Participatieverordening gemeente Voorne aan Zee 2024De raad van de gemeente Voorne aan Zee; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van {datum} gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Participatieverordening gemeente Voorne aan Zee 2024 Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikel1.Onderwerp verordening Deze verordening regelt de betrokkenheid van inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, (keten)partners en overige betrokkenen bij de ontwikkeling van gemeentelijke initiatieven en beleid en de rol van de burgemeester, het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad in deze processen. Deze verordening is daarnaast van toepassing op de manier waarop de gemeente reageert of ondersteuning biedt aan en /of besluitvorming organiseert over initiatieven van inwoners, ondernemers, ontwikkelaars, maatschappelijke organisaties, ketenpartners en overige betrokkenen. Deze participatieverordening is gebaseerd op het door de raad van Voorne aan Zee vastgestelde participatiebeleid Samen aan zet. Artikel2.Definities In deze verordening wordt verstaan onder: participatie: De actieve betrokkenheid van inwoners bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van activiteiten en onderwerpen die spelen in de gemeente. Soms ligt het initiatief bij de gemeente, en soms ligt het initiatief bij de samenleving. inwonersparticipatie: De inwoners (of ondernemers, partners, maatschappelijke organisaties, adviesorganen) doen mee met initiatieven vanuit de gemeente. De gemeente nodigt hen uit om een bijdrage te leveren aan het opstellen of uitvoeren van beleid en gemeentelijke projecten. overheidsparticipatie: De overheid doet mee met initiatieven vanuit de samenleving. Het initiatief komt vanuit de samenleving, maar er is ondersteuning of goedkeuring vanuit de gemeente nodig of gewenst. burgerinitiatief: Initiatieven van inwoners, maatschappelijke organisaties, bedrijven of andere belanghebbenden. Een burgerinitiatief kan met een advies van het college ter behandeling naar de gemeenteraad worden gestuurd; uitdaagrecht: Recht van inwoners en lokale maatschappelijke partijen om een verzoek bij het bevoegde bestuursorgaan in te dienen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen, als zij denken deze taak meetbaar beter en goedkoper uit te kunnen voeren. inspraak: Een door of namens een bestuursorgaan georganiseerde gelegenheid voor inwoners om hun mening over een gemeentelijk initiatief te geven voorafgaand aan de definitieve besluitvorming, in gevallen waar wettelijk gezien een inspraakprocedure op van toepassing is. bestuursorgaan: De gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester. beleidsvoornemen: Voornemen van een bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid. participatiebeleid Samen aan Zet: Door de gemeenteraad vastgestelde beleidsnotitie over de wijze waarop de gemeente omgaat met het betrekken van inwoners en andere belanghebbenden. inwoners: Verzamelterm voor alle deelnemers die bij een participatieproces kunnen worden betrokken, te weten inwoners, ondernemers, dorps- en wijkraden, maatschappelijke organisaties, (keten)partners en overige betrokkenen, inclusief ingezetenen en belanghebbenden als bedoeld in artikel 150 van de Gemeentewet, tenzij een deelgroep hiervan wordt benoemd. Artikel3.Doelstelling en reikwijdte 1.Deze verordening heeft als doel de kwaliteit van lokale democratische processen te vergroten, de relatie tussen gemeente en inwoners te versterken en helderheid te scheppen over proces en rolverdeling. 2.Inwonersparticipatie en/of inspraak wordt in beginsel niet toegepast: als dit op basis van wetgeving is uitgesloten of als er sprake is van uitvoering van regelingen van hogere overheden waarbij de gemeente niet of nauwelijks ruimte heeft om eigen afwegingen te maken; op een te nemen besluit dat alleen of met name gaat over interne of organisatorische onderwerpen van de gemeente. 