Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2025Hoofdstuk1Inleiding Deze ‘Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2025’ is een aangepaste versie van de ‘Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2024’. De aanleiding om deze verordening vast te stellen was het Beleidsplan sociaal domein Terneuzen 2022-
(2020)op basis van het langjarige gemiddelde is dat iemand één keer per tien jaar verhuist. U moet dan wel voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.4.1 van deze verordening. We kunnen nadere regels vaststellen. 5.3.2Een schone en leefbare woning Wmo 2015 Wij zorgen ervoor dat u ondersteuning kunt krijgen als u als gevolg van een beperking uw woning niet schoon en leefbaar kunt houden. U moet daarbij voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 1.2.1 Wmo 2015 en artikel 2.4.1 van deze verordening. Het doel van hulp in de huishouding is een schoon en leefbaar huis. Een schoon en leefbaar huis houdt in dat de woning opgeruimd en functioneel is. De woning moet schoon zijn volgens algemeen gebruikelijke hygiënische normen. Hiermee willen we een algemeen aanvaardbaar basisniveau voor een schoon en leefbaar huis bereiken. Zo moet iedereen in de leefeenheid gebruik kunnen maken van een schone woonkamer, slaapkamer, keuken, douche/toilet en gang. De ondersteuning houdt in dat de woonkamer, slaapkamer, keuken, badkamer en de gang(
- en)tussen die ruimten voor zover nodig regelmatig schoongehouden worden. Daarbij hanteren wij een geobjectiveerd normenkader. De ondersteuning kan ook zijn: het aanbrengen van structuur in de huishouding; het doen van boodschappen; het zorgen voor eten en drinken; het wassen, drogen van kleding, bedden- en linnengoed. Als er in uw huishouden minderjarige kinderen zijn, dan kan de ondersteuning ook bestaan uit het overnemen van de gebruikelijke zorg voor deze kinderen. Deze hulp geven wij alleen om de periode tot er andere hulp is te overbruggen. We kunnen nadere regels vaststellen. 5.3.3Beschermd wonen Wmo 2015 Als u een maatwerkvoorziening in de vorm van beschermd wonen nodig heeft, gelden de regels die zijn vastgelegd in de ‘Integrale verordening Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning gemeente Vlissingen 2024’. De gemeenteraad van Vlissingen heeft deze verordening vastgesteld op 14 december 2023. Dit gaat om inwoners met psychische of psychosociale problemen die problemen hebben met zelfstandig wonen. Doel van de maatwerkvoorziening is te voldoen aan de behoefte aan beschermd wonen. Maar ook om ervoor te zorgen dat u zo snel mogelijk weer op eigen kracht meedoet in de samenleving. 5.4Meedoen aan de samenleving 5.4.1 Verplaatsen in en om de woning Wmo 2015 Wij zorgen ervoor dat u een maatwerkvoorziening kunt krijgen als u zich vanwege een beperking niet voldoende kunt verplaatsen in en om uw woning. U moet wel voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.4.1 van deze verordening. Een maatwerkvoorziening houdt in dat u een hulpmiddel kunt krijgen dat geschikt is voor dagelijks zittend gebruik. We kunnen nadere regels vaststellen. 5.4.2Verplaatsen dichtbij huis Wmo 2015 Als u vanwege een beperking in mobiliteit onvoldoende mogelijkheden heeft om in uw omgeving contact met anderen te hebben, kunnen wij een maatwerkvoorziening geven. U moet wel voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.4.1 van deze verordening. Als het nodig is helpen wij u bij het vervoer dicht bij de woning. De hulp kan bestaan in het aanbieden van: de mogelijkheid om te reizen met collectief taxivervoer indien u geen gebruik kunt maken van het openbaar vervoer. een scootmobiel, of het gebruikmaken van een ander vervoermiddel. Het moet gaan om: het verplaatsen rondom de woning; het verplaatsen over een langere afstand vanaf de woning; of het vervoer naar de plek waar u deelneemt aan een activiteit van de gemeente om de dag in te vullen. We beschikken als gemeente over twee algemene voorzieningen te weten: collectief vraagafhankelijk vervoer en een scootmobielpool. Deze voorzieningen zijn voorliggend. Wij kijken altijd eerst naar een oplossing binnen een algemene voorziening; We kunnen nadere regels vaststellen. 5.5Mantelzorg 5.5.1 Ondersteuning mantelzorger Wmo 2015 Wij zorgen ervoor dat u een maatwerkvoorziening kunt krijgen als u niet meer in staat bent om de mantelzorg vol te houden. Dit doen we als u mantelzorg geeft in een situatie waarin steeds toezicht nodig is. Een maatwerkvoorziening houdt in dat een professional de mantelzorg kan overnemen 5.5.2Mantelzorgwaardering Wmo 2015 Wij waarderen de inzet van u als mantelzorger voor inwoners met een beperking. Daarom stellen wij jaarlijks een vorm van mantelzorgwaardering vast. Het doel van de mantelzorgwaardering is om het belang van mantelzorgers voor de samenleving te onderstrepen. De mantelzorgwaardering kan verschillen van vorm. We kunnen nadere regels vaststellen. 5.5.3Voorwaarden mantelzorgwaardering Wmo 2015 Een inwoner die mantelzorg ontvangt kan een vorm van mantelzorgwaardering aanvragen. Dit zijn de voorwaarden: De mantelzorger verleent de hulp minimaal acht uur per week gedurende drie maanden onafgebroken. De mantelzorger is iemand die geen betaalde hulp aan de inwoner geeft. We keren per huishouden maar één mantelzorgwaardering uit. Wij hebben een formulier waarmee u de mantelzorgwaardering kunt aanvragen. Wij kunnen nadere regels vaststellen. Hoofdstuk6De vorm van de ondersteuning Als wij u ondersteunen, kan dat in verschillende vormen. In dit hoofdstuk vindt u de regels daarvoor. Wij kunnen ondersteuning bieden in de vorm van een dienst, zoals hulp in de huishouding of individuele begeleiding. Maar we kunnen u ook ondersteunen met behulp van een hulpmiddel, zoals bijvoorbeeld een rolstoel. Een uitkering of minimaregeling noemen wij ondersteuning in de vorm van geld. Onder ondersteuning valt ook het persoonsgebonden budget (pgb). Dit is geld waarmee u zelf de ondersteuning inkoopt die u nodig heeft. Ondersteuning in natura is ondersteuning die u van een instelling of professional krijgt die een contract heeft met de gemeente. Wij bieden u de ondersteuning die noodzakelijk is om uw situatie te verbeteren. 