Verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting 2025De raad van de gemeente Veere; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders gelet op artikel 223 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting 2025 Artikel1Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder woning: een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet. Artikel2.Belastbaar feit en belastingplicht Onder de naam "forensenbelasting" wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de omstandigheden beoordeeld. Artikel3.Vrijstellingen Niet belastingplichtig is degene die ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking of ter bijwoning van de vergaderingen van een vertegenwoordigend openbaar lichaam, waarvan hij het lidmaatschap bekleedt, dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van zijn hoofdverblijf vertoeft. De belasting wordt niet geheven als de belastingplichtige en zijn gezin verblijf houden in de voor zich en zijn gezin beschikbaar gehouden gemeubileerde woning en ter zake van dit verblijf ook forfaitair tarief toeristenbelasting wordt geheven overeenkomstig de verordening toeristenbelasting. Artikel4.Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen zoals die voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt, voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar valt, is vastgesteld. In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar de waarde, indien de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het belastingjaar, is vastgesteld met toepassing van artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken. Ingeval geen heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen is vastgesteld, wordt de belasting berekend naar de waarde. De vaststelling van de waarde geschiedt overeenkomstig de regels voor de in de artikelen 220 tot en met 220d van de Gemeentewet bedoelde belastingen met dien verstande dat daarbij artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken niet wordt toegepast. Artikel5.Belastingtarief De belasting bedraagt per belastingjaar 0,1478% van de maatstaf van heffing voor de woning als bedoeld in artikel 4, met een maximum van € 2.502,00 per woning en een minimum van € 266,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.