Beleid Misbruik en Oneigenlijk Gebruik gemeente Súdwest-FryslânHet college van burgemeester en wethouders van de gemeente Súdwest-Fryslân: heeft overwogen dat: het wenselijk is beleid vast te stellen ter voorkoming en afdoening van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke middelen gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO); besluit: het Beleid Misbruik en Oneigenlijk Gebruik gemeente Súdwest-Fryslân vast te stellen Samenvatting Het Beleid Misbruik en Oneigenlijk Gebruik gemeente Súdwest-Fryslân (hierna: M&O beleid) betreft een overkoepelend beleid van de gemeente Súdwest-Fryslân met daarin opgenomen de algemene uitgangspunten, de risico’s en ook de globale maatregelen ter voorkoming en afdoening van misbruik en oneigenlijk gebruik. Het M&O beleid heeft tot doel het voorkomen en bestrijden van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden. Rechtmatigheid is een van de essentiële pijlers van een goed overheidsbestuur. Eén van de rechtmatigheidscriteria, verankerd in het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO), is het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium. Bij de getrouwheidscontrole van de jaarrekening zal de accountant nagaan of de gemeente over interne procedures beschikt die opzettelijk misbruik en oneigenlijk gebruik voorkomen en of zij in de rechtmatigheidsverantwoording getrouw heeft gerapporteerd over misbruik en oneigenlijk gebruik. Met ingang van het verslagjaar 2023 legt het college namelijk zelf in de jaarstukken verantwoording af aan de gemeenteraad over de rechtmatigheid. Het college dient in dit kader een uitspraak te doen in hoeverre misbruik en oneigenlijk gebruik wordt voorkomen en bestreden, en of de getroffen maatregelen werken. De commissie Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) heeft in de Kadernota Rechtmatigheid de volgende definities van misbruik en oneigenlijk gebruik opgenomen. Misbruik: het opzettelijk niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekken van gegevens met als doel ten onrechte overheidssubsidies of -uitkeringen te verkrijgen of niet dan wel een te laag bedrag aan heffingen aan de overheid te betalen. Oneigenlijk gebruik: het door het aangaan van rechtshandelingen, al dan niet gecombineerd met feitelijke handelingen, verkrijgen van overheidsbijdragen of het niet dan wel tot een te laag bedrag betalen van heffingen aan de overheid, in overeenstemming met de bewoordingen van de regelgeving maar in strijd met het doel en de strekking daarvan. Het M&O beleid ziet verder toe op de publiekrechtelijke taakuitoefening van de gemeente. Privaatrechtelijk handelen vormt geen onderdeel van dit beleid aangezien het geen gemeentelijke regelingen betreffen. De rollen en verantwoordelijkheden zijn in lijn met de inrichtingsprincipes van onze organisatie. De teammanager van het team waar de betreffende regelingen worden uitgevoerd, is verantwoordelijk voor het treffen van passende M&O beheersmaatregelen voor zijn of haar specifieke risicogebied. Regelingen en processen (of onderdelen daarvan) kunnen het risico van misbruik of oneigenlijk gebruik met zich meedragen. Wettelijke eisen en minimumnormen verbinden aan de meeste regelingen de verplichting om maatregelen ter bestrijding van fraude en misbruik te treffen. M&O-beleid wordt toegepast bij regelingen waar een risico bestaat op misbruik en oneigenlijk gebruik. Afhankelijk van de misbruikgevoeligheid van een regeling worden de beheersmaatregelen bepaald. Om inzicht te krijgen in de wijze waarop het M&O beleid wordt uitgevoerd en wordt nageleefd worden in ieder geval de volgende stappen ondernomen: in de jaarrekening wordt verantwoordingsinformatie over het M&O beleid opgenomen; bij het verrichten van interne controles, en onderzoeken wordt aandacht besteed aan het M&O beleid; bij het opstellen van procesbeschrijvingen wordt rekening gehouden met M&O -gevoelige aspecten. 