6.1Ondersteuning in natura Jeugdwet,Wmo 2015 Als u in aanmerking komt voor ondersteuning, krijgt u deze ondersteuning in natura. Wij kunnen de ondersteuning ook op een andere manier geven, als dit in de wet of in deze verordening staat. Als u in aanmerking komt voor een hulpmiddel, dan verstrekken we dit in bruikleen of in eigendom. Wij zorgen ervoor dat de leverancier van het hulpmiddel u helpt om dit hulpmiddel goed te kunnen gebruiken. Wij zorgen ervoor dat de leverancier van het hulpmiddel de wettelijke bepalingen over de garantie nakomt. De leverancier vertelt u alles wat belangrijk is om te weten over het hulpmiddel dat u krijgt. We kunnen nadere regels vaststellen. 6.2Persoonsgebonden budget (pgb) 6.2.1 Voorwaarden Jeugdwet, Wmo 2015 In plaats van ondersteuning in natura kunt u een persoonsgebonden budget (pgb) krijgen. U moet wel voldoen aan de voorwaarden die de Wmo 2015, de Jeugdwet en deze verordening stellen. Als u een pgb wilt, kunt u of iemand anders de taken die bij het pgb horen, uitvoeren. Wij kennen een pgb alleen toe als wij vinden dat u of uw budgetbeheerder in staat is uw belangen voldoende te behartigen. De budgetbeheerder moet de taken die bij het pgb horen op een verantwoorde manier kunnen uitvoeren. De budgetbeheerder is verplicht om mee te werken aan de beoordeling van zijn pgb-vaardigheden als wij daar om vragen. Het pgb kan niet worden beheerd door een administratiekantoor. Met een pgb kunt u zelf ondersteuning inkopen. U mag het pgb echter niet gebruiken voor alle kosten die daarmee te maken hebben. U mag het pgb niet gebruiken voor: kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers; het voeren van een pgb-administratie; ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb-administratie; kosten voor een feestdagenuitkering aan de hulpverlener(s); reiskosten van de hulpverlener; en kosten voor vervoer, als u zelf gebruik kunt maken van de regiotaxi of een andere vervoersregeling. U maakt een plan voor de besteding van het pgb. Dit is het pgb-plan. In het pgb-plan schrijft u onder andere welke ondersteuning u met het pgb wilt betalen en wie de ondersteuning gaat geven. Wij moeten het plan goedkeuren alvorens het pgb te kunnen vaststellen in een besluit. Wij stellen een pgb vast waarmee u veilige, doeltreffende en kwalitatief goede ondersteuning kunt inkopen. Nadat het pgb is toegekend moet u of uw beheerder met de hulpverlener een zorgovereenkomst sluiten. Deze zorgovereenkomst moet gebaseerd zijn op ons besluit. Wij kunnen, als wij dit nodig vinden, periodiek met u het pgb en het beheer ervan evalueren. Wij kunnen u verzoeken, in de situatie dat u het pgb niet zelf beheert, om de pgb-beheerder niet bij dit gesprek uit te nodigen. U kunt in voorkomende gevallen desgewenst een beroep doen op een onafhankelijk cliëntondersteuner. We kunnen nadere regels vaststellen. 6.2.2Professionele en niet-professionele hulp Jeugdwet, Wmo 2015 Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb maken we onderscheid tussen professionele en niet-professionele hulp. We spreken van professionele hulp als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van bloed- en aanverwanten in de 1e of 2e graad: iemand die in dienst is van een instelling of bedrijfsmatig hulp verleent en ingeschreven staat in het Handelsregister, of iemand die als zelfstandige beroepsmatig de hulp verleent en ingeschreven staat in het Handelsregister. U mag het pgb besteden aan hulp die wordt gegeven door een professionele hulpverlener, als deze persoon voldoet aan de volgende voorwaarden. Deze persoon: moet de diploma’s hebben die nodig zijn om de hulp te kunnen geven; heeft een originele verklaring omtrent het gedrag (VOG) die niet ouder is dan drie maanden voorafgaand aan de datum van de aanvraag; moet als hij jeugdhulp biedt, aantonen dat hij de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling gebruikt en dat hij SKJ of BIG geregistreerd is. Van niet-professionele hulp is sprake als: de hulp geboden wordt door personen, al dan niet uit het sociaal netwerk, die niet voldoen aan de criteria genoemd in lid 2; de hulp geboden wordt door personen die voldoen aan de criteria genoemd in lid 2, maar bloed- of aanverwanten zijn in de 1e of 2e graad. U mag het pgb besteden aan hulp die wordt gegeven door een niet-professionele hulpverlener, als deze persoon voldoet aan de volgende voorwaarden. Deze persoon: heeft gemotiveerd aangegeven dat de ondersteuning niet tot overbelasting leidt; is in staat om de ondersteuning te bieden die voldoet aan de kwaliteitseisen die gelden voor die ondersteuning op grond van de Wmo 2015 of de Jeugdwet; heeft een originele verklaring omtrent het gedrag (VOG) die niet ouder is dan drie maanden voorafgaand aan de datum van de aanvraag. We kunnen nadere regels vaststellen. 6.2.3Hoogte en tarief pgb Jeugdwet, Wmo 2015 Het pgb voor een hulpmiddel is niet hoger dan de volledige kostprijs van het hulpmiddel en is niet hoger dan de goedkoopst passende voorziening.Als het bedrag dat u de hulpverlener uit het pgb gaat betalen hoger is dan de goedkoopst passende voorziening, betaalt u de meerkosten zelf. Bij het bepalen van de hoogte van het pgb voor het inkopen van ondersteuning hanteren wij de volgende regels: Als een professionele hulpverlener de hulp gaat bieden is het pgb 75 procent van de kostprijs voor hulp in natura. Als een niet-professionele hulpverlener de hulp gaat bieden, is het pgb: voor huishoudelijke hulp: het uurloon dat hoort bij de hoogste periodiek van de dan geldende cao VVT, vermeerderd met vakantietoeslag en de tegenwaarde van verlofuren; voor begeleiding; het uurloon dat hoort bij de hoogste periodiek van FWG 30 van de dan geldende cao VVT, vermeerderd met vakantietoeslag en de tegenwaarde van verlofuren. Gaat het om een hulpmiddel, dan houden we bij de hoogte van het pgb rekening met een reële termijn voor de technische afschrijving. Maar we houden ook rekening met de onderhouds- en verzekeringskosten. Als u een pgb krijgt voor beschermd wonen, dan gelden de regels die zijn vastgelegd in de ‘Integrale verordening Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning gemeente Vlissingen 2024’. De gemeenteraad van Vlissingen heeft deze verordening vastgesteld op 14 december 2023. Voor een pgb voor woningaanpassingen stellen wij een document op waarin de eisen staan waaraan een woningaanpassing moet voldoen. Dit heet het programma van eisen. Aan de hand van dit document vraagt u twee offertes op. Wij bepalen aan de hand van deze offertes de hoogte van het pgb. Wij stellen het pgb voor hulpmiddelen als volgt vast: de hoogte van het pgb is gelijk aan de huurprijs die wij betalen voor een vergelijkbaar middel bij zorg in natura. De hoogte van het pgb is maximaal de huurprijs van 7 jaar. Tenzij de situatie verandert waardoor het hulpmiddel niet meer passend is. In deze prijs zitten ook de kosten voor onderhoud, verzekering en reparatie van het hulpmiddel. 