronden Het college weigert een gebruiksvergunning, indien de in de aanvraag vermelde wijze van gebruik van de inrichting niet brandveilig is en door het stellen van voorschriften ook niet kan worden bereikt. Artikel4Gebruikseisen De eisen gesteld aan het brandveilig gebruik van bouwwerken in de artikelen 1.16, 1.17 en 6.5 en in de afdelingen 6.5, 6.6, 7.1 en 7.2 van het Bouwbesluit 2012 (Stb. 2011, 416 en 676) zijn van overeenkomstige toepassing op vergunningplichtige en niet-vergunningplichtige inrichtingen. Artikel5Brandveiligheidsvoorzieningen De eisen gesteld aan het brandveilig gebruik van bouwwerken in de afdelingen 6.7 en 6.8 van het Bouwbesluit 2012 (Stb. 2011, 416 en 676) zijn, met uitzondering van de artikelen 6.28, 6.29 en 6.39, van overeenkomstige toepassing op vergunningplichtige en niet vergunningplichtige inrichtingen. Artikel6Melden van brand en broei Ieder die brand of broei ontdekt of deze vermoedt, is verplicht dit onmiddellijk aan de brandweer te melden. Artikel7Bossen, heidevelden, venen De eigenaar van een aaneengesloten of vrijwel aaneengesloten opstand die voor meer dan de helft bestaat uit naaldhout, een heideveld, een veen of een ander erf of terrein, voor zover niet bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder b van de Woningwet, en dat met brandbare gewassen is begroeid, is verplicht de voorschriften op te volgen, die het college geeft tot het voorkomen van brand en het beperken van de gevolgen van brand. Artikel8Bestuurlijke boete Overtreding van de regels van deze verordening kan worden beboet met een bestuurlijke boete van maximaal het bedrag, genoemd in de Arbeidsomstandighedenwet artikel 34, vierde lid, onder 1°. Artikel9Intrekking oude regelingen De Brandbeveiligingsverordening Alkemade, vastgesteld bij raadsbesluit van 28 februari 2006 en de Brandbeveiligingsverordening Jacobswoude, vastgesteld bij raadsbesluit van 28 februari 2006, worden ingetrokken. Artikel10Overgangsrecht 1Vergunningen die zijn verleend onder werking van de in artikel 9 genoemde brandbeveiligingsverordeningen en die van kracht zijn op het moment van inwerkingtreding van deze verordening worden aangemerkt als vergunning krachtens deze verordening. 2Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de in artikel 9 genoemde brandbeveiligingsverordeningen is ingediend waarop nog niet is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast. 3Op bezwaarschriften gericht tegen een beschikking op een aanvraag om vergunning krachtens de in artikel 9 genoemde brandbeveiligingsverordeningen wordt beslist met toepassing van deze verordening. Artikel11Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Brandbeveiligingsverordening
- Artikel12Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op het moment van inwerkingtreding van de Wet veiligheidsregio’s. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Kaag en Braassem gehouden op 6 september 2010 de griffier, de voorzitter,drs. B.S.M. Sepers mr. K.M. van der Velde-Menting Toelichting1Toelichting op de Brandbeveiligingsverordening Kaag en Braassem 2010