Participatiebeleid Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden1.Aanleiding en doel Bijna tien jaar geleden hebben we als waterschap de omslag ingezet ‘van zorgen voor naar samen doen’. We hebben gemerkt dat de inbreng van de omgeving vaak tot betere resultaten leidt. Inmiddels wordt het belang van samenwerking alleen maar groter, maar de uitdagingen ook. In dit beleid geven we richtlijnen voor hoe wij omgaan met participatie van anderen in onze processen én andersom. Dit geeft handvatten voor onszelf en helpt om transparant te kunnen zijn naar anderen. Context Verschillende ontwikkelingen zorgen ervoor dat we als waterschap met meer partijen en op andere manieren moeten samenwerken, waardoor we ook bewuster moeten omgaan met participatie. Er zijn grote maatschappelijke opgaven waarmee water sterk verweven is, zoals bodemdaling en klimaatadaptatie. Daarvoor zoeken we vaker mede-overheden, agrariërs, natuurorganisaties én bewoners op om samen te werken. Ook willen we in onze eigen projecten bijdragen aan maatschappelijke waarden zoals biodiversiteit en circulariteit. Daarvoor betrekken we steeds actiever onze omgeving. Verder verandert ook de maatschappij. Er zijn actieve burgers die met eigen initiatieven bij ons aankloppen, die we waar mogelijk de ruimte willen geven. En aan de andere kant zijn er juist ook kritische burgers die door afnemend vertrouwen in de overheid afhaken. Deze groep is juist minder bereikbaar. In het waterbeheerprogramma 2022-2027 ‘Stroomopwaarts’ is de ambitie vastgelegd om actiever en meer samen te werken, specifiek bij de ruimtelijke inrichting, bij integrale gebiedsprocessen in het stedelijk en landelijk gebied én in het stimuleren van waterbewust gedrag van anderen. Samen met bovenstaande ontwikkelingen vereist dit dat we principes en uitgangspunten ontwikkelen voor participatie. Dit is nodig om de extra inzet te kunnen sturen en onze keuzes te verantwoorden. Tot slot is participatie ook een belangrijke pijler van de Omgevingswet. Voor bepaalde instrumenten van het waterschap geldt een motiveringsplicht voor het participatieproces. En overheden zijn verplicht om een participatiebeleid en -verordening te hebben en daaraan uitvoering te geven. HDSR had nog geen participatiebeleid, maar we organiseren al wel veel participatie, dus de uitgangspunten en werkwijzen zijn niet nieuw. Doel In dit beleid leggen we onze visie op participatie en onze aanpak op hoofdlijnen vast. Daarmee proberen we handvatten te geven voor vragen zoals: Hoe gaan we om met verschillende belanghebbenden in onze processen? Hoe gaat het met participatie als je als overheden samenwerkt? En wat is de rol van het bestuur in al deze verschillende vormen van samenwerking? Het gaat over participatie van anderen in processen van het waterschap én over participatie van het waterschap in processen van anderen. Wat verstaan we onder participatie? Participeren betekent letterlijk ‘deelnemen’. Onder participatie verstaan wij het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden (burgers, maatschappelijke organisaties, bedrijven en bestuursorganen) bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid en bij de voorbereiding en uitvoering van een besluit over een project of activiteit; Monitoring en evaluatie Na het vaststellen van dit beleid zal de uitvoering zich blijven ontwikkelen. We willen leren van onze ervaringen en ook van de ervaring van anderen. Daarom besteden we aandacht aan monitoring van onze participatie-aanpak. Het is goed om periodiek te evalueren of we onze visie en uitgangspunten moeten bijstellen. 2.Visie ‘Alleen ga je sneller, samen kom je verder’. Een gevleugelde uitspraak, die goed aangeeft hoe belangrijk participatie is. Door samen te werken met relevante belanghebbenden kun je tot nieuwe oplossingen komen. Wij willen met participatie sturen op maatschappelijke meerwaarde en draagvlak. Dit geldt zowel voor participatie in onze eigen projecten als door te participeren in projecten van anderen. Daarbij hebben we een aantal ambities. Betrouwbaarheid en transparantie We willen een betrouwbare overheid zijn, waarbij transparantie een sleutelrol speelt. In een tijd waarin processen vaak complex zijn en lang duren is transparantie extra belangrijk. We willen transparant zijn over het verloop van het participatieproces en de rol en