In deze paragraaf staan aanvullingen op de vereisten in artikel 4.4 van de AsvpU. Bij het formuleren van de doelen en resultaten dient u te specificeren op welke wijze deze bijdragen aan de doelstellingen van het desbetreffende uitvoeringsprogramma. Onder “realisatie-indicatoren” wordt verstaan: een zo concreet mogelijke omschrijving welke maatregel wordt genomen of welke activiteit wordt uitgevoerd. Voorbeelden van de omschrijving van realisatie-indicatoren voor infrastructuur: op weg X wordt tussen kruispunt Y en Z het in twee richtingen bereden fietspad verbreed van 2,5 naar 4 meter. de tegelverharding vervangen door rood asfalt. op het kruispunt van weg A en B wordt een midden geleider van 3,00m breed met een snelheid remmend plateau aangelegd. bij station X worden (aantal) fietsrekken geplaatst. een straat met zwarte asfaltverharding wordt gereconstrueerd naar een versmalde straat met klinkers voor auto’s en stroken asfalt voor fietsers. Voorbeeld van realisatie indicator van een activiteit: educatieproject X wordt in de periode van ddmmjjjj tot ddmmjjjj op (Y aantal) basisscholen in (Z aantal) gemeenten in de provincie Utrecht uitgevoerd. Voor zover het een subsidie betreft voor fysieke maatregelen, voldoen de activiteiten aan de geldende richtlijnen en aanbevelingen van CROW met betrekking tot infrastructuur, tenzij een inhoudelijk voldoende onderbouwde afwijking daarvan, naar het oordeel van GS, gerechtvaardigd is. Wanneer een SSK-raming niet alle subsidiabele kosten dekt, is het van belang om de overige (subsidiabele) kosten mee te sturen, als aanvulling op de SSK-raming. Artikel 1.7 Subsidiabele kosten Toelichting op artikel 1.7.2: Dit artikel is bedoeld om te waarborgen dat de kosten van een gesubsidieerd project in lijn liggen met de gebruikelijke prijzen voor vergelijkbare projecten in de markt. Hierdoor wordt efficiënt en doelmatig omgegaan met publieke middelen. Afwijkingen van marktconforme kosten zijn alleen toegestaan als er aantoonbare, objectieve omstandigheden zijn die de kosten verhogen. Marktconforme kosten zijn de gemiddelde of gangbare prijzen voor vergelijkbare projecten in soortgelijke omstandigheden. De marktconformiteit wordt beoordeeld aan de hand van eerdere, soortgelijke projecten in de regio of andere relevante referenties. Bijvoorbeeld: De aanleg van een kilometer fietsstraat buiten de bebouwde kom zal doorgaans minder kosten dan binnen de bebouwde kom, vanwege verschillen in infrastructuur, verkeersdrukte en grondkosten. Een project zonder bijzondere randvoorwaarden zal goedkoper zijn dan een project dat bijvoorbeeld rekening moet houden met beperkte werkruimte of complexe omleidingen. Prijsopdrijvende omstandigheden zijn factoren die objectief aantoonbaar leiden tot hogere kosten en die buiten de normale projectomstandigheden vallen. Denk hierbij aan: Uitvoeringscomplexiteit: Zoals projecten met veel faseringen vanwege verkeersveiligheid of beperkte toegang tot de locatie. Locatiespecifieke eisen: Bijvoorbeeld als extra maatregelen nodig zijn voor geluidsoverlast of beschermde natuurgebieden. Bouwkundige uitdagingen: Zoals het werken in historische binnensteden of het omleggen van ondergrondse infrastructuur. Om de marktconformiteit vast te stellen, wordt in eerste instantie verwezen naar referentieprojecten die in vergelijkbare situaties zijn uitgevoerd. Indien de kosten sterk afwijken, wordt van de subsidieaanvrager verwacht dat zij een onderbouwing aanleveren waaruit blijkt dat prijsopdrijvende omstandigheden een rol spelen. Hierbij kunnen concrete voorbeelden of marktgegevens worden gebruikt. Bij de kosten voor de onderdelen van de infrastructuur of dienst die niet direct leiden tot het bereiken van de doelstellingen van het de uitvoeringsprogramma’s uit het zesde lid van het artikel moet men –niet uitputtend– denken aan zaken als: het vervangen