6.2.4Verantwoording pgb Jeugdwet, Wmo 2015 Wij kunnen u op elk moment vragen om duidelijk te maken hoe u het pgb heeft besteed. Wij kunnen u ook vragen welke resultaten de ondersteuning voor u heeft gehad. De budgetbeheerder zal daarom een duidelijke en volledige administratie moeten bijhouden. U mag uit het pgb alleen ondersteuning betalen die de hulpverlener ook daadwerkelijk heeft geleverd. 6.3Ondersteuning in geld Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ In de wetten en in deze verordening staat wanneer u ondersteuning kunt krijgen in de vorm van geld. Ondersteuning in de vorm van geld hoeft u meestal niet terug te betalen. U moet het geld wel terugbetalen: als dat in de wet staat, als het in deze verordening staat, Nadat wij een besluit hebben genomen over de betaling, ontvangt u het geld zo spoedig mogelijk. Wij betalen het geld via uw rekeningnummer. Maar het kan ook op het rekeningnummer van uw gemachtigde, bijvoorbeeld uw bewindvoerder. Als dit niet lukt dan kunnen wij het geld op een andere manier betalen. Wij kunnen besluiten om het geld niet te betalen, maar te verrekenen met een bedrag dat u nog moet terugbetalen aan de gemeente. Dat is een verrekening van een vordering. Wij kunnen dit alleen doen als dit volgens de wettelijke regels kan. En het moet gaan om een vordering op grond van een van de wetten waarover deze verordening gaat. 6.4Wat is de eigen bijdrage? Wmo 2015 U betaalt een eigen bijdrage in de kosten voor een maatwerkvoorziening. We passen daarbij de wettelijke regels van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 toe. Een bijdrage in de kosten is nooit hoger dan: Het bedrag dat betaald moet worden op grond van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 of De kostprijs van de voorziening als deze lager is dan het bedrag dat u volgens het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 zou moeten betalen. De duur van de eigen bijdrage hangt af van de soort voorziening. Voor hulpverlening vragen wij een eigen bijdrage voor zolang de indicatie duurt. Voor voorzieningen die in bruikleen worden verstrekt, vragen wij een eigen bijdrage zolang de voorziening aan u is verstrekt. Voor een drempelhulp vragen wij een eigen bijdrage totdat de kostprijs is voldaan. Voor een roerende voorziening die wij in eigendom verstrekken, vragen wij een eigen bijdrage totdat de kostprijs is voldaan. Voor een bouwkundige of woontechnische aanpassing vragen wij een eigen bijdrage totdat u de kostprijs heeft voldaan. Er is slechts één eigen bijdrage per huishouden verschuldigd. Als u gebruik maakt van intramuraal beschermd wonen (hulp in natura) betaalt u een inkomensafhankelijke bijdrage. Er geldt geen eigen bijdrage: als u of uw partner/echtgenoot al een bijdrage in de kosten van beschermd wonen moet betalen; voor niet AOW-gerechtigde meerpersoonshuishoudens; voor een minderjarige, met uitzondering van woningaanpassingen; voor een rolstoel; voor een algemene voorziening; als uw inkomen lager is dan 120 procent van de voor u van toepassing zijnde uitkeringsnorm. Voor het collectief vraagafhankelijk vervoer (CVV) geldt een eigen bijdrage per kilometer en een starttarief. Hoofdstuk7Afspraken tussen inwoner en gemeente 7.1De rol van de inwoner Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Gemeentewet, Awb U bent in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het oplossen van uw probleem. Wij vullen de mogelijkheden van u en uw sociale netwerk aan als dat nodig is. U zorgt voor het volgende: U zet eerst de eigen mogelijkheden in voordat u hulp vraagt aan de gemeente. Als wij hulp verlenen werkt u mee aan de oplossing van uw probleem. U zorgt ervoor dat de hulp van de gemeente niet langer duurt dan nodig is. U werkt mee zodat snel duidelijk is op welke manier we uw probleem zo snel mogelijk kunnen oplossen. Dat betekent het volgende: U informeert de gemeente zo snel en zo volledig mogelijk. Het gaat dan over alles wat belangrijk is voor het beoordelen van uw hulpvraag, uw persoonlijke situatie en uw rechten en plichten. We ontvangen alle documenten en bewijsstukken die we nodig hebben zo snel mogelijk van u. U brengt ons zo snel mogelijk op de hoogte van uw beperkingen, als die van belang zijn in het contact met ons. 7.2Afspraken en verplichtingen 7.2.1 Afstemming op houding en gedrag van de inwoner PW, IOAW, IOAZ, Awb Wij kunnen uw uitkering verlagen, als u zich niet aan afspraken en verplichtingen houdt. Als wij uw uitkering verlagen, laten wij u weten: waarom wij uw uitkering verlagen; hoelang wij uw uitkering verlagen; met hoeveel procent wij uw uitkering verlagen of om welk bedrag het gaat; en als dat van toepassing is, waarom wij hiervan afwijken. Als wij een beslissing nemen om uw uitkering te verlagen, houden wij rekening met: hoe ernstig uw gedrag is; of u er iets aan kunt doen (valt u iets te verwijten?); uw persoonlijke situatie. Voordat wij uw uitkering verlagen, geven wij u de mogelijkheid om uw reactie te geven. Wij kunnen besluiten om u niet de gelegenheid te geven een reactie te geven zoals bedoeld in lid 4. Dit doen wij als: er sprake is van spoed en er dus geen tijd voor is; u al eerder uw reactie heeft kunnen geven en de feiten en omstandigheden sindsdien niet zijn veranderd; wij uw reactie niet nodig hebben om te oordelen over uw gedrag of dat u iets te verwijten valt; of u zelf aangeeft dat u geen reactie wilt geven. 7.2.2Geen schuld en verlaging PW, IOAW, IOAZ, Awb We passen geen verlaging toe als u er niets aan kunt doen of als er sprake is van een dringende reden. 