← Nederland

Verordening leges Gulpen-Wittem 2025 (Gulpen-Wittem)

lege van burgemeester en wethouders d.d. dinsdag 5 november 2024; de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet, de artik

s bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet: € 155,00 c. per behandeling in de gemeentelijke adviescommissie (CRK) op het aspect monumenten: € 185,00 d. per behandeling in de gemeentelijke adviescommissie (CRK) op het aspect landschap: € 920,00 e. per behandeling in de gemeentelijke adviescommissie (CRK) op andere aspecten dan bedoeld in artikel 2.50 sub b, c of d per aspect: € 185,00 f. voor een advies in andere gevallen dan bedoeld in sub a tot en met e: € 176,00 Artikel 2.51 Instemming

  1. Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan: het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn.
  2. Het bedrag bedoeld in het eerste lid wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Paragraaf 2.13 Vermindering Artikel 2.52 Gereserveerd: Vermindering na conceptverzoek Artikel 2.53 Gereserveerd: Vermindering bij meervoudige aanvraag Paragraaf 2.14 Teruggaaf Artikel 2.54 Aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bedraagt het tarief in afwijking van de overige bepalingen: € 130,00 Artikel 2.55 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bedraagt de teruggaaf: 75% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. Artikel 2.56 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: a. bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen zes weken na de indiening van de aanvraag: 75% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; b. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken na de indiening van de aanvraag: 25% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. Artikel 2.57 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: a. bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen dertien weken na de indiening van de aanvraag: 75% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; b. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf dertien weken na de indiening van de aanvraag: 25% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. Artikel 2.58 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 1 jaar na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt: 25% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. Artikel 2.59 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten a. Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 10% van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde leges. b. Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak. Artikel 2.60 Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.
  3. Artikel 2.61 Minimumbedrag voor teruggaaf Een bedrag minder dan € 50,00 wordt niet teruggegeven. Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2 Paragraaf 3.1 Horeca Artikel 3.1 Gereserveerd: Exploitatie openbare inrichting Artikel 3.2 Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: a. een aanvraag om een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet: € 173,80 b. een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de Alcoholwet: € 173,80 c. een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet: € 33,30 d. het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet voor verenigingen, stichtingen en vrijwilligersorganisaties gevestigd in de gemeente Gulpen-Wittem: Kosteloos Paragraaf 3.2 Seksbedrijven Artikel 3.3 Vergunning seksbedrijf 96+ Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning of om de verlenging van een vergunning als bedoeld in artikel 3:3 van de Algemene plaatselijke verordening: € 263,35 Artikel 3.4 Wijzigen vergunning seksbedrijf Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een in artikel 3.3 bedoelde vergunning in verband met een wijziging van: € 263,35 Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet Artikel 3.5 Ontheffing winkeltijden Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: a. een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet: € 18,70 b. wijziging van een in onderdeel a bedoelde ontheffing: € 18,70 Paragraaf 3.4 Gereserveerd: Organiseren evenement of markt Artikel 3.6 Gereserveerd: Organiseren evenement Artikel 3.7 Gereserveerd: Organiseren markt Paragraaf 3.5 Standplaatsen Artikel 3.8 Gereserveerd: Marktstandplaatsvergunningen en andere vergunningen op markt Artikel 3.9 Gereserveerd: Overige administratieve dienstverlening markt Artikel 3.10 Losse standplaatsen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Gulpen-Wittem (standplaatsvergunning): a. voor de duur van één dag: € 24,95 b. voor de duur van één week: € 48,90 c. voor de duur van één maand: € 98,85 d. voor de duur van één kwartaal: € 147,80 e. voor de duur van één jaar: € 196,70 Paragraaf 3.6 Gereserveerd: Huisvestigingswet 2014 Artikel 3.11 Gereserveerd: Vergunning onttrekken woonruimte Artikel 3.12 Gereserveerd: Vergunning samenvoegen woonruimte Artikel 3.13 Gereserveerd: Vergunning omzetten zelfstandige in onzelfstandige woonruimte Artikel 3.14 Gereserveerd: Vergunning verbouwen woonruimte tot meer woonruimten Artikel 3.15 Gereserveerd: Splitsvergunning Artikel 3.16 Gereserveerd: Toeristische verhuur Artikel 3.17 Gereserveerd: Verhuurvergunning opkoopbescherming Artikel 3.18 Gereserveerd: Verhuurvergunning woon- of verblijfsruimte Paragraaf 3.7 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit Artikel 3.19 Niet benoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van
  4. een ontheffing als bedoeld in artikel 2:73a van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Gulpen-Wittem (ontheffing verbod carbidschieten in de openlucht): € 33,30
  5. een ontheffing als bedoeld in artikel 3:7 van de Verordening fysieke leefomgeving Gulpen-Wittem (veroorzaken geluidhinder): € 67,65
  6. een ontheffing als bedoeld in artikel 3:20a van de Verordening fysieke leefomgeving Gulpen-Wittem (verbod handelsreclame): € 147,80
  7. een ontheffing als bedoeld in artikel 3:22 van de Verordening fysieke leefomgeving Gulpen-Wittem (verbod recreatief nachtverblijf): € 64,50
  8. een ontheffing als bedoeld in artikel 4:2 van de Verordening fysieke leefomgeving Gulpen-Wittem (verbod parkeren bedrijfsvoertuigen): € 64,50
  9. een vergunning als bedoeld in artikel 5:4 de Verordening fysieke leefomgeving Gulpen-Wittem (inzamelen afvalstoffen): € 19,75
  10. een ontheffing als bedoeld in artikel 4:7 van de Verordening fysieke leefomgeving Gulpen-Wittem (verbod parkeren reclamevoertuigen): € 64,50
  11. een ontheffing als bedoeld in artikel 4:8 van de Verordening fysieke leefomgeving Gulpen-Wittem (verbod parkeren grote voertuigen): € 64,50
  12. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een exploitatievergunning voor de huisvesting van arbeidsmigranten op grond van artikel 2:80 van de Algemene Plaatselijke Verordening: € 372,00
  13. Het tarief voor een vergunning voor het vissen in de vijver aan de Molenweg / Rijksweg in Gulpen bedraagt: a. voor een jaarvergunningen voor junioren tot 14 jaar € 7,55 b. voor een jaarvergunningen voor senioren vanaf 14 jaar € 12,70 Artikel 3.20 Niet benoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking: € 67,20 Behoort bij raadsbesluit van 19 december 2024, nr. FIN 049 De griffier van de gemeente Gulpen-Wittem BijlageA behorende bij de “Legesverordening Gulpen-Wittem 2025” Eenheidsprijzentabel berekening bouwkosten De bouwkosten worden berekend door het bruto-vloeroppervlak van een bouwwerk te vermenigvuldigen met de in onderstaande tabellen (kolom: bouwkosten excl. btw) vermelde bouwkosten. Daar waar in de kolom 'eenheid' een andere dan m2 wordt aangegeven wordt deze andere eenheid gehanteerd. Het bruto vloeroppervlak en het aantal bouwlagen wordt bepaald volgens de meest recente versie van de NEN
  14. Een gebouw met meerdere gebruiksfuncties zal volgens het Bouwbesluit / NEN 2580 worden opgedeeld. Er wordt voor de bepaling van de bouwkosten geen onderscheid gemaakt tussen gemetselde/steenachtige vakantiewoningen en reguliere woningen. Voor de bepaling van de bouwkosten wordt verwezen naar de eenheidsprijzen onder
