Verordening op de heffing en de invordering van leges 2025Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: 1. dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte v
Artikel 2
.7 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit, niet zijnde een sloopactiviteit met betrekking tot een monument of beschermd stads- en dorpsgezicht, als bedoeld in paragraaf 2.4, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit: € 456,75 b. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: € 456,75 c. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: € 913,50 Het onder a, b of c vermelde bedrag wordt verhoogd met de kosten, die de RUDZL en/of een andere dienst in rekening brengt voor de advisering.
Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed Artikel 2.8 Omgevingsplanactiviteit: monumenten
- Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, met betrekking tot een gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd gemeentelijk monument of voorbeschermd provinciaal monument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit of bij toepassing van artikel 1 van de Gemeentelijke Monumentenverordening 2004 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit:
- voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument: € 456,75
- voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: € 456,65 b. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht:
- voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument: € 456,65
- voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: € 456,65 c. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:
- voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument: € 913,50
- voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: € 913,50
- Als de in het eerste lid bedoelde aanvraag een archeologisch monument betreft, worden de in het eerste lid genoemde tarieven verhoogd met: € 203,00
- Het eerste lid, aanhef en onder a, en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een monument of archeologisch monument dat op grond van de Gemeentelijke Monumentenverordening 2004 is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is. De vorige volzin is van toepassing: a. als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en b. als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop, voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of het omgevingsplan nog geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven. Het onder a, b of c vermelde bedrag wordt verhoogd met de kosten, die de RUDZL en/of een andere dienst in rekening brengt voor de advisering.
4. Omgevingsplanactiviteit betreffende verduurzaming monument of aanbrengen zonnepanelen op monument. € 76,25 Artikel 2.9 Rijksmonumentenactiviteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een rijksmonumentenactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, met uitzondering van een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een archeologisch monument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument: € 456,75 b. voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: € 456,75 Het onder a of b vermelde bedrag wordt verhoogd met de kosten, die de RUDZL en/of een andere dienst in rekening brengt voor de advisering.
Artikel 2
.10 Omgevingsplanactiviteit: sloopactiviteit in beschermd stads- of dorpsgezicht
- Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit in een rijksbeschermd, provinciaal beschermd of gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit of bij toepassing van artikel9 van de Gemeentelijke Monumentenverordening 2004 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit: € 456,75 b. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: € 456,75 c. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: € 913,50
- Het eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing op een sloopactiviteit die wordt verricht op een locatie waarvoor een op grond van artikel 4.35, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als instructie geldende aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet van kracht is, zolang in het omgevingsplan aan die locatie nog niet de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven. Het onder a of b vermelde bedrag wordt verhoogd met de kosten, die de RUDZL en/of een andere dienst in rekening brengt voor de advisering.
Artikel 2
.11 Omgevingsplanactiviteit: overig cultureel erfgoed en werelderfgoed Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een andere activiteit dan die genoemd in de artikelen 2.8, 2.9 en 2.10 en cultureel erfgoed of werelderfgoed betreft, waarvoor in het omgevingsplan met het oog op het behoud van cultureel erfgoed of van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed een verbod is opgenomen om zonder omgevingsvergunning deze activiteit te verrichten, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 456,75 Het onder a of b vermelde bedrag wordt verhoogd met de kosten, die de RUDZL en/of een andere dienst in rekening brengt voor de advisering.
Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten Artikel 2.12 Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een milieubelastende activiteit als bedoeld in paragraaf 22.3.26 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. regulier: € 3.042,00 b. complex: € 8.112,00 Artikel 2.13 Activiteiten die bedrijfstakken overstijgen (afdeling 3.2 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten die bedrijfstakken overstijgen als bedoeld in de paragrafen 3.2.1, 3.2.3 tot en met 3.2.15, 3.2.17 tot en met 3.2.19 en 3.2.24 van afdeling 3.2 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. regulier: € 3.042,00 b. complex: € 8.112,00 Artikel 2.14 Nutssector en industrie (afdeling 3.4 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de categorie nutssector en industrie als bedoeld in de paragrafen 3.4.2, 3.4.4 tot en met 3.4.9 en 3.4.11 van afdeling 3.4 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. regulier: € 3.042,00 b. complex: € 8.112,00 Artikel 2.15 Afvalbeheer (afdeling 3.5 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de sector afvalbeheer als bedoeld in de paragrafen 3.5.1, 3.5.4, 3.5.7, 3.5.8 en 3.5.11 van afdeling 3.5 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. regulier: € 3.042,00 b. complex: € 8.112,00 Artikel 2.17 Dienstverlening, onderwijs en zorg (afdeling 3.7 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit in de sector dienstverlening, onderwijs en zorg als bedoeld in de paragrafen 3.7.6 en 3.7.10 van afdeling 3.7 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per milieubelastende activiteit, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. regulier: € 3.042,00 b. complex: € 8.112,00 Artikel 2.18 Transport, logistiek en ondersteuning daarvan (afdeling 3.8 Besluit actitiviteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de sector transport, logistiek en ondersteuning daarvan als bedoeld in de paragrafen 3.8.2, 3.8.3, 3.8.5, 3.8.6, 3.8.8 tot en met 3.8.11 van afdeling 3.8 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. regulier: € 3.042,00 b. complex: € 8.112,00 Artikel 2.19 Sport en recreatie (afdeling 3.9 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit in de sector sport en recreatie als bedoeld in paragraaf 3.9.1 van afdeling 3.9 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per milieubelastende activiteit, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. regulier: € 3.042,00 b. complex: € 8.112,00 Artikel 2.20 Samenloop van milieubelastende activiteiten
- Als bij de toepassing van de artikelen 2.13 tot en met 2.19 dezelfde milieubelastende activiteit onder meer dan een artikel valt, wordt die milieubelastende activiteit slechts eenmaal in de heffing betrokken, waarbij het voor de belastingplichtige meest gunstige van toepassing zijnde tarief wordt toegepast.
- Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een kernactiviteit in een bedrijfstak gecombineerd met functioneel ondersteunende activiteiten uit andere bedrijfstakken, dan is, in afwijking van het bepaalde in deze paragraaf, op al deze activiteiten het artikel van toepassing waaronder de bedrijfstak die bepalend is voor de kernactiviteit valt. Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten Artikel 2.21 Lozingsactiviteit niet afkomstig van milieubelastende activiteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, en het gaat niet om het lozen van water of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 456,75 Artikel 2.22 Lozingsactiviteit afkomstig van milieubelastende activiteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktelichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, bestaande uit het lozen van afvalwater, koelwater of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 456,75 Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten Artikel 2.23 Omgevingsplanactiviteit: opbreken en graven
- Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het opbreken van de verharding in openbaar gebied of het graven in openbaar gebied, anders dan voor het aanleggen, in stand houden of verwijderen van een kabel of leiding, als bedoeld in het omgevingsplan bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 456,75
- Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen, in stand houden of verwijderen van een kabel of leiding in openbaar gebied, als bedoeld in het omgevingsplan, niet zijnde kabels als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 456,75
- Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet bestaande uit het graven in het gebied met [normwaarde archeologische verwachtingswaarde OF archeologische verwachtingen], als bedoeld in het omgevingsplan, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 456,75
- Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het graven in het beperkingengebied leidingen, als bedoeld in het omgevingsplan, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 456,75
- Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het graven in een bijzonder landschapselement of gebied met aardkundige waarde. als bedoeld in het omgevingsplan, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 456,75
