Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2025De raad van de gemeente Barendrecht; overwegende dat de gemeenteraad de Begroting 2025 vaststelt; dat de verordening en de bijbehorende tarievenlijst voor 2025 dient te worden vastgesteld door de gemeenteraad; dat de vaststelling geschiedt in overeenstemming met de Begroting 2025; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 5 november 2024; gelet op het advies van de commissie Algemene Zaken en Financiën van 25 november 2024; gelet op artikel 226 van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de volgende VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN HONDENBELASTING 2025 Artikel1Belastbaar feit Onder de naam “hondenbelasting” wordt een directe belasting geheven voor van het houden van een hond binnen de gemeente. Artikel2Belastingplicht 1.Belastingplichtig is de houder van de hond. 2.Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is. 3.Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 232, vierde lid, onderdeel a, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden. Artikel3Vrijstellingen 1.In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel: aan één locatie gebonden ruimte of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan door de eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is aangemeld overeenkomstig artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren. 2.De belasting wordt niet geheven voor honden: die zijn of worden opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon, dan wel de opleider van de hond worden gehouden; die zijn of worden opgeleid tot en dienen als assistentiehond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon, dan wel de opleider van de hond worden gehouden; die verblijven in een hondenasiel; die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren; die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moeder-hond worden gehouden; waarvan de houder geen ingezetene van de gemeente is en de hond niet langer dan 106 dagen in de gemeente verblijft; die gehouden worden door ambtenaren van de politie, ter verrichting van opsporingsdiensten, mits de houder in het bezit is van een geldend diploma der Koninklijke Politiehondenvereniging. 3.Een verzoek tot vrijstellingen dient zoveel mogelijk gelijktijdig met de aangifte te worden ingediend bij de heffingsambtenaar. 4.Op het verzoek wordt beslist bij een voor bezwaar vatbare beschikking. Artikel4Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden. Artikel5Belastingtarief 1.De belasting bedraagt per belastingjaar: a. voor een eerste hond het bedrag per maand is € 117,60 € 9,80 b. indien gelijktijdig twee honden worden gehouden, wordt het bij a. genoemde bedrag verhoogd met het bedrag per maand is € 161,64 € 13,47 c. indien gelijktijdig meer dan twee honden worden gehouden, wordt per hond boven het aantal van twee gelijktijdig gehouden honden, de som van de bij a en b genoemde bedragen verhoogd met het bedrag per maand is € 179,76 € 14,98 2.De verzuimboete die wordt opgelegd in het kader van deze verordening bedraagt € 115,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.