1. Inleiding Voor u ligt het M&O beleid van de gemeente Súdwest-Fryslân. Dit beleid betreft een overkoepelend beleid met daarin opgenomen de algemene uitgangspunten voor M&O, de risico’s en ook de maatregelen ter voorkoming en afdoening misbruik en oneigenlijk gebruik. Rechtmatigheid is een van de essentiële pijlers van een goed overheidsbestuur. De gemeente moet publieke gelden rechtmatig verwerven en besteden. Eén van de rechtmatigheidscriteria, die zijn verankerd in het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO), is het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium. Bij de rechtmatigheidscontrole van de jaarrekening zal de accountant nagaan of de gemeente over interne procedures beschikt die opzettelijk misbruik en oneigenlijk gebruik van (belasting-) gelden, subsidies, uitkeringen of bijdragen, etc. zoveel mogelijk ondervangen of voorkomen. Met ingang van het verslagjaar 2023 legt het college zelf in de jaarstukken verantwoording af aan de raad over de rechtmatigheid van de verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Het college dient in dit kader een uitspraak te doen in hoeverre misbruik en oneigenlijk gebruik wordt voorkomen en bestreden, en of de getroffen maatregelen werken. Het M&O criterium dient samen met het begrotingscriterium en het voorwaardencriterium als basis voor de afgifte van de rechtmatigheidsverantwoording. Het vertrouwen van de gemeente in een goed gebruik door haar inwoners en instellingen/bedrijven van de diverse gemeentelijke financiële regelingen staat voorop. Vanuit het maatschappelijk perspectief bezien, staat het gemeentelijk optreden dan ook in een proportionele verhouding tot eventuele fouten of een onjuist gebruik. Er kunnen zich echter ook situaties van (pogingen tot) misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden voordoen. Daarvoor moet de gemeente waarborgen en (preventieve) maatregelen treffen, dit M&O beleid biedt hiervoor de nodige handvatten. Uitkeringen, subsidies en vergunningen gaan alleen naar inwoners, bedrijven en instellingen die daar recht op hebben. Middelen die worden aangewend worden dan ook getoetst aan vigerende wet- en regelgeving en interne integriteitsregelingen/afspraken. Daarnaast is er sprake van functiescheiding en collegiale toetsing in (financiële) processen. 2. Doelstelling en uitgangspunten De aanleiding voor het opstellen van een gemeentelijk (overkoepelend) M&O beleid hangt met name samen met de wettelijke verplichting om over de rechtmatigheid van de verantwoorde baten, lasten en balansmutaties verantwoording af te leggen in de begroting en in de jaarrekening. In de managementletter 2024 heeft de extern accountant de aanbeveling gedaan om een gemeentelijk M&O beleid op te stellen. Tot op heden was hiervoor geen overkoepelend beleid, maar werd rechtmatigheid van baten en lasten getoetst op basis van separate documenten (intern controleplan, M&O beleid per specifieke regeling en dergelijke). 2.1 Definities en afbakening M&O beleid De commissie BBV heeft in de Kadernota Rechtmatigheid de volgende definities van misbruik en oneigenlijk gebruik opgenomen. Misbruik is het opzettelijk niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekken van gegevens met als doel ten onrechte overheidssubsidies of -uitkeringen te verkrijgen of niet dan wel een te laag bedrag aan heffingen aan de overheid te betalen. Het betreft hier een bewuste misleiding om onrechtmatig of onwettig voordeel te behalen. Misbruik kan gelijk worden gesteld met het plegen van fraude om zich onrechtmatig overheidsgelden toe te eigenen. Niet elke misstap (fout) geldt als misbruik. Bij het maken van fouten is meestal geen sprake van een opzettelijke handeling. Daarnaast is het begrip misleiding van betekenis in deze definitie. Misleiding heeft betrekking op het bewust verborgen houden van het misbruik. Oneigenlijk gebruik is het door het aangaan van rechtshandelingen, al dan niet gecombineerd met feitelijke handelingen, verkrijgen van overheidsbijdragen of het niet dan wel tot een te laag bedrag betalen van heffingen aan de