- De in het eerste tot en met vijfde lid genoemde tarieven zijn van toepassing als de aanvraag een binnenplanse omgevingsplanactiviteit betreft. Deze zijn van overeenkomstige toepassing als de aanvraag een buitenplanse omgevingsplanactiviteit betreft en worden in dat geval verhoogd met: € 456,75 Artikel 2.24 Omgevingsplanactiviteit: overige activiteiten beperkingengebied leidingen, landschapselement en aardkundige waarde Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, in het beperkingengebied leidingen, in een bijzonder landschapselement of in een gebied met aardkundige waarde, bestaande uit het: a. aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplanting, b. indrijven van voorwerpen, c. ophogen van de grond, of d. verharden van de grond, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel […] van het omgevingsplan: € 456,75 b. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: € 913,50 Artikel 2.25 Omgevingsplanactiviteit: geluid weg Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen of wijzigen van een weg als op grond van het omgevingsplan of bij omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit een geluidgevoelig gebouw is toegelaten binnen het aandachtsgebied van die weg, als bedoeld in artikel 22.272 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit: € 456,75 b. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: € 913,50 Artikel 2.26 Omgevingsplanactiviteit: aanleggen of veranderen weg (regeling in de Algemene plaatselijke verordening; overgangsrecht Omgevingswet) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg, bedoeld in artikel [2:11] van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 456,75 Artikel 2.27 Omgevingsplanactiviteit: uitweg/uitrit Variant 1 (regeling in de Algemene plaatselijke verordening/overgangsrecht Omgevingswet) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg, bedoeld artikel [2:12] van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Omgevingsvergunning tarief: € 253,75 Indien van toeppassing, aanleg inrit door gemeente per strekkende meter: € 71,05 Artikel 2.28 Omgevingsplanactiviteit: overige aanlegactiviteiten Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid (aanlegactiviteit), niet zijnde een activiteit die in de voorgaande artikelen van deze paragraaf is benoemd, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit: € 456,75 en als moet worden beoordeeld of de in het tijdelijke deel van het omgevingsplan bedoelde aanlegactiviteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht, als bedoeld in artikel 22.278, tweede lid, van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, verhoogd met: € 0,00 b. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: € 456,75 c. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: € 913,50 Paragraaf 2.8 Overige activiteiten Artikel 2.29 Omgevingsplanactiviteit: alarminstallatie (regeling in Algemene plaatselijke verordening; overgangsrecht Omgevingswet) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het in, op of aan een onroerende zaak hebben van een alarminstallatie die een voor de omgeving opvallend geluid of lichtsignaal kan produceren, bedoeld in artikel 4:12 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 27,40 Artikel 2.30 Omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of vellen van houtopstanden (regeling in de Algemene plaatselijke verordening/overgangsrecht Omgevingswet) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het vellen van een houtopstand, bedoeld in een provinciale verordening of de Bomenverordening Kerkrade 2012 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 76,15 Artikel 2.31 Omgevingsplanactiviteit: reclame (regeling in de Algemene plaatselijke verordening/overgangsrecht Omgevingswet) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, als bedoeld in artikel van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, en als niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. als de activiteit bestaat uit het op of aan een onroerende zaak maken of voeren van die handelsreclame: € 121,80 b. als de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat die handelsreclame op of aan die onroerende zaak wordt gemaakt of gevoerd: € 121,80 Artikel 2.32 Omgevingsplanactiviteit: [opslag van roerende zaken OF objecten plaatsen op de weg] (regeling in de Algemene plaatselijke verordening/overgangsrecht Omgevingswet) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit de opslag van roerende zaken in een aangewezen gedeelte van de gemeente, bedoeld in artikel [2:10] van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. als de activiteit bestaat uit het daar opslaan of uitstallen van roerende zaken,: € 99,50 b. als de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak inzamelen en transporteren van grote bedrijfsmatige afvalstromen in een daarvoor bestemde afzetcontainer: Losse vergunning € 26,10 Jaarvergunning € 59,10 c. als de activiteit bestaat uit het als eigenaar plaatsen van een terras, zoals bedoeld in artikel 2:23, tweede lid van de Algemene plaatselijke verordening: € 315,00 d. als de activiteit bestaat uit het aanbrengen van een makelaarsbord op gemeentegrond, zoals bedoeld in artikel 4:12 van de Algemene plaatselijke verordening: € 342,40 Artikel 2.32 Omgevingsplanactiviteit: standplaatsen (regeling in de Algemene plaatselijke verordening aangehaakt bij omgevingsvergunning/overgangsrecht Omgevingswet) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het innemen of hebben van een standplaats, bedoeld in artikel [5:18] van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten, met inachtneming van de volgende looptijden: a. 1 maand € 47,70 b. 1 kwartaal € 116,75 c. 1 jaar € 233,50 Artikel 2.34 Andere activiteiten Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit dan in deze paragraaf en voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit: a. betreft een bij of krachtens artikel 5.1 van de Omgevingswet aangewezen vergunningplichtige activiteit, uitgezonderd de activiteit bedoeld in onderdeel b, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 456,75 b. betreft een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
- voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit: € 456,75
- voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: € 913,50