  15. Gebruiksfunctie (als bedoeld in het meest recente bouwbesluit) Bouwkosten excl. BTW Eenheid 1 WOONFUNCTIE : Woongebouw of gestapelde woningen en/of zorgwoningen € 1386,00 Per m2 Vrijstaande woning of vrijstaand geschakelde woning € 1746,00 Per m2 Half vrijstaand/twee-onder-een-kap woning € 1447,00 Per m2 Tussenwoning € 1310,00 Per m2 Woonwagen / prefab unit / mantelzorgwoning € 1090,00 Per m2 Aan- / uitbouw verblijfsruimte & nevenfunctie bij woning (praktijk/kantoor) € 1548,00 Per m2 OPM: Bij verbouw van schuur tot woning wordt 75% van de bovengenoemde kosten aangehouden. 2 BIJEENKOMSTFUNCTIE : Restaurant / Café / Bar / kantine € 1624,00 Per m2 Schouwburg, theaterzaal, multifunctionele accommodatie € 1892,00 Per m2 3 GEZONDHEIDSZORGFUNCTIE : Gezondheidscentrum (dokters-/specialistenpraktijk) € 1775,00 Per m2 Verpleegtehuis/woonzorgcentrum € 1620,00 Per m2 Ziekenhuis € 227300 Per m2 4 INDUSTRIEFUNCTIE : Bedrijfshal (excl. kantoor of andere ruimten) € 520,00 Per m2 Agrarisch bedrijfsgebouw/(werktuigen-)loods € 270,00 Per m2 Open veldschuur € 17400 Per m2 Mestkelder € 180,00 Per m2 5 KANTOORFUNCTIE : Kantoor € 1432,00 Per m2 Prefab kantoor-units € 846,00 Per m2 Bedrijfskantoor in de hal € 756,00 Per m2 6 LOGIESFUNCTIE : Hotel/Motel € 1864,00 Per m2 Houten chalet / 'mobil home' € 792,00 Per m2 OPM: Er wordt voor de bepaling van de bouwkosten geen onderscheid gemaakt tussen gemetselde/steenachtige vakantiewoningen en reguliere woningen. Voor de bepaling van de bouwkosten wordt verwezen naar de eenheidsprijzen onder
  16. 7 ONDERWIJSFUNCTIE : Schoolgebouw € 1637,00 Per m2 Prefab schoolunits € 1094,00 Per m2 8 SPORTFUNCTIE : Gymzaal / Sporthal / Tennishal € 124300 Per m2 Kleedlokaal / kantine / clubhuis € 171400 Per m2 Overdekt zwembad € 1680,00 Per m2 9 WINKELFUNCTIE : Doe-het-zelf hal / meubelhal / supermarkt € 98900 Per m2 Garage met showroom € 930,00 Per m2 Winkel(-centrum) / winkel onder woningen € 1570,00 Per m2 10 OVERIGE GEBRUIKSFUNCTIES : Parkeergarage ondergronds € 105800 Per m2 Parkeerdek / parkeergarage (bovengronds) € 407,00 Per m2 11 BOUWWERKEN GEEN GEBOUW ZIJNDE : Erfafscheiding / keermuur € 98,00 Per m1 12 AANVULLINGEN E.D. T.B.V. DIVERSE GEBOUWFUNCTIES : Carport / overkapping / luifel € 269,00 Per m2 Zonnescherm € 780,00 Per m1 Dakkapel € 1526,00 Per m1 Garage / berging € 720,00 Per m2 Tuinhuisje hout € 240,00 Per m2 Kelder € 864,00 Per m2 Voor uitbreidingen anders dan uitbreidingen van de woonfunctie zal dezelfde eenheidsprijs worden aangehouden als voor de bouw van de betreffende functie. (Bijvoorbeeld voor een uitbreiding van een doe-het-zelf hal zal eenzelfde eenheidsprijs worden aangehouden als bij nieuwbouw van een doe-het- zelf hal). TOELICHTING ALGEMEEN De wijze waarop de gemeente leges berekent, valt onder de gemeentelijke autonomie. Net zoals in de meeste andere gemeenten worden de legeskosten voor een omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouwen' binnen onze gemeente grotendeels gebaseerd op de hoogte van de bouwkosten. Hoe hoger de bouwkosten des te meer legeskosten dienen te worden betaald. Een en ander is vastgelegd in de legesverordening van de gemeente Gulpen-Wittem. Op basis van artikel 1.3 lid 3 van de 'regeling omgevingsrecht' dient de aanvrager een opgave van de kosten van de te verrichten werkzaamheden te doen. Uit de toelichting op dit artikel blijkt dat deze opgave onder meer nodig kan zijn voor de berekening van leges. Indien sprake is van een vergunning voor bouwen vermeldt de aanvrager bij de opgave van de kosten in ieder geval ook de aannemingssom - als bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken (UAV 1989) - van het uit te voeren werk. Voor zover deze ontbreekt, verschaft de aanvrager een raming van de bouwkosten als bedoeld in NEN
  17. De legeskosten baseren op de opgave van bouwkosten die de aanvrager verstrekt, kan tot de volgende ongewenste situaties leiden. Iemand met een dure aannemer betaalt meer leges voor eenzelfde product dan iemand met een goedkopere aannemer. Iemand die materialen goedkoper kan inkopen betaalt minder leges voor eenzelfde product dan iemand die materialen niet goedkoop kan inkopen. Bovenstaande situaties doen zich te allen tijde voor. Gelet op het bovenstaand hanteert onze gemeente een tarievenlijst voor bepaling van de hoogte van bouwkosten die de grondslag vormt voor de hoogte van de leges. In de tarievenlijst staan eenheidsprijzen per type bouwwerk opgenomen. Ongeacht de opgave van de aanvrager wordt de tarievenlijst gehanteerd. De tarievenlijst is niet uitputtend. Zo staan in de tarievenlijst geen bouwkosten opgenomen voor bijvoorbeeld het bouwen van een windmolen. Daar waar in de tarievenlijst een tarief voor een bepaald type bouwwerk ontbreekt worden de bouwleges geheven over de op de aanvraag vermelde bouwkosten. TOELICHTING OVERZICHT BOUWKOSTEN In de tarievenlijst zijn voor een groot aantal type bouwwerken eenheidsprijzen per m2 of per m1 opgenomen. De eenheidsprijzen zijn gemiddelde prijzen voor een bepaald type bouwwerk. Met gemiddeld wordt het volgende bedoeld. De kwaliteit van een bouwwerk kan verschillen. Als voorbeeld: Een vrijstaande woning met één bouwlaag kan zijn gebouwd en afgewerkt met hoogwaardige en luxe materialen. Een woning met dezelfde vorm en afmetingen kan daarentegen ook veel minder luxe zijn en dus met goedkopere materialen zijn gebouwd en afgewerkt. De tarievenlijst gaat dus uit van gemiddelde bouwkosten van een bepaald type bouwwerk. Wanneer onderscheid zou worden gemaakt tussen een woning gebouwd en afgewerkt met hoogwaardige en luxe materialen en een woning gebouwd en afgewerkt met goedkope, minder duurzame materialen zou een aanvrager van een woning gebouwd en afgewerkt met hoogwaardige en luxe materialen meer leges betalen dan een aanvrager van een woning gebouwd en afgewerkt met goedkope, minder duurzame materialen. Het bovenstaande komt er in feite op neer dat wanneer iemand een dure keuken of een dure badkamer wenst te plaatsen meer leges moet betalen dan iemand die dat niet doet. Dit is niet terecht omdat dit voor de verrichte werkzaamheden door de gemeente niet relevant is. TOELICHTING BEREKENINGSMETHODEN Bouwkosten bouwplan De bouwkosten van een bouwplan is de optelsom van kosten van alle afzonderlijke bouwwerken/bouwdelen/bouwlagen die het bouwplan omvat. Bouwkosten bouwwerk/bouwdeel/bouwlaag De bouwkosten van een bouwwerk/bouwdeel/bouwlaag worden bepaald door per type bouwwerk/bouwdeel/bouwlaag de lengte, het oppervlak of de inhoud te vermenigvuldigen met de normprijs. Bouwkosten gebouw met (mest-)kelder Bij de berekening van de bouwkosten van een gebouw met (mest-)kelder worden de bouwkosten van de kelder/mestkelder apart berekend. Bouwkosten souterrain Voor de bouwkosten van een souterrain worden de kosten van een kelder gehanteerd mits de onderzijde van de begane grondvloer maximaal 1,0 meter boven het aansluitende maaiveld is gelegen. Indien deze afstand groter is én meer dan 50% van de gevels van het souterrain boven maaiveld uitkomen, wordt de normprijs van de inhoud van het bovenliggende type gebouw gehanteerd. Bouwkosten dakkapel Post 12 van de Eenheidsprijzentabel niet gehanteerd indien het oppervlak of de inhoud ter plaatse van de dakkapel ook al is meegenomen in een ander onderdeel van de bouwkostenberekening. Oppervlakte van een bouwlaag De oppervlakte van een bouwlaag is de totale oppervlakte van de afgewerkte constructieve vloeren van één verdieping, gemeten op de bovenkant van deze afgewerkte constructieve vloer langs de opgaande uitwendige scheidingsconstructie, met dien verstande dat het oppervlakte dat een lagere vrije hoogte heeft dan 1,5 meter, gemeten vanaf de bovenzijde van de afgewerkte constructie vloer, buiten beschouwing wordt gelaten. Uitwendige scheidingsconstructie Constructie die de scheiding vormt tussen een besloten ruimte van een gebouw en de buitenlucht, de grond of het water, waaronder begrepen de op die constructie aansluitende delen van een andere constructies op een aangrenzend perceel, of aansluitende delen van een ander op zichzelf staand bouwwerk, uitgezonderd fundering. Inhoud gebouw De inhoud van een gebouw is het volume binnen de uitwendige scheidingsconstructies inclusief deze scheidingsconstructies. Inhoud (mest-)kelder De inhoud van een kelder is de inhoud van het gedeelte van een gebouw onder de begane grondvloer of het maaiveld. Behoort bij raadsbesluit van 19 december 2024, nr. FIN 049 De griffier van de gemeente Gulpen-Wittem BijlageBbehorende bij de “Legesverordening Gulpen-Wittem 2025” G.23.00242