3.Participatie, inspraak, burgerinitiatief en uitdaagrecht wordt verleend aan inwoners van Voorne aan Zee. 4.Deze verordening is niet van toepassing op participatie, inspraak of andere inbreng en initiatieven van inwoners die al zijn geregeld in andere al dan niet gemeentelijke verordeningen, regelgeving of procedures. Een uitzondering hierop is de Omgevingswet: in hoofdstuk 7 van deze verordening wordt in enkele bepalingen vastgelegd hoe de regels over participatie in de Omgevingswet worden uitgewerkt. Hoofdstuk2.Inwonersparticipatie Artikel4.Participatieproces 1.Inwoners kunnen participeren in de voorbereiding, uitvoering, doorontwikkeling en evaluatie van gemeentelijk beleid en gemeentelijke kaders. Participatie wordt toegepast wanneer: het bestuursorgaan verwacht dat er mensen zijn die in aanzienlijke mate geraakt zullen worden door het betreffende beleid of besluit en er ruimte is voor invloed op de te maken keuzes. er sprake is van een wettelijk voorschrift. te verwachten is dat betrokken bewoners of experts over relevante ervaringskennis of inzichten beschikken die bruikbaar zijn bij de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van het beleid of besluit. Indien er geen ruimte voor invloed is, worden belanghebbenden in ieder geval vroegtijdig geïnformeerd 2.Bij de start van elk beleid/gemeentelijk initiatief wordt conform de rollen en verantwoordelijkheden zoals vastgelegd in het participatiebeleid Samen aan Zet op basis van een afwegingskader en impactscan vastgesteld of inwonersparticipatie aan de orde is. Als dat het geval is, wordt een participatieaanpak opgesteld, waarin minimaal de volgende punten worden omschreven: het doel van de participatie; de beïnvloedingsruimte aan de hand van het niveau van de participatie en passend bij de fase waarin het proces zich bevindt. Een keuze wordt gemaakt uit: Informeren (of meeweten) : inwoners worden geïnformeerd; Meedenken (of adviseren/raadplegen): het verzamelen van ideeën, wensen, meningen, ervaringen of voorkeuren van inwoners. Dit kan ook een gezamenlijk advies zijn van een groep inwoners. Het kan zijn dat de gemeente anders besluit dan de voorkeur van inwoners die meegedacht hebben. Meedoen (of coproduceren): inwoners en gemeente werken samen aan het beleid, project of de uitvoering, waarbij er een grote mate van invloed is op de inhoud; Meebepalen: inwoners mogen meebeslissen, waardoor inwoners maximale invloed hebben op de inhoud. Een bestuursorgaan geeft de keuze aan de deelnemende inwoners en verbindt zich hieraan tijdens de besluitvorming; Of een combinatie van deze niveaus; het onderwerp; kaders voor participatie; analyse van doelgroepen/belanghebbenden in relatie tot het doel van het beleid of initiatief. de wijze van participatie de (voorbereidings)tijd, ambtelijke tijd en budget van het participatieproces. 3.Het bestuursorgaan maakt voor de start van het participatietraject de aanpak bekend op een voor dat traject geschikte wijze. 4.Als inwonersparticipatie wordt verleend bij de voorbereiding van een raadsvoorstel sturen burgemeester en wethouders het procesbesluit zo spoedig mogelijk ter kennisneming aan de raad. 5.Het bestuursorgaan kan voor specifieke beleidsterreinen nadere regelingen treffen. Artikel5.Besluitvorming 1.Een bestuursorgaan maakt voor de start van het participatieproces, zoals bedoeld in artikel 4 lid 2 onder b van deze verordening, bekend op welke manier de gemeente zal omgaan met de uitkomsten van het participatieproces. Vervolgens maakt het bestuursorgaan bekend op welke manier de besluitvorming zal plaatsvinden en kiest daarbij uit de volgende mogelijkheden: kennisnemen: het bestuursorgaan neemt kennis van de uitkomsten van het participatietraject en zal nader afwegen of en in welke mate deze kunnen worden meegenomen in de politieke besluitvorming; uitgangspunt: Het bestuursorgaan beschouwt de adviezen en conclusies uit het participatietraject als een zwaarwegend uitgangspunt bij politieke besluitvorming; verbinden aan: het bestuursorgaan neemt de adviezen en conclusies uit het participatietraject over, passend binnen de vooraf gestelde inhoudelijke, financiële en procedurele kaders. 