verantwoordelijkheden van onszelf en anderen daarin. Voor belanghebbenden moet duidelijk zijn hoe en wanneer ze kunnen participeren, en wat met hun inbreng wordt gedaan. Dit is maatwerk en zal per project of proces moeten worden ingevuld. Ook kan het in de tijd veranderen. Dat hoeft geen probleem te zijn als we daar transparant en open mee omgaan. Dit verwachten wij ook van processen van anderen, waaraan wij kunnen bijdragen. Participatie in een vroeg stadium In principe willen we participatie organiseren in een vroeg stadium van een project of proces, om tot betere besluiten en maatschappelijk draagvlak te komen. Wij participeren ook graag vroegtijdig in initiatieven en processen van anderen. In een vroege fase liggen opties nog open en kunnen belangen, meningen en creativiteit van belanghebbenden nog goed meegenomen worden. Dit vraagt openheid en flexibiliteit. Ook bij schijnbaar tegengestelde belangen kan er veel bereikt worden als je al vroeg op zoek gaat naar gedeelde belangen en gezamenlijke waarden. We hechten in dit verband ook aan een goede relatie met onze gebiedspartners. Door vroegtijdig zicht te hebben op hun agenda kunnen we hen tijdig betrekken en tot alternatieven te komen die recht doen aan hun belangen. En tegelijkertijd komt het waterschap eerder in beeld bij hun werk aan de leefomgeving. Relevante belanghebbenden en ongekende belangen De omgevingswet stelt dat participatie maatwerk is en vormvrij. We realiseren ons dat er verschillende belanghebbenden bestaan: lokaal, regionaal, nationaal, internationaal. Er zijn direct en indirect belanghebbenden. Sommige belangen zijn goed vertegenwoordigd via de politiek of belangenverenigingen, terwijl andere belangen zichzelf om uiteenlopende redenen niet kunnen organiseren. Sommige belangen hebben daarmee een stem, maar andere belangen hebben die niet (de natuur, dieren, kinderen, laaggeletterden etc.). We willen ons daarvan bewust zijn en ons inspannen om per participatieproces een goede analyse te doen op de relevante belanghebbenden en passende beïnvloedingsruimte. We doen daarbij ons best om ook in te spelen op ongekende of stille belangen. De manier waarop we dit doen zal verschillen per sturingsvorm en werkproces, maar we maken onder andere gebruik van onze duurzame relaties en van ons professionele omgevingsmanagement. Het algemeen bestuur kan aan de start van grotere projecten en processen kaders meegeven en speelt ook een volksvertegenwoordigende rol in het wegen van belangen. Sturingsvorm en rolbewustzijn Het waterschap kan in een project initiatiefnemer zijn of participant. En in complexere projecten en processen kan onze rol gedurende het planproces ook nog veranderen. Om transparant te kunnen zijn over de mate van inbreng en verantwoordelijkheden van alle partijen, is het belangrijk dat we ons als waterschap goed bewust zijn van onze rol. Daarom willen we hier regelmatig actief op reflecteren met onze samenwerkingspartners en zelf ons rolbewustzijn vergroten. Of het waterschap in een project of proces initiatiefnemer, participant of bevoegd gezag is wordt grotendeels bepaald door de sturingsrol. We maken onderscheid in vier rollen, zoals beschreven door de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB): initiatiefnemer (presterende overheid); bevoegd gezag (rechtmatige overheid); samenwerkingspartner: initiatiefnemer óf participant (samenwerkende overheid); ondersteunende overheid: participant bij initiatieven van derden (responsieve overheid). Nieuwe samenwerkingen, samen leren We streven naar verbinding en staan open voor nieuwe vormen van samenwerking. Wij denken en werken daarbij mee in processen die ook buiten ons beheergebied reiken. En in processen die niet uitsluitend gebaseerd zijn op de uitvoering van traditionele taken. Samenwerking en participatie in de bredere (ruimtelijke) opgaven zijn essentieel voor het bereiken van onze doelen. Wij zien de toepassing van participatie als een proces waarvan wij willen leren. De ruimte die de Omgevingswet biedt, de complexiteit van de opgaven en de dynamiek van de omgeving vragen steeds om maatwerk in processen. We willen leren van onze ervaringen en ook van de ervaring van anderen. Extra aandacht voor participatie van jeugd We willen jongeren actief betrekken bij ons waterschapswerk. De jongere generatie zal het langst met