Buitenplanse AfwijkingsmogelijkhedenGemeente Gulpen-Wittem 2023 Artikel 2:12 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) In samenhang met Bijlage II, artikel 4 Besluit omgevingsrecht (Bor) Inhoudsopgave ✤Hoofdstuk 1: Inleiding 1.

  1. Inleiding 1.
  2. Beleid tot 1 oktober 2010 1.
  3. Nieuw afwijkingsbeleid 1.
  4. Reikwijdte nota 1.
  5. Leeswijzer ✤Hoofdstuk 2: Het kader van de afwijkingsmogelijkheid ex. artikel 2:12 Wabo 2.
  6. Afwijken van bestemmingsplan 2.
  7. Reguliere of uitgebreide voorbereidingsprocedure 2.
  8. Belangenafweging 2.
  9. Beleid Planologische Afwijkingsmogelijkheden 2.
  10. Afwijken van de

s (hardheidsclausule) 2.6. Procedure vaststelling beleid ✤Hoofdstuk 3: Beleid Planologische Afwijkingsmogelijkheden INLEIDENDE REGELS Artikel 1: Begrippen Artikel 2: Wijze van meten

S Artikel 3: Bijbehorende bouwwerken binnen de bebouwde klom Afwijking bijbehorend bouwwerk bij woningen Afwijking voor carports en overkappingen Uitbreiding bij andere gebouwen dan woningen Afwijking voor een schuilgelegenheid Artikel 4: Bijbehorende bouwwerken buiten de bebouwde kom Afwijking bijbehorend bouwwerk bij woningen Afwijking voor carports en overkappingen Uitbreiding bij andere gebouwen dan woningen Afwijking voor een schuilgelegenheid Artikel 5: Een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening Uitgangspunt bij toepassing Artikel 6: Een bouwwerk, geen gebouw zijnde of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk Uitgangspunt bij toepassing Afwijking voor erf- en terreinafscheidingen bij grondgebonden (vakantie) woningen Hoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde Bebouwingspercentage Afwijking voor reclame- en verkoopborden Artikel 7:Een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van het gebouw, dan wel de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard Uitgangspunt bij toepassing Plaatsen van een dakopbouw op een woning Artikel 8: Een antenne-installatie Uitgangspunt bij toepassing Artikel 9: Een WKK installatie bij glasbouwtuinbedrijven Uitgangspunt bij toepassing Artikel 10: Een installatie voor duurzame energie bij agrarische bedrijven Uitgangspunt bij toepassing Artikel 11:Het gebruiken van gronden voor een niet ingrijpende herinrichting van openbaar gebied Uitgangspunt bij toepassing Artikel 12:Het gebruiken van bouwwerken al dan niet in samenhang met inpandige bouwactiviteiten en van de bij de bouwwerken aansluitend terrein, mits voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers Uitgangspunt bij uitwisseling van functies Afwijken van het gebruik van een woning en bijbehorende bouwwerken voor consumentverzorgende of ambachtelijke bedrijven Afwijken van het gebruik van een gebouw, geen woning zijnde, en/of de bij dat gebouw behorende bijgebouwen en aan- of uitbouwen voor aan huis gebonden bedrijfsactiviteiten Afwijken van het gebruik voor logies- en/of kamerverhuur Afwijken van het gebruik ten behoeve van internetverkoop in een woning Afwijken van het gebruik voor het omvormen van bestaande bebouwing naar woningen Artikel 13: Het gebruiken van een recreatiewoning voor bewoning Uitgangspunt bij toepassing Artikel 14: Ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 10 voor een termijn van ten hoogste 10 jaar Uitgangspunt bij toepassing ALGEMENE REGELS Artikel 15: Algemene regels bij toepassing van de

Algemene plaatsbepaling Planschadeverhaalsovereenkomst Toepassing begripsbepalingen Toepassing “wijze van meten” Artikel 16: Hardheidsclausule Artikel 17: Inspraak Artikel 18: Inwerkingtreding Artikel 19: Citeertitel ✤Hoofdstuk 4: Toelichting 4.1. Inleiding 4.2. Toelichting inhoudelijke

s ✤Bijlagen Hoofdstuk 1: Inleiding 1.

  1. Inleiding Per 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) in werking getreden. Met de komst van de Wabo is er één omgevingsvergunning voor alle activiteiten die een ruimtelijke impact hebben. Een aantal bestemmingsplan-afwijkingsmogelijkheden uit de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) zijn vanaf 1 oktober 2010 ondergebracht in de Wabo. In onderhavige Nota is beleid geformuleerd voor de planologische (buitenplanse) afwijkingsmogelijkheden zoals opgenomen in artikel 2.1 lid 1 sub c Wabo. 1.
  2. Beleid tot 1 oktober 2010 Tot aan de inwerkingtreding van de Wabo kon op basis van artikel 3.23 Wro, in samenhang met artikel 4.1.1 van het Bro, ontheffing worden verleend van de voorschriften van het bestemmingsplan (buitenplanse ontheffingsbevoegdheid). Het college van Burgemeester en Wethouders had hiervoor aparte

s opgesteld. Bij de belangenafweging in het kader van ontheffingsverzoeken werd gebruik gemaakt van de nota “

s ontheffing artikel 3.23 Wro 2010”. 1.