- voor een in een gemeentelijke verordening als bedoeld in artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit aangewezen vergunningplichtige activiteit: € 456,75 Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften Artikel 2.35 Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een bouw- of sloopactiviteit, bedraagt het tarief: a. voor een maatwerkvoorschrift dat betrekking heeft op:
- het in stand houden van een bestaand bouwwerk, bedoeld in artikel 3.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;
- bouwactiviteiten die het bouwen van nieuwe bouwwerken betreffen als bedoeld in artikel 4.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;
- het gebruik van een bouwwerk, bedoeld in artikel 6.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; of
- het verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden als bedoeld in artikel 7.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; per maatwerkvoorschrift: € 76,20 b. in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel a, per maatwerkvoorschrift: € 76,20 Artikel 2.36 Maatwerkvoorschriften bij milieubelastende activiteiten
- Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving betrekking heeft op: a. één milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief: € 2.028,00 b. twee tot vijf milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief: € 2.028,00 c. vijf of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief: € 2.028,00
- Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft € 2.028,00 Artikel 2.37 Maatwerkvoorschriften bij overige activiteiten Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere activiteit dan genoemd in de artikelen 2.35 en 2.36, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift: € 76,20 Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid Artikel 2.38 Gelijkwaardige maatregel
- Als de aanvraag om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet betrekking heeft op: a. een bouwactiviteit, bedraagt het tarief, per uur: € 121,80 b. een activiteit met betrekking tot cultureel erfgoed, bedraagt het tarief, per uur: € 121,80 c. een milieubelastende activiteit, bedraagt het tarief, per uur: € 121,80 d. een andere activiteit dan bedoeld in de onderdelen a, b of c, bedraagt het tarief, per uur: € 121,80
- Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
- De op grond van dit artikel verschuldigde leges wordt verhoogd met de kosten, die de RUDZL en/of een andere dienst in rekening brengt voor de advisering
Paragraaf 2.11 Overige tarieven Artikel 2.39 Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om verlenging van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit: € 76,20 Artikel 2.40 Wijzigen omgevingsvergunning oor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een omgevingsvergunning is hetzelfde tarief verschuldigd als op grond van dit hoofdstuk verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit of activiteiten waarop de aanvraag tot wijziging betrekking heeft. Artikel 2.41 Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning: € 456,75 Artikel 2.42 Intrekken omgevingsvergunning 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning a. een omgevingsvergunning, tenzij artikel 2.58 van toepassing is: € 76,20 b. een omgevingsvergunning milieu, tenzij artikel 2.58 van toepassing is: € 1.916,00 2. Indien het Milieu betreft wordt het vermelde bedrag verhoogd met de kosten, die de RUDZL (zie bijlage II bij deze tarieventabel) en/of een andere dienst in rekening brengt voor de advisering
Artikel 2
.43 Beoordeling aanvullende gegevens Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van aanvullende gegevens die worden ingediend nadat de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel bin behandeling is genomen: € 121,80 Artikel 2.44 Beoordeling onderzoeksrapporten De in artikel 2.49 opgenomen tarieven zijn van overeenkomstige toepassing op het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een onderzoeksrapport, zonder dat sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ander besluit. Artikel 2.45 Wijzigen van het omgevingsplan Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan is hetzelfde tarief verschuldigd als op grond van dit hoofdstuk verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsactiviteit of -activiteiten waarop de aanvraag tot wijziging betrekking heeft. € 913,50 Artikel 2.46 Niet genoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een ander, in dit hoofdstuk niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur of het omgevingsplan: € 456,75 Paragraaf 2.12 Modaliteiten Artikel 2.47 Achteraf ingediende aanvraag Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit, worden de op grond van de paragrafen 2.3 tot en met 2.8 verschuldigde leges verhoogd met: 10% Artikel 2.48 Uitgebreide voorbereidingsprocedure Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit: a. als sprake is van een milieubelastende activiteit: € 5.070,00 b. als sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: € 913,50 c. als sprake is van andere activiteiten dan bedoeld in de onderdelen a en b: € 913,50 Artikel 2.49 Beoordeling onderzoeksrapporten Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld: a. voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport: € 121,80 b. voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport: € 121,80 c. voor de beoordeling van een geluid- of luchtrapport betreffende de geluid- of luchtbelasting: € 121,80 d. voor de beoordeling van een akoestisch rapport betreffende de interne en externe geluidwering of nagalm van een bouwwerk: € 121,80 e. voor de beoordeling van een ecologisch onderzoeksrapport: € 121,80 f. voor de beoordeling van een milieueffectrapportage (MER): € 121,80 g. voor de beoordeling van een niet in de voorgaande onderdelen genoemd rapport: € 121,80 De op grond van dit artikel verschuldigde leges wordt verhoogd met de kosten, die de RUDZL en/of een andere dienst in rekening brengt voor de advisering
Artikel 2.50 Advies 1.
