Br + - - Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 13.30 Ob Sr + - - 4.5 eerste lid 6, eerste lid (inhoud) en derde lid (termijn) Brzo 2015 4.5 (gegevens en bescheiden: als deze paragraaf van toepassing wordt) /Kennisgeving doen / Moment indienen eerste kennisgeving Binnen een jaar nadat deze paragraaf van toepassing is geworden op een Seveso-inrichting, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2 de naam en functie van de bestuurder van de Seveso-inrichting, als dat een ander is dan degene die de activiteit verricht; de gegevens die nodig zijn om de gevaarlijke stoffen en de categorie van gevaarlijke stoffen te identificeren die in de Seveso-inrichting aanwezig zijn of kunnen zijn; een lijst met de hoeveelheden, aard en fysische vormen van de gevaarlijke stoffen die aanwezig zijn of kunnen zijn in de Seveso-inrichting; de activiteiten die in de Seveso-inrichting worden verricht; informatie over de directe omgeving van de Seveso-inrichting en de factoren die een zwaar ongeval kunnen veroorzaken of de gevolgen ervan ernstiger kunnen maken, met gegevens over inrichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Seveso-richtlijn, milieubelastende activiteiten waarop deze paragraaf niet van toepassing is en gebieden en ontwikkelingen die de bron kunnen zijn van of het risico of de gevolgen van een zwaar ongeval kunnen vergroten; en de gegevens, bedoeld in artikel 4.16, eerste lid, onder a en b, als de Seveso-inrichting een hogedrempelinrichting is. Het eerste lid is niet van toepassing als de gegevens en bescheiden al zijn verstrekt bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit en deze niet zijn gewijzigd. Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel 13.
.2, lid 1 Ow en art 4.13 en 4.3 Ow en 2.9 bal jo 4.6 tot en met 4.17 Ob Artikel 48 en 63 Wvr Br + + + Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 13.30 Ob art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow Artikel 48 en 63 Wvr Sr + + + 4.5 derde lid 6, zevende lid Brzo 2015 Raadpleegbare lijst met de gevaarlijke stoffen De lijst, bedoeld in het eerste lid, onder c, kan door een ieder worden geraadpleegd. Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel 13.
.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo 4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met 4.17 Ob Artikel 48 en 63 Wvr Br + + + Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.30 Ob art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow Sr + + - 4.5 vierde lid 3 Rrzo (grondslag artikel 6, achtste lid Brzo 2015) Presentatielijst van de gevaarlijke stoffen Voor de aard en fysische vormen van de gevaarlijke stoffen op de lijst, bedoeld in het eerste lid, onder c, kan de gevaarscategorie respectievelijk de chemische naam en het CAS-nummer worden vermeld als: uit die gegevens de fysisch-chemische eigenschappen en gevaareigenschappen kenbaar zijn; en kan worden bepaald om welke gevaarlijke stof of categorie, bedoeld in bijlage I bij de Seveso-richtlijn, het gaat. Art. 18.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo 4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met 4.17 Ob Artikel 48 en 63 Wvr Br - + + art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow Sr - + - 4.6 eerste lid 6, vierde vijfde en zesde lid Brzo 2015 gegevens en bescheiden: voor wijziging/ Significante wijzigingen melden + tijdigheid Ruim voor een wijziging als bedoeld onder a tot en met f worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over: een significante wijziging van de hoeveelheid, aard of fysische vorm van een gevaarlijke stof die in de Seveso-inrichting aanwezig is of kan zijn; een significante wijziging van een proces waarbij een gevaarlijke stof wordt gebruikt; de sluiting of de ontmanteling van de Seveso-inrichting; een wijziging die significante gevolgen kan hebben voor de gevaren van zware ongevallen; een wijziging van de naam, de handelsnaam of het adresvan degene die de activiteit verricht; of een wijziging van de naam of functie van de bestuurder van de Seveso-inrichting, als dat een ander is dan degene die de activiteit verricht. Het eerste lid is niet van toepassing als de gegevens en bescheiden al zijn verstrekt bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit en deze niet zijn gewijzigd. Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel 13.
.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo 4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met 4.17 Ob Artikel 48 en 63 Wvr Br + + + Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en 13.30 Ob art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow Sr + + - 4.7 eerste en tweede lid**** 20 Rrzo (grondslag artikel 14, Brzo 2015) Gegevens en bescheiden na Melding van een zwaar ongeval Als een zwaar ongeval heeft plaatsgevonden, worden zo spoedig mogelijk aan de toezichthouder, bedoeld in artikel 1, derde lid, onder d, van de Arbeidsomstandighedenwet, gegevens en bescheiden verstrekt over: datum, tijd, plaats en omstandigheden van het zware ongeval; de gevaarlijke stoffen die het betreft en de hoeveelheid; de gevolgen voor de werknemers, die zich op korte en lange termijn kunnen voordoen; het aantal gewonde werknemers, dat voor ten minste 24 uur in een ziekenhuis is opgenomen, en het aantal overleden werknemers; de maatregelen ter bescherming van de werknemers, die zijn getroffen of worden getroffen om herhaling te voorkomen; en de materiële schade in de Seveso-inrichting. Gegevens en bescheiden uit nader onderzoek die afwijken van eerder verstrekte gegevens en bescheiden, worden verstrekt aan de toezichthouder, bedoeld in het eerste lid. Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel 13.
Br + -**** - Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.30 Ob Sr + - - 4.8 tweede lid Nvt (nieuw, staat nu niet in Brzo of Rrzo) Een maatwerkregel of maatwerkvoorschrift over deze paragraaf kan alleen aanvullende maatregelen bevatten. Art. 18.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo 4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met 4.17 Ob Br - + - art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow Sr - + - 4.9, eerste lid 5, eerste lid Brzo 2015 Algemene verplichtingen/Maatregelen treffen om zware ongevallen te voorkomen en de gevolgen daarvan voor de menselijke gezondheid en milieu te beperken Alle maatregelen worden getroffen die nodig zijn om zware ongevallen te voorkomen en de gevolgen daarvan voor de gezondheid en het milieu te beperken. Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel 13.
