Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen gemeente Nijmegen 2025 De raad van de gemeente Nijmegen, bijeen in zijn openbare vergadering van 18 december 2024; Gelezen het voorstel van: burgemeester en wethouders van 29 oktober 2024; Gelet op: artikel 225, van de Gemeentewet; Besluit: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen gemeente Nijmegen 2025 (Verordening parkeerbelastingen 2025) Artikel1Begripsomschrijvingen voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: autodate: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen een aanbieder die motorvoertuigen ter beschikking stelt en een deelnemer, zijnde een natuurlijk persoon; binnen de singels: het gebied dat wordt begrensd door St. Titussingel (vanaf de Waalbrug), Keizer Traianusplein, St. Canisiussingel, Oranjesingel, Keizer Karelplein, Van Schaeck Mathonsingel, de spoorlijn Nijmegen-Arnhem en Waalkade, met inbegrip van de genoemde wegen of weggedeelten; buiten de singels: geheel Nijmegen, met uitzondering van het gebied binnen de singels; centrale computer: computer van het bedrijf c.q. de bedrijven waarmee de gemeente Nijmegen een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of ander communicatiemiddel; college: het college van burgemeester en wethouders; houder van een motorrijtuig: degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken in het register krachtens de Wegenverkeerswet 1994 is ingeschreven of degene die het motorvoertuig op grond van een contract van huurkoop of vruchtgebruik (lease) onder zicht heeft; motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 onder z van het RVV 1990; openbare weg: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten; parkeerapparatuur: parkeermeters, centrale computer, parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; parkeervergunning: een door Burgemeester en Wethouders verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerplaatsen op de openbare weg; parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 225 van de Gemeentewet; RVV 1990: het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens van 26 juli 1990, Stb. 459; Tarieventabel: de bij deze verordening behorende tabel waarin opgenomen de tarieven voor de verschillende parkeerbelastingen; vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend; zelfstandige woning: woning welke een eigen toegang heeft, voorzien is van een toilet en keuken en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woning, dan wel een woning waarvan met van een notariële acte wordt aangetoond dat sprake is van een zelfstandige woning. Voor deze verordening wordt onder woning mede verstaan: woonwagen op een daartoe aangewezen centrum en woonboot op een reguliere ligplaats: zorginstelling: instellingen in de curatieve zorg die beschikken over een erkenning van het Zorginstituut Nederland, sectoren Verpleging en Verzorging, de geestelijke en gezondheidszorg (ggz) en gehandicaptenzorg volgens de Wet Langdurige Zorg, alsmede professionele organisaties voor stervensbegeleiding; dag: kalenderdag; week: periode van 7 aaneengesloten dagen; maand: kalendermaand; bezoekersregeling: de regeling waarbij een bezoeker van een belanghebbende, die in een betaald parkeren gebied woont, tegen een gereduceerd uurtarief kan parkeren. De regeling geldt voor een maximaal aantal uren per kalenderjaar. Urenregistratie vindt digitaal plaats middels een digitale aan- en afmelding van het parkeertijdstip; parkeerregeling mantelzorg: de regeling waarbij een bewoner die mantelzorg ontvangt en die in aanmerking komt voor het mantelzorgcompliment, zijn mantelzorgers tegen gereduceerd uurtarief kan laten parkeren. De regeling geldt voor een maximaal aantal uren per kalenderjaar. Urenregistratie vindt digitaal plaats middels een digitale aan- en afmelding van het parkeertijdstip. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam "parkeerbelastingen" worden de volgende belastingen geheven: een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze; een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze. Artikel3Belastingplicht 1.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die het voertuig heeft geparkeerd. 2.Als degene die het voertuig heeft geparkeerd, wordt mede aangemerkt: degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen; zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel b, heeft plaatsgevonden: de houder van het voertuig, met dien verstande dat: indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd; indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd. 3.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. 4.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd. Artikel4Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel. Artikel5Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het heffingstijdvak waarover de belasting wordt geheven. 2.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren. 3.Indien de belastingplicht als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, in de loop van een vergunning periode aanvangt, is de belasting verschuldigd voor het resterende gedeelte van de vergunningstermijn van 1 jaar voor de eerste bewonersvergunning en 6 maanden voor de overige parkeervergunningen. 4.Indien de belastingplicht als bedoeld in artikel 2, onderdeel a in de loop van een vergunning periode eindigt, wordt restitutie verleend voor het resterende gedeelte van de vergunningstermijn van 1 jaar voor de eerste bewonersvergunning en 6 maanden voor de overige parkeervergunningen. 5.In afwijking van het vorige lid bestaat geen ontheffing van de belastingplicht voor de Hulpverleningsvergunning zoals genoemd in de bij deze verordening behorende tarieventabel in hoofdstuk I. Artikel6Wijze van heffing en termijnen van betaling 1.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven via een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waartoe ook wordt gerekend een nota of andere schriftuur, en moet worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. 2.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald bij de aanvang van het parkeren. 3.In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer. 4.Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald. 5.Bij de voldoening op aangifte moet, indien opgevraagd, het kenteken van het motorvoertuig waarmee wordt geparkeerd of waarvoor de vergunning geldt worden opgegeven. Artikel7Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belastingen, bedoeld in artikel 2 mag worden geparkeerd, geschiedt door het college bij openbaar te maken besluit. Artikel8Kosten naheffingsaanslag De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, bedragen € 78,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.