behorende bij de Bijdrageregeling versterking biodiversiteit en versnelling energiebesparing Noord-Brabant Algemeen Onder daken en in spouwmuren die geïsoleerd worden leven beschermde dieren zoals huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. Bij het verduurzamen van de gebouwde omgeving is het belangrijk om de biodiversiteit in het stedelijk gebied te beschermen. Belangrijk vanuit de Uitvoeringsagenda Natuur en de Uitvoeringsagenda Energie. In Noord-Brabant wordt sinds de decentralisatie van het natuurbeleid in 2017 gewerkt met de gebiedsgerichte aanpak voor soortenbescherming waarvan het instrument Soortenmanagementplan (SMP) een belangrijk onderdeel is. Deze aanpak is ontwikkeld door de gemeente Tilburg. Een SMP is een duurzame oplossing om de biodiversiteitsopgave proactief te verbinden met andere grote maatschappelijke opgaven zoals de verduurzamingsopgave waarin gemeenten een cruciale rol vervullen. Deze aanpak is in oktober 2022 verankerd in het Beleidskader Natuur 2030 en in februari 2023 ook opgenomen in de Uitvoeringsagenda Natuur 2023-2027. Vooruitlopend op de duurzame oplossing van SMP is het Rijk in mei 2024, specifiek voor de versnelling van de isolatieopgave in het stedelijk gebied, de landelijke korte termijn aanpak Natuurvriendelijk Isoleren gestart. Ook bij deze landelijke korte termijn aanpak vervullen gemeenten een cruciale rol omdat gemeenten de kraamverblijfplaatsen van vleermuizen, die bij het isoleren verloren gaan of zijn gegaan, compenseren. Bij de provincie wordt vanuit de programma’s Natuur en Energie intensief samen gewerkt met de gemeenten in Noord-Brabant. De provincie ondersteunt gemeenten inhoudelijk bij het opstellen van een SMP, bij het uitvoeren van de compensatie voor alternatieve verblijfplaatsen en bij het op een natuurvriendelijke manier tot uitvoering brengen van isolatieplannen om zo inwoners te helpen met energiebesparing. Met deze bijdrageregeling is in totaal € 19.602.286 beschikbaar gesteld en ondersteunt de provincie, vanuit de Uitvoeringsagenda Natuur 2023-2027 en de Uitvoeringsagenda Energie 2024-2027, de gemeenten ook financieel. Een deel van deze middelen is als specifieke uitkering op basis van de Regeling specifieke uitkering aan de provincie verstrekt ten behoeve van het financieren van SMP’s en alternatieve verblijfplaatsen voor beschermde diersoorten (Regeling Specifieke uitkering versnelling natuurinclusief isoleren). Zo werken in Noord-Brabant provincie en gemeenten samen aan het versterken van de biodiversiteit en gelijktijdig aan een versnelling van de energiebesparingsopgave. Juridisch kader Het juridisch kader van deze bijdrage wordt gevormd door de Algemene bijdrageverordening Noord-Brabant (Abv) en deze bijdrageregeling. Provinciale Staten hebben in artikel 2 van de Abv aan Gedeputeerde Staten de bevoegdheid gedelegeerd om nadere regels vast te stellen voor het verstrekken van bijdragen op diverse beleidsterreinen. Aangezien deze bijdrageregeling is vastgesteld op grond van de Abv, betekent dit dat een aantal aspecten van de bijdrageverstrekking niet in de bijdrageregeling zijn vastgelegd, maar in de Abv. In de Abv staat onder meer wat de beslistermijnen zijn voor Gedeputeerde Staten en algemene verplichtingen voor de bijdrageontvanger, zoals de meldingsplicht. Voor een goed begrip van deze bijdrageregeling is dus bestudering van de Abv noodzakelijk.
