Beleidsregels toezicht en handhaving Wet kinderopvang Goirle 2024Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goirle Gelet op de artikelen 1.61 lid 1, 1.65 lid 1 en 4, 1.66 en 1.72 lid 1 Wet kinderopvang en artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht; Besluit vast te stellen de: Beleidsregels toezicht en handhaving Wet kinderopvang Goirle 2024. Hoofdstuk1:Algemeen Artikel1Toepassing Deze beleidsregels zijn van toepassing op de handhaving naar aanleiding van een overtreding van de bij of krachtens de Wet kinderopvang gestelde regelgeving. De beleidsregels hebben betrekking op alle gastouderbureaus, voorzieningen voor kinderopvang en buitenschoolse opvang en voorzieningen voor gastouderopvang binnen de gemeente, hierna genoemd kinderopvangvoorziening(en). Artikel2Vormen van handhaving Bij het uitvoeren van het handhavingsbeleid heeft het college de volgende mogelijkheden: informeel middel zoals een waarschuwing; op herstel gericht handhavingsmiddel zoals een herstelsanctie; bestraffende sanctie. Artikel3Kwaliteitseisen 1.De kwaliteitseisen, waaraan voldaan moet worden, staan genoemd in de Wet kinderopvang en alle onderliggende regelgeving. 2.De toezichthouder kinderopvang onderzoekt de naleving van deze kwaliteitseisen en legt de bevindingen vast in een inspectierapport. 3.In de Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang Goirle 2024 wordt uitgegaan van deze kwaliteitseisen. Hoofdstuk2Herstellend traject Artikel4Herstelmaatregel 1.Indien gebleken is dat een houder van een kinderopvangvoorziening niet voldoet aan één of meer kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang en alle onderliggende regelgeving, start het college in beginsel een herstellend handhavingstraject. Dit traject is gericht op beëindiging van de overtreding(
- en)en op voorkoming van herhaling van de overtreding(en). 2.Bij het uitvoeren van een herstellend handhavingstraject hanteert het college de volgende stappen: stap 1: aanwijzing; stap 2: last onder dwangsom/last onder bestuursdwang; stap 3: exploitatieverbod; stap 4: intrekken van de toestemming tot exploitatie en verwijdering van de registratie uit het landelijk register kinderopvang. 3.Indien de aard van de overtreding hiertoe aanleiding geeft, kan het college besluiten om een bepaalde stap of bepaalde stappen in het herstellende traject over te slaan dan wel meerdere keren toe te passen. 4.Als uitgangspunten worden de volgende termijnen gehanteerd: maximaal twee weken voor herstel van overtredingen met gevolgen voor de directe veiligheid, gezondheid of pedagogisch welbevinden van de kinderen in de dagelijkse opvangpraktijk; maximaal twee maanden voor herstel of wijziging van beleidsvoering en administratieve vereisten die redelijkerwijs moeten leiden tot verantwoorde kinderopvang; maximaal zes maanden voor herstel van andere overtredingen die geen directe gevolgen hebben voor de veilige en gezonde omgeving van de kinderen. Bij elk handhavingsbesluit wordt de hersteltermijn per specifieke situatie bepaald, op basis van deze uitgangspunten. Deze termijnen worden bij een aanwijzing, maar ook als wordt gekozen voor een last onder dwangsom/last onder bestuursdwang, ingezet. Artikel5Intrekken toestemming tot exploitatie Het college kan op verschillende gronden, in het kader van handhaving, de toestemming tot exploitatie intrekken: als is gebleken dat de houder de kinderopvangvoorziening niet langer exploiteert; als de exploitatie van de voorziening drie maanden na inschrijving in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) niet daadwerkelijk is aangevangen; als uit een GGD-onderzoek of