.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo 4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met 4.17 Ob Br + + - Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.30 Ob art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow Sr + + - 4.9 tweede lid 5, tweede lid Brzo 2015 Algemene verplichtingen/Aantoonplicht exploitant alle noodzakelijke maatregelen Op elk moment kan worden aangetoond dat aan het eerste lid wordt voldaan. Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel 13.
.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo 4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met 4.17 Ob Br + + - Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.30 Ob art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow Sr + + - 4.9 derde lid 5, derde lid Brzo 2015 Algemene verplichtingen/ Inrichting niet in werking bij geen of duidelijk onvoldoende maatregelen Het is verboden een Seveso-inrichting of een gedeelte daarvan te exploiteren of in werking te hebben als de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, niet zijn getroffen of duidelijk onvoldoende zijn uitgevoerd. Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 13.26 Ob Art. 18.2, lid 2 Ow en art 5.10, lid 1 onder c sub 3 Ow Br + + - Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.30 Ob art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow Sr + + - 4.10 eerste lid 7, tweede lid Brzo 2015 Preventiebeleid staat borg voor hoog beschermingsniveau Met het oog op het voorkomen van zware ongevallen en het beperken van de gevolgen ervan is preventiebeleid opgesteld dat borg staat voor een hoog beschermingsniveau van de gezondheid en het milieu en evenredig is aan de gevaren van zware ongevallen. Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel 13.
.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo 4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met 4.17 Ob Br + + - Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en 13.30 Ob art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow Sr + + - 4.10 tweede lid 7, eerste lid Brzo 2015 Preventiebeleid zware ongevallen Het preventiebeleid bevat: de algemene doelen van en beginselen voor het handelen van degene die de activiteit verricht; de rol en de verantwoordelijkheid van het management van de Seveso-inrichting; en de plicht om de beheersing van gevaren van zware ongevallen continu te verbeteren en hoge beschermingsniveaus te waarborgen. Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel 13.
.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo 4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met 4.17 Ob Br + + -* Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en 13.30 Ob art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow Sr + + - 4.10 derde lid 4 Rrzo (grondslag artikel 7, zevende lid, Brzo 2015) Vastlegging preventiebeleid voor zware ongevallen Het tweede lid, onder a, houdt in ieder geval in dat is beschreven: in hoofdlijnen de aard en de omvang van de risico’s van zware ongevallen; de beginselen die ten grondslag liggen aan het veiligheidsbeheerssysteem en de samenhang met dat systeem; de criteria die worden toegepast bij de vaststelling van de risico’s van zware ongevallen; en de beginselen die ten grondslag liggen aan de maatregelen die zijn getroffen om zware ongevallen te voorkomen en de gevolgen daarvan te beperken en de samenhang tussen die maatregelen en de risico’s van zware ongevallen. Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel 13.
.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo 4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met 4.17 Ob Br + + - Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en 13.30 Ob art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow Sr + + - 4.11 eerste en tweede lid 7, zesde lid Brzo 2015 Artikel 4.11 (veiligheidsbeheerssysteem)/ Correcte uitvoering preventiebeleid met een VBS Met het oog op het voorkomen van zware ongevallen en het beperken van de gevolgen ervan wordt het preventiebeleid uitgevoerd met passende middelen, structuren en een veiligheidsbeheerssysteem dat voldoet aan alle punten van bijlage III bij de Seveso-richtlijn. De passende middelen, structuren en het veiligheidsbeheerssysteem zijn evenredig aan de gevaren van zware ongevallen, de complexiteit van de organisatie en de activiteiten die in de Seveso-inrichting worden verricht. Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel 13.
.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo 4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met 4.17 Ob Br + + -* Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.30 Ob art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow Sr + + - 4.11 derde lid 5, eerste, tweede en derde lid Rrzo (grondslag artikel 7, zevende lid, Brzo 2015) Procedures voor de identificatie van de gevaren van zware ongevallen De procedures voor de systematische identificatie van de gevaren van zware ongevallen, bedoeld in bijlage III, onder b, onder ii, bij de Seveso-richtlijn, gaan in ieder geval over: het verrichten van systematisch onderzoek naar de risico’s van zware ongevallen van een Seveso-installatie tijdens het ontwerpen, het bouwen, het gebruiken, het onderhouden en het wijzigen van die installatie; de criteria voor het bepalen van de methode van het systematisch onderzoek die is afgestemd op de fases, bedoeld onder a; en de methode voor de beoordeling van de risico’s van zware ongevallen die geschikt is om de maatregelen te bepalen die worden getroffen om zware ongevallen te voorkomen en de gevolgen daarvan te beperken. Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel 13.
.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo 4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met 4.17 Ob Br + + - Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en 13.30 Ob art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow Sr + + - 4.12 eerste lid 9, eerste lid en tweede lid Brzo 2015 Bijwerken PBZO en VBS i.v.m. relevante wijzigingen Met het oog op het voorkomen van zware ongevallen en het beperken van de gevolgen ervan worden het preventiebeleid en het veiligheidsbeheerssysteem in ieder geval bijgewerkt bij een wijziging als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c of d. Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel 13.
.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo 4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met 4.17 Ob Br + + - Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel 13.
art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow Sr + + - 4.12 tweede lid 7, vijfde lid Brzo 2015 Artikel 4.12 (bijwerken preventiebeleid en veiligheidsbeheerssysteem)/ Elke vijf jaar preventiebeleid bezien en indien nodig bijwerken Het preventiebeleid wordt ten minste elke vijf jaar beoordeeld en zo nodig bijgewerkt. Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel 13.