2.Het bestuursorgaan kan van de op grond van het eerste lid gemaakte keuze gemotiveerd afwijken. In dat geval wordt dit expliciet gemotiveerd en gecommuniceerd aan de deelnemers aan het participatietraject. Artikel6.Eindverslag participatie 1.Ter afronding van de participatie maakt het bestuursorgaan een eindverslag op. Het eindverslag bevat in ieder geval: een overzicht van het gevolgde participatieproces op hoofdlijnen; een weergave van de belangrijkste uitkomsten van het participatieproces; de reactie van de gemeente op deze uitkomsten en de wijze waarop de gemeente de inbreng heeft benut bij de uitwerking van het beleidsvoorstel of uitvoeringsplan. 2.Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op passende wijze openbaar. 3.Het college van burgemeester en wethouders geeft het verslag ter informatie aan de raad als het gaat om participatie bij een raadsvoorstel. Hoofdstuk3.Inspraak Artikel7.Inspraakprocedure 1.Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of inspraak als bedoeld in artikel 150 van de Gemeentewet wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. 2.Inspraak wordt verleend als de wet daartoe verplicht. 3.Geen inspraak wordt verleend: ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen; als inspraak bij of wettelijk is uitgesloten; als sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; over de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; als de uitvoering van een beleidsvoornemen spoed heeft en dat inspraak niet kan worden afgewacht; als het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving. 4.Inspraak wordt verleend aan inwoners. 5.Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Awb van toepassing, tenzij het bestuursorgaan in een specifiek geval een andere inspraakprocedure vaststelt. 6.Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een verslag op. Het verslag bevat in ieder geval: een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure een weergave van de inspraakreacties of zienswijzen die tijdens de inspraak mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht; een reactie op deze inspraakreacties of zienswijzen, waarbij beargumenteerd wordt aangegeven op welke punten het voorstel wordt aangepast. 7.Het bestuursorgaan maakt het verslag op de gebruikelijke manier openbaar. Hoofdstuk4.Het burgerinitiatief Artikel8.Wie mag een burgerinitiatief indienen? 1.Diegene die een burgerinitiatief mag indienen zijn inwoners van de gemeente Voorne aan Zee van 16 jaar en ouder, die met uitzondering van hun leeftijd, voldoen aan de vereisten voor het kiesrecht voor de leden van de gemeenteraad. Artikel9.Onderwerpen van het burgerinitiatief 1.Een burgerinitiatief kan worden ingediend over onderwerpen waarvoor de raad bevoegd is. 2.Geen burgerinitiatief is mogelijk in de volgende situaties: de uitvoering van besluiten van hogere bestuursorganen waaromtrent de raad geen beleidsvrijheid heeft, dan wel waarvan de uitvoering overigens niet behoort tot de bevoegdheid van de raad; de inrichting van de gemeentelijke organisatie en/ of gemeentelijke procedures; benoemingen van personen en functioneren van personen; vaststelling en wijziging van de gemeentelijke begroting en begrotingen van takken van dienst; gemeentelijke belastingen en tarieven; geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers dan wel hun nagelaten betrekkingen of hun rechthebbenden; onderwerpen waarover de raad korter dan twee jaar voor de indiening van het burgerinitiatief een besluit heeft genomen; een bezwaar- of (hoger) beroepschrift in de zin van de Algemene wet bestuursrecht tegen een besluit van het gemeentebestuur; handelingen en gedragingen van ambtsdragers waartegen een klacht kan worden ingediend op grond van de Algemene wet bestuursrecht of een door de gemeenteraad of het college vastgestelde klachtenregeling. Artikel10.Voorwaarden voor een geldig burgerinitiatief 1.Het burgerinitiatief wordt ingediend bij de voorzitter van de raad. 2.Het burgerinitiatief dient te worden ondersteund door tenminste het volgende aantal verzoekgerechtigden: voor verzoeken met een buurtgericht karakter: 100; voor verzoeken met een dorp- of wijkgericht karakter: 200; voor verzoeken met een gemeentebreed karakter:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.