VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN HAVEN- EN BRUGGELD 2011de raad van de gemeente gouda Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 16 november 2010; Gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Gemeentewet; besluit vast te stellen: de VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN HAVEN- EN BRUGGELD
- Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: vaartuig: een drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebezigd dan wel bestemd is of geschikt is voor het vervoer te water van persoon of goederen of voor het dragen of vervoeren van al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen; meetbrief: het document als bedoeld in artikel 347, eerste lid, van het Wetboek van Koop- handel; woonschip: elk vaartuig dat, te oordelen naar zijn constructie of inrichting, uitsluitend of in hoofdzaak gebezigd wordt, of uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is, tot dag- of nachtverblijf van één of meer personen (zie de Vaartuigenverordening 1999 (artikel 1, onder b)); bedrijfsvaartuig: elk vaartuig dat, te oordelen naar zijn constructie of inrichting, uitsluitend of in hoofdzaak gebezigd wordt, of uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is, voor bedrijfs- of kantoorwerkzaamheden (zie de Vaartuigenverordening 1999 (artikel 1, onder c)); gemeentewater : water en openbare werken, ten behoeve van de scheepvaart gemaakt, die hetzij direct, hetzij indirect voor rekening van de gemeente Gouda worden onderhouden, beheerd of door de gemeente Gouda in stand worden gehouden. Artikel2Belastbaar feit 1.Onder de naam 'havengeld' worden rechten geheven voor alle vaartuigen, welke in gemeentewater aanleggen, verblijven of zich op welke wijze dan ook aldaar bevinden. 2.Onder de naam 'bruggeld' worden rechten geheven voor alle vaartuigen waarvoor van gemeente-wege bruggen of sluizen worden geopend of open worden gehouden. Artikel3 Belastingplicht Belastingplichtig is de schipper, de reder, de eigenaar van het vaartuig, degene die het vaartuig heeft gecharterd of degene die als vertegenwoordiger van één van deze optreedt. Artikel4 vrijstellingen 1.Het havengeld wordt niet geheven ter zake van: doorvarende vaartuigen, die in de gemeente niet laden/lossen en niet langer verblijven dan voor de doorvaart noodzakelijk is; roeiboten behorende tot vaartuigen, waarvoor havengeld verschuldigd is, mits zij daaraan zijn bevestigd; vaartuigen die uitsluitend ten behoeve van de gemeente worden gebruikt; politievaartuigen; vaartuigen die de reis niet kunnen voortzetten doordat de doorgang door gesloten water, of als gevolg van een andere onverwachtse omstandigheid, is gestremd; vaartuigen, welke ingevolge een wettelijk voorschrift, een overeenkomst of anderszins rechtens moeten worden gedoogd. Het bruggeld wordt niet geheven ter zake van: roeiboten behorende tot vaartuigen, waarvoor bruggeld verschuldigd is, mits zij daaraan zijn bevestigd; vaartuigen die uitsluitend ten behoeve van de gemeente worden gebruikt; politievaartuigen; vaartuigen, welke ingevolge een wettelijk voorschrift, een overeenkomst of anderszins rechtens moeten worden gedoogd. Artikel5 tarieven De rechten worden geheven naar de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Voor de berekening van het havengeld wordt, tenzij voor een langere periode dan één dag havengeld wordt betaald, het tarief voor de 1e dag in rekening gebracht. De grondslag voor de berekening van het havengeld is de lengte van het vaartuig, uitgedrukt in strekkende meters (m1), zoals deze blijkt uit de meetbrief en indien deze ontbreekt of de vereiste gegevens niet bevat, ambtshalve wordt vastgesteld. Voor de berekening van het havengeld wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als volle eenheid aangemerkt. Artikel6 wijze van heffing Het haven- en bruggeld wordt geheven bij wege van aanslag dan wel mondelinge of schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of ander schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van een schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel7Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6: mondeling wordt gedaan: op het moment van het doen van de kennisgeving; schriftelijk wordt gedaan: op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen één maand na de dagtekening van de kennisgeving. 