Treasurystatuut gemeente Groningen 2024 DE RAAD VAN DE GEMEENTE GRONINGEN; Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 november 2024; HEEFT BESLOTEN: het Treasurystatuut gemeente Groningen 2024 vast te stellen. Artikel1Begrippenkader Het wettelijk kader ligt besloten in de nationale en in de Europese regelgeving. In het bijzonder zijn van kracht: De Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido), de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo), de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof), de regelgeving betreffende staatssteun en de wet- en regelgeving toezicht financiële ondernemingen. In dit statuut wordt verstaan onder: Treasuryfunctie : Alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Publieke taak : De taak van de gemeente tot het dienen van het openbare belang, zoals gedefinieerd in de taakomschrijving van de gemeente in de gemeentewet. Prudent : Zorgvuldigheid en behoedzaamheid van optreden bij het uitzetten van middelen en het afsluiten van derivaten, tot uitdrukking komend in een voldoende kredietwaardigheid van de tegenpartij en een beperkt marktrisico van de uitzetting, derivaten daaronder begrepen. Rating : Kredietwaardigheid van financiële instellingen zoals beoordeeld door tenminste een van de drie rating agencies: Moody’s, Standard & Poor’s en Fitch. Derivaten : Financiële instrumenten belichaamd in contracten waarin de voorwaarden zijn vastgelegd waartegen een transactie op een bepaald moment zal of kan plaatsvinden en waarvan de waarde afhankelijk is van één of meer onderliggende activa, referentieprijzen of indices. Gesloten positie : De situatie dat de onderliggende waarde waarop een derivaat betrekking heeft, gelijke modaliteiten (in omvang en looptijd) heeft als de bijbehorende financieringsbehoefte. Rentetypische looptijd : Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de leningsvoorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare constante rentevergoeding. Vaste schuld : Het gezamenlijke bedrag van de schuld uit hoofde van geldleningen met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van één jaar of langer en de voor een termijn van één jaar of langer ontvangen waarborgsommen. Vlottende schuld : Het gezamenlijke bedrag van de opgenomen gelden met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van korter dan één jaar, de schuld in rekening-courant, de voor een termijn van korter dan één jaar ter bewaring in de kas gestorte gelden van derden en overige geldleningen die geen onderdeel uitmaken van de vaste schuld. Netto-vlottende schuld : Het bedrag van de vlottende schuld, verminderd met het gezamenlijke bedrag van de contante gelden in kas, de tegoeden in rekening-courant en de overige uitstaande gelden met een rente typische looptijd van korter dan één jaar. Kasgeldlimiet : Het bedrag dat de maximale netto-vlottende schuld aangeeft. Renterisico : Mate waarin het saldo van rentelasten en rentebaten van de gemeente verandert door wijzigingen in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een oorspronkelijke rente typische looptijd van één jaar of langer. Renterisiconorm : Het bedrag ter grootte van een percentage van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar, dat aangeeft welk deel van de vaste schuld maximaal in aanmerking komt voor aflossing en/of renteherziening. Duurzame bank : Een bank met ideële of groene doelstellingen. Matching : Het afstemmen van de termijn waarvoor financieringsmiddelen worden aangetrokken op de termijn waarop vermogen is of wordt vastgelegd. Arbitrage : Het opnemen van gelden en het weer uitzetten daarvan, met als doel het genereren van inkomsten. BBV : Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten. Beklemde reserves : Reserves ter dekking van (kapitaal)lasten. Garantie : Borgstelling van de gemeente op een door een derde bij een geldverstrekker op te nemen lening. Artikel2Uitgangspunten en algemene doelstellingen De uitgangspunten en algemene doelstellingen van de treasuryfunctie zijn: het aangaan van leningen, het uitzetten van middelen en het verlenen van garanties zijn alleen toegestaan in het kader van de uitoefening van de publieke taak; het verstrekken van leningen en het verstrekken van garanties door de gemeente is alleen toegestaan als de betreffende leningsnemer aan kan tonen geen lening zonder garantie van de gemeente bij een andere geldverstrekker te kunnen krijgen; uitzettingen en derivaten hebben een prudent karakter en zijn niet gericht op het genereren van inkomsten door het aangaan van overmatige risico’s; het beheersen van toekomstige risicoposities; verzekerd zijn van duurzame toegang tot de financiële markten. Artikel3Richtlijnen Risicobeheer 1.Matching van looptijden van financieringsbehoefte en financieringsmiddelen De looptijden van financieringsbehoefte en financieringsmiddelen dienen te worden gematcht. De lange respectievelijk korte financieringsbehoefte van de gemeente Groningen dient, behoudens het hierna gestelde, gefinancierd te worden met in- of externe lange respectievelijk korte financieringsmiddelen. 