  1. Nieuw afwijkingsbeleid In Bijlage II, artikel 4 van het Besluit omgevingsrecht (hierna: Bor) wordt aangegeven welke gevallen in aanmerking komen voor het verlenen van een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan. Voor de volledige tekst van artikel 4 wordt verwezen naar Bijlage I bij deze nota. Het gaat onder meer om uitbreidingen of bijbehorende bouwwerken bij woningen, de bouw van dakkapellen, de bouw van bouwwerken geen gebouwen zijnde tot een bepaalde hoogte en het gebruik van bouwwerken. Per 1 november 2014 is bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor) gewijzigd. 1.
  2. Reikwijdte nota De

s in deze nota hebben betrekking op de buitenplanse afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in bijlage II, Hoofdstuk IV, artikel 4 van het Bor. 1.

  1. Leeswijzer In hoofdstuk 2 van deze nota wordt een uiteenzetting gegeven van de werking van de nieuwe regels zoals opgenomen in de Wabo en het Bor met, waar nodig, een vergelijking naar de voorheen bestaande regels onder de Wro. In hoofdstuk 3 wordt het gemeentelijk beleid ter zake de uitvoering van de planologische afwijkingsmogelijkheden beschreven. Tot slot is in hoofdstuk 4 een toelichting op het inhoudelijk beleid opgenomen. Hoofdstuk 2: Het kader van de afwijkingsmogelijkheid ex. artikel 2.12 Wabo 2.
  2. Afwijken van bestemmingsplan Van oudsher is het afwijken van de voorschriften uit een bestemmingsplan geregeld in de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) of Wet ruimtelijke ordening (Wro). Met de komst van de Wabo is dit veranderd: de planologische afwijkingsmogelijkheden staan voortaan in de Wabo, en dus niet meer in de Wro. Artikel 2.1 lid 1 sub c Wabo geeft aan dat het verboden is zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken in strijd met het bestemmingsplan. Artikel 2.10 lid 1 sub c Wabo bepaalt dat een omgevingsvergunning wordt geweigerd als de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan. Artikel 2.10 lid 2 Wabo geeft aan dat wanneer een aanvraag om een omgevingsvergunning in strijd is met het bestemmingsplan, deze aanvraag tevens moet worden gezien als een aanvraag om een vergunning voor een activiteit bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c Wabo. Met andere woorden: een dergelijke aanvraag moet worden gezien als een aanvraag om omgevingsvergunning om te mogen afwijken van het bestemmingsplan. Als het gaat om een activiteit, als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c Wabo, in strijd met het bestemmingsplan, kan de omgevingsvergunning slechts worden verleend: met toepassing van de in het bestemmingsplan opgenomen regels inzake afwijking (het binnenplans afwijken); in de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen. Het betreft hier de 'kruimellijst'. Deze zijn beschreven in artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor); als de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. Deze afwijkingsmogelijkheid is beschreven in artikel 2.10 Wabo (projectafwijkingsbesluit). 2.
  3. Reguliere of uitgebreide voorbereidingsprocedure De Wabo onderscheidt twee voorbereidingsprocedures: de reguliere en de uitgebreide. Regel bij het bepalen van de te volgen procedure is dat de reguliere voorbereidingsprocedure wordt gevolgd, tenzij anders is bepaald. In artikel 3.10 Wabo staat expliciet aangegeven wanneer de uitgebreide voorbereidingsprocedure moet worden gevolgd. Uit artikel 3.10 Wabo is op te maken dat een activiteit die in strijd is met het bestemmingsplan) niet in artikel 3.10 Wabo wordt genoemd, betekent dit simpelweg dat deze planologische afwijkingsmogelijkheden onder de reguliere voorbereidingsprocedure vallen. Deze procedure moet binnen 8 weken (met eventueel 6 weken verlenging) worden doorlopen. Omdat artikel 2.12 lid 1 sub a onder 1 en 2 Wabo (het binnen- en buitenplans afwijken van het bestemmingsplan) niet in artikel 3.10 Wabo wordt genoemd, betekent dit simpelweg dat deze planologische afwijkingsmogelijkheden onder de reguliere voorbereidingsprocedure vallen. Deze procedure moet binnen 8 weken (met eventueel 6 weken verlenging) worden doorlopen. 2.
  4. Belangenafweging De toelichting van de invoeringswet Wabo geeft aan dat de activiteit afwijken van het bestemmingsplan binnen de reguliere voorbereidingsprocedure valt, weliswaar niet meer in ontwerp ter inzage hoeft te worden gelegd, maar geeft ook aan dat artikelen 4:7 en 4:8 van de Algemene wet bestuurswet (Awb) wel van toepassing zijn. Hierin staat het volgende: artikel 4:7: 'Voordat een bestuursorgaan een aanvraag tot het geven van een beschikking geheel of gedeeltelijk afwijst, stelt het de aanvrager in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen indien de afwijzing zou steunen op gegevens over feiten en belangen die de aanvrager betreffen, en die gegevens afwijken van gegevens die de aanvrager ter zake zelf heeft verstrekt’; artikel 4:8: 'Voordat een bestuursorgaan een beschikking geeft waartegen een belanghebbende die de beschikking niet heeft aangevraagd naar verwachting bedenkingen zal hebben, stelt het die belanghebbende in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen indien de beschikking zou steunen op gegevens over feiten en belangen die de belanghebbende betreffen, en die gegevens niet door de belanghebbende zelf ter zake zijn verstrekt.' In artikel 4.11 Awb staat een uitzondering op deze hoorplicht. Er hoeft niet te worden gehoord als een belanghebbende reeds in de gelegenheid is gesteld om (bij een eerdere beschikking of bij een ander bestuursorgaan) zijn zienswijze naar voren te brengen en er zich sindsdien geen nieuwe zaken hebben voorgedaan. Dit betekent dat in de gevallen waarin de reguliere vergunning wordt gevraagd voor activiteiten in strijd met het bestemmingsplan maar in overeenstemming met de afwijkingsregels uit dat bestemmingsplan er geen hoorplicht is. In het kader van de bestemmingsplanprocedure is er immers al een mogelijkheid geweest om “bezwaar” te maken. Dat is niet het geval bij de “kruimellijst” in de Bor. Daarvoor zijn deze

s, waarover inspraak heeft plaatsgevonden, belangrijk. Door de beleidslijn voor de activiteit afwijken van het bestemmingsplan op gemeentelijk niveau vast te leggen, wordt een verantwoord ruimtelijk beleid voortgezet zonder iedere aanvraag aan een hoorplicht te onderwerpen. Tegen een verleende vergunning kunnen belanghebbenden, die niet in de gelegenheid zijn gesteld om hun zienswijze(n) in te dienen, alleen nog maar bezwaar maken, waarna de beschikking op bezwaar open staat voor beroep. 2.

  1. Beleid Planologische Afwijkingsmogelijkheden Zoals al aangegeven staat in artikel 2.10 lid 2 Wabo dat een omgevingsvergunning slechts wordt geweigerd als vergunningverlening met toepassing van artikel 2.12 Wabo niet mogelijk is. De inwerkingtreding van de Wabo geeft aanleiding om een goed ‘afwijkingsbeleid’ te hebben, zodat het meewerken aan of het weigeren van een afwijking van het bestemmingsplan artikel 2.12 lid 1 sub a onder 1 en 2 Wabo) kan worden gemotiveerd. In overeenstemming met artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht kan het beleid door Burgemeester en Wethouders worden vastgesteld omdat dit bestuursorgaan volgens de Wabo bevoegd is om omtrent de bedoelde afwijkingen te beslissen. 2.
  2. Afwijken van de

s (hardheidsclausule) Gelet op artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht handelt het college van Burgemeester en Wethouders overeenkomstig de in hoofdstuk 3 van deze notitie neergelegde