anderszins is gebleken dat de houder niet of niet langer zal voldoen aan de bij en krachtens hoofdstuk 1, afdeling 3, paragrafen 2 en 3 gegeven voorschriften van de Wet kinderopvang. De toestemming tot exploitatie wordt ingetrokken overeenkomstig artikel 1.46 lid 5 en 6 Wet kinderopvang. Aansluitend wordt de registratie verwijderd uit het LRK. Hoofdstuk3Bestraffend traject Artikel6Bestuurlijke boete 1.Het college legt een bestuurlijke boete op bij: overtredingen met de prioriteit ‘hoog’ zoals opgenomen in het afwegingsmodel in de bijlage; exploitatie zonder toestemming van het college van burgemeester en wethouders; niet onverwijld melden van een wijziging aan het college van burgemeester en wethouders van in het landelijk register kinderopvang opgenomen gegevens; overtreding van een norm zoals genoemd in het afwegingsoverzicht onder ‘overige voorschriften’. 2.Bij overtredingen met een prioriteit ‘gemiddeld’ of ‘laag’ zoals opgenomen in het afwegingsmodel in de bijlage kan het college een bestuurlijke boete opleggen. Artikel7Hoogte bestuurlijke boete 1.Bij de berekening van de bestuurlijke boete wordt voor alle overtredingen het boetebedrag dat is neergelegd in het bij dit beleid behorende afwegingsmodel gehanteerd. 2.In afwijking van het vorige lid, geldt voor voorzieningen waar in het afwegingsmodel geen specifiek boetebedrag voor gastouders is opgenomen dat het boetebedrag wordt gehalveerd. 3.Het is mogelijk meerdere boetes gelijktijdig op te leggen indien er sprake is van meerdere overtredingen. 4.Een boete kan gelijktijdig met een herstelsanctie worden opgelegd. Artikel8Herhaalde overtreding (recidive) Bij de vaststelling van de boete wordt uitgegaan van: 1,5 maal het onder artikel 7 bepaalde boetebedrag indien een door een bestuurlijke boete te handhaven overtreding plaatsvindt binnen een periode van twee jaar nadat een eerdere overtreding van dezelfde wettelijke norm heeft plaatsgevonden waarvoor eveneens een bestuurlijke boete was opgelegd; 2 maal het onder artikel 7 bepaalde boetebedrag indien er sprake is van een derde of volgende overtreding van dezelfde wettelijke norm binnen een periode van twee jaar nadat de daaraan voorafgaande overtreding zich heeft voorgedaan waarvoor eveneens een bestuurlijke boete was opgelegd. Artikel9Matiging Het college kan besluiten om de bestuurlijke boete te matigen, indien de belanghebbende aannemelijk maakt dat op grond van de ernst van de overtreding; de mate van verwijtbaarheid; de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan; de omstandigheden waarin de overtreder verkeert of; het gebruik van het herstelaanbod binnen de gestelde termijn, boeteoplegging volgens deze beleidsregels onevenredig is. Artikel10Samenloop De totale bij boetebeschikking op te leggen boete bestaat, ingeval er sprake is van meerdere overtredingen, uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen. Artikel11Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule 1.Het college heeft de ruimte om in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende af te wijken van de bepalingen zoals neergelegd in deze beleidsregels. 2.In gevallen waarin deze beleidsregels niet voorzien, beslist het college. Artikel12Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregel toezicht en handhaving Wet kinderopvang Goirle 2024.’ Afwegingsmodel 2.1 Zie artikel 2 en 4 concept handhavingsbeleid Bij het uitvoeren van een herstellend handhavingstraject kan het college de volgende maatregels nemen: Prioriteit Hersteltermijn Uit te voeren maatregel LAAG / GEMIDDELD Max. 6 mnd / 2 mnd Het geven van een informele waarschuwing (hersteltermijn) LAAG / GEMIDDELD / HOOG Max. 6 mnd / 2 mnd aanwijzing; / 14 dagen last onder dwangsom/last onder bestuursdwang; exploitatieverbod; intrekken van de toestemming tot exploitatie en verwijdering van de registratie uit het landelijk register kinderopvang. Het college kan naast een herstelsanctie ook een boete op leggen. Bij overtredingen van lage of gemiddelde prioriteit is het college dit niet verplicht. Bij overtredingen van hoge prioriteit zal het college altijd gebruik maken van de bevoegdheid een boete op te leggen ter hoogte van het in afwegingsmodel genoemde bedrag (met inachtneming van de bepalingen over de boete in deze beleidsregels). Mede gelet op het in artikel 1.72 van de Wet kinderopvang neergelegde boetemaximum heeft dit geleid tot de volgende verdeling. Prioriteit Boetebedrag LAAG Maximaal € 1.500,- GEMIDDELD € 750,- tot € 3.000,- HOOG € 1000 tot € 8000,- Uitgezonderd hierop zijn overtredingen van artikelen 1.45 en 1.66 Wko en artikel 5:20 Awb. Om te komen tot de uiteindelijke beoordeling van de situatie en de in te zetten handhaving worden meerdere afwegingen gemaakt om te bepalen of, en zo ja welke actie nodig is. Deze beoordeling van de afwegingen kan leiden tot gemotiveerd afwijken van de reguliere escalatieladder. Voor de herstellende handhaving zijn dit onder andere de volgende afwegingen: Is er een herstelaanbod geweest? Wat is de aard van de overtreding? Wat is de ernst van de overtreding? Hoeveel overtredingen zijn er totaal? Betreft het een recidive (herhaalde overtreding)? Wat zijn de omstandigheden waaronder de overtreding begaan is? Komt de overtreding voort uit economisch belang? 1Artikel 4 van de ALGEMENE EN ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING van de Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang Lopik 2024 e.v. Op basis van deze afwegingen kan het college de prioriteit van de situatie inschalen als laag, gemiddeld of hoog. LAAG / GEMIDDELD Voordat de gemeente juridische stappen onderneemt, kan zij overwegen om een schriftelijke waarschuwing te geven of mondeling te overreden om een overtreding te herstellen. Deze stap heeft geen juridische status en leidt tot uitstel van handhaving. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag dit van het bestuursorgaan worden gevergd. Dit kan zich voordoen indien concreet zicht op legalisatie bestaat. Daarnaast kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien. Deze laatste twee overwegingen dienen te worden meegewogen in de eerdergenoemde afwegingen. HOOG Als er geen sprake kan zijn van een hersteltermijn of als er sprake is van een overtreding van artikel 1.45 of 1.66 Wet kinderopvang (Wko), dan resulteert dit in een onmiddellijke bestuurlijke boete. Het overtreden van deze artikelen is een misdrijf in de zin van artikel 1 lid 2 van de Wet op economische delicten. Hierbij doet het college tevens aangifte bij het OM. In geval van een overtreding met de prioriteit hoog, bedraagt de hersteltermijn maximaal 14 dagen. Is er sprake van een overtreding met een gemiddelde of lage prioriteit dan bedraagt de hersteltermijn maximaal respectievelijk 2 of 6 maanden. Domein Kinderopvang, Gastouderopvang, Gastouderbureau Registratie – wijziging - naleving Prioriteit Boetebedrag Exploitatie zonder toestemming college van B en W BUITENSCHOOLSE OPVANG EN KINDERDAGVERBLIJF Het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint. bso, kdv artikel 1.1 lid 1 jo 1.49 Wko Hoog € 25.750,- (boete vierde categorie1) GASTOUDERBUREAU Een organisatie die gastouderopvang tot stand brengt en begeleidt en door tussenkomst van wie de betaling van ouders aan gastouders geschiedt. artikel 1.1 