Verordening participatie en uitdaagrecht gemeente Vught 2025De raad van de gemeente Vught; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [29 oktober 2024]; gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet; overwegende dat het van belang is lokale democratische processen door participatie van inwoners te verrijken, de samenwerking tussen gemeente en inwoners te versterken en helderheid te geven over de invulling van de participatieprocedure; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening participatie en uitdaagrecht gemeente Vught 2025 Hoofdstuk1inleidende bepalingen Artikel1.Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: Bestuursorgaan: de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester van de gemeente Vught; Stakeholders: Ingezetenen en andere belanghebbenden die betrokken zijn bij participatietrajecten; Participatie: betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van gemeentelijk beleid of gemeentelijke projecten; Uitdaagrecht: het recht van ingezetenen en lokale maatschappelijke partijen om een verzoek bij het bevoegde bestuursorgaan in te dienen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen, als zij denken deze taak beter en/of goedkoper uit te kunnen voeren; Leidraad participatie: een praktische handleiding bij participatie voor alle ingezetenen en de gemeente zelf om het juiste participatieniveau te kiezen en de juiste stappen uit het stappenplan te doorlopen om te komen tot een goed participatietraject; Participatiebeleid: door de gemeenteraad vastgestelde beleidsnotitie over de wijze waarop in de gemeente omgegaan wordt met het betrekken van stakeholders; Participatiemoment: een door de gemeente georganiseerde bijeenkomst waar er geparticipeerd wordt met/via digitale (teams, digitale kaart, enquête) of live middelen en inbreng gegeven kan worden door deelnemers. Een participatietraject bestaat uit één of meerdere participatiemomenten; Tredes van Mee: Tredes op onze participatieladder om te bepalen welke mate van inspraak en participatiedoel passend is bij het voorliggende initiatief. Hoofdstuk2Inwonersparticipatie Artikel2Onderwerp van participatie 1.Participatie wordt altijd toegepast als de wet daartoe verplicht. 2.Participatie wordt in beginsel niet toegepast: ten aanzien van ondergeschikte of juridisch-technische herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen of projectplan; als participatie bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; als sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; inzake de vaststelling van de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; ten aanzien van interne of organisatorische aangelegenheden van de gemeente; als de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat participatie niet kan worden afgewacht; als het belang van participatie niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving; als andere zwaarwegende belangen het afzien van participatie vergen. 3.Dit hoofdstuk is niet van toepassing op onderwerpen waarvoor participatie al is vastgelegd in andere gemeentelijke verordeningen of regelingen vastgesteld door het bevoegde bestuursorgaan. 4.Indien een uitzonderingsgrond uit het tweede of derde lid wordt toegepast, wordt dit bij de besluitvorming toegelicht. Artikel3.Borging participatie Vught 1.De gemeenteraad heeft het participatiebeleid: Samen Vught maken vastgesteld. Dit document bevat de te volgen koers voor de gemeente Vught. Dit beleid bepaalt de Tredes van Mee, het wegingskader en de Beloftes van Vught. 2.Het college stelt voor de gemeente, ingezetenen en andere belanghebbenden een “Leidraad participatie” vast voor participatie bij initiatieven. In de Leidraad wordt aangegeven hoe passende participatie wordt toegepast. De keuze voor een passende participatie aanpak hangt samen met de impactmeting van het initiatief. Artikel4.Procedure participatie 1.Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of participatie wordt toegepast. 2.Het bestuursorgaan stelt bij de start van elke participatieprocedure vast op welke manier participatie wordt toegepast en welke participatiedoelen worden nagestreefd. 