7.2.3Ingangsdatum en periode verlaging PW, IOAW, IOAZ, Awb Wij verlagen uw uitkering of bijzondere bijstand over de kalendermaand nadat dit gedrag heeft plaatsgevonden. Wij kunnen uw uitkering ook verlagen over de kalendermaand na de maand waarop wij hierover een besluit hebben genomen. Dat kan als we de uitkering over die periode al hebben uitbetaald. Wij houden hierbij rekening met de op dat tijdstip geldende uitkeringsnorm. Wij kunnen uw uitkering ook met terugwerkende kracht verlagen over de periode waarop uw gedrag betrekking heeft gehad of heeft plaatsgevonden. Dit kan op het moment dat we lid 1 van dit artikel niet kunnen toepassen, omdat we de uitkering hebben beëindigd of ingetrokken. Dit kan zo lang wij de uitkering nog niet hebben uitbetaald. Wij kunnen uw uitkering verlagen met ingang van de ingangsdatum van uw uitkering. Dit kan in afwijking van lid 1 van dit artikel. Dit kan op het moment dat uw gedrag heeft plaatsgevonden in de periode tussen de uitkeringsaanvraag en het besluit op die aanvraag. 7.2.4Berekening verlaging PW, IOAW, IOAZ, Awb De verlaging is een percentage van de voor u geldende uitkeringsnorm. Als u maandelijks bijzondere bijstand ontvangt, kunnen wij deze bijstand met een percentage verlagen. We kunnen nadere regels vaststellen. 7.2.5Niet nakomen arbeidsverplichtingen PW, IOAW, IOAZ, Awb Wij verlagen uw uitkering voor een maand met 10 procent van de uitkeringsnorm, als u zich niet tijdig laat registreren als werkzoekende bij het UWV, of niet tijdig uw registratie heeft verlengd. Wij verlagen uw bijstandsuitkering voor een maand met 20 procent van de uitkeringsnorm als u : niet voldoende meewerkt aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak; een alleenstaande ouder bent en uit uw houding en gedrag laat blijken dat u geen gebruik wilt maken van een voorziening die de kans op werk vergroot, waardoor uw ontheffing van de arbeidsplicht, artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet, is ingetrokken; niet voldoende meewerkt aan de opgelegde tegenprestatie; Wij verlagen uw bijstandsuitkering voor een maand met 100 procent van de uitkeringsnorm voor het niet naar vermogen proberen werk (algemeen geaccepteerde arbeid) te krijgen en te behouden. Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering voor een maand met 20 procent van de bijstandsnorm als u: niet of niet voldoende meewerkt aan een onderzoek naar de mogelijkheden om aan het werk te komen; niet of niet voldoende gebruik maakt van arbeidsinschakeling (artikel 36 IOAW of IOAZ) en overige verplichtingen (artikel 37 IOAW of IOAZ), voor zover dit niet heeft geleid tot het niet starten of (voortijdig) stoppen van die voorziening; een alleenstaande ouder bent en uit uw houding en gedrag laat blijken dat u geen gebruik wilt maken van een voorziening die de kans op werk vergroot, waardoor uw ontheffing van de arbeidsplicht (artikel 37 IOAW of IOAZ) is ingetrokken; niet voldoende meewerkt aan de opgelegde tegenprestatie. Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering voor een maand met 100 procent van de uitkeringsnorm, als u: niet uw best doet om werk (algemeen geaccepteerde arbeid) te krijgen; een baan afwijst; er zelf verantwoordelijk voor bent dat u uw werk kwijtraakt; niet of niet voldoende gebruik maakt van hulp door de gemeente, waardoor u sneller werk vindt (volgens de artikelen 36 en 37 IOAW of IOAZ), voor zover dit heeft geleid tot het niet starten of (voortijdig) stoppen van de voorziening. Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering niet, als wij deze uitkering blijvend of tijdelijk kunnen weigeren (zoals bedoeld in artikel 20 IOAW en IOAZ). 7.2.6Arbeidsverplichtingen die in de wet staan PW Als u een verplichting als bedoeld in artikel 18, vierde lid van de Participatiewet niet of onvoldoende nakomt, bedraagt de verlaging 100 procent van de bijstandsnorm voor een maand. Als er bijzondere omstandigheden zijn, passen we de verlaging van het eerste lid toe over twee maanden in twee gelijke delen. De twee maanden zijn de maand waarover de verlaging oorspronkelijk is opgelegd en de maand daarna. 7.2.7Te weinig besef van verantwoordelijkheid PW, Awb Wij verlagen uw uitkering op het moment dat u te weinig inzet of verantwoordelijkheid toont voor uw eigen levensonderhoud. De verlaging hangt af van het bedrag dat de gemeente daardoor onterecht heeft uitbetaald. Dit noemen wij een benadelingsbedrag. De verlaging van de uitkering is: 10 procent voor de duur van één maand bij een benadelingsbedrag tot € 1.000,00; 20 procent voor de duur van één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 1.000,00 tot € 2.000,00; 50 procent voor de duur van één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 2.000,00 tot € 4.000,00; 100 procent voor de duur van één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 4.000,00 tot € 8.000,00; 100 procent voor de duur van twee maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 8.000,00 tot € 12.000,00; 100 procent voor de duur van drie maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 12.000,00 tot € 16.000,00; 100 procent voor de duur van vier maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 16.000,00 tot € 20.000,00; 100 procent voor de duur van vijf maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 20.000,00. Iedere overschrijding van dit bedrag met € 4.000,00 leidt tot een verlenging van de duur met één maand. Wij stemmen de verlaging, zoals bedoeld in artikel 18, tweede lid Participatiewet, maar anders dan lid 3 van dit artikel af op het benadelingsbedrag. Wij kunnen bijstand in de vorm van een lening verstrekken. Wij doen dit als u door toepassing van lid 2 van dit artikel geen of te weinig middelen heeft om de noodzakelijke kosten voor levensonderhoud te betalen. 7.2.8Onacceptabel gedrag PW, IOAW, IOAZ, Awb Wij verlagen uw uitkering als u zich op een onacceptabele manier gedraagt tegenover medewerkers van de gemeente en/of instanties die de Participatiewet, IOAW en IOAZ uitvoeren. Wij verlagen uw uitkering met: 100 procent voor de duur van een maand bij fysiek geweld tegen de genoemde medewerkers; 100 procent voor de duur van een maand bij bedreiging (mondeling of schriftelijk) tegen de genoemde medewerkers of bij fysiek geweld tegen spullen. 