. Zij kan daar van afwijken indien strikte toepassing van die

s voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de

te dienen doelen. 2.6. Procedure vaststelling beleid Om juridisch sluitende grondslag voor de toepassing van Bijlage II artikel 4 Bor te krijgen zal deze nota in overeenstemming met de procedure als bedoeld in hoofdstuk 3.4 Awb worden vastgesteld. Dit betekent dat de nota voordat hij wordt vastgesteld, voor een periode van zes weken ter inzage zal worden gelegd en er zienswijzen tegen kunnen worden ingediend. De eventueel zienswijzen worden meegenomen in de definitieve vaststelling van het beleid. Tegen de vaststelling van het beleid staat geen bezwaar of beroep open. Hoofdstuk 3: Beleid Planologische Afwijkingsmogelijkheden INLEIDENDE REGELS ✤Artikel 1: Begrippen 1.1 Aan- en uitbouw een ruimte die aan het hoofdgebouw is gebouwd, die functioneel een geheel vormt met het hoofdgebouw, maar die ruimtelijk een ondergeschikte aanvulling vormt op het hoofdgebouw. 1.2 Centrumzone de zone zoals omschreven en aangeduid op kaart in de toelichting van de bestemmingsplannen (dorpskernen). 1.3 Consumentverzorgende en/of ambachtelijke bedrijven een dienstverlenend beroep, gericht op het uitoefenen van ambachtelijke en/of consumentverzorgende bedrijvigheid geheel of overwegend door middel van handwerk, eventueel met daarbij behorende detailhandelsactiviteiten van ondergeschikte aard, dat in een (beperkt deel van

  1. de)woning en/of in de bijbehorende bouwwerken wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat gelet op de ruimtelijke uitwerking en/of uitstraling, met de woonfunctie verenigbaar is. In bijlage 2 is een overzicht van deze bedrijven opgenomen. 1.4 Aansluitend terrein het terrein dat op grond van het bestemmingsplan voor bebouwing in aanmerking komt. Dat is een op de kaart van het bestemmingsplan aangegeven begrensd bouwperceel, waarop een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. De grond die in het bestemmingsplan een (andere) bestemming heeft gekregen en waarop in het geheel geen bebouwing is toegestaan, kan dus niet worden gerekend tot het aansluitend terrein. 1.5 Achtererfgebied erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen. 1.6 Antennedrager antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne. 1.7 Achtergevellijn de achterste grens van het bouwvlak en het verlengde daarvan. 1.8 Antenne-installatie installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie; 1.9 Ambachtelijke bedrijvigheid het bedrijfsmatig, geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen en het instaleren van goederen alsook het verkopen en/of leveren, als ondergeschikte activiteit, van goederen die ter plaatse worden vervaardigd, ver- of bewerkt. 1.10 Ander bouwwerk een bouwwerk, geen gebouw zijnde, zoals bijvoorbeeld een erfafscheiding of zwembad. 1.11 Ander gebouw een gebouw, geen woning zijnde. 1.12 Arbeidsmigrant den persoon die vanwege economische motieven tijdelijk naar de gemeente Gulpen-Wittem komt om een inkomen te verwerven, en wiens hoofdverblijf buiten de gemeente is gelegen 1.13 Balkon een open uitbouw aan een bovenverdieping van een woning, voorzien van een balustrade en toegankelijk vanuit het verblijfsgebied. 1.14 Bebouwde kom een gebied met samenhangende bebouwing, waarbij de aard van de omgeving bepalend is en niet de plaats van het verkeersbord dat de grens van de bebouwde kom als bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994 aangeeft. 1.15 Bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.16 Bebouwingspercentage het percentage van een bouwperceel dat met gebouwen en andere bouwwerken mag worden bebouwd. Voor zover op de bestemmingsplankaart bebouwingsgrenzen zijn aangegeven wordt het bebouwingspercentage berekend over het gebied binnen de bouwgrenzen. 1.17 Bouwhoogte van een bouwwerk het hoogste punt van een gebouw of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 1.18 Bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder. 1.19 Bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge het bestemmingsplan of (indien van toepassing) de stedenbouwkundige voorschriften van de bouwverordening een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.20 Bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.21 Bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. 1.22 Bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; Het begrip (bijbehorend bouwwerk) is een verzamelbegrip waar uitbreidingen van een hoofdgebouw, aan- en uitbouwen en bijgebouwen onder vallen. 1.23 Carport/overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde met tenminste een dak en niet of slechts aan één zijde voorzien van een wand, bestaande wanden van overige gebouwen niet meegerekend. 1.24 Dakkapel van ramen voorziene uitbouw aan een kap met aanhechtingen die zich in zijn geheel binnen het hellende dakvlak bevinden, die niet de volledige breedte van het dakvlak beslaat. 1.25 Dakopbouw: een toevoeging aan het dak van de hoofdbebouwing, niet zijnde een bouwlaag en niet ondergeschikt aan het dakvlak. 1.26 Daknok het hoogste punt van een schuin dak. 1.27 Dakvoet laagste punt van een schuin dak. 1.28 Erf al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden. 1.29 Evenement een tijdelijke activiteit in de openlucht al dan niet in tijdelijke tenten of paviljoens, gericht op het bereiken van een algemeen of besloten publiek voor informerende, educatieve, vermaak, culturele en/of levensbeschouwelijke doeleinden. 1.30 Gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.31 Goothoogte van een bouwwerk bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord, daktrim of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 1.32 Hoofdgebouw gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkste gebouw is. 1.33 Huishouden van een huishouden is sprake wanneer één of meerdere personen in een zekere continue samenstelling met elkaar wonen en tussen de verschillende personen een zekere onderlinge verbondenheid bestaat. 1.34 Internetverkoop het al dan niet hobbymatig verkopen van goederen via internet, zonder uitstalling, verkoop en afhaal van goederen, ter plaatse, waarbij de goederen overwegend per post worden geleverd. Een webwinkel valt niet onder de definitie van internetverkoop. 1.35 Kamerverhuur het bedrijfsmatig aanbieden van (nacht)verblijf, waarbij een (deel van een) gebouw als onzelfstandige wooneenheid/wooneenheden word(t)(
  2. en)gebruikt en waarbij verder kenmerkend is dat de kamerhuurder(
  3. s)ter plaatse zijn hoofdverblijf heeft (hebben). 1.36 Logies: het bedrijfsmatig aanbieden van (nacht)verblijf, waarbij een (deel van een) gebouw als onzelfstandige wooneenheid/wooneenheden word(t)(
  4. en)gebruikt en waarbij kenmerkend is dat de betreffende persoon zijn hoofdverblijf elders heeft (bv arbeidsmigranten). 1.37 Mobiele reclame al dan niet langs of aan een weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, geplaatste voertuigen c.q. objecten, voorzien van reclameborden en/of andere reclame-uitingen, bedoeld om tijdelijk dan wel permanent ter plaatse te functioneren. 1.38 Onzelfstandige woning/wooneenheid een woning/wooneenheid, niet zijnde een zelfstandige woning/wooneenheid. 1.39 Openbaar toegankelijk gebied weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer. 1.40 Passend in het straat- en bebouwingsbeeld een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte; een goede hoogte-/breedteverhouding tussen de bebouwing onderling; een samenhang in bouwvorm/architectonisch beeld tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is; de cultuurhistorische samenhang in de omgeving; één en ander door de welstandscommissie, dorpsbouwmeester dan wel monumentencommissie te bepalen. 1.41 Perceel een stuk grond dat eenzelfde gebruik heeft en is omgeven door een duidelijke herkenbare grens in de vorm van bijvoorbeeld heggen, afrastering, sloten en/of greppels. 1.42 Perceelsgrens de grens van een kadastraal perceel. 1.43 Plat dak Een dak met een dakhelling tussen de 0 en 5°. 1.44 Schuilgelegenheid een overdekte ruimte die maximaal aan 3 zijden is omsloten door wanden, waarvan het/de betreffende dier(
  5. en)in geval van weidegang uit oogpunt van dierwelzijn gebruik moet(
  6. en)kunnen maken door vrij in en uit lopen, met als doel bescherming tegen extreme weersomstandigheden. 1.45 Vakantiewoning een gebouw van een woningtypering waarvoor een vergunning ingevolge artikel 2.1. lid 1 Wabo is vereist en dat dient als periodiek verblijf voor wisselende recreant(en), die hun hoofdverblijf elders hebben. Onder een vakantiewoning wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid. 1.46 Volwaardig agrarisch bedrijf een agrarisch bedrijf met ten minste de arbeidsomvang van één volwaardige arbeidskracht en waarvan de continuïteit op langere termijn voldoende is verzekerd. De volwaardigheid wordt getoetst op doelmatigheid en continuïteit. 1.47 Voorerfgebied erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied 1.48 Voorgevel de naar de openbare ruimte gekeerde gevel van een gebouw. 1.49 Voorgevelrooilijn een denkbeeldige dan wel op de kaart van het bestemmingsplan aangegeven lijn die strak loopt langs de voorgevel van een hoofdgebouw tot aan de perceelsgrenzen dan wel een denkbeeldige lijn die loopt langs de voorgevels van de gebouwen die aan de straatzijde zijn gelegen en gezamenlijk het straatbeeld bepalen. Een woning kan meerdere voorgevelrooilijnen hebben. 1.50 Woning/wooneenheid een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk 1.51 Webwinkel een vorm van detailhandel met al dan niet een uitstraling, waarbij de goederen via internet worden aangeboden en zowel per post worden geleverd als ter plaatse afgehaald. 1.52 Zelfstandige woning/wooneenheid een woning met een eigen toegang, waarbij wezenlijke voorzieningen niet te hoeven worden gedeeld met andere bewoners van het pand (eengezinshuishouden/gemeenschappelijk huishouden). ✤ Artikel 2: Wijze van meten Bij de toepassing van wijze van meten geldt het bepaalde in artikel 1 lid 2 Bijlage II Bor