2.Korte mismatch De lange financieringsbehoefte mag worden gedekt met korte middelen voor zover daarbij de in artikel 4 genoemde limieten voor risicobeheer niet worden overschreden. 3.Lange mismatch De korte financieringsbehoefte mag worden gedekt met lange middelen voor zover daarbij de in artikel 4 genoemde limieten voor risicobeheer niet worden overschreden. 4.Rente-instrumenten (derivaten) Derivaten worden alleen ingezet voor het afdekken van renterisico’s en worden alleen gebruikt als er sprake is van een gesloten positie. Het enige instrument dat wordt gebruikt is de renteswap en elke overeenkomst vereist vooraf instemming van het college. Tevens zal de Raad over de overeenkomst worden geïnformeerd. 5.Valutarisico Financieringstransacties vinden uitsluitend plaats in euro’s. Artikel4Limieten risicobeheer 1.Renterisiconorm Jaarlijks mag bij aanvang van het kalenderjaar maximaal het in de wet Fido vastgestelde percentage van het begrotingstotaal in aanmerking komen voor aflossing en/of renteherziening. 2.Kasgeldlimiet De gemiddelde netto-vlottende schuld van de gemeente in een kwartaal (berekend als het gemiddelde van de drie ultimo maandstanden in dat kwartaal) mag niet meer bedragen dan het in de wet Fido vastgestelde percentage van het lastentotaal van de gemeentebegroting. 3.Overschrijding limieten Bij een overschrijding wordt altijd de raad geïnformeerd door het college van B&W. In de jaarrekening legt het college van B&W hierover verantwoording af. Artikel5Richtlijnen Financiering OG (opgenomen geldleningen) 1.Toegestane financieringsinstrumenten lang Voor het aantrekken van lange financieringsmiddelen zijn uitsluitend de volgende instrumenten toegestaan: Onderhandse geldleningen; MTN (Medium Term Notes); Lening met korte rente in combinatie met een rente-instrument, zodanig dat een lening met een lange rente wordt nagebootst. 2.Toegestane financieringsinstrumenten kort Voor het aantrekken van korte financieringsmiddelen zijn uitsluitend de volgende instrumenten toegestaan: Daggeld; Kasgeld; Rekening Courant krediet. 3.Gelijkmatige afloop van leningenportefeuille Financieringsbeslissingen worden zodanig genomen dat een over de jaren gelijkmatig verloop van aflossingen en renteherzieningen ontstaat. Aflossingen en renteherzieningen mogen verder niet boven de in de wet Fido vastgelegde renterisiconorm uitkomen. 4.Vervroegd aflossen vaste concernleningen Leningen komen voor vervroegde aflossing in aanmerking indien de contante waarde van de lagere rentelasten in komende jaren groter is dan de te betalen boeterente. 5.Rente-omslag percentage (ROP) Voor integraal gefinancierde activa worden de gemiddelde financieringskosten via het rente-omslag percentage (ROP) doorberekend. Berekening van het ROP vindt plaats conform de BBV-voorschriften. Het rente-omslag percentage wordt jaarlijks bij de gemeentebegroting vastgesteld. Het percentage van deze omslagrente wordt bepaald uit het gewogen gemiddelde van de rentekosten op de opgenomen langlopende leningen, kortlopende leningen, beklemde reserves en voorzieningen tegen contante waarde. Het ROP wordt vastgesteld met als uitgangspunt een verwacht resultaat van nul in het begrotingsjaar. De uitkomst van dit percentage van de omslagrente wordt naar boven afgerond op een veelvoud van 0,05%. 6.Rente reserves. Aan de beklemde reserves wordt rente toegevoegd. Het hiervoor gehanteerde rentepercentage is gelijk aan het ROP met een maximum van het rentepercentage dat is gebaseerd op het gewogen samenstel van de (bruto) externe rentelasten over het totaal van de lang en kort aangetrokken financieringsmiddelen. Het rentepercentage wordt opgenomen en toegelicht in de paragraaf Financiering in de begroting en het jaarverslag. 7.Rente voorzieningen. Aan de voorzieningen tegen contante waarde wordt rente toegevoegd tegen het percentage waarvoor de voorziening contant gemaakt is. Het rentepercentage wordt opgenomen en toegelicht in de paragraaf Financiering in de begroting en het jaarverslag. 8.Maatschappelijk verantwoord en duurzaam bankieren Van de langlopende geldleningen die de gemeente jaarlijks aantrekt wordt voor een bedrag van maximaal 25 miljoen euro bij duurzame banken geleend, voor zover het rentepercentage van deze leningen niet meer dan 0,15% hoger is dan het op het moment van aantrekken geldende marktconforme rentepercentage. Artikel6Richtlijnen Financiering UG (uitgezette geldleningen) 1.Geen arbitrage Het is niet toegestaan om gelden op te nemen en deze weer uit te zetten met als doel het genereren van inkomsten.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.