overheid, in overeenstemming met de bewoordingen van de regelgeving maar in strijd met het doel en de strekking daarvan. Als wet- en regelgeving oneigenlijk gebruik mogelijk maakt (“de mazen van de wet”) is het noodzakelijk dat wet- en regelgeving wordt aangepast en/of duidelijker moet worden toegelicht. De afbakening van het M&O beleid is extern gericht, namelijk op de inwoner, instelling of organisatie die via de gemeente gebruik maakt van overheidsregelingen. Interne regelingen vallen niet onder de werking van dit beleid. Interne regelingen vallen wat betreft eventueel misbruik of oneigenlijk gebruik onder het gemeentelijke integriteitsbeleid. Daarover wordt separaat gerapporteerd door team HR. Het M&O beleid ziet verder toe op de publiekrechtelijke taakuitoefening van de gemeente. Privaatrechtelijk handelen, zoals de aan- en verkoop en de huur en verhuur van vastgoed en gronden en het oneigenlijk gebruik van gemeentelijke gronden, vormt geen onderdeel van dit beleid aangezien het geen gemeentelijke regelingen betreft. Het overkoepelend beleid is nader uitgewerkt in de diverse vigerende specifieke regelingen, verordeningen en processen die de gemeente kent. Risicogebieden betreffen het sociaal domein, vergunningverlening en (deels) handhaving, integriteit van relaties, belastinginkomsten, identiteitsbewijzen, reisdocumenten en rijbewijzen, subsidieverstrekking en inkoop/aanbesteding. De inzet van beheersmaatregelen (regelgeving, voorlichting, controle en passende maatregelen) in de risicogebieden is afhankelijk van het inherent risico. De meeste regelingen zijn gebonden aan wettelijke eisen en minimumnormen voor het nemen van maatregelen ter bestrijding van fraude en misbruik. Vanuit M&O is het mogelijk daar (eventueel) maatregelen aan toe te voegen. De verbonden partijen vallen buiten de scope van het M&O beleid omdat zij onafhankelijk van de gemeente een zelfstandige accountscontrole ondergaan. Van de controleverklaringen van de verbonden partijen ontvangt de gemeente een afschrift. 2.2Doelstelling M&O beleid Het M&O beleid heeft tot doel het voorkomen en bestrijden van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden. Daarmee bestaat het zowel uit preventief beleid als repressief beleid. Bij M&O beleid is met name van belang om vast te stellen dat in de bedrijfsvoering effectieve maatregelen zijn getroffen om misbruik te voorkomen dan wel tijdig op te sporen, en daarnaast dat de wet- en regelgeving duidelijk en te handhaven is. M&O beleid draagt bij aan transparantie en consistentie van gemeentelijk beleid. Het maakt ook mogelijk dat afwegingen worden gemaakt welke beheersmaatregelen nodig en doeltreffend zijn, afgezet tegen de inspanning die zij kosten en het financieel nut ervan. Beheersmaatregelen in het kader van M&O teneinde de betrouwbaarheid van door derden verstrekte gegevens te controleren gaan soms verder dan reguliere interne controles. M&O beleid identificeert ook zwakke plekken in de administratieve organisatie en interne controle. 2.3Uitgangspunten De gemeente werkt vanuit een basishouding van vertrouwen in een juiste omgang met gemeentelijke regelingen door inwoners en instellingen/bedrijven. Maatregelen die worden getroffen ter bevordering van een juist gebruik van gemeentelijke regelingen zijn proportioneel. Dat wil zeggen dat zij in verhouding moeten staan tot de risico’s die worden gelopen. De betrouwbaarheid van aangeleverde informatie, afgezet tegen het mogelijk optreden van risico's, is bepalend voor de mate van controle en sanctionering. Voorkomen is beter dan genezen. De inzet van beleid en maatregelen is primair gericht op preventie van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen. Van derden ontvangen gegevens worden indien mogelijk gecontroleerd. Na constatering van een overtreding wordt de rechtmatige situatie zo snel mogelijk hersteld en zo nodig bestraft (boete). De teammanager waar de betreffende regelingen worden uitgevoerd is verantwoordelijk voor het treffen van M&O beheersmaatregelen. Beheersmaatregelen worden ingezet op basis van een analyse van de risico's en na afweging van de kosten en de baten. Het M&O beleid wordt periodiek geactualiseerd, mede afhankelijk van ontwikkelingen in wetgeving en ervaring met de maatregelen en controles. Het M&O beleid kan voor bepaalde beleidsgebieden door het teammanagement nader worden uitgeschreven in onderliggende beleidsstukken rond M&O. Dit betreft bijvoorbeeld het M&O beleid voor de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers (Tozo) en voor de Wet Inburgering. 