3.De participatiedoelen zijn verbonden aan het inspraakniveau van de Tredes van Mee, zoals beschreven in het participatiebeleid van Vught: Samen Vught Maken. Er kan voor het niveau van participatie gekozen worden uit: Meeweten; Meedenken; Meedoen; Meebeslissen; Een combinatie van deze niveaus is mogelijk binnen een participatietraject 4.Het bestuursorgaan neemt over onderstaande onderwerpen een besluit, zoals beschreven in het participatiebeleid. De uitwerking ervan staat in de leidraad participatie en hiermee wordt het participatieplan opgesteld: doel van participatie; Inventarisatie stakeholders Beïnvloedingsruimte van participatie; kaders voor participatie; wijze waarop het bestuursorgaan over deze kaders vooraf communiceert; wijze waarop en tijdvak waarin ingezetenen en belanghebbenden hun inbreng kunnen leveren; wijze waarop terugkoppeling van de resultaten plaatsvindt; begroting van de kosten; 5.Het bestuursorgaan maakt dit besluit bekend op de voor die participatieprocedure geschikte wijze. 6.Het college voert de procedure zoals opgenomen in de voorgaande leden uit voor de raad, tenzij de raad bepaalt dit (al dan niet gedeeltelijk) zelf uit te willen voeren. Artikel5.Zorgplicht participatieproces Het verantwoordelijk bestuursorgaan draagt bij een participatieproces zorg voor: Helder verwachtingenmanagement richting deelnemers bij de aanvang van het participatietraject over het proces, de tussentijdse terugkoppeling, de planning, de kaders, de ruimte voor inspraak en het participatievraagstuk; een toelichting in begrijpelijke taal op de plannen voor beleid of een project en de wijze waarop de deelnemers daarbij betrokken worden; inzicht in de voor het participatieproces relevante documenten. Uitzondering hierop zijn de documenten waarop een weigeringsgrond op grond van de Wet open overheid van toepassing is; de toegankelijkheid van het participatiemoment. Het participatiemoment moet zowel fysiek als digitaal toegankelijk zijn; begrijpelijke, (digitaal) toegankelijke en betrouwbare communicatie door de gemeente waarbij rekening gehouden wordt met deelnemers met een beperking; een zichtbare gemeente die een tijdige reactie geeft op vragen of opmerkingen; Onafhankelijke ambtelijke procesbegeleiding en notulering. Artikel6.Terugkoppeling uitkomsten participatie Binnen twee weken na afloop van een participatiemoment geeft het bestuursorgaan een terugkoppeling aan deelnemers in de vorm van een participatieverslag. Dit verslag bevat een weergave van de opgehaalde input tijdens een participatiemoment. Artikel7.Afronding participatie 1.Ter afronding van het participatietraject maakt het bestuursorgaan een eindverslag op. 2.Het eindverslag bevat in ieder geval: een overzicht van de gevolgde participatieprocedure op hoofdlijnen; een weergave van de inbreng en meningen die tijdens de participatieprocedure mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht; een overzicht van de inbreng en meningen, waarbij gemotiveerd wordt aangegeven welke punten al dan niet worden overgenomen bij de uitwerking van een beleidsvoorstel of een uitvoeringsplan. Indien op het moment van vaststelling van de afronding van de participatie nog niet op alle punten bekend is wat er gaat gebeuren met de inbreng, dan wordt aangegeven op welke termijn er een besluit genomen gaat worden. 3.Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze openbaar 4.Het college van burgemeester en wethouders stuurt het eindverslag ter kennisname door aan de raad indien het participatie bij een raadsvoorstel betreft. Hoofdstuk3Uitdaagrecht Artikel8.Onderwerp van uitdaagrecht 1.De gemeente biedt ingezeten en lokale maatschappelijke partijen de mogelijkheid een voorstel te doen om de uitvoering van gemeentelijke taken over te nemen 2.Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen gemeentelijke taken of hierop uitdaagrecht wordt toegepast. 3.Het bestuursorgaan wijst ingezetenen en lokale maatschappelijke partijen actief op het van toepassing zijn van het uitdaagrecht. 