2.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten welke bij wege van aanslag worden geheven, worden betaald binnen één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. 3.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel8Kwijtschelding Bij de invordering van de haven- en bruggelden wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel9Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de haven-en bruggelden. Artikel10 inwerkingtreding en citeertitel Inwerkingtreding en citeertitel De “Verordening op de heffing en de invordering van haven- en bruggeld 2010”, van 9 december 2009 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
- Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening haven- en bruggeld 2011”. Aldus besloten in de openbare vergadering van 15 december 2010.De raad der gemeente voornoemd,, voorzitter, griffier Bijlage1Tarieventabel behorende bij de Verordening haven- en bruggeld 2011 I. Zone indeling gemeentewater. ZONE Omvat 1 Nieuwe Veerstal; IJsselkade; Steiger aan het Gouwekanaal 2 Loswal aan de Nieuwe Gouwe Oost Zijde 3 Overig gemeentewater NB. deze zoneverdeling is niet van toepassing op woonschepen. II. Havengeld De rechten, als bedoeld in artikel 2, lid 1 van de Verordening haven- en bruggeld 2011, bedragen: A) voor vaartuigen, met uitzondering van woonschepen, voor: 1) Zone I, per m1 Lengte 1e dag 1 – 7e dag < 50m1 € 0,40 € 0,60 ≥ 50m1 € 0,80 € 1,10 Voor iedere dag na de 7e dag wordt het tarief van de 1-7e dag verhoogd met een bedrag gelijk aan: € 0,40 per m1 bij een lengte van < 50m1 ; € 0,80 per m1 bij een lengte van ≥ 50m1 . 2) Zone II: euro 197,15 per dag, indien er geen massagoederen geladen of gelost worden. 3) a) Zone III, met uitzondering van bedrijfsvaartuigen, bij kortere verblijfsduur: Lengte 1e dag 1 - 3e dag 1 - 7e dag 1 - 14e dag ≤ 6m1 e 6,70 e 11,15 € 26,65 € 53,30 > 6m1 ≤ 15m1 € 8,95 € 13,35 € 31,20 € 62,90 > 15m1 € 13,35 € 17,60 € 40,10 € 80,20 Voor iedere dag na de 14e dag wordt het tarief van de 1-14e dag verhoogd met een bedrag gelijk aan: € 0,85 per m1 bij een lengte van ≤ 6m1 ; € 1,20 per m1 bij een lengte van > 6m1 ≤ 15m1 € 1,40 per m1 bij een lengte van > 15m1 Nb. Indien het verblijf een periode van 14 dagen overschrijdt, worden de tarieven voor de locaties Kattensingelgracht en Turfsingelgracht in de periode 15 april tot en met 15 oktober verdubbeld. b)Zone III, met uitzondering van bedrijfsvaartuigen, bij lange verblijfsduur: Lengte drie maanden tarief zes maanden tarief ≤ 6m1 € 111,40 € 167,05 > 6m1 ≤ 15m1 € 147,65 € 222,75 > 15m1 € 186,-- € 278,40 Indien het verblijf een periode van 3 maanden overschrijdt, dan wordt het “zes maanden tarief” in rekening gebracht. Indien het verblijf langer duurt dan 6 maanden doch korter dan of gelijk aan 9 maanden, dan wordt het “zes maanden tarief” verhoogd met het “drie maanden tarief”. Mocht het verblijf een periode van 9 maanden overschrijden, dan wordt het “zes maanden tarief” tweemaal in rekening gebracht. Nb. De tarieven voor de lange verblijfsduur worden in de periode 15 april tot en met 15 oktober voor de Kattensingelgracht en de Turfsingelgracht verdubbeld. c) Zone III voor bedrijfsvaartuigen, per m1: Lengte 1e dag 1 – 7e dag < 50m1 e 0,40 e 0,60 ≥ 50m1 e 0,80 e 1,10 Voor iedere dag na de 7e dag wordt het tarief van de 1-7e dag verhoogd met een bedrag gelijk aan: € 0,40 per m1 bij een lengte van < 50m1 ; € 0,80 per m1 bij een lengte van ≥ 50m1 . B) voor woonschepen: * met een lengte < 15 m1 e 327,45 per jaar; * voor iedere m1 boven de 15 meter wordt e 42,90 per jaar extra in rekening gebracht. III. Bruggeld. Het bruggeld als bedoeld in artikel 2, lid 2, bedraagt e 3,95 per brug/sluis, tenzij de route Kleiwegbrug-(sluis) Reeuwijkse Verlaat in één keer wordt afgelegd, dan bedraagt het tarief e 3,95 voor de gehele route. Ingeval van retourvaart wordt bij de Mallegatsluis slechts éénmaal bruggeld geheven. Aldus besloten in de openbare vergadering van 15 december
- De raad der gemeente voornoemd, , voorzitter , griffier