.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo 4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met 4.17 Ob Br + + -* Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.30 Ob art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow Sr + + - 4.13 eerste lid 8, derde lid Brzo 2015 Uitwisselen van gegevens tussen inrichtingen met domino-effecten Met het oog op het voorkomen van zware ongevallen en het beperken van de gevolgen ervan worden voor Seveso-inrichtingen die op grond van artikel 8.38 van het Besluit kwaliteit leefomgeving in de omgevingsvergunning of door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn aangewezen als inrichting als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Seveso-richtlijn, gegevens uitgewisseld die nodig zijn om in het preventiebeleid, veiligheidsbeheerssysteem, veiligheidsrapport en intern noodplan rekening te houden met de aard en omvang van het risico van een zwaar ongeval. Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel 13.
.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo 4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met 4.17 Ob Artikel 48 en 63 Wvr Br + + + Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.30 Ob art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow Sr + + - 4.13 tweede lid 8, vierde lid Brzo 2015 Samenwerking inrichtingen met domino-effecten over voorlichting aan publiek en bedrijven Degenen die de Seveso-inrichtingen, bedoeld in het eerste lid, exploiteren, werken samen bij het geven van: voorlichting aan het publiek en de nabijgelegen bedrijven die niet onder het toepassingsbereik van deze paragraaf vallen; en gegevens en bescheiden voor het opstellen van het rampbestrijdingsplan, bedoeld in artikel 6.1.1 van het Besluit veiligheidsregio’s. Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel 13.
.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo 4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met 4.17 Ob Artikel 48 en 63 Wvr Br + + + Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.30 Ob art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow Sr + + - 4.14 eerste lid 10, eerste lid Brzo 2015 (let aanwezig zijn komt niet meer terug) Actueel veiligheidsrapport (VR) moet zijn opgesteld Met het oog op het voorkomen van zware ongevallen en het beperken van de gevolgen ervan is voor een hogedrempelinrichting een veiligheidsrapport opgesteld met actuele gegevens over de veiligheid. Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel 13.
6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.30 Ob Artikel 48 zesde lid Wvr en art. 13.29 Ob Sr + - + 4.14 tweede lid 10, tweede lid Brzo 2015 VR moet aangegeven inhoud hebben Het veiligheidsrapport bevat de namen van de organisaties die betrokken zijn geweest bij het opstellen van het veiligheidsrapport en bevat in ieder geval de gegevens en bescheiden, bedoeld in bijlage II bij de Seveso-richtlijn, waarmee wordt aangetoond dat: preventiebeleid als bedoeld in artikel 4.10 en een veiligheidsbeheersysteem als bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, zijn ingevoerd; de gevaren van zware ongevallen en scenario’s voor mogelijke zware ongevallen zijn geïdentificeerd en de maatregelen zijn getroffen die nodig zijn om die zware ongevallen te voorkomen en de gevolgen daarvan voor de gezondheid en het milieu te beperken; en het ontwerp, de constructie, de exploitatie en het onderhoud van de Seveso-installaties die in verband staan met de gevaren van een zwaar ongeval binnen de Seveso-inrichting, voldoende veilig en betrouwbaar zijn. Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel 13.
.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo 4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met 4.17 Ob Artikel 48 en 63 Wvr Br + + + Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.30 Ob art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow Artikel 48 zesde lid Wvr en art. 13.29 Ob Sr + + + 4.14 derde en vierde lid 9 Rrzo (grondslag artikel 10, dertiende lid, Brzo 2015) + 13 Rrzo (grondslag artikel 10, dertiende lid, Brzo 2015) Inhoud van het veiligheidsrapport / Beschrijving externe en natuurlijke oorzaken van een zwaar ongeval Het veiligheidsrapport bevat ook: een schatting van de kans op en de omvang van de gevolgen van een zwaar ongeval dat door een Seveso-inrichting als bedoeld in artikel 4.13, eerste lid, wordt veroorzaakt; een schatting van de kans op en de omvang van de gevolgen van een aardbeving, overstroming of andere natuurlijke oorzaak als bedoeld in bijlage II, onder 4, onder iii, bij de Seveso-richtlijn; en een beschrijving van de maatregelen die zijn getroffen om de gevolgen, bedoeld onder a en b, te beperken. Bij de beschrijving van de installatie, bedoeld in bijlage II, onder 3, bij de Seveso-richtlijn, wordt een beschrijving gegeven van de processen die in de Seveso-inrichting plaatsvinden, het verloop daarvan en de hoeveelheden, eigenschappen en gedragingen van de gevaarlijke stoffen die in de Seveso-inrichting aanwezig zijn onder de omstandigheden die in de Seveso-inrichting gelden en bij een voorzienbaar ongeval. Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel 13.
.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo 4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met 4.17 Ob Artikel 48 en 63 Wvr Br + + + Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.30 Ob art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow Artikel 48 zesde lid Wvr en art. 13.29 Ob Sr + + + 4.15 10 Rrzo (grondslag artikel 10, dertiende lid, Brzo 2015) Beschrijving scenario’s in een risico-analyse / veiligheidsrapport: scenario’s voor mogelijke zware ongevallen De beschrijving van de scenario’s voor mogelijke zware ongevallen, bedoeld in bijlage II, onder 4, onder a, bij de Seveso-richtlijn, gaat ten minste over de onderdelen van de Seveso-installaties die de grootste risico’s op een zwaar ongeval opleveren. De selectie van deze Seveso-installaties vindt plaats volgens een methode die in het veiligheidsrapport is beschreven. Bij de beschrijving, bedoeld in het eerste lid, komen de voorvallen terug die deze scenario’s op gang kunnen brengen, waaronder corrosie, erosie, externe belasting, impact, overdruk of onderdruk, lage of hoge temperatuur, trillingen en menselijke fouten tijdens gebruik, wijziging of onderhoud. Voor elk scenario wordt kwalitatief of met risicoberekeningen aangegeven wat de waarschijnlijkheid en het effect is en welke maatregelen zijn getroffen om te voorkomen dat het scenario zich voordoet en voor elk scenario wordt een samenhangend inzicht geboden in: de resterende kans dat een zwaar ongeval plaatsvindt; de ernst van de gevolgen van een zwaar ongeval; en de maatregelen die technisch mogelijk zijn om de kans open de gevolgen vaneen zwaar ongeval te verkleinen tot een daarbij aangegeven niveau. Uit de scenario’s blijkt dat de risico’s van zware ongevallen worden beheerst met de technische en organisatorische maatregelen die zijn getroffen. Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel 13.