van de riolering, (auto)parkeervoorzieningen en andere zaken die niet bijdragen aan de doelen uit het betreffende Uitvoeringsprogramma. Toelichting op het derde lid: Hier staat dat het toepassen van circulair en duurzaam asfalt tot de subsidiabele kosten behoort. De provincie Utrecht werkt aan de verduurzaming van provinciale infrastructuur. Dat doet zij aan de hand van een koersdocument “Samen op koers naar duurzame infra 2030”. Hierin staan doelen om infrastructuur circulair, klimaatneutraal en klimaatbestendig te realiseren, beheren en onderhouden. Binnen de Subsidieregeling Bereikbaarheid wil de provincie andere opdrachtgevers ook de ruimte bieden om invulling te geven aan de verduurzaming van infrastructuur. Daarom stimuleert de provincie toepassing van materialen die bijdragen aan circulariteit, klimaatneutraliteit en klimaatbestendigheid. En vergoedt ook eventuele meerkosten van materiaaltoepassingen Een aanzienlijk deel van de Subsidieregeling Bereikbaarheid wordt ingezet voor de realisatie van fietsinfrastructuur. Dit memo geeft daarom handvatten voor het realiseren van deze infrastructuur met duurzame materialen. Hieronder staan de top 5 maatregelen die de provincie zelf treft. Ze moedigen aanvragers aan om ook deze maatregelen toe te passen: Stoppen met gebruik van blanke bindmiddelen en terughoudend zijn met gebruik kleurstoffen: In het verleden werd rood asfalt voor fietspaden gemaakt met blanke bindmiddelen als vervanger voor bitumen. Het wordt al steeds minder toegepast omdat het gezondheidsrisico’s met zich meebrengt en omdat asfalt met deze bindmiddelen nagenoeg niet herbruikbaar zijn. Daarnaast past de provincie alleen kleurstoffen toe als het echt nodig is. Ook asfalt met kleurstof is namelijk minder makkelijk te hergebruiken. Het devies luidt dus: Zwart als het kan, rood als het moet. Hoge herbruikbaarheidspercentages: Voor parallelwegen en fietspaden maakt de provincie Utrecht gebruik van hoge percentages hergebruikt asfalt in nieuwe lagen. Deze percentages zijn afgestemd met marktpartijen en de gewenste levensduur blijft gehandhaafd. Onderstaande tabel toont per jaar welke percentages hergebruikt asfalt worden toegepast in de deklaag. Voor tussen- en onderlagen geldt standaard een percentage van 85% hergebruik asfalt. Warm Mix Asfalt: De provincie Utrecht neemt in principe alleen Warm Mix Asfalt af. Dit asfalt is geproduceerd met een lagere temperatuur tussen 110°C en 140°C. Door de lagere temperatuur is minder gas nodig om het mengsel op temperatuur te stoken, waardoor de CO2 uitstoot lager is. Asfaltproducten en verwerkers kunnen dezelfde kwaliteit garanderen met deze mengsels. Biobased bitumen: De provincie Utrecht is een deelnemer aan het programma CIRCUROAD. Binnen dit programma – dat streeft naar fossielvrij asfalt – legt de provincie samen met opdrachtnemers proefvakken aan waar biobased bitumen worden toegepast. 10-10-2025 - Duurzaam asfalt met biobased bindmiddelen op de N210Nieuws Deelname aan convenant SEB: Het aantal regionale deelnemers aan het convenant Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) wordt steeds groter (Steeds meer gemeenten zetten in op schoon en emissieloos bouwen | Schoon en Emissieloos Bouwen). 15 van 26 gemeenten zijn inmiddels deelnemer. Voor 2026 zijn voor deelnemers ruime subsidiemogelijkheden om de meerkosten voor inzet van materieel te laadinfra deels te bekostigen via de SPUK-SEB. Financiële toelichting: het toepassen van hergebruikt asfalt (PR) en het uitfaseren van blanke bindmiddelen is doorgaans kostenneutraal; warm-mix-technieken brengen een beperkte meerprijs met zich mee (ongeveer € 5 per ton materiaal); biobased bitumen kan tot tweemaal duurder zijn dan conventionele bitumen. Artikel 1.8 Vereenvoudigde aanvraag De vereenvoudigde aanvraag is toegevoegd om de toegankelijkheid van de subsidieregeling te