7.2.9Niet nakomen van andere verplichtingen PW, Awb Wij verlagen uw uitkering als u andere verplichtingen, bedoeld in artikel 55 van de Participatiewet, niet nakomt. Wij verlagen uw uitkering voor een maand met: 50 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet nakomen van verplichtingen over werken en arbeidsinschakeling; 50 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet nakomen van verplichtingen die verband houden met de aard en het doel van een bepaalde vorm van bijstand; 50 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet nakomen van verplichtingen die gericht zijn op een vermindering van de bijstand; 100 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet nakomen van verplichtingen die gericht zijn op beëindiging van de uitkering. 7.2.10Samenloop van gedragingen PW, IOAW, IOAZ, Awb Wij leggen u één verlaging op, op het moment dat één gedraging schending van meerdere verplichtingen van dit hoofdstuk of artikel 18, lid 4 Participatiewet oplevert. Wij leggen u de hoogste verlaging op, inclusief de duur van de verlaging die daarbij hoort. Wij leggen u meerdere verlagingen op, op het moment dat meerdere gedragingen leiden tot het niet nakomen van één of meerdere verplichtingen. We leggen deze verlagingen gelijktijdig op. Als dit niet mogelijk is leggen we ze na elkaar op. Wij leggen geen verlaging op, als er sprake is van één gedraging waarbij u niet voldoet aan: de artikelen in dit hoofdstuk artikel 18, lid 4 Participatiewet in combinatie met artikel 17, lid 1 Participatiewet. Dan leggen we een bestuurlijke boete op. Wij leggen u meerdere verlagingen op, als er sprake is van meerdere gedragingen waarbij u niet voldoet aan: de artikelen in dit hoofdstuk artikel 18, lid 4 Participatiewet in combinatie met artikel 17, lid 1 Participatiewet. Wij doen dit niet als dit niet verantwoord is. Wij houden hierbij rekening met de ernst van uw gedrag, de mate van verwijtbaarheid en uw persoonlijke omstandigheden. 7.2.11Herhaling (recidive) PW, IOAW, IOAZ, Awb Wij verdubbelen de hoogte van de verlaging als u zich opnieuw schuldig maakt aan gedrag zoals bedoeld in artikel 7.2.5 artikel 7.2.7 artikel 7.2.8, en artikel 7.2.9. We doen dit alleen als u dit gedrag vertoont binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee we een verlaging hebben toegepast. Wij verdubbelen de duur van de verlaging als u zich binnen twaalf maanden na de datum van het besluit opnieuw schuldig maakt aan hetzelfde gedrag. Het gaat dan om een besluit waarin we een verlaging van 100 procent op de uitkeringsnorm hebben toegepast. Wij verlagen uw uitkering twee maanden met 100 procent als u zich opnieuw schuldig maakt aan gedrag zoals bedoeld in artikel 18, lid 4 van de Participatiewet. We doen dit alleen als u dit gedrag vertoont binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee we een verlaging hebben toegepast. 7.3Terugvorderen uitkering en incasso PW, IOAW, IOAZ We vorderen gemeentelijke uitkeringen terug in de gevallen die in de wet zijn beschreven. We doen dat volgens de regels van de wet en de nadere regels en de beleidsregels van het college. We vorderen niet terug als terugvordering onaanvaardbare gevolgen voor u heeft. Bij de incasso zorgen we ervoor dat u een inkomen blijft houden dat past bij uw persoonlijke situatie. Dit inkomen is in ieder geval gelijk aan de beslagvrije voet. 7.4Herzien, intrekken en terugvorderen voorziening 7.4.1 Herzien en intrekken voorziening Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ We kunnen het recht op een voorziening herzien of intrekken als: de voorziening of het pgb niet langer passend of nodig is; u zich niet houdt aan voorwaarden en verplichtingen die we aan de voorziening hebben verbonden; we de voorziening of het pgb hebben verstrekt op grond van verkeerde of onvolledige gegevens door u; als u onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de voorziening of het pgb. En we hierdoor niet langer kunnen vaststellen of we een voorziening kunnen voortzetten; u de voorziening voor een ander doel gebruikt dan bedoeld; u binnen drie maanden geen gebruik maakt van de voorziening of van het pgb, behalve als u daar niets aan kunt doen; u overlijdt. We kunnen de voorziening met terugwerkende kracht herzien of intrekken. 7.4.2Terugvordering voorziening Jeugdwet, Wmo 2015, PW, Burgerlijk Wetboek Wij kunnen, los van de situaties die in artikel 58 van de Participatiewet staan, een voorziening of de waarde daarvan van u terugvorderen. Dit doen wij als er sprake is van één van de redenen die we in artikel 7.4.1 hebben opgesomd. Wij kunnen voorzieningen alleen bij opzet van u, of van een derde terugvorderen als we die voorzieningen hebben ingetrokken omdat u of die derde opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens aan ons hebben verstrekt. 7.5Verrekening Wet inburgering Wij zijn bevoegd een boete op grond van de Wet inburgering 2021 te verrekenen met bijstand op grond van de PW. 7.6Hoe controleert de gemeente? 7.6.1 Controle Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ We controleren regelmatig of u recht heeft op een uitkering of maatwerkvoorziening/individuele voorziening/pgb. En of u de juiste uitkering of maatwerkvoorziening/individuele voorziening/pgb heeft aangevraagd of ontvangt. We controleren dit onder andere door: huisbezoeken te doen; aanbieders van hulp te bezoeken; gegevens te vergelijken met andere instanties; en signalen en tips uit te zoeken. Wij doen de controles ook om de kwaliteit van de voorzieningen te beoordelen en om te kijken of u de voorziening op de juiste manier gebruikt. Bij de controle van uitkeringen en voorzieningen zorgen we ervoor dat we de regels die horen bij de opsporing van strafbare feiten naleven. Als u de uitkering of voorziening wilt stoppen, onderzoeken wij wat de reden daarvan is. Daarnaast controleren wij of we de uitkering of voorziening tot de einddatum terecht hebben verstrekt. We kunnen nadere regels vaststellen. 