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet: a. voor een advies van de gemeenteraad: € 913,50 b. voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de [Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit Monumenten en Cultuurhistorie (RKMC)] dat uitsluitend betrekking heeft op redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet: € 76,25 c. voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de [Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit Monumenten en Cultuurhistorie (RKMC)] in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel b: € 101,50 d. voor een advies in andere gevallen dan bedoeld in de onderdelen a tot en met c: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.
- Als een begroting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Artikel 2.51 Instemming
- Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan: het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn.
- Het bedrag bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Paragraaf 2.13 Vermindering Artikel 2.52 Vermindering na omgevingsoverleg
- Als de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, en zoals nader omschreven in de paragrafen 2.3 tot en met 2.8, is voorafgegaan door een aanvraag om omgevingsoverleg als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel a, en zoals nader omschreven in paragraaf 2.2, waarop de aanvraag om de omgevingsvergunning betrekking heeft, bestaat onder de in het tweede lid genoemde voorwaarden aanspraak op vermindering van de voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning verschuldigde leges. De vermindering bedraagt: van de voor het omgevingsoverleg geheven leges. 100%
- Voor de toepassing van het eerste lid wordt de aanvraag om een omgevingsvergunning gedaan: a. voor dezelfde activiteit of activiteiten als waarop het omgevingsoverleg betrekking had; b. in overeenstemming met de uitkomsten van het omgevingsoverleg; en c. binnen 12 maanden na het laatste omgevingsoverleg of, als het omgevingsoverleg volgens afspraak leidt tot een kennisgeving aan de aanvrager, na de dagtekening van de kennisgeving. Artikel 2.53 Vermindering bij meervoudige aanvraag Dit artikel is vervangen door artikel 2.5 van deze verordening Paragraaf 2.14 Teruggaaf Artikel 2.54 Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 85% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. Artikel 2.55 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt: 85% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. Artikel 2.56 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: a. bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen vier weken na de indiening van de aanvraag: 75% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; b. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf vier weken tot zes weken na de indiening van de aanvraag: 50% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; c. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken na de indiening van de aanvraag: 25% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. Artikel 2.57 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 50% a. bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen [zes] weken na de indiening van de aanvraag: 75% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; b. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken tot achttien weken na de indiening van de aanvraag: 50% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; c. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf achttien weken na de indiening van de aanvraag: 25% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. Artikel 2.58 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen6 maanden na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt: 50% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. Artikel 2.59 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten a. Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 50% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. b. Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak. Artikel 2.60 Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.
- Artikel 2.61 Minimumbedrag voor teruggaaf Een bedrag minder dan € 25,00 wordt niet teruggegeven. Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Hst 1 Horeca 3.1.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor de afgifte van een vergunning of ontheffing of een andere beschikking voor zover daarvan in het vervolg van deze tabel niet van afgeweken wordt. € 26,50 3.1.2.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: 3.1.2.2 een aanvraag voor de afgifte van een vergunning ingevolge artikel 3 Alcoholwet; € 404,90 3.1.2.3 een aanvraag voor de afgifte van een vergunning ingevolge artikel 3 Alcoholwet, waarbij slechts sprake is van een wijziging in de persoon van de leidinggevende, zonder dat de inrichting en/of de persoon van de ondernemer wijzigt; € 112,10 3.1.3 een melding als bedoeld in artikel 30 van de Alcoholwet; € 112,10 3.1.4 een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet; € 46,25 3.1.5 een verzoek van de ondernemer tot intrekking van de vergunning; € 39,55 3.1.6 een vergunning ex artikel 2:44 van de Algemene plaatselijke verordening voor het plaatsen/exploiteren van een terras op de openbare weg of vandaar waarneembaar (terrasvergunning) voor onbepaalde tijd; € 314,20 3.1.7 een vergunning als bedoeld in artikel 2:36 van de Algemene plaatselijke verordening voor het exploiteren van een alcoholvrij horecabedrijf; € 404,90 3.1.7.1 een vergunning ingevolge artikel 2:36 van de Algemene plaatselijke verordening voor het exploiteren van een alcoholvrij horecabedrijf, waarbij slechts sprake is van een wijziging in de persoon van de leidinggevende, zonder dat de inrichting en/of de ondernemer wijzigt; € 112,10 3.1.7.2 een verzoek van de ondernemer tot intrekking van de vergunning. € 39,55 3.1.7.
