eentewet en de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet en artikel 13.1a van de Omgevingswet;; besluit vast te stellen de Legesverordening Molenlanden 2025 Artikel1.Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; week: een aaneengesloten periode van zeven dagen; maand: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is; jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar; kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december. Artikel2.Belastbaar feit Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst of het nemen van een besluit; het verlenen van een dienst op aanvraag; of het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een document; een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel3.Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager of degene voor wie de aanvraag is gedaan. Artikel4.Vrijstellingen Leges worden niet geheven voor: diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 13.6 van de Omgevingswet zijn of worden verhaald; diensten die ingevolge wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend; het raadplegen van de bij de gemeente berustende registers, leggers en plankaarten van de Dienst van het kadaster en de openbare registers door ambtenaren, in de uitoefening van hun functie; het in behandeling nemen van aanvragen van verklaringen omtrent inkomen en vermogen; diensten met betrekking tot een aanvraag tot verlening of gehele of gedeeltelijke intrekking vaneen omgevingsvergunning of wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning, voor zover die aanvraag betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; het in behandeling nemen van een aanvraag tot verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover het een activiteit betreft bedoeld in artikel 2.2a van het Besluit omgevingsrecht (omgevingsvergunning beperkte milieutoets). het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b Omgevingswet en paragraaf 3.2.15 van het Besluit activiteiten leefomgeving, die voldoet aan de volgende uitgangspunten: heeft betrekking op het periodiek verbranden van rietkragen, of op houtverbranding van een timmerdorp of gelijkwaardige evenementen; en heeft geen betrekking op het verbranden van afvalstoffen in een ippc-installatie; en vindt plaats buiten een installatie. Artikel5.Maatstaven van heffing en tarieven De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel6.Wijze van heffing De leges worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur, of kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel7.Termijnen van betaling In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 6: mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen een maand na de dagtekening van de kennisgeving; digitaal wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges, indien deze betrekking hebben op titel 2 van de bij de verordening behorende tarieventabel, worden betaald op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van de aanslag is vermeld. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel8.Kwijtschelding Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel9.Vermindering of teruggaaf Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in die tarieventabel opgenomen bepaling. Artikel10.Overdracht van bevoegdheden Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen: van zuiver redactionele aard zijn; een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende hoofdstukken of onderdelen van titel 1 van de tarieventabel betreft: paragraaf 1.2 (reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart); paragraaf 1.3 (rijbewijzen); artikel 1.17 (papieren verstrekking uit de basisregistratie personen); artikel 1.25, onder a (verklaring omtrent het gedrag); artikel 1.31 (Wet op de kansspelen); een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden. Artikel11.Overgangsrecht De Legesverordening Molenlanden 2024 van 12 december 2023 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 12, tweede lid, opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt. Artikel12.Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van bekendmaking, doch niet eerder dan 1 januari
(4)sub a en b van de ADR (Europees verdrag voor het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen over de weg), tot het verlenen van een ontheffing: € 449,00 2.19 Sport en recreatie (afdeling 3.9 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit in de sector sport en recreatie als bedoeld in paragraaf 3.9.1 van afdeling 3.9 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per milieubelastende activiteit, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 3.514,00 2.20 Samenloop van milieubelastende activiteiten 2.20.1 Als bij de toepassing van de artikelen 2.13 tot en met 2.19 dezelfde milieubelastende activiteit onder meer dan een artikel valt, wordt die milieubelastende activiteit slechts eenmaal in de heffing betrokken, waarbij het voor de belastingplichtige meest gunstige van toepassing zijnde tarief wordt toegepast. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een kernactiviteit in een bedrijfstak gecombineerd met functioneel ondersteunende activiteiten uit andere bedrijfstakken, dan is, in afwijking van het bepaalde in deze paragraaf, op al deze activiteiten het artikel van toepassing waaronder de bedrijfstak die bepalend is voor de kernactiviteit valt. 2.20.2 Als bij de toepassing van de artikelen 2.13 tot en met 2.19 er sprake is van een wijziging in de exploitatie van een ippc-installatie die geen significante nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid of het milieu bedraagt het tarief: Van het reguliere tarief als bedoeld in de artikelen 2.13 tot en met 2.19 van deze verordening 50% Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten 2.21 Lozingsactiviteit niet afkomstig van milieubelastende activiteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, en het gaat niet om het lozen van water of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 449,00 2.22 Lozingsactiviteit afkomstig van milieubelastende activiteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktelichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, bestaande uit het lozen van afvalwater, koelwater of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 899,00 Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten 2.23 Omgevingsplanactiviteit: opbreken en graven 2.23.1 Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het opbreken van de verharding in openbaar gebied of het graven in openbaar gebied, anders dan voor het aanleggen, in stand houden of verwijderen van een kabel of leiding, als bedoeld in als bedoeld in artikel 2:11 van de Algemene plaatselijke verordening bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: een vast bedrag van € 540,00 vermeerderd met van de aanlegkosten 1,50% met een maximum van € 2.500,00 2.23.2 Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen, in stand houden of verwijderen van een kabel of leiding in openbaar gebied, niet zijnde kabels als bedoeld in de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: een vast bedrag van € 540,00 vermeerderd met van de aanlegkosten 1,50% met een maximum van € 2.500,00 2.23.3 Gereserveerd 2.23.4 Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het graven in het beperkingengebied leidingen, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 900,00 2.23.5 Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het graven in een bijzonder landschapselement of gebied met aardkundige waarde, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 900,00 2.23.6 Gereserveerd 2.24 Gereserveerd 2.25 Omgevingsplanactiviteit: geluid weg Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen of wijzigen van een weg als op grond van het omgevingsplan of bij omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit een geluidgevoelig gebouw is toegelaten binnen het aandachtsgebied van die weg, als bedoeld in artikel 22.272 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 600,00 2.26 Omgevingsplanactiviteit: aanleggen of veranderen weg Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg, bedoeld in artikel 2:11 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 270,00 2.27 Omgevingsplanactiviteit: uitweg/uitrit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg, bedoeld artikel 2:12 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 270,00 2.28 Gereserveerd Paragraaf 2.8 Overige activiteiten 2.29 Gereserveerd 2.30 Gereserveerd 2.31 Gereserveerd 2.32 Omgevingsplanactiviteit: [opslag van roerende zaken OF objecten plaatsen op de weg] Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit de opslag van roerende zaken in een aangewezen gedeelte van de gemeente, bedoeld in artikel 2:10 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 150,00 2.33 Omgevingsplanactiviteit: standplaatsen Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het innemen of hebben van een standplaats, bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 37,25 2.34 Andere activiteiten Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit dan in deze paragraaf en voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit: 2.34.1 betreft een bij of krachtens artikel 5.1 van de Omgevingswet aangewezen vergunningplichtige activiteit, uitgezonderd de activiteit bedoeld in onderdeel b, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 900,00 2.34.2 betreft een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 900,00 Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften 2.35 Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een bouw- of sloopactiviteit, bedraagt het tarief: 2.35.a voor een maatwerkvoorschrift dat betrekking heeft op: het in stand houden van een bestaand bouwwerk, bedoeld in artikel 3.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; bouwactiviteiten die het bouwen van nieuwe bouwwerken betreffen als bedoeld in artikel 4.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; het gebruik van een bouwwerk, bedoeld in artikel 6.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; of het verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden als bedoeld in artikel 7.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; per maatwerkvoorschrift: € 780,00 2.35.b in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel a, per maatwerkvoorschrift: € 780,00 2.36 Maatwerkvoorschriften bij milieubelastende activiteiten 2.36.1 Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving betrekking heeft op: 2.36.1.a een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift: € 2.249,00 2.36.1.b als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere milieubelastende activiteit dan bedoeld in het eerste lid, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift: € 1.349,00 2.37 Maatwerkvoorschriften bij overige activiteiten Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere activiteit dan genoemd in de artikelen 2.35 en 2.36, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift: € 2.249,00 Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid 2.38 Gelijkwaardige maatregel Als de aanvraag om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet betrekking heeft: 2.38.1 per bouwactiviteit: € 1.550,00 2.38.2 per milieubelastende activiteit: € 2.249,00 2.38.3 Per andere activiteit dan bedoeld in de onderdelen a of b: € 1.550,00 Paragraaf 2.11 Overige tarieven 2.39 Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om verlenging van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit: € 312,50 2.40 Wijzigen omgevingsvergunning Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een omgevingsvergunning is hetzelfde tarief verschuldigd als op grond van dit hoofdstuk verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit of activiteiten waarop de aanvraag tot wijziging betrekking heeft. € 460,00 2.41 Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning: € 460,00 2.42 Intrekken omgevingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning, tenzij artikel 2.58 van toepassing is: € 312,50 2.43 Beoordeling aanvullende gegevens Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van aanvullende gegevens die worden ingediend nadat de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, in behandeling is genomen: € 0,00 2.44 Gereserveerd 2.45 Wijzigen van het omgevingsplan Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan: € 17.500,00 2.46 Niet genoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een ander, in dit hoofdstuk niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur of het omgevingsplan: € 900,00 Paragraaf 2.12 Modaliteiten 2.47 Achteraf ingediende aanvraag Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit, worden de op grond van de paragrafen 2.3 tot en met 2.8 verschuldigde leges verhoogd met: 25 % van de op grond van deze paragrafen verschuldigde leges met een minimum van € 300,00 en een maximum van € 1.000,
- 2.48 Uitgebreide voorbereidingsprocedure Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit: 2.48.a als sprake is van een milieubelastende activiteit, per milieubelastende activiteit: € 2.811,00 2.48.b als sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: € 2.792,00 2.48.c als sprake is van andere activiteiten dan bedoeld in de onderdelen a en b: € 2.792,00 2.49 Beoordeling onderzoeksrapporten Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld: 2.49.a voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport: € 687,50 2.49.b voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport: € 687,50 2.49.c voor de beoordeling van een geluid- of luchtrapport betreffende de geluid- of luchtbelasting: € 687,50 2.49.d voor de beoordeling van een akoestisch rapport betreffende de interne en externe geluidwering of nagalm van een bouwwerk: € 687,50 2.49.e voor de beoordeling van een ecologisch onderzoeksrapport: € 687,50 2.49.f voor de beoordeling van een milieueffectrapportage (MER): € 1.550,00 2.49.g voor de beoordeling van een niet in de voorgaande onderdelen genoemd rapport: € 687,50 2.49.1 Verplicht advies agrarische commissie Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een advies van de agrarische commissie nodig is en wordt beoordeeld: advies bestaande bedrijven € 1.180,00 advies inzake nieuwe vestigingen en/of beoordeling van een bedrijfsplan € 1.392,00 nadere adviezen op eerder uitgebrachte adviezen € 738,00 nieuw second opinion advies door het college aanwezen agrarische commissie € 1.815,00 2.50 Advies 2.50.1 Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld: 2.50.2 Als een begroting als bedoeld in het eerste lid, is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. 2.51 Instemming 2.51.1 Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan: het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn. 2.51.2 Het bedrag bedoeld in het eerste lid wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Paragraaf 2.13 Vermindering 2.52 Vermindering na omgevingsoverleg 2.52.1 Als de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, en zoals nader omschreven in de paragrafen 2.3 tot en met 2.8, is voorafgegaan door een aanvraag om omgevingsoverleg (principeverzoek) als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel a, en zoals nader omschreven in paragraaf 2.2, waarop de aanvraag om de omgevingsvergunning betrekking heeft, bestaat onder de in het tweede lid genoemde voorwaarden aanspraak op vermindering van de voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning verschuldigde leges. De vermindering bedraagt: van de voor het omgevingsoverleg geheven leges. 100 % met een maximum vermindering van € 4.350,00 2.52.2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt de aanvraag om een omgevingsvergunning gedaan: voor dezelfde activiteit of activiteiten als waarop het omgevingsoverleg betrekking had; in overeenstemming met de uitkomsten van het omgevingsoverleg; en binnen 12 maanden na het laatste omgevingsoverleg of, als het omgevingsoverleg volgens afspraak leidt tot een kennisgeving aan de aanvrager, na de dagtekening van de kennisgeving. 2.52.3 Bij de toepassing van het eerste lid blijft voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning in ieder geval verschuldigd: 2.53 Vermindering bij meervoudige aanvraag Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op vijf of meer activiteiten, bestaat aanspraak op vermindering van leges, met uitzondering van leges voor de milieubelastende activiteiten als bedoeld in paragraaf 2.5 en het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.