Soortenmanagementplannen Algemeen Doel van paragraaf 1 van deze regeling is het versnellen van het opstellen en implementeren van SMP’s. Provinciale Staten hebben in oktober 2022 het Beleidskader Natuur 2030 vastgesteld met de ambitie te werken aan een natuur die robuust, inclusief en verbonden is. In dat kader zet de provincie onder andere in op een proactieve gebiedsgerichte aanpak voor soortenbescherming. Ter uitvoering daarvan hebben Gedeputeerde Staten in februari 2023 de Uitvoeringsagenda Natuur 2023-2027 vastgesteld. In het kader van de robuuste natuur (pijler 1 in de Uitvoeringsagenda Natuur) en Brabant Natuurinclusief (pijler 2 in de Uitvoeringsagenda Natuur) geeft de provincie uitvoering aan de gebiedsgerichte aanpak voor het behoud van kwetsbare soorten én het versterken van biodiversiteit in het stedelijk gebied. Daarbij worden gemeenten gestimuleerd en ondersteund om proactief aan de slag te gaan met SMP’s, een aanpak waarmee de provincie werkt sinds 2018 en die ontwikkeld is door de gemeente Tilburg. Het beleidsinstrument SMP verbindt de biodiversiteitsopgave pro-actief met andere maatschappelijke opgaven zoals de woningopgave en de verduurzamingsopgave waarin gemeenten een cruciale rol vervullen. Deze SMP’s kunnen daarnaast ook worden gebruikt om een aanvraag voor een gebiedsgerichte omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteiten in te dienen zodat bedrijven en burgers gebruik kunnen maken van het SMP van de gemeente. Op die manier zijn talloze losse ecologische onderzoeken en vergunningaanvragen voor flora- en fauna-activiteiten op (klein) projectniveau niet nodig, zijn soorten zoals vleermuizen en vogels die onder toenemende druk staan als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen beter beschermd én worden tegelijkertijd de administratieve lasten voor bedrijven en met name burgers verlaagd. Een van de voorwaarden die Gedeputeerde Staten daarom stellen aan het verlenen van een bijdrage is dat een gebiedsgerichte omgevingsvergunning op basis van een SMP door derden gebruikt kan worden. In Noord-Brabant is een sterke inhoudelijke ondersteuningsstructuur voor gemeenten rondom SMP’s opgebouwd, waarbij de provincie gemeenten helpt bij het toewerken naar gemeentelijke SMP’s en de uitvoering. Artikelsgewijs Artikel 1.4 Weigeringsgronden In onderdeel a is bepaald dat geen bijdrage kan worden ontvangen voor activiteiten die zijn gestart op of voor 1 januari
Alternatieve verblijfplaatsen beschermde soorten Algemeen Omdat niet alle gemeenten op korte termijn kunnen starten met het onderzoek dat nodig is voor het opstellen van een SMP, is ter overbrugging op 15 mei 2024 de landelijke korte termijn aanpak Natuurvriendelijk Isoleren gestart. Bij het isoleren van woningen is een risico voor beschermde diersoorten met verblijfplaatsen in deze woningen. Met name de gebouw bewonende vleermuissoorten zijn hier gevoelig voor. Onderdeel van de landelijke korte termijn aanpak Natuurvriendelijk Isoleren is daarom de compensatie van mogelijk te verliezen kraamverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis, de laatvlieger, de baardvleermuis en de gewone grootoorvleermuis. Deze compensatieopgave ligt bij gemeenten. Met paragraaf 2 van deze bijdrageregeling wil de provincie gemeenten financieel ondersteunen bij het realiseren van alternatieve verblijfplaatsen. In het kader van deze bijdrageregeling is een alternatieve verblijfplaats een plaats die geschikt is voor verblijf door een beschermde diersoort, die is ingericht ter vervanging van een plaats geschikt voor verblijf door een beschermde diersoort die door verduurzaming van een gebouw ongeschikt is geworden of zal worden. Daarbij is ervoor gekozen om een bijdrage enkel beschikbaar te stellen ten behoeve van het behoud van de essentiële functies (kraamverblijven en massawinterverblijven) binnen het leefgebied van vleermuispopulaties. De middelen voor deze bijdrage zijn afkomstig uit de Regeling specifieke uitkering versnelling natuurinclusief isoleren. Artikelsgewijs Artikel 2.4 Weigeringsgronden In onderdeel a is bepaald dat geen bijdrage kan worden ontvangen voor activiteiten die zijn gestart op of voor 1 januari 2021. Onderdeel b bepaalt dat gemeenten slechts eenmaal een bijdrage kunnen ontvangen op grond van deze paragraaf. Een tweede bijdrage op grond van deze paragraaf wordt geweigerd. Artikel 2.7 Kosten die in aanmerking komen voor een bijdrage Artikel 2.7 maakt duidelijk dat een bijdrage alleen