.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo 4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met 4.17 Ob Artikel 48 en 63 Wvr Br + + + Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.30 Ob art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow Artikel 48 zesde lid Wvr en art. 13.29 Ob Sr + + + 6 eerste lid onder a en b en tweede lid 11 Rrzo (grondslag artikel 6, achtste lid, Brzo 2015) Berekening risico’s voor omgeving Het veiligheidsrapport bevat: de berekende afstand in meters tot waar het plaatsgebonden risico ten hoogste 1 op de 100.000 en 1 op de 1.000.000 per jaar is; de berekende afstand in meters voor het brandaandachtsgebied, explosieaandachtsgebied en gifwolkaandachtsgebied, bedoeld in artikel 5.12 van het Besluit kwaliteit leefomgeving; …. ….. … ….. Op het berekenen van de afstanden voor het plaatsgebonden risico, het brandaandachtsgebied, het explosieaandachtsgebied en het gifwolkaandachtsgebied zijn de bij ministeriële regeling gestelde regels van toepassing. Art. 18.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo 4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met 4.17 Ob Artikel 48 en 63 Wvr Br - + + art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow Sr - + - 4.16 eerste lid onder c en d 12 Rrzo (grondslag artikel 10, dertiende lid, Brzo 2015) Beschrijving risico’s voor omgeving een schatting van de kans dat een zwaar ongeval belangrijke ongewenste gevolgen heeft voor de kwaliteit van een oppervlaktewaterlichaam of vuilwaterriool en een schatting van de omvang van die gevolgen; een beschrijving van de maatregelen die zijn getroffen om de gevolgen, bedoeld onder c, te beperken; Art. 18.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo 4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met 4.17 Ob Br - + - art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow Sr - + - 4.16 eerste lid onder e en f 9 Rrzo (grondslag artikel 10, dertiende lid, Brzo 2015) Artikel 4.16 onder e en f een beschrijving van de zones die door een zwaar ongeval kunnen worden getroffen, als zij van belang zijn voor de veiligheid voor de omgeving; en het aantal personen buiten de Seveso-inrichting dat ten hoogste wordt blootgesteld aan het risico van een zwaar ongeval. Art. 18.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo 4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met 4.17 Ob Artikel 48 en 63 Wvr Br - + + art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow Sr - + - 4.17 onder a, b en c en d (=hele artikel) 9 Rrzo (grondslag artikel 10, dertiende lid, Brzo 2015) Artikel 4.17 (veiligheidsrapport: rampenbestrijding en bedrijfsbrandweer) Het veiligheidsrapport bevat een beschrijving van: de scenario’s voor een mogelijk zwaar ongeval die bepalend zijn voor: het rampbestrijdingsplan, bedoeld in artikel 6.1.1 van het Besluit veiligheidsregio’s; en de omvang en de uitrusting van de bedrijfsbrandweer, bedoeld in artikel 7.2, eerste lid, onder d, van het Besluit veiligheidsregio’s; de organisatie van de bedrijfsbrandweer die nodig is, waaronder de omvang van het personeel en materieel; de zones die door een zwaar ongeval kunnen worden getroffen, als zij van belang zijn voor de voorbereiding van de rampenbestrijding; en overige gegevens die nodig zijn met het oog op de voorbereiding van de rampenbestrijding, het opstellen van een rampbestrijdingsplan als bedoeld in artikel6.1.1 van het Besluit veiligheidsregio’s en het aanwijzen van een locatie waarop een of meer milieubelastende activiteiten worden verricht als bedrijfsbrandweerplichtig, bedoeld in artikel 31 van de Wet veiligheidsregio’s. Artikel 48 en 63 Wvr Br - - + Artikel 48 zesde lid Wvr en art. 13.29 Ob Sr - - + 4.18 9 (grondslag artikel 10, dertiende lid, Brzo 2015) Artikel 4.18 (veiligheidsrapport: veiligheid en gezondheid werknemers) Het veiligheidsrapport bevat een beschrijving van: het aantal personen dat ten hoogste in de Seveso-inrichting aanwezig is, het aantal personen dat binnen de Seveso-inrichting wordt blootgesteld aan het risico van een zwaar ongeval en een indicatie van de verdeling van het aantal personen over die Seveso-inrichting; zones die door een zwaar ongeval kunnen worden getroffen, als zij van belang zijn voor de veiligheid en gezondheid van de werknemers; de scenario’s per Seveso-installatie voor een mogelijk zwaar ongeval die bepalend zijn voor het intern noodplan; en de gevolgen die de beschrijving van de beschermingsmiddelen en interventiemiddelen heeft voor het intern noodplan. Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel 13.
Br + - - Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.30 Ob Sr + - - 4.19 aanhef en onder a, b, c en d 10, zevende lid en achtste lid Brzo 2015 (let op ook artikel 9 eerste en tweede lid Brzo 2015 als het gaat om bijwerken VR) Bijwerken VR/VR elke 5 jaar bezien en indien nodig bijwerken + VR bezien en indien nodig bijwerken na een zwaar ongeval en of op enig ander tijdstip bij nieuwe feiten en/of nieuwe technische kennis aangaande veiligheid Het veiligheidsrapport wordt bezien en zo nodig bijgewerkt: ten minste elke vijfjaar; na een zwaar ongeval in de Seveso-inrichting; om rekening te houden met nieuwe feiten of nieuwe technische kennis over veiligheid; of bij een wijziging als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c of d. Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel 13.
.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo 4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met 4.17 Ob Artikel 48 en 63 Wvr Br + + + Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.30 Ob art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow Artikel 48 zesde lid Wvr en art. 13.29 Ob Sr + + + 4.20 10 negende lid Brzo 2015 Onverwijld toezenden bijgewerkt(e delen van het) VR Een opgesteld of bijgewerkt veiligheidsrapport of deel daarvan wordt onverwijld verstrekt aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2. Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel 13.
