Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Kaag en Braassem 2010De raad van de gemeente Kaag en Braassem; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d.20 april 2010; gelet op het bepaalde in artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de volgende Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Kaag en Braassem 2010. Hoofdstuk1Inleidende bepalingen Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder:a. begraafplaatsen: de begraafplaatsen in Kaag en Braassem die door de gemeente worden beheerd;b. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kaag en Braassem;c. asbus: een bus ter berging van as van een overledene;d. urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen;e. particulier graf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen begraven en begraven houden van lijken; het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; het doen verstrooien van as. f. algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken;g. particulier urnengraf: een bewaarplaats in het columbarium waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van een asbus met of zonder urnen;h. algemeen urnengraf: een bewaarplaats in het columbarium waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van een asbus met of zonder urnen;i algemeen kindergraf: een graf bij de gemeente in beheer, waar lijken van kinderen beneden 12 jaar begraven kunnen worden;j. particuliere gedenkplaats: een plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend om overledenen te gedenken;k. verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid;l. grafbedekking: gedenkteken en grafbeplanting op een graf;m. beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaats(
- en)of degene die hem vervangt;n. rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf, een particulier urnengraf of een particuliere gedenkplaats, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden;o. gebruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf of een algemeen urnengraf is verleend, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden;p. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kaag en Braassem. Artikel2Bestemming 1De gemeentelijke begraafplaatsen zijn bestemd voor de begraving van lijken, de bijzetting van een asbus in een columbarium en de asverstrooiing van:a. personen die in Kaag en Braassem zijn ingeschreven in het bevolkingsregister;b. rechthebbenden op een particulier graf;c. personen die naar het oordeel van het college een emotionele binding hebben met Kaag en Braassem of met ingezetenen van die gemeented. personen als bedoeld in artikel 21 van de Wet op de Lijkbezorging; 2Het college kan van het bepaalde in lid 1, onder a, b en c afwijken. Artikel3Uitbreiding begrippen particulier en algemeen graf 1Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang onder 'particulier graf' mede verstaan: particulier urnengraf, particuliere urnennis en particuliere gedenkplaats. 2Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang onder 'algemeen graf' mede verstaan: algemeen urnengraf. Hoofdstuk2Openstelling, orde en rust op de begraafplaatsen Artikel4Openstelling begraafplaatsen 1De begraafplaatsen zijn voor eenieder dagelijks toegankelijk gedurende door het college bij nadere regels vast te stellen tijden. Het college maakt deze tijden openbaar bekend. 2Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaatsen kunnen de toegangen tijdelijk worden gesloten. 3Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen niet voor het publiek geopend zijn, zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as. Artikel5Ordemaatregelen 1Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaatsen hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder. 2De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid bedoelde aanwijzing houden van de begraafplaats verwijderen of laten verwijderen. 3Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaatsen te rijden:a. elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen; motorrijtuigen zijn buiten de rijwegen (slechts) toegestaan voor begrafenissen of voor het vervoer van materialen;b. sneller dan 10 km per uur. 4Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in de aanhef en onder a van het derde lid. Artikel6Plechtigheden 1Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats kunnen slechts plaatsvinden nadat deze ten minste zes werkdagen tevoren zijn gemeld aan de beheerder. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal plaatsvinden worden in overleg met de aanvrager door de beheerder vastgesteld. 2De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder. Artikel7Opgravingen en ruimen Bij het opgraven van lijken en de ruiming van graven zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze werkzaamheden zijn belast. Hoofdstuk3Voorschriften voor lijkbezorging Artikel8Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf 1Degene die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan. 2Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Zij dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te volgen. Artikel9Gebouwen en muziekinstallatie 1Het gebruik van de ontvangstruimten, de aula alsmede van de muziekinstallatie moet uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag voorafgaande aan de dag waarop van de ruimte of de aula gebruik zal worden gemaakt, worden aangevraagd bij de beheerder. 