- De vermindering bedraagt: 2.53.1 bij 5 of meer activiteiten: 5 % van de voor die activiteiten verschuldigde leges. Paragraaf 2.14 Teruggaaf 2.54 Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. 75 % 2.55 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. 35 % 2.56 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 2.56.1 bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen twee weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; 100 % 2.56.2 bij gehele of gedeeltelijke intrekking van twee tot vier weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; 75 % 2.56.3 bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf vier weken tot zes weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; 50 % 2.56.4 bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. 25% 2.57 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 2.57.1 bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen zes weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; 75 % 2.57.2 bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken tot achttien weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; 50 % 2.57.3 bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf achttien weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. 25 % 2.58 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten: Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor een bouw activiteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 36 maanden/ 3 jaren na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. 15% 2.59 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten 2.59.a Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde leges. 20 % 2.59.b Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak. 2.60 Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.
- 2.61 Minimumbedrag voor teruggaaf Een bedrag minder dan € 150,00 wordt niet teruggegeven. Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn, niet vallend onder hoofdstuk 2 Paragraaf 3.1 Horeca 3.1 Exploitatie openbare inrichting Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: 3.1.a een aanvraag tot het verlenen van een vergunning tot het exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening € 220,00 3.1.b een aanvraag om een ontheffing van de sluitingstijd voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:29, tweede lid, van de Algemene plaatselijke verordening: € 37,25 3.2 Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: 3.2.1 een aanvraag om een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet: € 285,00 3.2.2 een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de Alcoholwet: € 37,25 3.2.3 een melding als bedoeld in artikel 30 van de Alcoholwet: € 87,00 3.2.4 een aanvraag om wijziging van het aanhangsel als bedoeld in artikel 30a, tweede lid, van de Alcoholwet: € 37,25 3.2.5 een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet met uitzondering van festiviteiten en vieringen die gerelateerd zijn aan de viering van Oud en Nieuw, Koningsdag, 4 en 5 mei en Sinterklaas: € 37,25 Paragraaf 3.2 Seksbedrijven 3.3.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 3.3.1.1 tot het verlenen of verlengen van een vergunning als bedoeld in artikel 3:4 van de Algemene plaatselijke verordening: 3.3.1.1.1 voor een seksinrichting of een escortbedrijf € 1.030,00 3.4 Wijzigen vergunning seksbedrijf tot het wijzigen van een in subonderdeel 3.3.1.1 bedoelde vergunning: € 240,00 Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet 3.5 Ontheffing winkeltijden Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet: € 37,25 Paragraaf 3.4 Organiseren evenement of markt 3.6 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2.25, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening (evenementenvergunning) met uitzondering van festiviteiten en vieringen die gerelateerd zijn aan de viering van Oud en Nieuw, Koningsdag, 4 en 5 mei en Sinterklaas: € 37,25 3.6.1 Indien gelijktijdig met een aanvraag evenementenvergunning een aanvraag ontheffing als bedoeld in artikel 4.6, tweede lid, A.P.V. (Geluidhinder) wordt gedaan, worden hiervoor geen leges geheven. 3.7 Gereserveerd Paragraaf 3.5 Standplaatsen 3.8 Gereserveerd 3.9 Gereserveerd 3.10 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het innemen of hebben van een standplaats, bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene plaatselijke verordening: € 37,25 3.10.1 In afwijking van artikel 3.10 indien de aanvraag uitsluitend betrekking heeft op een standplaats in het molengebied Kinderdijk: € 0,00 Paragraaf 3.6 Gereserveerd 3.11 Gereserveerd 3.12 Gereserveerd 3.13 Gereserveerd 3.14 Gereserveerd 3.15 Gereserveerd 3.16 Gereserveerd 3.17 Gereserveerd 3.18 Gereserveerd Paragraaf 3.7 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit 3.19 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking: € 440,00