.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo 4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met 4.17 Ob Artikel 48 en 63 Wvr Br + + + Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.30 Ob art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow Artikel 48 zesde lid Wvr en art. 13.29 Ob Sr + + + 4.21 8 Rrzo samenvoegen documenten Het preventiebeleid, het veiligheidsrapport en het veiligheidsdocument en gezondheidsdocument, bedoeld in artikel 2.42, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, kunnen worden samengevoegd in één document. Hier hangt geen haha bevoegdheid aan maar is opgenomen voor de volledigheid. nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt 4.22 eerste en tweede lid 11, eerste lid Brzo 2015 (let op aanwezig zijn komt niet meer terug) Intern noodplan (met inhoud die in bijlage IV van de Seveso-III-richtlijn is opgesomd) Met het oog op het beperken van de gevolgen van zware ongevallen is voor een hogedrempelinrichting een intern noodplan opgesteld en ingevoerd om: zware ongevallen in te dammen en te beheersen en de gevolgen ervan zoveel mogelijk te beperken; de maatregelen die nodig zijn uit te voeren tegen de gevolgen van zware ongevallen; en aan een ieder relevante gegevens en bescheiden te verstrekken. Het intern noodplan bevat de gegevens en bescheiden, bedoeld in bijlage IV bij de Seveso-richtlijn. Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel 13.
.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo 4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met 4.17 Ob Artikel 48 en 63 Wvr Br + +** +** Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.30 Ob art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow Sr + - - 4.22 derde en vierde lid 11, tweede lid Brzo 2015 Intern noodplan eens per drie jaar bezien en zo nodig bijwerken + inhoud Het intern noodplan wordt ten minste elke drie jaar beoordeeld en beproefd en zo nodig bijgewerkt. Als het intern noodplan wordt bijgewerkt, wordt rekening gehouden met de werkmethoden en productiemethoden die in de Seveso-inrichting worden toegepast, de veranderingen van technische en organisatorische aard bij de hulpverleningsorganisaties van de overheid en veranderingen in het veiligheidsinzicht die voor de risico’s van een zwaar ongeval belangrijke gevolgen kunnen hebben. Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel 13.
.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo 4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met 4.17 Ob Artikel 48 en 63 Wvr Br + +*** +*** Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.30 Ob art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow Sr + - - 4.23 eerste lid en tweede lid 10 elfde lid Brzo 2015 en 11, derde lid Brzo 2015 Voorleggen VR (of wijzigingen daarvan) aan ondernemingsraad dan wel personeelsvertegenwoordiging dan wel, bij het ontbreken daarvan, raadplegen belanghebbende werknemers voorafgaand aan toezending aan BG + Raadpleging werknemers/Overleg met werknemers, deskundigen en andere aanwezige werkgevers over noodplan Als een ondernemingsraad of een personeelsvertegenwoordiging ontbreekt, worden belanghebbende werknemers die werkzaam zijn in de Seveso-inrichting geraadpleegd: voordat het veiligheidsrapport of een gewijzigd deel daarvan aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, wordt verstrekt; en bij het opstellen van het intern noodplan of een gewijzigd deel daarvan. Over het intern noodplan of een gewijzigd deel daarvan worden ook geraadpleegd de werknemers van andere werkgevers die op basis van een langlopende overeenkomst tot aanneming van werk in de Seveso-inrichting werkzaam zijn. Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel 13.
Br + - - Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.30 Ob Sr + - - 4.23 derde lid 11, vierde lid Brzo 2015 en 10 twaalfde lid Brzo 2015 Op verzoek inzage geven/Exploitant moet zorgen dat door, de in dit artikellid, genoemde partijen kennis kan worden genomen van het intern noodplan + (Raadpleging werknemers en) inzage/Bieden van mogelijkheid tot kennisneming VR Op verzoek wordt inzage gegeven in het veiligheidsrapport en het intern noodplan aan: de werknemers; de bedrijfshulpverleners, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet; de externe hulpverleningsorganisaties, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder e, van de Arbeidsomstandighedenwet; de deskundige werknemers en andere deskundige personen, bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet; de deskundige personen, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet of een arbodienst als bedoeld in artikel 14a, eerste lid, van die wet; en de zelfstandige en de werkgever die zelf arbeid verricht in de Seveso-inrichting. Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel 13.
Br + - - Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.30 Ob Sr + - - 4.24 eerste en tweede lid (rest zijn de gegevens uit het Rrzo) 12, eerste lid Brzo 2015 (let op toegang tot de lijst is niet opgenomen) Artikel 4.24 (actuele lijst van de gevaarlijke stoffen)/ Stoffenlijst bijhouden van de gevaarlijke stoffen die aanwezig zijn Met het oog op het voorkomen van zware ongevallen en het beperken van de gevolgen ervan wordt voor een hogedrempelinrichting een actuele lijst bijgehouden van de aanwezige gevaarlijke stoffen en stoffen die op basis van aard of hoeveelheid een risico vormen. De lijst bevat gegevens over de aard, fysische vorm en hoeveelheid van de stoffen, bedoeld in het eerste lid. Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel 13.
.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo 4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met 4.17 Ob Artikel 48 en 63 Wvr Br + + + Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.30 Ob Artikel 48 zesde lid Wvr en art. 13.29 Ob art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow Sr + + + 4.24 derde en vierde lid 18 Rrzo (grondslag artikel 12, derde lid, Brzo 2015) Toegankelijkheid gegevens Bijhouden actuele lijst van de in de inrichting aanwezige gevaarlijke stoffen Voor de hulpverleningsdiensten van de overheid zijn per stof, bedoeld in het eerste lid, onverwijld toegankelijk de volgende gegevens: de chemische stofnaam of handelsnaam; de hoeveelheid die ten hoogste aanwezig is; het CAS-nummer of het veiligheidsinformatieblad; het VN-nummer; en het gevaarsidentificatienummer. Als de gegevens, bedoeld in het derde lid, onder c, d of e, niet bestaan, zijn, naast de gegevens, bedoeld in het derde lid, onder a en b, gegevens beschikbaar over het gevaar voor een explosie, een brand en een toxische wolk. Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel 13.