onze beslissingen moeten leven, maar zij zijn niet altijd goed vertegenwoordigd in onze organisatie, ons bestuur en in belangengroepen. Daardoor kan het zijn dat jonge mensen worden benadeeld in de besluiten en de acties van het waterschap. Tegelijkertijd kunnen jongeren relatief goed een bijdrage leveren zonder ingesleten overtuigingen ‘omdat het nou eenmaal altijd zo gaat’. En dat kan een waardevolle aanvulling zijn in deze tijden van grote uitdagingen en veranderingen. Daarom willen we langdurig aandacht geven aan participatie van jongeren. Kader: Waterraad Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden Bij het opstellen van het waterbeheerprogramma voor 2022-2027 zijn we gestart met een waterraad met jongeren van 18-25 jaar, die hebben meegedacht. Dit zetten we voort, waarbij we elk jaar een nieuwe groep jongeren werven voor de raad. We willen dat de raad zelf kennis maakt met het waterschap. Wat doet het waterschap precies? Hoe werkt de bestuurlijke besluitvorming? Hoe ziet het waterschap van de toekomst eruit? En we vragen voor specifieke projecten en processen om inbreng van de raad. Het advies geeft het waterschap een beeld van de visie van jongeren op het waterbeheer van nu en de toekomst. Ook heeft de waterraad een functie als uithangbord van het waterschap richting jonge mensen in het gebied. Ze kunnen ons helpen door publiekelijk zichtbaar te zijn en het waterschap zo een frisser gezicht te geven, en door ons te adviseren over hoe we jonge mensen beter kunnen bereiken. Naast de waterraad heeft elk waterschap al langer jeugdbestuurders tussen de 14-18 jaar: een jeugddijkgraaf en/of jeugd(hoog)heemraad. Ook zij geven het werk van het waterschap bekendheid bij jongeren en geven (incidenteel) ook advies aan het ‘volwassen’ bestuur over waterissues. 3.Uitgangspunten voor geslaagde participatie Onze visie op participatie is vertaald naar een aantal uitgangspunten. En voor de transparantie zijn in het volgende hoofdstuk de verschillende rollen van het waterschap verder uitgewerkt. Samen vormt dit onze leidraad om als initiatiefnemer of als participant steeds te sturen op vroegtijdige betrokkenheid en een zorgvuldig en transparant participatieproces voor maatschappelijke meerwaarde en draagvlak. We zijn transparant over rollen, proces en resultaten Transparantie en rolvastheid zijn belangrijk voor een succesvol participatietraject. De rol van het waterschap kan verschillen per opgave. En ook kan onze rol tijdens langdurige en omvangrijke projecten veranderen. Samen met onze omgevingspartners geven wij invulling aan het participatieproces en reflecteren we bewust op eventuele rolwisselingen. We geven duidelijkheid over rollen, binnen de organisatie en naar buiten. Als wij initiatiefnemer zijn, leggen we zorgvuldig vast en koppelen we terug wat de genomen stappen en (tussen) resultaten zijn. Vanaf het begin zijn we open over dilemma’s en belangentegenstellingen, en werken we aan realistische verwachtingen. Tijdens het hele participatieproces koppelen we aan de participanten terug welke inbreng we hebben opgehaald en wat daarmee is gebeurd. We informeren ook over vertraging, uitstel of wijziging van voornemens of plannen. Bij de motivatie van ons besluit besteden wij aandacht aan de ingebrachte (tegen)argumenten. Als bepaalde inbreng geen plek krijgt, geven we dat duidelijk aan en motiveren we die beslissing. We zijn proactief en flexibel We willen een uitnodigende overheid zijn, waarbij ook hoort dat wij vroegtijdig en actief op zoek gaan naar wat er speelt in onze omgeving en inspelen op initiatieven. We koppelen kansen aan eigen beleidsdoelen. Voor een goed proces vragen wij een flexibele grondhouding van anderen en leven dat zelf ook voor. Dat betekent dat we de uitkomst vooraf open durven laten, zonder de opgave uit het oog te verliezen. Ook betekent dit dat planning en budgetten niet altijd maatgevend zijn. Daar waar de opgave en de bedrijfsvoering het toelaat, volgen we het participatieproces zodat er ruimte is om meekoppelkansen te benutten. Dit betekent bijvoorbeeld dat wij in de basis bereid zijn om de planning bij te stellen als dat nodig is voor het participatieproces en de uitkomsten. Of, dat financiële aanpassingen bespreekbaar zijn als de maatschappelijke baten opwegen tegen de kosten. Die afweging wordt gemaakt in het bestuur. Dit