lid 1 jo 1.49 Wko GASTOUDEROPVANG Kinderopvang door tussenkomst geregistreerd gastouderbureau; in gezinssituatie; op woonadres gastouder of vraagouder. artikel 1.1 lid 1 jo 1.49 Wko ALLE KINDEROPVANGVOORZIENINGEN Een buitenschoolse opvang, een kinderdagverblijf, een gastouderbureau of een voorziening voor gastouderopvang wordt niet in exploitatie genomen voordat een onderzoek door de GGD heeft plaatsgevonden en uit dit onderzoek blijkt dat de exploitatie redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming met de bij of krachtens de artikelen 1.48d tweede en derde lid en 1.49 tot en met 1.59 gestelde regels uit de Wet kinderopvang. artikel 1.45 lid 3 Wko Onverwijld melden wijziging aan het college ALLE KINDEROPVANGVOORZIENINGEN De houder van een buitenschoolse opvang, kinderdagverblijf of gastouderbureau meldt een wijziging in de gegevens aan het college met het verzoek de gegevens te wijzigen. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de te melden gegevens aangewezen. artikel 1.47 lid 1 en 6 Wko; artikel 7 lid 2, 3 en 4 Besluit landelijk register kinderopvang en register buitenlandse kinderopvang Hoog € 2.000,- Inrichting administratie BUITENSCHOOLSE OPVANG, KINDERDAGVERBLIJF en GASTOUDERBUREAU Eisen gesteld aan de inrichting van de administratie van een kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang of gastouderbureau opdat de toezichthouder een onderzoek kan uitvoeren op de naleving van de bij of krachtens wet gegeven voorschriften. bso, kdv artikel 1.53 Wko, artikel 11 lid 1 en 2 Regeling wet kinderopvang bso, gob, kdv artikel 11 lid 1 Regeling Wet kinderopvang bso, kdv artikel 11 lid 2 Regeling Wet kinderopvang gob artikel 1.56 lid 6 Wet kinderopvang, , artikel 11 lid 1 en 3 Regeling Wet kinderopvang Gemiddeld € 1.500,- per ontbrekend stuk Een schriftelijke overeenkomst per (vraag)ouder kdv en bso artikel 1.52 lid 1, gob artikel 1.52 lid 1 en 1.56 lid 4 Wko GASTOUDERBUREAU Inzichtelijke betalingen van vraagouders aan gastouderbureau en doorbetaling van gastouderbureau aan gastouders artikel 1.49 lid 4b en 1.56 Wko; artikel 11 lid 1 en 3 Regeling Wet kinderopvang Hoog € 1.500,- Een ondertekend origineel van de risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid. artikel 1.56 Wko ; artikel 7 lid 4 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang Gemiddeld € 1.000,- per voorziening voor gastouderopvang Naleving kadervoorschriften BUITENSCHOOLSE OPVANG EN KINDERDAGVERBLIJF Houder biedt verantwoorde kinderopvang, waaronder wordt verstaan het in een veilige en gezonde omgeving bieden van emotionele veiligheid aan kinderen, het bevorderen van de persoonlijke en sociale competentie van kinderen en de socialisatie van kinderen door overdracht van algemeen aanvaarde waarden en normen. artikelen 1.49 lid 1 en 2 en 1.50 lid 1 en 2 Wko; dagopvang: artikel 2 besluit kwaliteit kinderopvang of BSO artikel 11 Besluit kwaliteit kinderopvang Prioritering en boetebedrag zijn aangegeven bij de inhoudelijke overtredingen, die de overtreding van verantwoorde kinderopvang veroorzaken. GASTOUDERBUREAU Houder draagt zorg voor een verantwoorde uitvoering van de werkzaamheden van het bureau, waaronder wordt verstaan: het tot stand brengen en begeleiden van gastouderopvang die bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind in een veilige en gezonde omgeving; het doorgeleiden van de betalingen van ouders aan gastouders. artikelen 1.49 lid 4 en 1.56 lid 1 Wko GASTOUDEROPVANG Houder biedt verantwoorde gastouderopvang aan waaronder wordt verstaan opvang die bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind in een veilige en