S ✤Artikel 3: Bijbehorende bouwwerken (of uitbreidingen daarvan) binnen de bebouwde kom Wettekst Artikel 4,eerste lid, onderdeel a, bijlage II Besluit Omgevingsrecht: Voor verlening van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de wet van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, komen in aanmerking: een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen: niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf, de oppervlakte niet meer dan 150 m2;

Artikel 3.1 t/m 3.3 is niet van toepassing op vakantiewoningen.

3.1 Afwijking bijbehorend bouwwerk bij woningen Een afwijking voor bijbehorende bouwwerken bij woningen is toegestaan, met dien verstande dat: Het bijbehorend bouwwerk minimaal 1 meter achter, het verlengde van, de voorgevelrooilijn wordt gebouwd; De bouwhoogte van het bijbehorend bouwwerk maximaal 5,50 meter bedraagt; De gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken, buiten het in het bestemmingsplan aangewezen bouwvlak, maximaal 120 m² bedragen, met dien verstande dat de bebouwde oppervlakte van het bouwperceel maximaal 50% bedraagt; De afstand van het bijbehorend bouwwerk tot aan het openbaar toegankelijk gebied minimaal 1 meter bedraagt; Bij vrijstaande woningen minimaal 2 meter uit de zijdelingse perceelsgrens wordt gebouwd; Bij halfvrijstaande woningen met een kavelbreedte groter dan 12 meter aan één zijde de afstand tussen een bijbehorend bouwwerk en de zijdelingse perceelsgrens minimaal 2 meter bedraagt. Bij halfvrijstaande woningen met een kavelbreedte kleiner dan 12 meter bijbehorende bouwwerken in de perceelsgrens mogen worden gebouwd; In afwijking van het bepaalde onder 1 en 4 mogen bijbehorende bouwwerken voor de voorgevel c.q. het verlengde daarvan gebouwd worden, mits: de aan de straatzijde aanwezige voorgevelrooilijn niet wordt overschreden en als het een garage betreft de afstand van tenminste 5 meter tot de perceelsgrens aan de zijde van het openbaar toegankelijk gebied in acht wordt genomen (gezien vanuit de toegang van de garage); In afwijking van het bepaalde onder 2 is een hogere bouwhoogte toegestaan, mits deze past in het straat- en bebouwingsbeeld (zie begripsbepaling 1.40); In afwijking van het bepaalde onder 3 is een grotere oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken mogelijk mits: in de bestaande situatie een grotere oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken is vergund en een deel van deze bijbehorende bouwwerken wordt gesloopt en de totale oppervlakte op het perceel niet toeneemt en er een wezenlijke kwaliteitsverbetering plaatsvindt. In afwijking van het bepaalde onder 3 is bij percelen groter dan 1000 m2 een grotere oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken mogelijk, mits: passend binnen het straat- en bebouwingsgebied van de omgeving en het woon- en leefklimaat is gegarandeerd en de bebouwde oppervlakte van het bouwperceel maximaal 50% bedraagt. Voor zover niet voorzien in de bestemmingsplannen dan mogen gebouwen plat worden afgedekt, mits dit past in het straat- en bebouwingsbeeld (zie begripsbepaling 1.40). In afwijking van het bepaalde onder 5 kan een afwijking van het bestemmingsplan worden toegestaan, wanneer sprake is van herbouw van een bestaand bijbehorend bouwwerk. 3.2 Afwijking voor carports en overkappingen In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1 lid 1 mag een carport/ overkapping: maximaal 3,30 meter hoog zijn en op het achtererfgebied buiten het bebouwingsvlak een maximale oppervlakte van 30 m² hebben, mits het erf in totaliteit voor niet meer dan 50% wordt bebouw en verkeerskundig er geen bezwaren zijn tegen het aanleggen van eventueel benodigde extra inritconstructie; in afwijking van het bepaalde onder 2 mag een carport/overkapping aan de zijkant van het gebouw worden geplaatst en de voorgevel van de woning c.q. het verlengde daarvan overschrijden, mits: de overschrijding maximaal 2 meter bedraagt en de afstand tot de openbare weg minimaal 5 meter bedraagt (gezien vanaf de toegang tot de carport). 3.3 Uitbreiding bij andere gebouwen dan woningen Voor uitbreidingen bij andere gebouwen dan woningen geldt dat een afwijking van het bestemmingsplan alleen mogelijk, mits de noodzaak door de aanvrager is aangetoond en de overwegingen om af te wijken zorgvuldig zijn onderbouwd. Daarbij geldt dat het bebouwingsoppervlak op het bij het oorspronkelijke hoofdgebouw behorende perceel op niet meer dan 75% van de oppervlakte van dit gebied mag uitkomen. 3.4 Afwijking voor een schuilgelegenheid Op gronden met een agrarische bestemming kan van het bestemmingsplan worden afgeweken voor het oprichten van een schuilgelegenheid als bedoeld in artikel 1, onder voorwaarde dat: de schuilgelegenheid als een bijbehorend bouwwerk kan worden beschouwd bij een op hetzelfde perceel gelegen woongebouw; gelet op het bepaalde onder a op het betreffende perceel geen agrarisch bouwvlak is gelegen en de beweiding geen onderdeel uitmaakt van een volwaardig agrarisch bedrijf; de schuilgelegenheid een maximale bouwhoogte heeft van 4,50 meter en een maximale goothoogte van 3 meter; de schuilgelegenheid een maximale oppervlakte heeft van 12 m2; per perceel maximaal 1 schuilgelegenheid wordt opgericht; de landschappelijke inpassing van de schuilgelegenheid is verzekerd door een bij het landschap passende materiaal- en kleurkeuze; het materiaal van hout of ander natuurlijk materiaal dient te zijn en voldoet aan redelijke eisen van welstand; de schuilgelegenheid in beginsel wordt opgericht aan de rand van een perceel. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken, wanneer op het perceel één of meerdere (landschappelijke) elementen (bosschagers, houtwallen/-singels, begroeiingen of erfafscheidingen) aanwezig zijn die, gelet op hun aard en omvang, zorgen voor een betere beeldkwaliteit wanneer de schuilgelegenheid ter plekke wordt geplaatst; het gebruik van het bouwwerk gericht is op een schuilgelegenheid e niet als stal c.q. schuur. Er mag geen opslag van stro, voer of andere materialen plaatsvinden; ter bescherming en behoud van kenmerkende gebiedseigen natuurwaarden en landschappelijke kernkwaliteiten in beginsel geen schuilgelegenheid wordt toegestaan in Natura2000-gebieden/Goudgroene Natuurzone.. Op een dergelijke manier blijft de kwaliteit van het landschap en de openheid van het landelijke gebied zo veel mogelijk behouden. Indien het (maatschappelijk) belang van een schuilgelegenheid passend bij het karakter en de doelstelling van het gebied kan worden aangetoond, kan er middels de ‘nee-tenzij-methode’ toch een schuilgelegenheid worden toegestaan. Hiervoor geldt dan wel dat de verloren gaande waarden dienen te worden gecompenseerd. ✤Artikel 4: Bijbehorende bouwwerken (of uitbreidingen daarvan) buiten de bebouwde kom Wettekst Artikel 4,eerste lid, onderdeel b, bijlage II Besluit Omgevingsrecht Voor verlening van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de wet van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, komen in aanmerking: een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen: niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf, de oppervlakte niet meer dan 150 m2;

