Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2025 gemeente SliedrechtDe raad van de gemeente Sliedrecht; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 12 november 2024; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; b e s l u i t : vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten
- HoofdstukI Algemene bepalingen Artikel1Inleidende bepaling Krachtens deze verordening worden geheven: een afvalstoffenheffing; reinigingsrechten. Artikel2Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer HoofdstukII Afvalstoffenheffing Artikel3Aard van de belasting en belastbaar feit Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer (Stb. 1994, 80). De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt geheven naar afzonderlijke grondslagen ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel4Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel5Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel6Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel7Wijze van heffing De belasting zoals opgenomen in hoofdstuk 1.
- van de tarieventabel wordt bij wege van aanslag geheven. De rechten zoals opgenomen in hoofdstuk 1.
- van de tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang De belasting zoals opgenomen in hoofdstuk 1.
- van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de in het eerste lid vermelde belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belastingen als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loopt van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. De rechten zoals vermeld in hoofdstuk 1.
- van de tarieventabel zijn verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening. Artikel8aTermijnen van betaling In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan minder is dan € 100.000,-, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald maximaal in tien gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. De bij gedagtekende kennisgeving gevorderde bedragen moeten worden betaald: a. In geval van uitreiking van de kennisgeving: op het tijdstip van de kennisgeving; b. In geval van toezending van de kennisgeving: binnen een maand na dagtekening. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. HoofdstukIII Reinigingsrechten Artikel9Belastbaar feit Onder de naam "reinigingsrechten" worden rechten geheven zowel voor het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. Artikel10Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel11Maatstaf van heffing en belastingtarief De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de hoofdstukken 2 en 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel12Belastingjaar Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel13Wijze van heffing De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd. De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Artikel14Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt zijn de rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel, als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel15Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvraag van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel16Termijnen van betaling In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan minder is dan € 100.000,-, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in maximaal tien gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. De bij gedagtekende kennisgeving gevorderde bedragen moeten worden betaald: a. In geval van uitreiking van de kennisgeving: op het tijdstip van de kennisgeving; b. In geval van toezending van de kennisgeving: binnen een maand na dagtekening. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. HoofdstukIV Aanvullende bepalingen Artikel17Inwerkingtreding en citeertitel De “Verordening reinigingsheffingen 2024” van 12 december 2023 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
- De datum van ingang van de heffing is 1 januari
- Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2025 gemeente Sliedrecht". Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Sliedrecht op 10 december
- De griffier, De voorzitter,mr. R.P.A. van Aalst mr. drs. J.M. de VriesTarieventabel behorende bij de "Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2025 gemeente Sliedrecht”. Algemeen De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief 21 % omzetbelasting indien deze verschuldigd is. HOOFDSTUK 1 MAATSTAVEN EN TARIEVEN AFVALSTOFFENHEFFING Hoofdstuk 1.1 Maatstaf en tarief afvalstoffenheffing De belasting bedraagt per perceel per jaar: 1.1.1 indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door één persoon € 267,00 1.1.2 indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door twee of meer personen € 375,00 Hoofdstuk 1.2 Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing 1.2 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.