wordt verstrekt voor kosten derden. Kosten derden is in de begripsbepalingen gedefinieerd als: kosten die op factuur aantoonbaar en aan derden verschuldigd zijn en die direct voor de subsidiabele activiteit worden gemaakt. Een bijdrage in de kosten bedraagt 100% van de factuurkosten en is mogelijk tot het voor de aanvrager geldende maximumbedrag genoemd in bijlage 1 (zie artikel 2.10). Op grond van de Abv komen compensabele en verrekenbare btw niet in aanmerking voor een bijdrage Artikel 2.10 Hoogte van de bijdrage De maximale bedragen per gemeente zijn gebaseerd op de compensatieopgave, afkomstig uit de landelijke afspraken met betrekking tot de landelijke korte termijn aanpak natuurvriendelijk isoleren. Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijk Ordening heeft de mogelijke aantasting van deze aanpak op het aantal kraamverblijven van een viertal vleermuissoorten per gemeente laten berekenen. Om deze aantasting te compenseren heeft elke gemeente de opgave om minimaal het aantal alternatieve verblijfplaatsen te realiseren dat is berekend. De middelen voor de bijdrage zijn verdeeld op basis van deze aantallen per gemeente. Artikel 2.12 Verplichtingen Onderdeel b De kosten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, moeten uiterlijk 31 december 2030 zijn besteed. De specifieke uitkering die de Minister heeft verstrekt, stelt dit als eis. Artikel 2.13 Verantwoording Onderdeel a Bij de aanvraag tot vaststelling dient een activiteitenverslag te worden aangeleverd. Hierin geeft de subsidieontvanger onder andere aan of de alternatieve verblijfplaatsen voldoen aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 2.12, onder b en d. Onderdeel b De financiële verantwoording vindt plaats overeenkomstig de Regeling informatieverstrekking Sisa.
Versnellen van energiebesparing door isolatie Algemeen Een belangrijk vraagstuk in de energiebesparingopgave is de balans tussen isoleren en soortenbescherming. De urgentie van dit vraagstuk wordt benadrukt in het Bestuursakkoord Brabant 2023-2027, de Uitvoeringsagenda Natuur 2023-2025 en de Uitvoeringsagenda Energie 2024-2027. In Noord-Brabant is een sterke inhoudelijke ondersteuningsstructuur voor gemeenten rondom dit vraagstuk opgebouwd. Gemeenten worden geholpen met de uitvoering van de landelijke aanpak natuurvriendelijk isoleren en met het toewerken naar gemeentelijke SMP’s zodat isolatieplannen tot uitvoering kunnen komen en inwoners worden geholpen met energiebesparing. Om tegemoet te komen aan de financiële ondersteuningsbehoefte van gemeenten, heeft de provincie bij de Perspectiefnota 2025 € 6,5 miljoen beschikbaar gesteld. Paragraaf 3 van deze bijdrageregeling stelt de provinciale middelen vanuit de Uitvoeringsagenda Energie (Perspectiefnota) beschikbaar aan gemeenten, aanvullend op middelen vanuit de Uitvoeringsagenda Natuur (Regeling specifieke uitkering versnelling natuurinclusief isoleren) die de basis vormen voor paragrafen 1 en 2 van deze regeling. Paragraaf 3 maakt het voor gemeenten mogelijk om, naast het aanvragen van een aanvullende bijdrage voor SMP’s en alternatieve verblijfplaatsen, een bijdrage aan te vragen voor gemeentelijke activiteiten die het versnellen van energiebesparing door isolatie als doel hebben. Zo komt de provincie gemeenten in de volle breedte van het vraagstuk tegemoet met deze bijdrageregeling. Artikelsgewijs Artikel 3.3 Activiteiten die in aanmerking komen voor een bijdrage Een bijdrage kan worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan de versnelling van energiebesparing door isolatie, rekening houdend met beschermde soorten. Dit zijn bijvoorbeeld activiteiten ter uitvoering van het Nationaal Isolatieprogramma. Onder de activiteiten vallen ook SMP’s en alternatieve verblijfplaatsen voor beschermde soorten, voor zover ten aanzien van dezelfde activiteit voor dezelfde kosten geen bijdrage kan worden verstrekt op basis van paragraaf 1 of 2 van deze bijdrageregeling. Artikel 3.10 Hoogte van de bijdrage De maximale bedragen per gemeente zijn gebaseerd op de complexiteit van de opgave per gemeente. Hierbij is rekening gehouden met het aantal te isoleren woningen op gemeenteniveau, het aantal CBS-bevolkingskernen op gemeenteniveau en het aantal te isoleren woningen buiten CBS-bevolkingskernen op gemeenteniveau. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, de voorzitter, drs. G.H.E. Derks MPA de secretaris, mr. I.R. Adema
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.