Artikel 4.1 t/m 4.3 is niet van toepassing op vakantiewoningen.

4.1 Afwijking bijbehorend bouwwerk bij woningen Het bijbehorend bouwwerk minimaal 1 meter achter, het verlengde van, de voorgevelrooilijn wordt gebouwd; De bouwhoogte van het bijbehorend bouwwerk maximaal 5 meter bedraagt; De gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken, buiten het in het bestemmingsplan aangewezen bouwvlak, maximaal 120 m² bedragen, met dien verstande dat de bebouwde oppervlakte van het bouwperceel maximaal 50%bedraagt; De afstand van het bijbehorende bouwwerk tot aan het openbaar toegankelijk gebied minimaal 1 meter bedraagt; Bij vrijstaande woningen minimaal 2 meter uit de zijdelingse perceelsgrens wordt gebouwd; Bij halfvrijstaande woningen met een kavelbreedte groter dan 12 meter aan één zijde de afstand tussen een bijbehorend bouwwerk en de zijdelingse perceelsgrens minimaal 2 meter bedraagt; Bij halfvrijstaande woningen met een kavelbreedte kleiner dan 12 meter bijbehorende bouwwerken in de perceelsgrens mogen worden gebouwd In afwijking van het bepaalde onder 1 en 4 mogen bijbehorende bouwwerken voor de voorgevel c.q. het verlengde daarvan gebouwd worden, mits: de aan de straatzijde aanwezige voorgevelrooilijn niet wordt overschreden en als het een garage betreft de afstand van tenminste 5 meter tot de perceelsgrens aan de zijde van het openbaar toegankelijk gebied in acht wordt genomen (gezien vanuit de toegang van de garage). In afwijking van het bepaalde onder 3 is een grotere oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken (max 150 m2) mogelijk, mits: in de bestaande situatie een grotere oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken is vergund en een deel van deze bijbehorende bouwwerken wordt gesloopt en de totale oppervlakte op het perceel niet toeneemt en er een wezenlijke kwaliteitsverbetering plaatsvindt. In afwijking van het bepaalde onder 3 is bij percelen groter dan 1000 m2 een grotere oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken (max 150 m2) mogelijk, mits: passend binnen het straat- en bebouwingsgebied van de omgeving en het woon- en leefklimaat is gegarandeerd en de bebouwde oppervlakte van het bouwperceel maximaal 50% bedraagt. Voor zover niet voorzien in de bestemmingsplannen dan mogen gebouwen plat worden afgedekt, mits dit past in het straat- en bebouwingsbeeld (zie begripsbepaling 1.40). In afwijking van het bepaalde onder 5 kan een afwijking van het bestemmingsplan worden toegestaan, wanneer sprake is van herbouw van een bestaand bijbehorend bouwwerk. 4.2 Afwijking voor carports en overkappingen In afwijking van het bepaalde in artikel 4.1 lid 1 mag een carport/ overkapping: maximaal 3,30 meter hoog zijn en op het achtererfgebied buiten het bebouwingsvlak een maximale oppervlakte van 30 m² hebben, mits het erf in totaliteit voor niet meer dan 50% wordt bebouwd en verkeerskundig er geen bezwaren zijn tegen het aanleggen van eventueel benodigde extra inritconstructie; indien aan de zijkant van het bouwwerk geplaatst, mag de overkapping de voorgevel van de woning c.q. het verlengde daarvan overschrijden, mits: de overschrijding maximaal 2 meter bedraagt en de afstand tot de openbare weg minimaal 5 meter bedraagt (gezien vanuit de toegang tot de carport) . 4. 3 Uitbreiding bij andere gebouwen dan woningen Voor uitbreidingen bij andere gebouwen dan woningen geldt dat een afwijking van het bestemmingsplan alleen mogelijk mits de noodzaak is aangetoond en de overwegingen om af te wijken zorgvuldig zijn onderbouwd. Daarbij geldt dat het bebouwingsoppervlak op het bij het oorspronkelijke hoofdgebouw behorende perceel op niet meer dan 75% van de oppervlakte van dit gebied mag uitkomen. 4.4 Afwijking voor een schuilgelegenheid Op gronden met een agrarische bestemming kan van het bestemmingsplan worden afgeweken voor het oprichten van een schuilgelegenheid als bedoeld in artikel 1, onder voorwaarde dat: de schuilgelegenheid als een bijbehorend bouwwerk kan worden beschouwd bij een op hetzelfde perceel gelegen woongebouw; gelet op het bepaalde onder a op het betreffende perceel geen agrarisch bouwvlak is gelegen en de beweiding geen onderdeel uitmaakt van een volwaardig agrarisch bedrijf; de schuilgelegenheid een maximale bouwhoogte heeft van 4,50 meter en een maximale goothoogte van 3 meter; de schuilgelegenheid een maximale oppervlakte heeft van 12 m2; per perceel maximaal 1 schuilgelegenheid wordt opgericht; de landschappelijke inpassing van de schuilgelegenheid is verzekerd door een bij het landschap passende materiaal- en kleurkeuze; het materiaal van hout of ander natuurlijk materiaal dient te zijn en voldoet aan redelijke eisen van welstand; de schuilgelegenheid in beginsel wordt opgericht aan de rand van een perceel. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken, wanneer op het perceel één of meerdere (landschappelijke) elementen (bosschages, houtwallen/-singels, begroeiingen of erfafscheidingen) aanwezig zijn die, gelet op hun aard en omvang, zorgen voor een betere beeldkwaliteit wanneer de schuilgelegenheid ter plekke wordt geplaatst; het gebruik van het bouwwerk gericht is op een schuilgelegenheid e niet als stal c.q. schuur. Er mag geen opslag van stro, voer of andere materialen plaatsvinden; ter bescherming en behoud van kenmerkende gebiedseigen natuurwaarden en landschappelijke kernkwaliteiten in beginsel geen schuilgelegenheid wordt toegestaan in Natura2000-gebieden/Goudgroene Natuurzone. Op een dergelijke manier blijft de kwaliteit van het landschap en de openheid van het landelijke gebied zo veel mogelijk behouden. Indien het (maatschappelijk) belang van een schuilgelegenheid passend bij het karakter en de doelstelling van het gebied kan worden aangetoond, kan er middels de ‘nee-tenzij-methode’ toch een schuilgelegenheid worden toegestaan. Hiervoor geldt dan wel dat de verloren gaande waarden dienen te worden gecompenseerd. ✤Artikel 5: Een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening Wettekst Artikel 4, tweede lid , bijlage II, Besluit Omgevingsrecht Voor verlening van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de wet van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, komen in aanmerking: een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening als bedoeld in artikel 2, onderdeel 18, onder a, dat niet voldoet aan de in dat subonderdeel genoemd eisen, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: niet hoger dan 5 m, en de oppervlakte niet meer dan 50 m²;