gezonde omgeving. artikelen 1.49 lid 3 en 1.56b lid 1 Wko Domein Pedagogisch Klimaat Prioriteit Boetebedrag Pedagogisch beleidsplan (jaarlijkse controle verplicht) BUITENSCHOOLSE OPVANG EN KINDERDAGVERBLIJF Elke buitenschoolse opvang en kinderdagverblijf beschikt over een pedagogisch beleidsplan.2 bso en kdv artikelen 1.49 lid 1 en 2, en 1.50 lid 1 en 2 Wko bso artikel 12 lid 1 Besluit kwaliteit kinderopvang kdv artikel 3 lid 1 Besluit kwaliteit kinderopvang Hoog € 8.000,- GASTOUDERBUREAU Houder stelt een pedagogisch beleidsplan vast, waarin de voor dat gastouderbureau kenmerkende visie op de omgang met kinderen is beschreven. artikelen 1.49 lid 4, en 1.56 lid 1 en 2 Wko; artikel 11 lid 1 Besluit kwaliteit gastouderbureau, gastouder en voorziening voor gastouderopvang; artikel 12a lid 1 Regeling kwaliteit kinderopvang Inhoud pedagogisch beleidsplan BUITENSCHOOLSE OPVANG EN KINDERDAGVERBLIJF Het pedagogisch beleidsplan bevat ten minste een concrete beschrijving van de wijze waarop invulling wordt gegeven aan aspecten van verantwoorde dagopvang, bedoeld in artikel 2 van het Besluit kwaliteit kinderopvang.. bso en kdv artikelen 1.49 lid 1 en 2, en 1.50 lid 1 en 2 Wko bso artikelen 11 en 12 lid 2a Besluit kwaliteit kinderopvang kdv artikelen 2 en 3 lid 2a Besluit kwaliteit kinderopvang Gemiddeld € 3.000,- Het pedagogisch beleidsplan bevat een concrete beschrijving van de overige daaraan gestelde kwaliteitseisen. bso en kdv artikelen 1.49 lid 1 en 2, en 1.50 lid 1 en 2 Wko bso artikel 12 lid 2, 3 Besluit kwaliteit kinderopvang kdv artikel 3 lid 2, 3 Besluit kwaliteit kinderopvang GASTOUDERBUREAU Het pedagogisch beleidsplan bevat in duidelijke en observeerbare termen ten minste een beschrijving van: de wijze waarop de emotionele veiligheid van kinderen wordt gewaarborgd, de mogelijkheden voor kinderen om en sociale competenties te ontwikkelen en de wijze waarop de overdracht van normen en waarden aan kinderen plaatsvindt. artikelen 1.49 lid 4, en 1.56 lid 1 en 2 Wko; artikel 11 lid 1 Besluit kwaliteit gastouderbureau, gastouder en voorziening voor gastouderopvang artikel 12a lid 1 onder a Regeling kwaliteit gastouderbureau, gastouder en voorziening voor gastouderopvang Gemiddeld € 3.000,- Het pedagogisch beleidsplan bevat in duidelijke en observeerbare termen een beschrijving van het aantal kinderen dat door de gastouder wordt opgevangen en de leeftijden van die kinderen. En het pedagogisch beleidsplan bevat in duidelijke en observeerbare termen een beschrijving van de eisen die aan de voorzieningen voor gastouderopvang worden gesteld. artikelen 1.49 lid 4, en 1.56 lid 1 en 2 Wko; artikel 11 lid 1 Besluit kwaliteit gastouderbureau, gastouder en voorziening voor gastouderopvang artikel 12a lid 1 onder b en c Regeling kwaliteit gastouderbureau, gastouder en voorziening voor gastouderopvang Pedagogische praktijk BUITENSCHOOLSE OPVANG EN KINDERDAGVERBLIJF Houder draagt er zorg voor dat er conform het pedagogisch beleidsplan wordt gehandeld. bso, kdv artikelen 1.49 lid 1 en 2, en 1.50 lid 1 en 2 Wko bso artikel 12 lid 1 Besluit kwaliteit kinderopvang kdv artikel 3 lid 1 Besluit kwaliteit kinderopvang Gemiddeld € 3.000,- GASTOUDERBUREAU Houder voert een zodanig beleid dat de gastouder de kwaliteitseisen kan naleven en stelt hiertoe het pedagogisch beleidsplan ter beschikking aan de gastouder. De houder draagt er zorg voor dat alle bij zijn gastouderbureau aangesloten gastouders het pedagogisch beleid uitvoeren. Het pedagogisch beleid is door het gastouderbureau aan de gastouders verstrekt. artikelen 1.49 lid 4 sub a en 1.56 lid 1, artikel 11 en 16 Besluit kwaliteit