2De ruimten en de muziekinstallatie staan voor iedere plechtigheid gedurende een per keer vooraf te bepalen tijdsduur ter beschikking van de aanvrager. Artikel10Over te leggen stukken 1Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat het verlof tot begraven is overgelegd aan de beheerder. 2Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet. 3Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende. 4De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op gehele jaren. 5De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend zijn. Artikel11Tijden van begraven en asbezorging 1De tijd van begraven en het bezorgen van as is: op werkdagen van 10.00 uur tot 15.00 uur; op zaterdag van 10.00 tot 13.00 uur; 2Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden en dagen afwijken. Hoofdstuk4Indeling en uitgifte van de graven Artikel12Indeling graven en asbezorging 1Op de begraafplaats(
- en)kunnen worden uitgegeven:a. particuliere graven; b. algemene graven ;c. partuculiere urnengraven;d. algemene urnengraven;e. algemene kindergraven;f. particuliere gedenkplaatsen. 2Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in de graven en hoeveel verstrooiingen van as er op de graven kunnen plaatshebben. Het college bepaalt tevens de afmetingen en de uitgifteduur van de graven. De uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld in de Wet op de lijkbezorging. Artikel13Volgorde van uitgifte 1De graven worden slechts voor directe begraving en in volgorde van ligging uitgegeven. 2Het college kan een graf toewijzen anders dan voor directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens de situatie op de begraafplaats(
- en)niet bezwaarlijk is. Artikel14Categorieën Het college kan bij nader vast te stellen regels de algemene en particuliere graven onderverdelen in categorieën. Het college bepaalt voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte. Artikel15Termijnen particuliere graven 1Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats(
- en)dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van twintig jaar recht op een particulier graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf is uitgegeven. 2Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van tien jaar, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend. Artikel16Grafkelder Het college kan aan de rechthebbende op een particulier graf vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een grafkelder overeenkomstig de door het college te stellen voorwaarden. Artikel17Overschrijving van verleende rechten 1Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven op naam van een ander natuurlijk persoon of rechtspersoon. 2Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het particuliere graf worden overgeschreven op naam van een natuurlijk persoon of rechtspersoon, indien de aanvraag daartoe wordt gedaan binnen zes maanden na het overlijden van de rechthebbende. Indien de overleden rechthebbende in het graf dient te worden begraven, of indien de asbus met zijn resten in het graf dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand te worden gedaan. 3Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn van zes maanden, is het college bevoegd het recht op het particuliere graf te doen vervallen. 4Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van zes maanden kan het college het particuliere graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf dat inmiddels is geruimd. Artikel18Afstand doen van graven Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het particuliere graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring doen burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling aan de rechthebbende. Hoofdstuk5Grafbedekkingen Artikel19Plaatsing grafbedekking Het plaatsen van een grafbedekking is toegestaan, indien a. deze voldoet aan de door het college vastgestelde regels omtrent de aard en de afmetingen van grafbedekking en b. van de plaatsing minimaal een week van te voren melding is gedaan bij de beheerder door middel van een meldingsformulier dat voorzien is van een werktekening die voldoet aan de door het college vastgestelde regels. Artikel20Onderhoud door rechthebbende of gebruiker 1Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening van en voor risico van de rechthebbende of de gebruiker. 2De rechthebbende of de gebruiker is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen. 3Indien de rechthebbende of de gebruiker nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende dertien weken ter beschikking van de rechthebbende of de gebruiker en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is. 4De verwijdering vindt niet plaats dan nadat het college de rechthebbende of de gebruiker door middel van een verklaring schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van de toestand van de grafbedekking. Wanneer het adres van de rechthebbende of de gebruiker niet bekend is maakt het college de verklaring bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht. 5Het college kan de rechthebbende of de gebruiker per aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen binnen de door het college gestelde termijn indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar op levert voor derden. Artikel21Niet-blijvende grafbeplanting en voorwerpen Niet-blijvende beplanting en/of voorwerpen op een graf die in een verwaarloosde staat verkeren, kunnen door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder worden verwijderd. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende een maand ter beschikking gehouden van de belanghebbende(n). Artikel22Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn 1De grafbedekking kan na het verstrijken van de termijn van uitgifte van het graf door het college worden verwijderd. 2Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking maakt het college ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is, maakt het college het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats bekend. 3Indien de grafbedekking niet binnen dertien weken na de verwijdering is afgehaald, vervalt deze aan de gemeente, zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is. Hoofdstuk6Ruiming van graven, urnengraven en urnennissen Artikel23Ruiming, bezorging van overblijfselen en as 1Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend gemaakt. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is maakt het college het voornemen tot ruiming van het graf gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. 2De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met menselijke resten worden geconfronteerd. 3De bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de daartoe bestemde gedeelten van de begraafplaats(en). 4Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de menselijke resten, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor crematie of voor herbegraving elders. Nabestaanden van een overledene waarvan een asbus al of niet met een urn is bijgezet in een algemeen graf kunnen bij de beheerder een aanvraag indienen om deze ter beschikking te houden voor herbegraving of verstrooiing elders. 5De rechthebbende op een particulier graf kan bij de beheerder een aanvraag indienen om de menselijke resten te doen verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze te cremeren of elders opnieuw te doen begraven. De rechthebbende op een particulier urnengraf of particuliere urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien. Hoofdstuk7Gedeelte voor kerkgenootschap Artikel24Afwijkende regels en kennisgeving onderhoudsbehoefte van graven 1Het college kan na overleg met het bestuur van het kerkgenootschap ten aanzien van de openstelling van het gedeelte, de indeling van graven, de onderverdeling van graven in categorieën en de eisen voor de grafbedekking op het ter beschikking van het kerkgenootschap gestelde deel van de begraafplaats nadere regels stellen die afwijken van de regels krachtens de artikelen 4, eerste lid, 12, tweede lid, 14 en 19 van deze verordening. 2Het college stelt het bestuur van het kerkgenootschap schriftelijk ervan in kennis dat de grafbedekking van een of meer graven onderhoud en herstel behoeft, wanneer het kerkgenootschap schriftelijk om een dergelijke kennisgeving heeft verzocht. Hoofdstuk8In stand houden historische graven en opvallende grafbedekking Artikel25Lijst 1Het college houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft. 2Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden bijgeschreven. 3Het college beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan. Hoofdstuk9Inrichting register Artikel26Regels 1Het college stelt regels vast voor het register van de begraven lijken. 2Het register wordt bijgehouden door de beheerder. Hoofdstuk10Slotbepalingen Artikel27Intrekking oude regeling De Beheersverordening begraafplaatsen Jacobswoude 1992, vastgesteld op 14 mei 1992, en de Verordening op de algemene begraafplaats te Alkemade, vastgesteld op 28 januari 1974 en de op deze verordeningen gebaseerde uitvoeringsbesluiten, worden ingetrokken. Deze intrekking geldt niet voor het bepaalde in artikel 18 van de Beheersverordening Jacobswoude 1992. Dit artikel geldt tot 1 januari 2011. Artikel28Overgangsbepaling 1Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de Beheersverordening begraafplaatsen Jacobswoude 1992 gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. 2Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de Beheersverordening begraafplaatsen Jacobswoude 1992 is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast. Artikel29Strafbepaling 1Hij die handelt in strijd met enige bepaling van deze verordening wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie. 2Overtreding van enig artikel van deze verordening kan worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. Artikel30Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na de openbare bekendmaking, met uitzondering van artikel 19. Dit artikel treedt in werking op 1 januari 2011. Artikel31Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Kaag en Braassem 2010. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Kaag en Braassem gehouden op 17 mei 2010.de griffier, de voorzitter,drs. B.S.M. Sepers mr. K.M. van der Velde-Menting