5.1 Uitgangspunt bij toepassing Een afwijking van het bestemmingsplan is alleen mogelijk voor een gebouw ten behoeve van een nutsvoorziening, de, waterhuishouding, het meten van de luchtkwaliteit het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer of het weg-, spoorweg-, water- of luchtverkeer, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: niet hoger dan 5 meter; de oppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m²; de noodzaak is aangetoond en de overwegingen om af te wijken zorgvuldig zijn onderbouwd. ✤Artikel 6: Een bouwwerk, geen gebouw zijnde of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk Wettekst Artikel 4, derde lid, bijlage II, Besluit Omgevingsrecht Voor verlening van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de wet van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, komen in aanmerking: een bouwwerk, geen gebouw zijnde of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: niet hoger dan 10 m, en de oppervlakte niet meer dan 50 m²;

Artikel 6

.1 t/m 6.4 is niet van toepassing op reclame- en verkoopborden 6.1 Uitgangspunt bij toepassing Een afwijking van het bestemmingsplan is mogelijk voor bouwwerken, geen gebouw zijnde of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, die voldoen aan de kenmerken van artikel 4 lid 3 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, mits de noodzaak is aangetoond en de overwegingen om af te wijken zorgvuldig zijn onderbouwd. 6.2 Afwijking voor erf- en terreinafscheidingen bij grondgebonden (vakantie) woningen Voor het bouwen van erf- en terreinafscheidingen bij grondgebonden woningen en vakantiewoningen gelden de volgende bepalingen: de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevel c.q. het verlengde daarvan mag maximaal 1 meter bedragen; de hoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevel c.q. het verlengde daarvan en niet grenzend aan het openbaar toegankelijk gebied mag maximaal 2 meter bedragen. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen in het voorerfgebied bij hoekwoningen mag maximaal 2 meter bedragen mits: deze op minimaal 3 meter achter de voorgevel c.q. het verlengde daarvan wordt geplaatst; het een erf- of terreinafscheiding betreft die (deels) bestaat uit een open constructie. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevels c.q. het verlengde daarvan mag maximaal 2 meter bedragen mits: de breedte maximaal 1,5 meter bedraagt en deze haaks op de voorgevel van de woning wordt geplaatst; de afstand tot de openbare ruimte minimaal 2 meter is; het een erf- of terreinafscheiding betreft die bestaat uit een open constructie; een combinatie van de onder

  1. t/m
  2. genoemde bepalingen is mogelijk. 6.3 Hoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde De hoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde bedraagt maximaal 10 meter. 6.4 Bebouwingspercentage Voor zover van toepassing bedraagt de bebouwde oppervlakte van het bouwperceel maximaal 50%. 6.5 Afwijking voor reclame en verkoopborden Reclame en verkoopborden zijn alleen toegestaan conform de uitgangspunten van het reclamebeleid Gulpen-Wittem; Voor mobiele reclames wordt geen afwijking verleend. ✤Artikel 7: Een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van het gebouw, dan wel de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard Wettekst Artikel 4, vierde lid, bijlage II, Besluit Omgevingsrecht Voor verlening van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de wet van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, komen in aanmerking: een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, dan wel de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard;

7.1 Uitgangspunt bij toepassing Als de te realiseren dakkapel, dakopbouw, gelijksoortige uitbreiding van het gebouw of uitbreiding met een bouwdeel van ondergeschikte aard precedentwerking kan oproepen, dient bekeken te worden of het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig wordt aangetast, alsof meerdere dakkapellen, dakopbouwen, gelijksoortige uitbreidingen en/of uitbreidingen met een bouwdeel van ondergeschikte aard aangevraagd zijn. Hiertoe dient het plan aan de welstandscommissie c.q. dorpsbouwmeester en/of monumentencommissie te worden voorgelegd. 7.2 Plaatsen van een dakopbouw op een woning Voor het plaatsen van een dakopbouw op een woning geldt dat een dakopbouw uitsluitend mag worden geplaatst op het achterdakvlak, tenzij dit achterdakvlak afgekeerd is van het openbaar toegankelijk gebied; de dakopbouw mag de bestaande daknok van de woning met maximaal 1 meter overschrijden; de dakopbouw dient ten minste 1.00 meter uit de zijdelingse dakrand te worden geplaatst. ✤Artikel 8: Een antenne-installatie Wettekst Artikel 4, vijfde lid, bijlage II, Besluit omgevingsrecht Voor verlening van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de wet van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, komen in aanmerking: een antenne-installatie, mits niet hoger dan 40 m

8.1 Uitgangspunt bij toepassing Verzoeken om af te wijken van het bestemmingsplan in verband met het plaatsen van een antenne-installatie, zullen worden beoordeeld aan de hand van het vigerende antennebeleid, zoals vastgesteld door de gemeenteraad. ✤Artikel 9: Een WKK installatie bij glasbouwtuinbedrijven Wettekst Artikel 4, zesde lid, bijlage II, Besluit omgevingsrecht Voor verlening van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de wetvan het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, komen in aanmerking: een installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekrachtkoppeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder w, van de Elektriciteitswet 1998;

9.1 Uitgangspunt bij toepassing Een afwijking van het bestemmingsplan wordt verleend voor een WKK installatie als bedoeld in bijlage II, artikel 4, lid 6 van het Bor, mits de noodzaak is aangetoond en de overwegingen om af te wijken zorgvuldig zijn onderbouwd. ✤Artikel 10: Een installatie voor duurzame energie bij agrarische bedrijven Wettekst Artikel 4, zevende lid, bijlage II, Besluit omgevingsrecht Voor verlening van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de wet van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, komen in aanmerking: een installatie bij een agrarisch bedrijf waarmee duurzame energie wordt geproduceerd door het bewerken van uitwerpselen van dieren tot krachtens artikel 5, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet aangewezen eindproducten van een krachtens dat artikellid omschreven bewerkingsprocedé dat ziet op het vergisten van ten minste 50 gewichtsprocenten uitwerpselen van dieren met in de omschrijving van dat procedé genoemde nevenbestanddelen;

10.1 Uitgangspunt bij toepassing Een afwijking van het bestemmingsplan wordt verleend voor een installatie als bedoeld in bijlage II, artikel 4, lid 7 van het Bor, mits de noodzaak is aangetoond en de overwegingen om af te wijken zorgvuldig zijn onderbouwd. ✤Artikel 11: Het gebruiken van gronden voor een niet ingrijpende herinrichting van openbaar gebied Wettekst Artikel 4, achtste lid, bijlage II, Besluit Omgevingsrecht Voor verlening van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de wet van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, komen in aanmerking: het gebruiken van gronden voor een niet ingrijpende herinrichting van openbaar gebied

11.1 Uitgangspunt bij toepassing Een afwijking van het bestemmingsplan voor een niet ingrijpende herinrichting van openbaar gebied als bedoeld in bijlage II, artikel 4 lid 8 van het Bor wordt verleend, mits omwonenden en gebruikers van het desbetreffend gebied door de herinrichting niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. ✤Artikel 12: Het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buitende bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers. Wettekst Artikel 4, negende lid, bijlage II, Besluit Omgevingsrecht Voor verlening van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de wet van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, komen in aanmerking: Het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers.

12.1 Uitgangspunt bij uitwisseling van functies 1. Centrumzone van dorpskern De uitwisseling van functies voor voorzieningen als detailhandel, horeca, kantoren en dienst

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.