vergroten en de uitvoering van kleinere, laagdrempelige maatregelen te stimuleren. Met name voor maatregelen die bijdragen aan betere voorzieningen voor lopen, zoals veilige oversteekplaatsen, verbeterde stoepen of looproutes bij haltes, bleek de bestaande aanvraagprocedure relatief zwaar. Provinciale Staten hebben in motie 24-58A (“Stap voor stap naar een volwaardig wandelbeleid”) en motie 25-63 (“Snelle stappen voor wandelvriendelijke maatregelen”) gevraagd om te verkennen hoe deze drempel verlaagd kan worden. Met de vereenvoudigde aanvraag kunnen gemeenten en andere wegbeheerders nu eenvoudiger en sneller subsidie aanvragen voor kleinschalige Loop projecten tot € 40.000. Hiermee wordt het aantrekkelijker om concrete verbeteringen voor voetgangers uit te voeren, zonder uitgebreide administratieve lasten. De provincie geeft met deze aanpassing invulling aan de wens van PS om lopen een volwaardige plaats te geven binnen het mobiliteitsbeleid en om uitvoering te versnellen van lokale maatregelen die bijdragen aan een veilige, toegankelijke en gezonde leefomgeving. Aanvragen worden ingediend via de aanvraagformulieren van bijhorende thema’s. Toelichting bij Paragraaf 2 Fiets Het onderdeel fiets in deze subsidieregeling is bedoeld voor het stimuleren van initiatieven en activiteiten van die bijdragen aan de doelstellingen van de actielijn “Meer fietsen over een sterk netwerk” binnen het Uitvoeringsprogramma Gezonde en Veilige Mobiliteit 2024-2029. Dat heeft als ambitie dat in 2028 50% van de verplaatsingen tot 15km in de provincie Utrecht per fiets plaatsvindt, en dat in 2028 alle belangrijke werklocaties, middelbare en hogere onderwijsinstellingen en knooppunten vlot, veilig en comfortabel bereikbaar zijn per fiets Die doelstellingen wordt nagestreefd via de onderdelen: We werken aan een sterk regionaal fietsnetwerk: verbeteren regionaal fietsnetwerk overige wegbeheerders. We realiseren doorfietsroutes en nemen barrières weg. We stimuleren mensen om vaker te gaan fietsen. Utrecht dé fietsregio: samenwerking, communicatie en informatie. De provincie Utrecht geeft hieraan onder meer invulling door het instrument van subsidies in te zetten om andere partijen te stimuleren aan de provinciale doelstellingen bij te dragen. De actielijn ‘Meer fietsen over een sterk fietsnetwerk’ uit het Uitvoeringsprogramma ‘Gezonde en veilige mobiliteit 2024-2029' kent meerdere onderdelen. Onder deze onderdelen kunnen verschillende projecten, acties en maatregelen vallen. Voor meer informatie over de actielijnen en programmaonderdelen wordt verwezen naar het Uitvoeringsprogramma ‘Gezonde en veilige mobiliteit 2024-2029'. Voor subsidieaanvragen voor het onderdeel “We werken aan een sterk regionaal fietsnetwerk: verbeteren regionaal fietsnetwerk overige wegbeheerders” wordt geadviseerd om, voorafgaand aan het indienen van een subsidieaanvraag, het concept-ontwerp (minimaal schetsontwerp of voorlopig ontwerp) in een vooroverleg te bespreken met de provincie. Vanuit de provincie kunnen dan nog opmerkingen of suggesties worden meegegeven om het ontwerp te verbeteren en geheel of zoveel mogelijk in overstemming te brengen met aanbevelingen en richtlijnen van het CROW. Voor dit vooroverleg kan contact worden opgenomen via fiets@provincie-utrecht.nl. De toets of voor de activiteiten subsidie kan worden verstrekt vindt plaats na het indienen van een formele subsidieaanvraag.