vergt per opgave en per planproces adaptief vermogen en een goede spelverdeling tussen bestuur en ambtenaren. In ieder traject kiezen we bewust voor een participatieproces Iedere opgave en ieder project is anders. Daarom is participatie altijd maatwerk. In de rol van initiatiefnemer richten wij zelf het participatieproces in. We hebben daarvoor geen blauwdruk, maar wel diverse stappenplannen en methodieken die bij onze verschillende instrumenten kunnen helpen bij het inrichten van het participatieproces. We denken daarbij altijd goed na over het niveau van participatie, dat kan variëren van raadplegen tot het geheel uit handen geven van de organisatie en uitvoering aan anderen. Andersom is het ook van belang om na te denken over het participatieniveau en de intensiteit daarvan als wij participeren in trajecten van anderen. Over het algemeen geldt: hoe groter de impact van een initiatief op de omgeving, hoe intensiever de participatie. We realiseren ons daarbij dat participatie inspanning, tijd en geld vraagt. We hebben oog voor het voorkomen van ‘participatiemoeheid’. Om niet te ‘overvragen’, benaderen we betrokkenen gericht, of in overleg met andere partijen, om te participeren. Bij grote, complexe en/of (politiek)gevoelige opgaven laten we het proces indien gewenst begeleiden door een onafhankelijke partij. Samen met de belanghebbenden maken we op gezette tijden pas op de plaats, om te onderzoeken hoe het proces loopt en zo nodig bij te sturen. Daarmee willen we scherp blijven op wederzijdse verwachtingen en hoe we onze rol invullen. We werken inclusief, met bijzondere aandacht voor de jeugd We streven ernaar dat alle belangen en behoeften echt een plek krijgen en toegevoegde waarden zoveel mogelijk tot hun recht komen. We werken daar continu aan door een goede relatie met onze omgevingspartners en door intern goed uit te wisselen over wat er speelt in het hele gebied. En door voor ieder project en proces vooraf een stakeholderanalyse te maken. Om een brede belangenafweging te kunnen maken, betrekken we bewoners, bedrijven, instellingen en medeoverheden actief en op verschillende manieren, passend bij hen en bij het vraagstuk. Wij zijn alert op de ‘stille belanghebbenden’, zodat partijen evenredig veel invloed hebben. En wij vragen actief om inbreng van de jeugd op onze besluitvorming via onze waterraad. Ongeacht het participatieniveau respecteren wij altijd onze gesprekspartners. Naar de inbreng en mening van inwoners luisteren we even goed als naar die van medeoverheden, belangenorganisaties en ondernemers. Dat doen we vanuit een open en oprechte houding. Het is niet ons vooropgezette doel dat iedereen het eens moet worden over de uitkomst. Wel dat er een transparant proces is doorlopen met een heldere dialoog. We communiceren vroegtijdig en zorgvuldig om belanghebbenden de kans te bieden te participeren. Voor ons is participatie geslaagd in de volgende situatie: In het participatieproces hebben 1) onze stakeholders in goed overleg een bijdrage kunnen leveren in ons project of proces, of 2) wij in goed overleg een bijdrage kunnen leveren in het project of proces van anderen, én: Het participatieproces is op de juiste manier doorlopen, met tijdige inbreng van belanghebbenden en terugkoppeling wat er met inbreng is gedaan. We streven bij participatieprocessen naar een zichtbare bijdrage aan de doelen van ons waterschap én maatschappelijke meerwaarde. Desondanks kan een participatietraject ook geslaagd zijn als deze bijdrage onverhoopt niet gerealiseerd kan worden. 4.Sturingsvorm bepaalt onze rol in participatie Voor het waterschap zijn vier sturingsvormen mogelijk, die de rol ten aanzien van participatie op hoofdlijnen bepalen. De aard van de sturing door het waterschap bepaalt voor een groot deel of het waterschap initiatiefnemer, participant of bevoegd gezag is in de participatie. Deze sturingsvormen bestaan naast elkaar en tegelijkertijd – de ene is niet beter dan de andere en het model beoogt geen transitie. Traditioneel zijn de waterschappen (uitvoeringsorganisaties) goed toegerust op realiseren en reguleren. En samenwerken en ondersteunen zijn al jaren volop in ontwikkeling. De huidige maatschappelijke opgaven vragen om een mix van de sturingsvormen en het schakelen daartussen. Figuur
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.