.2.2, § 3.2.3, § 3.3.3 en § 3.9.2 van deze verordening zijn belast de krachtens artikel 18.6 van de Omgevingswet door het college aangewezen ambtenaren 2.Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens § 3.3.2, § 3.3.4, § 3.4.2, § 3.4.3, § 3.4.4, § 3.4.6, § 3.5.1, § 3.5.4, § 3.5.5, § 3.5.6 en § 3.7.2 van deze verordening bepaalde zijn belast: de in artikel 141 Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren en de als buitengewoon opsporingsambtenaar of- ambtenaren beëdigde ambtenaren zoals bedoeld in artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering. 3.Het college dan wel de burgemeester kan, naast het bepaalde in lid 2, andere personen met dit toezicht belasten. 4.Met het toezicht op de naleving
.4.5 van deze verordening zijn belast de bij besluit van het college aangewezen personen. 5.Met het toezicht op de naleving
.5.2 van deze verordening zijn, behalve de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, de door het college aangewezen ambtenaren als bedoeld in artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering belast. 6.Met het toezicht op de naleving
.6.2, § 3.6.3 en § 3.6.4 van deze verordening zijn belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen. Artikel7.2Strafbepaling 1.Overtreding van de artikelen genoemd in de § 3.3.2, § 3.3.4, § 3.4.2, § 3.4.3, § 3.4.4, § 3.4.6, § 3.5.1, § 3.5.4, § 3.5.5, § 3.5.6 en § 3.7.2, alsmede van de artikelen 3.130 en 3.134 van deze verordening en de op grond van artikel 3.7 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. 2.Overtreding van het bepaalde in de artikelen 3.96 en 3.97 van deze verordening wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de eerste categorie. 3.Overtreding van het bepaalde in § 3.8.2 van deze verordening kan worden gestraft met een geldboete van de eerste categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. Artikel7.3Economisch delict 1.Overtreding van het bij of krachtens het bepaalde in de artikelen 3.28, 3.29, 3.32 tot en met 3.34, 3.36 tot en met 3.43, en artikel 3.45, en de daarbij gegeven voorschriften en
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.