Verordening op de heffing invordering van rioolheffing Westerkwartier 2025De raad van de gemeente Westerkwartier; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12 november 2024; gelet op artikel 228a, van de Gemeentewet; B E S L U I T: vast te stellen de verordening op de heffing invordering van rioolheffing Westerkwartier 2024”. Artikel1.Begripsomschrijvingen In de verordening wordt verstaan onder: Gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente, daaronder ook begrepen het gemeentelijk oppervlaktewater; verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft; Water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater. Artikel2.Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel3.Belastbaar feit en belastingplicht 1.De belasting wordt geheven van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel. 2.Voor het eigenarendeel wordt, als het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Artikel4.Voorwerp van de belasting 1.Voorwerp van de belasting is een perceel 2.Als perceel wordt aangemerkt: de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken; de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren; het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel. Artikel5.Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar een vast bedrag per perceel. Artikel6.Belastingtarieven 1.De belasting bedraagt per belastingjaar per perceel € 248,00 2.In afwijking van lid 1 van dit artikel, bedraagt het tarief voor een bebouwd perceel waarin is gevestigd een garagebox, een loods of een werkplaats- of opslagunit met enkel een aansluiting op de grond- en/of hemelwaterafvoer € 41,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.