2.4Rollen en verantwoordelijkheden De rollen en verantwoordelijkheden zijn in lijn met de inrichtingsprincipes van onze organisatie. De teammanager van het team waar de betreffende regelingen worden uitgevoerd is verantwoordelijk voor het treffen van passende M&O beheersmaatregelen voor zijn of haar specifieke risicogebied. De intentie is om door middel van het uitvoeren van 1e lijns- en 2e lijnscontroles en het onder de aandacht houden van het M&O beleid via werkoverleggen en MT’s te stimuleren dat en te controleren of het beleid wordt nageleefd en ten uitvoer wordt gebracht. Het college van burgemeester en wethouders vervult een kaderstellende rol door het beleid en de periodieke actualisaties daarvan vast te stellen en ter informatie via de auditcommissie aan te bieden aan de gemeenteraad. 3. Beheersmaatregelen Regelingen en processen (of onderdelen daarvan) kunnen het risico van misbruik of oneigenlijk gebruik met zich meedragen. Dat is met name het geval als sprake is van afhankelijkheid van gegevens die derden aan de gemeente verstrekken. Wettelijke eisen en minimumnormen verbinden aan de meeste regelingen de verplichting om maatregelen ter bestrijding van fraude en misbruik te treffen. Dat zijn maatregelen uit landelijke wetgeving en lokale regelgeving die sowieso worden ingezet. Daarnaast zijn extra beheersmaatregelen denkbaar die het risico van misbruik en oneigenlijk gebruik verder kunnen terugdringen. Extra beheersmaatregelen worden alleen daar ingezet waar het risico dit vraagt in combinatie met een kosten baten afweging. Op dit moment zijn geen extra beheersmaatregelen getroffen. Tevens zijn beheersmaatregelen die intern zijn gericht relevant. Het gaat dan om zaken zoals functiescheiding, toegangsrechten tot applicaties, regelmatige controle daarvan, het vastleggen van gebeurtenissen in log-ins, en rapportages over deze maatregelen. In de maatregelen kan een onderscheid worden aangebracht tussen preventieve en repressieve maatregelen (of een mix daarvan). 3.1Preventieve maatregelen Preventieve maatregelen zijn maatregelen die liggen vóór het moment van beschikken, betalen of ontvangen van een voorziening, vergunning of uitkering. Preventieve maatregelen betreffen regelgeving, voorlichting en controle vooraf. Zij zijn gericht op het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van regelingen. 3.1.1Regelgeving Heldere en eenduidige regelgeving beperkt de ruimte voor misbruik en oneigenlijk gebruik. Onder regelgeving wordt verstaan: verordeningen, beleidsregels, nadere regels en richtlijnen van de gemeente zoals vastgelegd in processen en interne afspraken van de gemeente. Adequate en handhaafbare regelgeving is een belangrijke beheersmaatregel in het kader van M&O beleid. In dat verband zijn de volgende eisen van belang: eenvoud, inzichtelijkheid en begrijpelijkheid; er gelden eenduidige definities; het doel en de doelgroep van de regeling is nauwkeurig bepaald; rechten, plichten en voorwaarden zijn opgenomen; er zijn geen overbodige en/of met elkaar strijdige bepalingen; de afhankelijkheid van gegevens afkomstig van derden is zoveel mogelijk beperkt; mogelijke maatregelen of mogelijke sancties bij geconstateerd misbruik en oneigenlijk gebruik zijn in de regeling opgenomen; ingangsdata en overgangsregels zijn in de regeling opgenomen. 3.1.2Controle vooraf Controle in de uitvoering is een middel om (de kans
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.