.2 Subsidiabele activiteiten en criteria Elke actielijn heeft een aantal onderdelen. Deze worden in het eerste, tweede en derde lid genoemd. Activiteiten die niet aan één van deze onderdelen een bijdrage leveren komen niet in aanmerking voor subsidie. Fietsknelpunten met hoge prioriteit hebben betrekking op de onderwerpen verkeersveiligheid, directheid en samenhang van het fietsnetwerk. Maatregelen die hier aan bijdragen zijn in elk geval: Het aanleggen van vrij liggende fietspaden op locaties waar de fietser zich in de huidige situatie op de rijbaan bevindt Het verbreden van te smalle fietspaden* Het aanbrengen van kant- en asmarkering op fietspaden Het verwijderen van obstakels op fietsvoorzieningen Het verkeersveilig bebakenen en markeren van noodzakelijke obstakels op fietsvoorzieningen Het aanbrengen van vergevingsgezinde (trottoir)banden langs fietsvoorzieningen Het aanbrengen van vergevingsgezinde bermen langs fietsvoorzieningen Het aanbrengen van fietsstroken op 30 km/uur- of 60 km/uur-wegen Maatregelen die de oversteekbaarheid van fietsers over wegen verbeteren De aanleg van fietsvoorzieningen die een ontbrekende schakel in het regionaal fietsnetwerk opheffen. Het aanleggen van fietsstraten Maatregelen die bijdragen aan het verkorten van de reistijd voor fietsers op bestaande fietsvoorzieningen. Hieronder wordt mede verstaan het in de voorrang zetten van fietsvoorzieningen. Fietsknelpunten met lage prioriteit hebben betrekking op de onderwerpen comfort en aantrekkelijkheid van het regionaal fietsnetwerk. Maatregelen die hier aan bijdragen zijn in elk geval: Het vervangen van open verharding door gesloten verharding op fietsvoorzieningen; Het aanbrengen van openbare verlichting langs fietsvoorzieningen. *Voor het verbreden van fietspaden geldt als minimale streefwaarde breedtelabel B zoals benoemd in de Geactualiseerde aanbevelingen voor de breedte van fietspaden 2022 (CROW/Fietsberaad, versie 2, juni 2022 Rapportage (fietsberaad.nl).. In aanvulling op artikel 2.2: Van een project is het deel van de projectkosten subsidiabel dat kan worden toegerekend aan het verbeteren van het regionaal fietsnetwerk. Het toevoegen van extra groenvoorzieningen (zoals bomen, hagen en andere vormen van beplanting) ten opzichte van de bestaande situatie is subsidiabel wanneer deze onderdeel zijn van een project met andere maatregelen om fietsvoorzieningen te verbeteren, en onderdeel vormen van het ruimtelijk profiel van de fietsvoorziening. Daarvoor geldt hetzelfde subsidiepercentage als wordt gehanteerd voor de fietsvoorziening zelf. Voor het onderdeel “We realiseren doorfietsroutes en nemen barrières weg”, geldt dat een subsidie alleen wordt verstrekt als er een overeenkomst is gesloten tussen de provincie Utrecht en de betrokken gemeente(n)/wegbeheerder(s) over de betreffende route. Met een overeenkomst wordt bedoeld: een overeenkomst die afspraken tussen de provincie en de betrokken wegbeheerders omvat over ontwerp, verantwoordelijkheden, mogelijke financiering, uitvoering en onderhoud en beheer na oplevering. Wanneer er binnen een studie voor een doorfietsroute aanleiding is voor het realiseren of toevoegen van voetgangers- of loopvoorzieningen op of langs de doorfietsroute zijn die onderdeel van de doorfietsroutestudie en de daarover te maken (financiële) afspraken en overeenkomsten met de betrokken wegbeheerders. Reeds bestaande en afgeronde doorfietsroutes worden beschouwd als onderdeel van het Regionaal Fietsnetwerk. De beperking van de doelgroep voor basisschoolprojecten is opgenomen om te voorkomen dat uitvoeringsorganisaties zelfstandig subsidieaanvragen indienen voor activiteiten die feitelijk binnen één en dezelfde gemeente plaatsvinden die ook zelf een aanvraag heeft ingediend. Hiermee wordt de regierol van gemeenten als wegbeheerder versterkt en wordt overlap in financiering voorkomen. Artikel 2.3 Subsidieontvangers/doelgroepen Activiteiten of diensten die door de provincie Utrecht of een ander overheidsorgaan in de vorm van een opdracht via een aanbesteding worden ingekocht of waarvan de provincie Utrecht van plan is deze in te gaan kopen zijn niet subsidiabel. Kunstwerken (fiets/voetgangersbruggen en -tunnels) hebben doorgaans hoge realisatiekosten. Artikel 2.4 Hoogte van de subsidie De hoogte van de subsidie wordt als volgt