- bedraagt de belasting voor het op aanvraag verwijderen van grove huishoudelijke afvalstoffen: 1.2.1 per huisvuilwagen, per half uur of gedeelte daarvan € 39,89 1.2.2 per bestelauto, per half uur of gedeelte daarvan € 16,46 1.2.3 voor een chauffeur of extra hulp worden de hierboven onder 1.2.1 en vermelde bedragen per manhulp per halfuur of gedeelte daarvan verhoogd met € 45,47 1.2.4 de hierboven in dit hoofdstuk vermelde bedragen worden vermeerderd met de door derden aan de gemeente Sliedrecht in rekening gebrachte verwerkingskosten, waarvan een schriftelijke opgaaf van kosten worden gedaan door of vanwege het college van burgemeester en wethouders voorafgaand aan het in behandeling nemen van het verzoek. 1.2.5 het hierboven onder 1.2.3 vermelde bedrag wordt verhoogd met: -50% indien de werkzaamheden op werkdagen (met uitzondering van de zaterdag) buiten de normale werkuren worden verleend; -100% indien de werkzaamheden op zaterdag en zon- en feestdagen worden verleend. 1.2.6 de tijdsduur, waarover de in dit hoofdstuk vermelde rechten worden geheven, wordt berekend vanaf het tijdstip, dat het desbetreffende personeel het terrein van gemeentewerken verlaat tot het tijdstip dat het daar terugkeert. HOOFDSTUK 2 MAATSTAVEN EN JAARLIJKSE TARIEVEN REINIGINGSRECHTEN 2.1 Het recht bedraagt per belastingjaar voor het beschikbaar stellen, het gebruik dan wel het ledigen van containers en het verwijderen van de daarin verzamelde afvalstoffen indien: 2.1.1 het betreft éénmaal per week voor: a. een container van 240 liter € 518,07 b. een container van 660 liter € 1.163,49 c. een container van 1.100 liter € 2.302,15 d. een container van 240 liter voor oud papier/karton € 396,40 2.1.2 het betreft tweemaal per week voor: a. een container van 240 liter € 984,46 b. een container van 660 liter € 2.210,82 c. een container van 1.100 liter € 4.374,44 2.1.3 het betreft driemaal per week voor: a. een container van 240 liter € 1.451,71 b. een container van 660 liter € 3.260,61 c. een container van 1.100 liter € 6.452,83 2.2 Wanneer reinigingsrecht wordt geheven op grond van dit hoofdstuk kan kosteloos oud papier en karton middels een van gemeentewege aangewezen en beschikbaar gesteld inzamelmiddel worden aangeboden. HOOFDSTUK 3 MAATSTAVEN EN TARIEVEN OVERIGE REINIGINGSRECHTEN 3.1 Het recht bedraagt voor: 3.1.1 voor het op aanvraag verwijderen van (grof) bedrijfsafval: 3.1.1.1 per huisvuilwagen, per half uur of gedeelte daarvan € 39,89 3.1.1.2 per bestelauto, per half uur of gedeelte daarvan € 16,46 3.1.1.3 voor een chauffeur of extra hulp worden de hierboven onder 3.1.1.1 en 3.1.1.2 vermelde bedragen per manhulp per halfuur of gedeelte daarvan verhoogd met € 45,47 3.1.1.4 de hierboven in dit hoofdstuk vermelde bedragen worden vermeerderd met de door derden aan de gemeente Sliedrecht in rekening gebrachte verwerkingskosten, waarvan een schriftelijke opgaaf van kosten worden gedaan door of vanwege het college van burgemeester en wethouders voorafgaand aan het in behandeling nemen van het verzoek. 3.1.1.5 de hierboven onder 3.1.1.3 vermelde bedrag wordt verhoogd met: -50% indien de werkzaamheden op werkdagen (met uitzondering van de zaterdag) buiten de normale werkuren worden verleend; -100% indien de werkzaamheden op zaterdag en zon- en feestdagen worden verleend 3.1.1.6 de tijdsduur, waarover de in dit hoofdstuk vermelde rechten worden geheven, wordt berekend vanaf het tijdstip, dat het desbetreffende personeel het terrein van gemeentewerken verlaat tot het tijdstip dat het daar terugkeert. 3.1.2 het op aanvraag verrichten van werkzaamheden, voor zover in deze tarieventabel geen afzonderlijk recht is vermeld: 3.1.2.1 per veegmachine, haakarmwagen of containerwagen per half uur of gedeelte daarvan € 39,89 3.1.2.2 per bestelauto, per half uur of gedeelte daarvan € 16,46 3.1.2.3 voor een chauffeur of extra hulp worden de hierboven onder 3.1.1.1 en 3.1.1.2 vermelde bedragen per manhulp per halfuur of gedeelte daarvan verhoogd met € 45,47 3.1.2.4 de hierboven in dit hoofdstuk vermelde bedragen worden vermeerderd met de door derden aan de gemeente Sliedrecht in rekening gebrachte verwerkingskosten, waarvan een schriftelijke opgaaf van kosten worden gedaan door of vanwege het college van burgemeester en wethouders voorafgaand aan het in behandeling nemen van het verzoek. 3.1.2.5 het hierboven onder 3.1.1.3 vermelde bedrag wordt verhoogd met: -50% indien de werkzaamheden op werkdagen (met uitzondering van de zaterdag) buiten de normale werkuren worden verleend; -100% indien de werkzaamheden op zaterdag en zon- en feestdagen worden verleend 3.1.2.6 de tijdsduur, waarover de in dit hoofdstuk vermelde rechten worden geheven, wordt berekend vanaf het tijdstip, dat het desbetreffende personeel het terrein van gemeentewerken verlaat tot het tijdstip dat het daar terugkeert. 3.1.3 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.
- bedraagt de belasting voor het zoeken naar eigendommen in een verzamelcontainer (ongeacht het resultaat) € 71,86 Behoort bij raadsbesluit van 10 december 2024, De griffier, mr. R.P.A. van Aalst Toelichting op de bedragen: Tarieven 2025 Bedragen *€ 1,- 2025 excl. BTW BTW 2025 incl BTW grof vuil per huisvuilwagen, per half uur of gedeelte daarvan 32,97 6,92 38,89 grof vuil per bestelwagen, per half uur of gedeelte daarvan 13,60 2,86 16,46 grof vuil verhoging van hierboven vermelde tarieven per manhulp per halfuur of gedeelte daarvan 37,58 7,89 45,47 Container 240 liter, één maal per week legen 428,16 89,91 518,07 Container 660 liter, één maal per week legen 961,56 201,93 1.163,49 Container 1.100 liter, één maal per week legen 1.902,60 399,55 2.302,15 Container 240 liter, twee maal per week legen 813,60 170,86 984,46 Container 660 liter, twee maal per week legen 1.827,12 383,70 2.210,82 Container 1.100 liter, twee maal per week legen 3.615,24 759,20 4.374,44 Container 240 liter, drie maal per week legen 1.199,76 251,95 1.451,71 Container 660 liter, drie maal per week legen 2.694,72 565,89 3.260,61 Container1.100 liter, drie maal per week legen 5.332,92 1.119,91 6.452,83 Container oud papier/karton, 240 liter één maal per week legen (bij geen contract) 327,60 68,80 396,40