7.6.2Schending inlichtingenplicht Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ Wij voeren een actief preventiebeleid om te voorkomen dat u niet voldoet aan de inlichtingenplicht. Wij informeren u vroegtijdig over rechten en plichten die verbonden zijn aan het krijgen van een uitkering of voorziening. Ook geven wij u informatie over de gevolgen van misbruik en/of oneigenlijk gebruik. Als u een melding of aanvraag heeft gedaan, mogen wij gebruik maken van alle benodigde gegevens die wij tot onze beschikking hebben. Hieronder vallen ook bestandsvergelijkingen met actuele gegevens en van de daaruit voorkomende signalen. Wij onderzoeken of u recht op een uitkering of voorziening heeft. Hierbij maken wij gebruik van de onderzoeksmethoden zoals genoemd in artikel 7.5.1. Als wij vaststellen dat er sprake is van een schending van de inlichtingenplicht en/of misbruik en/of oneigenlijk gebruik, kunnen wij uw uitkering of (de waarde) van de voorziening terugvorderen. Wij kunnen u ook een bestuurlijke boete opleggen. Deze bestuurlijke boete geldt alleen voor de Participatiewet, IOAW en IOAZ. Als de ‘Aanwijzing Sociale Zekerheidsfraude’ dit voorschrijft, doen wij aangifte bij het Openbaar Ministerie. Dit is in plaats van de bestuurlijke boete en geldt alleen voor de Participatiewet, IOAW en IOAZ. 7.6.3Privacy Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ Wij verwerken uw gegevens volgens de regels van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Bij het uitvoeren van onderzoek zorgen wij ervoor dat inbreuk op persoonlijkheidsrechten niet verder gaan dan wat noodzakelijk, passend en wettelijk toegestaan is. 7.6.4Toezichthouders Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Awb Wij kunnen een of meer ambtenaren aanwijzen die de taak hebben erop toe te zien dat de wetten en de bijbehorende regels worden nageleefd. 7.7Meldingsregeling calamiteiten en geweld Wmo 2015 We treffen een regeling voor het melden van calamiteiten en geweldsincidenten bij de levering van een voorziening door een aanbieder. Ook kunnen we een toezichthoudend ambtenaar aanwijzen. Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening onmiddellijk aan de toezichthoudend ambtenaar. De toezichthoudend ambtenaar, bedoeld in hoofdstuk 6 van de Wmo 2015, doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten. De toezichthouder adviseert ons ook over het voorkómen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld. Het college kan nadere regels stellen over welke eisen gelden voor het melden van calamiteiten en geweld bij verstrekking van een voorziening. Hoofdstuk8Inspraak en cliëntenparticipatie Het beleid dat de gemeente maakt en uitvoert is bedoeld voor de inwoners. Met de ervaringen van de inwoners kan de gemeente haar beleid als het nodig is aanpassen en verbeteren. In dit hoofdstuk hebben we vastgelegd hoe inwoners hun invloed kunnen uitoefenen. 8.1Hulp van de gemeente bij inspraak Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Gemeentewet Het moment waarop u inspraak kunt geven, geeft u de mogelijkheid om invloed te hebben op plannen van de gemeente over beleid, regels of de uitvoering daarvan. U krijgt hierbij deskundige hulp, zodat de inspraak volwaardig is. U kunt deelnemen aan overleg met de gemeente over de kernwaarden, beleid, regels en de uitvoering daarvan. U krijgt op tijd en voldoende informatie om goede inbreng te kunnen geven. Wij kunnen nadere regels vaststellen. 8.2Adviesraad Jw, Wmo, PW, IOAW, IOAZ De gemeente zet zich ervoor in dat er een Adviesraad Sociaal Domein is die betrokken wordt bij de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Jeugdwet (Jw), de Participatiewet (PW), de Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers (IOAW) en de Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ). De Adviesraad vertegenwoordigt inwoners die de gemeente Terneuzen ondersteunt. Het doel van de Adviesraad is het college adviseren over de voorbereiding van het beleid van de gemeente bij de uitvoering van de genoemde wetten. 8.3Klachtregeling Awb, Gemeentewet De door de gemeente gecontracteerde aanbieder moet een regeling hebben voor de afhandeling van klachten van cliënten. 8.4Medezeggenschap Jeugdwet, Wmo 2015 De door de gemeente gecontracteerde aanbieder moet een regeling hebben voor de medezeggenschap van cliënten. Deze regeling gaat over voorgenomen besluiten van de aanbieder die voor de gebruikers van belang zijn. Wij zien toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieder en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek. Hoofdstuk9Kwaliteit 9.1 Kwaliteit Jeugdwet, Wmo 2015, Gemeentewet Alle diensten en producten die we binnen deze verordening aanbieden moeten van goede kwaliteit zijn. De diensten en producten: passen bij de behoefte van de inwoner; zijn veilig, geschikt en bruikbaar voor de inwoner; voldoen aan de normen en eisen die de beroepsgroep of het vakgebied algemeen aanvaart; respecteren uw rechten; hebben we afgestemd op andere diensten of producten die we aan u hebben geleverd; leveren we volgens een bepaalde opzet die we op tijd aan u meedelen. We kunnen nadere regels vaststellen. 9.2 Prijs en kwaliteit Jeugdwet, Wmo 2015, Gemeentewet We zorgen ervoor dat de kwaliteit van de diensten en producten die we in deze verordening noemen een belangrijke rol spelen bij de inkoop en de aanbesteding. Bij inkoop en aanbesteding verwachten we van leveranciers dat zij: diensten en producten leveren tegen de door hen berekende kostprijs, zonder dat de kwaliteit en de levering in gevaar komen; en als zij personeel hebben, dat zij zich houden aan de regels van het arbeidsrecht. De leverancier moet aantonen dat hij bij de kostprijs rekening heeft gehouden met: het soort dienst of product; de omvang van het diensten- of productenpakket dat wordt geleverd; de arbeidsvoorwaarden van het personeel volgens de cao die van toepassing is; een redelijke toeslag voor overheadkosten; personeelskosten die niet direct met de dienstverlening te maken hebben, zoals kosten voor bijscholing, ziekte en verlof van personeel; kosten als gevolg van verplichtingen voor leveranciers, zoals rapportage- en administratieve verplichtingen; het jaarlijks aanpassen van de kostprijs in verband met stijging van de kosten. Hoofdstuk10Intrekking en inwerkingtreding verordening 10.1Afwijken van de verordening (hardheidsclausule) Gemeentewet U kunt de gemeente vragen de hardheidsclausule toe te passen. U kunt dit doen als toepassing van deze verordening voor u gevolgen heeft die niet in verhouding staan tot de doelen die we met deze verordening nastreven. Wij kunnen in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing van deze regels zou leiden tot onredelijkheid en onbillijkheid. Wij beslissen in alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet. 10.2Intrekken oude verordeningen Gemeentewet Wij trekken de volgende verordening in op de datum dat deze verordening ingaat (inwerkingtreding): Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2024 10.3Overgangsrecht Gemeentewet, Awb Hebt u een voorziening op grond van de Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2024? Dan houdt u hier recht op totdat we een nieuw besluit nemen. We behandelen uw aanvraag op grond van de Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2024 als: u een aanvraag heeft ingediend in 2024, en wij nog geen besluit hebben genomen bij het in werking treden van de Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2025. 