berekend: Allereerst wordt vastgesteld aan welk programmaonderdeel uit het Uitvoeringsprogramma ‘Gezonde en veilige mobiliteit 2024-2029' de activiteit een bijdrage levert. Vervolgens wordt getoetst of voor het programmaonderdeel het subsidieplafond voor de aanvrager of voor het programmaonderdeel is bereikt. Als dat het geval is wordt de subsidie geweigerd. Vervolgens wordt de hoogte van de subsidiabele kosten bepaald en welk subsidiepercentage moet worden toegepast. Het subsidiebedrag is het percentage van de subsidiabele kosten. Vervolgens wordt met het berekende subsidiebedrag getoetst of met de subsidie de maximale subsidie per aanvrager, per aanvraag of de maximale subsidie per programmaonderdeel wordt overschreden. Als dat het geval is wordt het subsidiebedrag verlaagd, totdat het subsidieplafond is bereikt. Bij de toetsing aan de voorwaarden uit het 1e lid van dit artikel worden alle subsidies die voor het betreffende programmaonderdeel zijn verleend op basis van deze subsidieregeling bij elkaar opgeteld. Artikel 2.6 Verplichtingen subsidieontvanger Derde lid: Dit betreft zowel digitale als fysieke publiciteitsuitingen (zoals bouwborden tijdens de uitvoeringswerkzaamheden van infrastructurele projecten). Vierde lid: Verder wordt bij de inzet van de gedragsmaatregel zichtbaar een link gelegd met het regionale merk voor fietsstimulering: FIETS·HART. Logo bestanden zijn op te vragen via fiets@provincie-utrecht.nl. Dit betekent gebruik van het nieuwe beeldmerk bij de communicatie over de gedragsmaatregel en indien mogelijk een verwijzing naar de website: www.fietshart.nl. Om vast te kunnen stellen of aan deze verplichting is voldaan vragen we om bewijslast in de vorm van beeldmateriaal (denk aan foto’s of screenshots van online-kanalen). Toelichting bij paragraaf 3 Verkeersveiligheid De provincie Utrecht streeft naar het verbeteren van de verkeersveiligheid en het terugdringen van het aantal verkeersslachtoffers. De provincie Utrecht geeft invulling aan deze doelstellingen in het Uitvoeringsprogramma Gezonde en veilige mobiliteit 2024 – 2029, actielijn “Veilige infrastructuur en verkeersveilig gedrag”, waarbij het instrument van subsidies kan worden ingezet om wegbeheerders te stimuleren hun infrastructuur veiliger te maken. In deze paragraaf staan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een subsidie voor een project dat bijdraagt aan het Uitvoeringsprogramma Gezonde en veilige mobiliteit 2024 – 2029, actielijn “Veilige infrastructuur en verkeersveilig gedrag”. De provincie Utrecht wil de Utrechtse wegbeheerders stimuleren om proactief aan de slag te gaan met verkeersveiligheid. Hiervoor is deze subsidieregeling opgezet, die uitgaat van cofinanciering. Dat wil zeggen dat de wegbeheerder de helft van de maatregel betaalt (of deze financiering elders regelt, bijvoorbeeld via het SPV2030) en de provincie de andere helft. In de kern gaat het om relatief kleine, snel te realiseren, maatregelen voor de kwetsbare verkeersdeelnemers. Tevens belonen we voorstellen waarbij ingezet wordt op een combinatie van inframaatregelen en handhaving/educatie. Ook willen we graag innovatieve ideeën stimuleren. Hiervoor willen we naast de cofinanciering een bijdrage verlenen voor dataverzameling, -analyse en -evaluatie. Het Uitvoeringsprogramma Gezonde en veilige mobiliteit 2024 - 2029, actielijn “Veilige infrastructuur en verkeersveilig gedrag” heeft 3 onderdelen, te weten: Onderdeel 1: het verbeteren van de veiligheid op de provinciale infrastructuur. Onderdeel 2: het stimuleren van verkeersveilig gedrag door verkeerseducatie, voorlichting en het versterken van de verkeershandhaving. Onderdeel 3: het verbeteren van de regionale verkeersveiligheid. Alleen voor onderdeel 3 is in deze subsidieregeling subsidie beschikbaar. Stroomschema bij Verkeersveiligheid: Het verdient de aanbeveling om een subsidieverzoek vooraf te bespreken met de provincie Utrecht (inhoudelijk collegiale toetsteam verkeersveiligheidsaanvragen via verkeersveiligheid@provincie-utrecht.nlverkeersveiligheid@provincie-utrecht.nlverkeersveiligheid@provincie-utrecht.nl.