4.Overname van de uitvoering van de volgende taken is niet mogelijk: als het een lopend uitvoeringstraject of ondergeschikte herzieningen daarvan betreft; als het uitdaagrecht bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; als sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; als de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde uitkomt of toepassing van uitdaagrecht niet verenigbaar is met het gemeentelijk aanbestedingsbeleid.; als de uitvoering van een taak of beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat het benutten van het uitdaagrecht niet kan worden afgewacht; als het belang van het uitdaagrecht niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving; als er geen of onvoldoende middelen voor de taak zijn opgenomen op de gemeentelijke begroting; als de taak zich, gelet op verantwoordelijkheden en juridische aspecten, niet leent voor uitvoering door één of meer natuurlijke personen. Artikel9.Procedure uitdaagrecht 1.Een verzoek met betrekking tot het uitdaagrecht wordt bij het bestuursorgaan ingediend en omvat in ieder geval de volgende onderdelen: omschrijving van de gemeentelijke taak die de verzoeker wil overnemen en de resultaten die beoogd worden; uitleg waarom of hoe de verzoeker deze taak beter kan uitvoeren; De verzoeker geeft de maatschappelijke meerwaarde aan en maakt inzichtelijk op welke opgaven het plan inspeelt; omschrijft met welke partijen wordt samengewerkt en wie betrokken zijn of gaan worden; De betrokkenheid, kennis, ervaring en capaciteit die verzoeker heeft om het initiatief te realiseren; indicatie van het draagvlak onder belanghebbende ingezetenen; uitleg hoe de verzoeker deze taak goedkoper* kan uitvoeren dan de gemeente; indicatie van de kosten die aan de uitvoering van de taak verbonden zijn, met een begroting van de verwachte kosten. De kosten voor de uitvoering zijn lager, maar in ieder geval niet hoger dan de kosten die die hiervoor op de gemeentelijke begroting staan; omschrijving van de manier waarop de verzoeker met de gemeente wil samenwerken of ondersteuning nodig heeft; inzicht in dat de verzoeker de prestatie kan leveren en hoe de kwaliteit en de uitvoering van de taak op de langere termijn kan worden gewaarborgd. 2.Het bestuursorgaan beslist binnen 8 weken op het verzoek. Het bestuursorgaan kan de beslistermijn met maximaal 8 weken verlengen indien de complexiteit of omvang van het verzoek daartoe aanleiding geeft. 3.Als het verzoek wordt ingewilligd, voorziet het bestuursorgaan de verzoeker van gepaste ondersteuning. In ieder geval wordt een vaste contactpersoon aangewezen. 4.Het bestuursorgaan maakt met de verzoekers afspraken over het proces, het resultaat, het budget en de looptijd. 5.Het bestuursorgaan maakt het besluit ten aanzien van een binnengekomen verzoek binnen veertien dagen openbaar. *De ambtelijke kosten moeten worden meegenomen in de vergelijking. Hoofdstuk4Overgangs- en Slotbepalingen Artikel10.Evaluatie en monitoring 1.De uitvoering van deze verordening wordt eenmaal per 4 jaar geëvalueerd. Burgemeester en wethouders zenden hiertoe telkens aan de raad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk. 2.Ten behoeve van de evaluatie verzamelen burgemeester en wethouders systematisch informatie over participatietrajecten: het aantal afgeronde participatietrajecten en de onderwerpen die het betrof; de wijze van organisatie van de participatieprocessen; het aantal betrokken inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden; de belangrijkste lessen en geleerde ervaringen; de rolinvulling door raad en college; het resultaat van de participatie; de kosten; de werking van deze verordening. 3.Ten behoeve van de evaluatie verzamelen burgemeesters en wethouders systematisch informatie over het uitdaagrecht: het aantal ingediende aanvragen en de onderwerpen van uitdaging de wijze van organisatie van de uitdaagrecht processen de belangrijkste lessen en geleerde ervaringen de rolinvulling door de raad en college het resultaat van de uitdagingen de kosten de werking van deze verordening Artikel11.Overgangsrecht 1.Artikel 4 (Procedure participatie) van deze verordening is niet van toepassing op een proces voor beleid of een project waarvan de startdatum voor de datum van inwerkintreding van deze verordening ligt en dat al zo ver gevorderd is dat het maken van een participatieplan niet in redelijkheid kan worden gevraagd. 2.Als het project bestaat uit deelfasen, is artikel 4 in elk geval van toepassing vanaf de start van een nieuwe deelfase. Artikel12.Intrekking oude regeling De Algemene inspraak- en participatieverordening gemeente Vught, vastgesteld op 13 december 2007, wordt ingetrokken. Artikel13.Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze verordening treedt in werking op 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.