10.4Ingangsdatum en naam Gemeentewet Wij noemen deze verordening: Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2025. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2025. Hoofdstuk11Begrippenlijst In deze verordening gebruiken we allerlei begrippen. Deze begrippen hebben dezelfde betekenis als in de wetten waarop deze verordening betrekking heeft. 11.1Begripsbepalingen Algemeen verbindend voorschrift: een algemene regel waaraan zowel burgers als de gemeente gebonden zijn en/of waaraan zij rechten/bevoegdheden kunnen ontlenen. Algemene voorziening: voorziening die toegankelijk is voor alle inwoners van de gemeente. Andere voorziening: een voorziening waarop de inwoner een beroep kan doen voor de hulp die hij nodig heeft, anders dan maatwerkvoorziening/individuele voorziening/uitkering of voorziening. Het gaat om voorzieningen die buiten de regeling liggen van de aangevraagde voorziening of om voorzieningen die binnen het bereik van die regeling liggen, maar vrij toegankelijk zijn voor de inwoner. Dat kan een andere uitkering zijn, een algemeen gebruikelijke, algemene of collectieve voorziening, of voorzieningen als alimentatie en toeslagen. Arbeidsinschakeling: aan het werk (kunnen) gaan. Arbeidsverplichting: de verplichting om mee te werken aan de arbeidsinschakeling of het leveren van een tegenprestatie, als bedoeld in artikel 9 van de Participatiewet. Armoedeval: achteruitgang in inkomen als een uitkeringsgerechtigde een baan aanneemt op of rond het minimumloon. Dit komt door het wegvallen van tegemoetkomingen van de gemeente of van toeslagen zoals huurtoeslag en zorgtoeslag. Basisbaan: een basisbaan is een dienstverband dat het arbeidsintegratiebedrijf in opdracht van de gemeente kan aangaan met een bijstandsgerechtigde. Benadelingsbedrag: het bedrag dat de gemeente onterecht heeft uitbetaald Beslistermijn: Binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag wordt een beschikking afgegeven. Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, deelt het bestuursorgaan dit binnen deze termijn aan de aanvrager mede en noemt het daarbij een zo kort mogelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. Bijstandsnorm: de maximale hoogte van de bijstandsuitkering bedoeld in artikel 5, onderdeel c van de Participatiewet. De hoogte hangt af van de woon- en leefsituatie en de leeftijd van de inwoner. Bijstandsuitkering: de algemene bijstand voor levensonderhoud, bedoeld in artikel 5, onderdeel b van de Participatiewet. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met bijstandsuitkering bedoeld: de algemene bijstand plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet. Bovengebruikelijke hulp: als de zorg die het kind nodig heeft op het gebied van verzorging, verpleging en begeleiding meer vraagt dan de zorg die een kind van dezelfde leeftijd zonder beperkingen nodig heeft. Detacheringsbaan: het arbeidsintegratiebedrijf kan in opdracht van de gemeente een detacheringsbaan aangaan met bijstandsgerechtigde. De bijstandsgerechtigde wordt door het arbeidsintegratiebedrijf uitgeleend aan andere werkgevers. Doel: het resultaat. Eigen kracht: het vermogen van de cliënt om zelf tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of participatie of tot een oplossing voor zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang te komen. Financiële buffer: vermogen. Een goede financiële buffer is een vermogen op of boven de vermogensgrens bedoeld in artikel 34, lid 3 van de Participatiewet. Gebruikelijke hulp: de hulp die over het algemeen mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Voor de Jeugdwet wordt met ouders ook andere opvoeders en verzorgers bedoeld. Gemeente: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen. Gesprek: gesprek waarin de inwoner zijn hulpvraag, zijn persoonlijke situatie en het doel dat hij wil bereiken bespreekt. Herzien: het ongedaan maken van een recht op een voorziening over een periode die gelegen is voor het besluit. Er is over die periode wel recht op een voorziening, maar op een andere voorziening dan destijds is toegekend. Hulp: ondersteuning bij de arbeidsinschakeling of inkomensondersteuning als bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet, maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo 2015, jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Hulpvraag: de behoefte aan ondersteuning die de inwoner bij de melding heeft. Individuele voorziening: een op de inwoner afgestemde voorziening als het gaat om een voorziening in het kader van de Jeugdwet: een voorziening die op een jongere of zijn ouders is afgestemd als bedoeld in artikel 2.3 van de Jeugdwet. Ingezetene: de inwoner die rechtsgeldig staat ingeschreven in Basisregistratie Personen (BRP) Inkomen: het inkomen, bedoeld in artikel 32, lid 1 van de Participatiewet. Intrekken: het ongedaan maken van een recht op een voorziening over een periode die gelegen is voor het besluit. Het verschil met ‘herzien’ is dat er bij ‘intrekken’ geen recht is op een voorziening, ook niet op een andere voorziening. Inwoner: de persoon die zijn hoofdverblijf heeft in de gemeente Terneuzen. IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers. IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. Jeugdhulp: hulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Jongere: de minderjarige. Als het gaat om de Jeugdwet: de jeugdige, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Jongerenwerk: basisaanbod van sociaal-culturele voorzieningen voor jongeren, zoals kinderwerk, tiener- en jongerenwerk, sportbuurtwerk en jongereninformatie. Het basisaanbod bevat ook activiteiten die stimulering van de ontwikkeling of het voorkomen van problemen bij jongeren tot doel heeft. Kindpakket: een pakket van voorzieningen, meestal in natura, dat de gemeente voor gezinnen met een laag inkomen beschikbaar stelt. Het doel van het pakket is te voorkomen dat kinderen die opgroeien in armoede niet mee kunnen doen aan bijvoorbeeld sport, culturele activiteiten of activiteiten van school. Kostendelersnorm: norm voor de hoogte van een uitkering volgens artikel 22a van de Participatiewet. Naarmate meer mensen in een huis wonen, ontvangt iedere afzonderlijke uitkeringsgerechtigde een lagere uitkering omdat meer mensen de kosten kunnen delen. Kostprijs: de totale kosten van een product of dienst. Levensonderhoud: de dagelijkse bestaanskosten, zoals kosten voor voeding, kleding, huur, energie, water en (zorg)verzekeringen. Leverancier: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die goederen of diensten levert tegen betaling. Loonwaarde: de waarde (uitgedrukt in euro’