.2 Subsidiabele activiteiten en criteria Als een activiteit geen bijdrage levert aan de doelstellingen van het Uitvoeringsprogramma Gezonde en veilige mobiliteit 2024-2029, actielijn “Veilige infrastructuur en verkeersveilig gedrag” kunnen GS de subsidieaanvraag weigeren. Eerste lid: activiteiten op het gebied van voorlichting en educatie en onderzoeken die niet gekoppeld zijn aan inframaatregelen zijn niet subsidiabel. De provincie koopt deze producten in als dienst. Tweede lid: infrastructurele projecten moeten voldoen aan aanbevelingen en richtlijnen van het CROW. Aanvragen kunnen worden geweigerd indien daar niet aan wordt voldaan. Afwijken van de richtlijnen kan alleen met een met beargumenteerde inhoudelijke onderbouwing. Voorbeelden van activiteiten die betrekking hebben op Verkeersveiligheid en in aanmerking komen voor subsidie zijn: Aanleg vrijliggend voetpad: De aanleg van een vrijliggend voetpad, bijvoorbeeld naast een weg of fietspad. Dit pad (stoep/trottoir) geeft voetgangers een eigen plek in de straat, wat veiliger is dan het delen van een weg of fietspad met het overige verkeer; Verwijderen onnodige obstakels op of nabij voetpaden; Verbeteren oversteekbaarheid voor voetgangers: bijvoorbeeld middels een zebrapad met of zonder een plateau, een middeneiland of een versmalling van de rijbaan in combinatie met een bredere stoep (1 om 1 regeling). Artikel 3.4 Aanvraag In de aanvraag moet specifiek, meetbaar, realistisch en tijdgebonden worden onderbouwd hoe en in welke mate de activiteit bijdraagt aan de betreffende actielijn. Bijvoorbeeld met een realistische doelstelling voor de reductie van het aantal verkeersongevallen. Meerdere maatregelen per aanvraag zijn mogelijk; het is mogelijk om maatregelen met hetzelfde doel, maar met een geografisch verschillende scope bij elkaar op te tellen en als één aanvraag in te dienen. Bijvoorbeeld: meerdere fietspaaltjes weghalen in de gehele gemeente of 10 kilometer aan verticale stoepranden vervangen voor fietsvriendelijke kantoplossingen. Wel moeten deze projecten dan in dezelfde periode uitgevoerd worden. Artikel 3.6 Hoogte van de subsidie De hoogte van de subsidie wordt als volgt berekend: Allereerst wordt vastgesteld of de activiteit aan actielijn 3 uit het Uitvoeringsprogramma ‘Gezonde en veilige mobiliteit 2024-2029', actielijn ‘Veilige infrastructuur en verkeersveilig gedrag’ een bijdrage levert. Vervolgens wordt getoetst of het totale subsidiebedrag voor de aanvrager dan wel het project is bereikt of het subsidieplafond voor het programma. Als dat het geval is wordt de subsidie geweigerd; Vervolgens wordt de hoogte van de subsidiabele kosten bepaald. Het subsidiebedrag is het percentage van de subsidiabele kosten; Toelichting bij paragraaf 4 Publieke mobiliteit De provincie Utrecht streeft naar meer tevreden openbaar vervoergebruikers en een efficiënter openbaar vervoerssysteem. De provincie Utrecht geeft invulling aan deze doelstellingen in het Uitvoeringsprogramma Publieke mobiliteit 2024-2029, waarbij het instrument van subsidies kan worden ingezet om investeringen in infrastructuur te ondersteunen die bijdragen aan een verbeterde exploitatie van het openbaar vervoer. In deze paragraaf staan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een subsidie voor een project dat bijdraagt aan het Uitvoeringsprogramma Publieke mobiliteit 2024-2029, actielijn “Versterken en koesteren netwerk”, “Duurzaam concessiemanagement” of “Aantrekkelijke hubs/knooppunten”. De provincie Utrecht wil samen met partners zoals vervoerders, gemeenten en andere belanghebbenden werken aan een aantrekkelijk