- een vrijstelling van het verbod ex artikel 2:36 € 39,55 Hst 2 Organiseren evenementen of markten 3.2.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor de afgifte van een vergunning of ontheffing of een andere beschikking voor zover daarvan in het vervolg van deze tabel niet van afgeweken wordt. € 26,50 3.2.2 Meldingsplichtig A-evenement: evenement dat volgens de criteria van artikel 2:24, lid 3 Algemene plaatselijke verordening Kerkrade uitsluitend meldingsplicht is 3.2.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een vergunning als bedoeld in artikel 2:25 van de Algemene plaatselijke verordening: 3.2.3.1 Vergunningsplichtig A-evenement, waarbij operationele voorbereiding en uitvoering door OOV-diensten niet noodzakelijk wordt geacht. Evenement met laag risico, beperkte impact op omgeving en verkeer, veelal minder dan 5.000 bezoekers € 38,80 3.2.3.2 B-evenement, waarbij operationele voorbereiding en uitvoering door een of meerdere OOV-diensten voorstelbaar wordt geacht. Evenement heeft een gemiddeld risico met een grote impact op de directe omgeving en/of gevolgen voor het verkeer, veelal met 5.000 tot 10.000 bezoekers € 119,70 3.2.3.3 C-evenement, waarbij operationele voorbereiding en uitvoering door een of meerdere OOV-diensten noodzakelijk wordt geacht. Evenement met hoog risico met een grote impact op de stad en/of regionale gevolgen voor verkeer, veelal met meer dan 10.000 bezoekers. € 239,25 3.2.3.4 Gereserveerd 3.2.3.5 een vergunning voor het houden van een activiteit in een horecabedrijf a) geldig per dag; € 26,40 b) geldig voor een kalenderjaar; € 106,00 3.2.4 een ontheffing zoals benoemd in artikel 2:9 van de Algemene plaatselijke verordening voor het optreden als straatartiest, geldig voor een periode: a) korter dan een maand; € 46,25 b) langer dan een maand. € 117,35 Hst 3 Prostitutiebedrijven 3.3 Een vergunning als bedoeld in artikel 3:3 van de Algemene plaatselijke verordening voor het exploiteren van een seksinrichting/escortbedrijf: a) indien het een seksinrichting betreft; € 727,55 b) indien het een escortbedrijf betreft; € 404,90 c) indien het enige andere vormen betreft van het verrichten van enige seksuele handelingen tegen vergoeding. € 404,90 3.3.1 Een vergunning als bedoeld in artikel 3:3 van de Algemene plaatselijke verordening voor het exploiteren van een seksinrichting/escortbedrijf waarbij slechts sprake is van een wijziging in de persoon van de leidinggevende, zonder dat de inrichting en/of ondernemer wijzigt. € 112,10 3.3.2 Een verzoek van de ondernemer tot intrekking of wijziging van de vergunning. € 39,50 Hst 4 Marktstandplaatsen 3.4.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor de afgifte van een vergunning of ontheffing of een andere beschikking voor zover daarvan in het vervolg van deze tabel niet van afgeweken wordt. € 26,90 3.4.2 Een aanvraag om een vergunning ingevolge de Marktverordening voor het innemen van een vaste standplaats op een weekmarkt. € 46,15 Hst 5 Winkeltijdenwet 3.5.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor de afgifte van een vrijstelling of ontheffing ingevolge of krachtens de Winkeltijdenwet of het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet. € 46,15 Hst 6 Bedrijfsmatige activiteiten 3.6.1 Een vergunning als bedoeld in artikel 2:56 van de Algemene plaatselijke verordening voor het uitoefenen van een bedrijf in een door de burgemeester aangewezen gebouw of gebied, of een door de burgemeester aangewezen bedrijfsmatige activiteit, voor zover dit valt binnen het bereik van de Europese Dienstenrichtlijn. € 404,90