- s)van arbeid die iemand nog kan uitvoeren. Maatwerkvoorziening: een op de inwoner afgestemde voorziening zoals in de Wmo 2015 is omschreven. Hieronder valt ook een financiële tegemoetkoming. Middelen: alle vermogens- en inkomensbestanddelen waarover een alleenstaande of het gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken (zie artikel 31 PW). Minimaregelingen: regelingen voor mensen met een laag inkomen. Ondersteuningsplan: een plan van aanpak dat de gemeente opstelt, waarin de knelpunten staan die de inwoner in het maatschappelijk leven ervaart, waarin de gewenste hulp wordt geïnventariseerd en de gemeente mogelijke oplossingen aandraagt. Ouder: ouder met ouderlijk gezag. Passend werk: werk dat past bij uw (lichamelijke) (on)mogelijkheden. Persoonlijke situatie: alle omstandigheden, mogelijkheden en persoonskenmerken van de inwoner die van belang zijn, inclusief de behoefte van de inwoner en de godsdienstige en levensbeschouwelijke overtuiging. Pgb: persoonsgebonden budget, een geldbedrag waarmee iemand zelf hulp(middelen) in kan kopen. Pgb-plan: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt over de hulp die hij nodig heeft en die hij met het pgb wil inkopen. In het plan geeft de inwoner onder andere aan welke hulpverlener op welke manier en op welke momenten de noodzakelijke hulp gaat geven en hoe de kwaliteit en de continuïteit van die hulp gewaarborgd worden. Preferente proces loonkostensubsidie: Vanuit het Breed Offensief hebben gemeenten, de VNG, Divosa, SZW en de Normaalste Zaak gewerkt aan de harmonisatie van het proces rondom de loonkostensubsidie. Als gemeenten hetzelfde proces hanteren, zijn de administratieve lasten voor werkgevers minder ingewikkeld. Zo wordt het eenvoudiger om mensen uit verschillende gemeenten een werkplek te bieden. Bovendien hoeven gemeenten nu niet zelf een proces te ontwikkelen en uit te denken. Gemeenten kunnen gebruik maken van een toolkit, daarin staat onder meer een stappenplan, procesplaten en communicatieset met voorbeeldbrieven, aanvraagformulieren, beschikkingen en andere handige formats. Dat noemen we het preferent proces Loonkostensubsidie. Het beheer preferent proces Loonkostensubsidie bij VNG. Wij gebruiken dat proces ook in Terneuzen. Professional: iemand die beroepsmatig hulp verleent. Regiotaxi: vervoer van deur tot deur, op afroep en met een deeltaxi (ook wel collectief vraagafhankelijk vervoer genoemd). Samenwonen: een gezamenlijke huishouding voeren als bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet. Schending inlichtingenplicht: het verstrekken van onjuiste en/of onvolledige gegevens, of het verzwijgen of niet (op tijd) verstrekken van gegevens. Het gaat om gegevens die nodig zijn om te bepalen of er recht op een uitkering of een voorziening is, en om de duur en hoogte van die uitkering of voorziening vast te stellen. Als gevolg hiervan wordt een uitkering of voorziening helemaal of gedeeltelijk ten onrechte verstrekt. Sociaal netwerk: huisgenoten of andere personen met wie de inwoner een sociale relatie onderhoudt (inclusief mantelzorgers). Sociale omgeving: In de Jeugdwet wordt gesproken over de sociale omgeving van de jeugdige. Dit is buiten het gezin en buiten het school de relaties in die omgeving van de jeugdige zoals vriendenkring, sportverenigingen, clubhuizen, verenigingen waarvan de jeugdige onderdeel van uitmaakt. Toekenningsbesluit: beschikking waarin de toekenning van een voorziening wordt toegelicht en welke voorwaarden gelden U: wordt verstaan de rechthebbende als bedoeld in de Wmo 2015, de Jeugdwet en de Participatiewet. Uitkering: de bijstandsuitkering, de IOAW- of de IOAZ-uitkering. Uitkeringsnorm: de voor de inwoner in zijn situatie maximale hoogte van een uitkering; dit is de bijstandsnorm uit de Participatiewet of de grondslag bedoeld in de IOAW of IOAZ. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met uitkeringsnorm bedoeld: de bijstandsnorm plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet. Vermogen: totaal aan bezit in geld en goederen; het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet. Voorliggende voorziening: een overheidsregeling of uitkering die voorliggend is aan andere voorzieningen vanuit de overheid. De inwoner kan de kosten op een andere manier vergoed krijgen. Voorziening: zorg in natura dan wel een persoonsgebonden budget voor een maatwerkvoorziening of een individuele voorziening. Een financiële tegemoetkoming is ook een voorziening. Voorziening bij de arbeidsinschakeling of bijzondere bijstand: een op de inwoner afgestemde voorziening als het gaat om een voorziening in het kader van de Participatiewet. Vrij toegankelijke hulp: hulp die beschikbaar is zonder verwijzing van een huisarts, medisch specialist, jeugdarts of besluit van de gemeente. Wet: de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet, de Algemene wet bestuursrecht of de Gemeentewet. Wij: het college van Burgemeester en Wethouders. Wmo 2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Woonplaatsbeginsel: een hulpmiddel om te bepalen welke gemeente verantwoordelijk is voor jeugdhulp aan de jeugdige. De verantwoordelijkheid ligt bij de gemeente waar de jeugdige zijn woonadres heeft volgens de Basisregistratie Personen (BRP) of in geval van zorg met verblijf de gemeente waar de jeugdige direct voorafgaand aan het verblijf stond ingeschreven. Zelfredzaamheid: het vermogen om voor uzelf te zorgen. Besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Terneuzen op 12 december 2024. de griffier, mw. ing. N.M.J. (Nicole) Jansen-Geerinckxde voorzitter,H.J.A. (Erik) van Merrienboer