en toekomstbestendig openbaar vervoerssysteem. Deze subsidieregeling is opgezet om investeringen te stimuleren die bijdragen aan betere voorzieningen, hogere reizigerstevredenheid en een efficiëntere inzet van het openbaar vervoer. Hierbij is cofinanciering het uitgangspunt: de aanvrager draagt een deel van de kosten, en de provincie financiert de rest. Het Uitvoeringsprogramma ‘Publieke mobiliteit 2024-2029’, kent 3 actielijnen: actielijn 1: “Versterken en koesteren netwerk”; actielijn 2: “Duurzaam concessiemanagement”; actielijn 3: “Aantrekkelijke hubs/knooppunten”. Het wordt aanbevolen om een subsidieverzoek vooraf te bespreken met de provincie Utrecht (inhoudelijk contact via publiekemobiliteit@provincie-utrecht.nl).
Voorbeelden van OV-onderdelen zijn: aanleg van een busstrook; aanpassing van een verkeersregelinstallatie ten gunste van OV; aanpassing van het wegprofiel zodat de route berijdbaar wordt voor busverkeer; aanleg van een halte en verwijdering van een haltekom ten gunste van het OV. Onder OV-onderdelen valt bijvoorbeeld niet: aanleg van een fietspad naar een halte; aanleg van een extra rijstrook waar OV geen voordeel van heeft; aanleg van drempels die het comfort voor reizigers en chauffeurs verslechteren. Ter toelichting op hubs/knooppunten: Op deze fysieke plek kunnen reizigers gebruik maken van het openbaar vervoer en andere (deel-)vervoerssystemen, en sluiten vraag en aanbod op elkaar aan. De combinatie van verschillende vervoerswijzen vergroot de keuze voor de reiziger. Door de strategische ligging zijn dit interessante plekken om wonen, werken en voorzieningen te realiseren en concentreren. Alle ruimtelijke thema's moeten meegenomen worden bij de doorontwikkeling van een hub/knooppunt. Het gaat niet alleen om het faciliteren en realiseren van infrastructuur om verplaatsingen mogelijk te maken, het gaat ook om de aanverwante functies om verblijven en ontmoeten te verbeteren. Artikel 4.2 Subsidiabele activiteiten en criteria Ter toelichting op het tweede lid deze voorbeelden: 1.b.i (vervoerplanmaatregelen): Voorbeeld 1: in een vervoerplan is opgenomen dat een busroute gewijzigd wordt. Er moeten twee haltes voor worden verplaatst en de oude haltes worden verwijderd. Op de nieuwe haltes komen in tegenstelling tot de oude haltes abri’s. Ook moet een bocht verruimd worden om die met een bus te kunnen berijden en een fietspad worden verlegd. De kosten voor de abri’s (verantwoordelijkheid wegbeheerder) behoren bij de wegbeheerder. 1.b.ii (doorstromingsmaatregelen): Voorbeeld 2: de maatregel betreft toevoeging van een ‘voorstart’ voor busverkeer op een VRI-geregelde kruising die in de scope kan worden meegenomen. Deze maatregel zal zorgen voor kortere en betrouwbaardere OV-reistijden. De meerkosten bij deze aanpassing zijn subsidiabel volgens de verhouding baten/kosten met een maximum van 100%. Voorbeeld 3: de aanvraag heeft betrekking op samenvoeging van haltes binnen een traject dat onderdeel is van U Ned No Regret. De maatregel is dus onderdeel van de inhoudelijke scope van U Ned. De uitwerking en de afspraken over de financiering van deze maatregel vinden binnen dat verband plaats, tenzij de inhoudelijke scope uitgaat van 1-op-1-vervanging en deze maatregel dus buiten de scope valt. Voorbeeld 4: een deel van de voorgestelde maatregelen betreft omvorming van één van de twee autorijstroken per richting naar een busstrook, waardoor de OV-rijtijd korter en betrouwbaarder wordt. Er moet een halte voor verplaatst worden. De totale reistijd- en exploitatiebaten in 10 jaar zijn 2 miljoen euro. De totale realisatiekosten voor de busstroken alleen betreft 1,4 miljoen euro. Hier zit de verplaatsing van de halte in, maar niet de kosten van de haltevoorzieningen zelf (zoals een abri). De verhouding baten/kosten is 2/1,4=1,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.