Verordening op de heffing en invordering van brandweerrechten Kaag en Braassem 2009Nr ; De raad van de gemeente Kaag en Braassem; gelezen het voorstel van het college van Alkemade en het college van Jacobswoude ; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet; B E S L U I T: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van brandweerrechten Kaag en Braassem 2009 Artikel1Belastbaar feit 1Onder de naam "brandweerrechten" worden geheven: a. rechten voor het gebruik overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemde bezittingen van de gemeentelijke brandweer of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen die bij de gemeentelijke brandweer in beheer of in onderhoud zijn; b. rechten voor het genot van door de gemeentelijke brandweer verstrekte diensten. 2Geen rechten als bedoeld in het eerste lid worden geheven ter zake van: a. het voorkomen, beperken en bestrijden van brand; b. het beperken van brandgevaar; c. het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand; d. al hetgeen met de onderdelen a, b en c verband houdt; e. het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand; f. de bestrijding en beperking van rampen, als bedoeld in artikel 1 van de Wet rampen en zware ongevallen. Artikel2Belastingplicht Belastingplichtig is: a. degene die gebruik maakt van de bezittingen, werken of inrichtingen als bedoeld in artikel 1, eer-ste lid, onderdeel a; b. degene die een dienst aanvraagt dan wel degene te wiens behoeve een dienst is verleend, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b. Artikel3Maatstaf van heffing en tarief 1De rechten worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel4Belastingjaar Voorzover in de bij deze verordening behorende tarieventabel tarieven zijn opgenomen die per jaar worden geheven, is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel5Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1De rechten waarop artikel 4 van toepassing is, zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, zijn de rechten, in zoverre in afwijking van artikel 3, tweede lid, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel6Wijze van heffing 1De rechten worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. 2Indien zich ten aanzien van eenzelfde belastingplichtige meerdere belastbare feiten voordoen, kunnen de rechten ter zake daarvan worden geheven bij wege van één gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Artikel7Termijn van betaling 1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald op het moment van uitreiking van de in artikel 6 bedoelde kennisgeving. 2Ingeval de kennisgeving wordt toegezonden, moeten de rechten worden betaald binnen 14 dagen na de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving. 3Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voorzover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag. 4De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste, tweede of derde lid gestelde termijnen. Artikel8Kwijtschelding en nadere regels a. Bij de invordering van brandweerrechten wordt geen kwijtschelding verleend. b. Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en invordering van de rechten. Artikel9Hardheidsclausule Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om in bijzondere gevallen af te wijken van de tarieventabel zoals genoemd in artikel 3 van deze verordening. Artikel10Intrekking oude regeling De verordening op de heffing en de invordering van de brandweerrechten Alkemade 2007 en de verordening op de heffing en de invordering van de brandweerrechten Jacobswoude 2008 worden ingetrokken. Artikel11Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na de datum van haar bekendmaking. Artikel12Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als:Verordening op de heffing en de invordering van brandweerrechten Kaag en Braassem
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.