6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.30 Ob Artikel 48 zesde lid Wvr en art. 13.29 Ob Sr + - + 4.25 Bal en artikel 15 tweede lid Brzo 2015 Openbaarmaking gegevens/Verstrekken aangepast Veiligheidsrapport bij toepassing 19.3 eerste lid, eerste volzin Wm Artikel 4.25 (openbaarmaking van gegevens) Als gegevens als bedoeld in artikel 19.3, eerste lid, laatste zin, van de Wet milieubeheer worden aangewezen: de lijst, bedoeld in artikel 4.5, eerste lid, onder c; de lijst, bedoeld in artikel 4.24, eerste lid; en het veiligheidsrapport, bedoeld in artikel 4.14, eerste lid. Als ten aanzien van het veiligheidsrapport toepassing is gegeven aan artikel 19.3, eerste lid, eerste zin, van de Wet milieubeheer, wordt een aangepast veiligheidsrapport verstrekt, dat ten minste algemene gegevens en bescheiden over risico’s van zware ongevallen en de mogelijke gevolgen voor de gezondheid en het milieu bij een zwaar ongeval bevat. Wanneer een aangepast veiligheidsrapport is verstrekt waaruit de beschrijving van bepaalde stoffen is weggelaten, worden die stoffen niet vermeld op de lijst, bedoeld in artikel 4.5, eerste lid, onder c. Art. 18.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo 4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met 4.17 Ob Br - + - art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow Sr - + - 4.26 7, derde lid Brzo 2015 Overgangsrecht preventiebeleid/ Termijnen opstellen preventiebeleid Het preventiebeleid, bedoeld in artikel 4.10, is opgesteld binnen een jaar nadat artikel 4.10 van toepassing is geworden op de Seveso-inrichting, tenzij: dat artikel van toepassing is geworden omdat de Seveso-inrichting in werking wordt gesteld of omdat de hoeveelheid gevaarlijke stoffen die aanwezig is, wijzigt; of de Seveso-inrichting voor inwerkingtreding van dit besluit een inrichting als bedoeld in het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 was. Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel 13.
.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo 4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met 4.17 Ob Br + + - Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.30 Ob art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow Sr + + - 4.27 10, vierde lid Brzo 2015 Overgangsrecht VR/Termijnen opstellen en indienen VR Het veiligheidsrapport, bedoeld in artikel 4.14, eerste lid, is opgesteld binnen tweejaar nadat artikel 4.14 van toepassing is geworden op de Seveso-inrichting, tenzij: dat artikel van toepassing is geworden omdat de Seveso-inrichting in werking wordt gesteld of omdat de hoeveelheid gevaarlijke stoffen die aanwezig is, wijzigt; of de Seveso-inrichting voor inwerkingtreding van dit besluit een hogedrempelinrichting als bedoeld in het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 was. Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel 13.
.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo 4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met 4.17 Ob Artikel 48 en 63 Wvr Br + + + Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.30 Ob art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow Sr + + - 4.28 11, vijfde lid Brzo 2015 Overgangsrecht/Termijnen opstellen intern noodplan Het intern noodplan, bedoeld in artikel 4.22, eerste lid, is opgesteld en ingevoerd binnen tweejaar nadat artikel 4.22 van toepassing is geworden op de Seveso-inrichting, tenzij: dat artikel van toepassing is geworden omdat de Seveso-inrichting in werking wordt gesteld of omdat de hoeveelheid gevaarlijke stoffen die aanwezig is, wijzigt; of de Seveso-inrichting voor inwerkingtreding van dit besluit een hogedrempelinrichting als bedoeld in het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 was. Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel 13.
Br + +*** +*** Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.30 Ob Sr + - - * In de tabel zoals deze is opgenomen in de Landelijke Handhavingsstrategie Brzo 1999 stond aangegeven dat de veiligheidregio’s hierop konden handhaven. Hierbij is aangegeven dat deze bevoegdheid weliswaar niet blijkt uit de nota van toelichting maar dat de veiligheidsregio’s ervan uitgaan dat het toezicht op en de handhaving van met name het VBS een taak is in het kader van de rampenbestrijding. De praktijk wijst echter uit dat dit een te ruime interpretatie is van de handhavingsmogelijkheden van de veiligheidsregio’s. Weliswaar leveren het PBZO en het VBS informatie op waarmee de voorbereiding op de rampenbestrijding kan worden verbeterd maar dit impliceert niet dat de veiligheidsregio zelfstandig handhavend kan optreden ten aanzien van het PBZO en het VBS. Gelet hierop is in de versie van de tabel n.a.v. het Brzo 2015 de “+” gewijzigd in een “-“. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat tijdens een inspectie uiteraard informatie mag worden gevraagd die van belang is voor een adequate voorbereiding op de rampenbestrijding en crisisbeheersing en om de volledigheid en juistheid van de ingediende informatie te controleren. Het kan hierbij ook gaan om gegevens uit het VBS of het PBZO. Het verlangen van informatie is immers een bevoegdheid die voortvloeit uit artikel 48 Wvr. Als deze informatie niet wordt overgelegd of onvolledig wordt overgelegd is sprake van een overtreding van artikel 48 Wvr. Daarnaast zal het VBS de borging van maatregelen uit de bedrijfsbrandweeraanwijzing verder moeten verbeteren, indien daarin ten aanzien van dit aspect onvolkomenheden worden geconstateerd kan de bedrijfsbrandweeraanwijzing als grondslag voor de handhaving dienen. **onder het Brzo’99 was dit opgenomen in artikel 22 eerste lid. Dit artikel was volgens de toelichting gebaseerd op de Arbeidsomstandighedenwet. In het Brzo 2015 is dit in gewijzigde vorm in artikel 11, eerste lid, opgenomen. In artikel 22 was destijds opgenomen dat het intern noodplan moest worden opgesteld voor de binnen de inrichting ten uitvoer te leggen maatregelen gericht op het beperken en beheersen van zware ongevallen en de gevolgen ervan voor de werknemers. In artikel 11 eerste lid is daaraan toegevoegd “het milieu en de zaken, genoemd in artikel 10, tweede lid, onderdeel c, en voor de externe communicatie ter zake wanneer zich een zwaar ongeval voordoet”. Gelet op deze toevoegingen moeten dus ook de beperkingsmaatregelen voor het milieu in het intern noodplan zijn opgenomen en moeten maatregelen met betrekking tot de externe communicatie zijn opgenomen. Indien deze maatregelen ontbreken c.q. onvolledig zijn kan het Wabo BG respectievelijk de veiligheidsregio op deze aspecten handhaven. Voor de overige aspecten van het intern noodplan blijft Inspectie SZW de handhavende partij. In het Bal is de toevoeging milieu en externe communicatie niet meer expliciet opgenomen maar gelet op de omschrijving in het eerste lid van artikel 4.22 Bal omvat het noodplan maatregelen in het kader van milieu en rampenbestrijding en over het verstrekken van gegevens. Gelet hierop blijft het hiervoor gestelde van kracht t.a.v. artikel 4.22 eerste lid Bal. Indien deze maatregelen ontbreken c.q. onvolledig zijn kan het BG Omgevingswet respectievelijk de veiligheidsregio op deze aspecten handhaven naast Inspectie SZW. *** Hetgeen hierboven onder ** is gesteld t.a.v. het intern noodplan geldt ook voor het derde en vierde lid van artikel 4.22 en voor artikel 4.28 Bal (driejaarlijks bezien en indien nodig bijwerken van intern noodplan en termijn voor het opstellen van het intern noodplan) **** Hoofdstuk 17 Wm blijft ook van toepassing en hierop kan het bevoegd gezag Omgevingswet handhaven in geval van het niet (juist) melden. Toelichting bij de tabel Op grond van artikel 5:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bestaat er uitsluitend een bevoegdheid om bestuursrechtelijk te handhaven als deze bevoegdheid is vastgelegd in een wet in formele zin buiten de Awb. Paragraaf 4.2 van het Bal is net als het Brzo 1999 en 2015 gebaseerd op de Arbeidsomstandighedenwet (Arbo-wet), de Omgevingswet (Ow) (voorheen Wet milieubeheer) en de Wet veiligheidsregio’s (Wvr). De bestuursorganen die bevoegd zijn op grond van deze drie onderliggende wetten, kunnen op paragraaf 4.2 van het Bal handhaven. In de nota van toelichting, Staatsblad 1999, nr. 234 en de nota van toelichting, Staatsblad 2006, nr. 417, is per artikel(lid) van het Brzo aangegeven op welke formele wet(ten) het desbetreffende artikel berust. In de Nota van Toelichting op het Brzo 2015 (Staatsblad 2015, 272) was nog slechts in algemene bewoordingen opgenomen welke artikelen op welke wetgeving gebaseerd waren9Interne veiligheidscomponent door de Nederlandse Arbeidsinspectie, Externe veiligheidscomponent en milieu door het milieu- bevoegd gezag, Informatievoorziening t.b.v. rampenbestrijding door de betrokken veiligheidsregio. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het Brzo opgegaan in paragraaf 4.2 van het Bal. Ook in het Bal wordt niet nader gespecificeerd welk artikel op welke wetgeving is gebaseerd. Gelet op de wetsgeschiedenis zoals hiervoor omschreven valt echter wel te achterhalen welk artikel op welke wetgeving is gebaseerd. Deze hele geschiedenis is gebruikt voor de tabel in Bijlage A dat de bevoegdheidsverdeling per artikel(lid) van paragraaf 4.2 van het Bal geeft. Uit de tabel kan worden afgeleid welke bestuursorganen bevoegd zijn voor de handhaving van de verschillende artikelen van het Bal. Wettelijke grondslag handhavingsbevoegdheden Hieronder is per bestuursorgaan aangegeven wat de wettelijke grondslag is voor de bestuursrechtelijke en de strafrechtelijke handhaving. Deze grondslagen moeten vermeld worden in de bestuursrechtelijke sancties. Nederlandse Arbeidsinspectie In artikel 13.30 Omgevingsbesluit is bepaald dat het handelen of nalaten in strijd met het krachtens artikel 6, eerste lid, tweede zin, van de Arbeidsomstandigenhedenwet in de artikelen 4.4, 4.5, eerste en derde lid, 4.6, eerste lid, 4.7, 4.9 tot en met 4.15, 4.18, 4.19, 4.20, 4.22, 4.23, 4.24, 4.26, 4.27 en 4.28 van het Bal bepaalde een strafbaar feit is als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet. Deze artikelen van het Bal kan de NLA dus strafrechtelijk handhaven. In artikel 13.27, eerste lid Omgevingsbesluit worden bovenstaande artikelen m.u.v. 4.9, derde lid Bal aangemerkt als overtredingen ter zake waarvan een bestuurlijke boete kan worden opgelegd door de NLA. Artikel 13.30 Omgevingsbesluit regelt de bevoegdheid voor het opleggen van een last onder bestuursdwang voor alle betreffende artikelen uit het Bal. Bevoegd gezag Het bevoegd gezag (Ow) kan de artikelen 4.5, 4.6 eerste lid, 4.8 tweede lid, 4.9 t/m 4.13, 4.14 tweede en derde lid, 4.15, 4.16, 4.19, 4.20, 4.24 eerste en tweede lid, 4.25 t/m 4.27 van het Bal zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk handhaven. De bevoegdheid tot bestuursrechtelijke handhaving vloeit voort uit de artikelen 18.2, lid 1 Ow en de artikelen 4.13 jo 4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met 4.17 Ob. De bevoegdheid tot strafrechtelijke handhaving is gebaseerd op de Wet op de economische delicten (Wed) waarin het handelen in strijd met voorschriften gesteld krachtens artikel 4.3 van de Omgevingswet in samenhang met paragraaf 4.2 van het Bal, is aangewezen als economisch delict (zie artikel 1a, onder 1 Wed). Bestuur veiligheidsregio Het bestuur van de veiligheidsregio is bevoegd om de artikelen 4.5 eerste, derde en vierde lid, 4.6 eerste lid, 4.13, 4.14, 4.15, 4.16 eerste lid onder a, b, e en f en tweede lid, 4.17, 4.19, 4.20, 4.22, 4.24, 4.27, 4.28 van het Bal te handhaven. De handhavingsbevoegdheid is gebaseerd op artikel 63 juncto artikel 48 van de Wvr in samenhang met het desbetreffende artikel van het Bal. Paragraaf 4.2 van he Bal is namelijk een AMvB die o.a. een nadere uitwerking geeft aan de verplichting van artikel 48 Wvr (verplichting tot het verschaffen van informatie). Uit artikel 63 Wvr vloeit voort dat de handhavingsbevoegdheid is beperkt tot Seveso-inrichtingen waarvoor een rampbestrijdingsplan moet worden opgesteld. Concreet gaat het dan om hogedrempel-inrichtingen. Op artikel 4.9 Bal kan door het bestuur van de veiligheidsregio niet worden gehandhaafd. Dit artikellid geeft namelijk geen nadere uitwerking aan artikel 48 Wvr (verschaffen van veiligheidstechnische gegevens). In de tabel is dan ook een minnetje opgenomen bij dit artikellid. De bevoegdheid om strafrechtelijk te handhaven is beperkt tot de artikelen 4.14, 4.15, 4.17, 4.19, 4.20 en 4.24. Dat vloeit voort uit artikel 1a, onder 1°, van de Wet op de economische delicten in samenhang met artikel 13.28 van het Omgevingsbesluit. Afspraken over inzet handhaving Uit het overzicht blijkt dat voor een aantal artikelen van paragraaf 4.2 Balmeer dan één bestuursorgaan bevoegd is tot bestuursrechtelijke handhaving. Per geval zullen de bevoegde bestuursorganen moeten afstemmen wie een bestuursrechtelijk handhavingsmiddel oplegt voor een bepaalde overtreding. Op grond van de Awb is het namelijk niet toegestaan om voor dezelfde overtreding tegelijkertijd twee of meer bestuursrechtelijke sancties toe te passen. BijlageB: Begrippen en gebruikte afkortingen Begrippen Waarschuwingsbrief Een brief waarin aan de overtreder wordt gevraagd (de gevolgen van) een overtreding ongedaan te maken binnen een in de brief genoemde termijn en waarin ook wordt gemeld, dat een specifiek handhavingsinstrument kan worden ingezet als binnen de gestelde termijn geen gehoor is gegeven aan het verzoek om (de gevolgen van) een overtreding ongedaan te maken. Handhaving In deze nota wordt onder handhaving verstaan de handhaving in enge zin zoals door de Inspectieraad in hun begrippenkader is opgenomen. Handhaving in enge zin is een vorm van het toepassen van of dreigen met dwang in geval van geconstateerde niet-naleving gericht op een individueel geval. Er wordt daarbij wel gesproken van repressieve handhaving. Het is te onderscheiden in strafrechtelijke handhaving en bestuursrechtelijke handhaving. Het doel van de inzet van handhaving in dit kader is: het beëindigen van de ongewenste situatie; het bestraffen van de overtreding, en het voorkomen van herhaling in de toekomst. De bestuursrechtelijke handhaving heeft betrekking op het toepassen of dreigen met dwang die door het bestuur wordt ingezet en in zijn geheel via het bestuursrecht wordt afgedaan. De strafrechtelijke handhaving wil zeggen dat bij niet-naleving een proces-verbaal wordt opgemaakt voor de Officier van Justitie met als doel het nemen van strafvorderlijke beslissingen. Dit gebeurt al dan niet na een door het bestuur ingezette dreiging met dwang. Handhavingsinstrument Om dwang toe te passen of te dreigen met dwang worden zogenaamde handhavingsinstrumenten ingezet. Deze worden schriftelijk ingezet, dan wel na een concrete actie of bevel schriftelijk bevestigd. In deze strategie zijn als handhavinginstrument te beschouwen: de waarschuwing, de eis tot naleving, de last onder dwangsom, de last onder bestuursdwang, de bestuurlijke boete, de stillegging, het exploitatieverbod onder dwangsom en het proces-verbaal. Gebruikte afkortingen AMvB Algemene maatregel van bestuur Awb Algemene wet bestuursrecht Bal Besluit activiteiten leefomgeving BOA Buitengewoon opsporingsambtenaar BG Bevoegd gezag Br Bestuursrecht Brzo Besluit risico’s zware ongevallen Bvr Besluit veiligheidsregio’s LAT RB Landelijke Aanpak Toezicht Risicobeheersing Bedrijven LBR Landelijke Benadering Risicobedrijven NIM Nieuwe inspectiemethodiek NLA Nederlandse Arbeidsinspectie Ob Omgevingsbesluit OM Openbaar Ministerie Ow Omgevingswet PBZO Preventiebeleid zware ongevallen Seveso Seveso-richtlijn: Richtlijn 2012/18/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, houdende wijziging en vervolgens intrekking van Richtlijn 96/82/EG van de Raad (PbEU 2012, L 197) Sr Strafrecht SZW Sociale Zaken en Werkgelegenheid VBS Veiligheidsbeheerssysteem VR Veiligheidsrapport Vregio Veiligheidsregio Wabo Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wed Wet economische delicten Wm Wet milieubeheer Wvr Wet veiligheidsregio’s
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.