gastouderbureau, gastouder en voorziening voor gastouderopvang Gemiddeld € 3.000,- GASTOUDEROPVANG De gastouder handelt overeenkomstig het pedagogisch beleidsplan dat door het gastouderbureau is opgesteld en ter beschikking is gesteld. artikel 1.56b lid 1 en 2 Wko; artikel 16 Besluit kwaliteit gastouderbureau, gastouder en voorziening voor gastouderopvang Gemiddeld € 1.000,- Kinderdagverblijf / Voorschoolse educatie3(jaarlijkse controle verplicht) Voorschoolse educatie omvat per week ten minste vier dagdelen van ten minste 2,5 uur of per week ten minste 10 uur aan activiteiten gericht op het stimuleren van ontwikkelingsdomeinen. artikel 1.50b Wko; artikelen 2 en 5 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie Hoog € 2.000 Per acht feitelijk aanwezige kinderen in de groep is ten minste één beroepskracht aanwezig. artikel 1.50b Wko ; artikel 3 lid 1 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie De groep bestaat uit ten hoogste 16 feitelijk aanwezige kinderen. artikel 1.50b Wko ; artikel 3 lid 2 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie De beroepskrachten voorschoolse educatie zijn in het bezit van: een getuigschrift of een erkende beroepskwalificatie. artikel 1.50b Wko ; artikel 4 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie; artikel 10c Regeling Wet kinderopvang Gemiddeld € 1.500,- De houder stelt jaarlijks een opleidingsplan op. artikel 1.50b Wko ; artikel 4 lid 4 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie Gemiddeld € 3.000,- niet aanwezig € 1.000,- niet actueel Voor de voorschoolse educatie wordt een programma gebruikt waarin op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd op het gebied van taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling. artikel 1.50b Wko ; artikel 5 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie Gemiddeld € 1.000,- Inrichting administratie voorschoolse educatie Een overzicht van alle bij het kinderdagverblijf werkzame beroepskrachten in relatie tot de behaalde diploma’s en getuigschriften. Artikel 1.53 Wko; artikel 11 lid 2a Regeling Wet kinderopvang Gemiddeld € 1.000,- Domein Personeel en Groepen Prioriteit Boetebedrag Verklaring omtrent het gedrag / personenregister (jaarlijkse controle verplicht) ALLE KINDEROPVANGVOORZIENINGEN Verklaring omtrent het gedrag en Personenregister De houder (of voorgenomen houder),personen die werkzaam zijn (of zullen zijn) op de kinderopvangvoorziening, personen die inzage hebben in de persoonlijke gegevens van kinderen, huisgenoten (18+), structureel aanwezigen en overige personen zoals benoemd in artikel 1.50 lid 3, zijn in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag en staan ingeschreven in het personenregister kinderopvang. Voornoemde personen zijn gekoppeld aan de houder(s). kdv en bso artikel 1.48d en 1.50 lid 3 tot en met 8Wko gob artikel 1.48d en 1.56 lid 3 Wko gastouder artikel 1.48d en 1.56b lid 3 Wko Hoog € 4.000,- per ontbrekende inschrijving € 2.000,- per ontbrekende koppeling Verklaring omtrent het gedrag en Personenregister Werkzaamheden van personen worden pas aangevangen nadat de koppeling tussen de persoon en de houder tot stand is gebracht. Kdv en bso artikel 1.50 lid 4 Wko Gob artikel 1.56 lid 3 Wko Hoog € 4.000,- Verklaring omtrent het gedrag (ouderparticipatie crèche) De in artikel 1.57 lid 2 genoemde ouders, zijn in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag die niet ouder is van twee maanden bij aanvang van de werkzaamheden, is voor aanvang overlegd. Voor de verklaring omtrent het gedrag ouder is dan twee jaar, wordt aan de houder een nieuwe (recente) verklaring overlegd. artikel 1.57 lid 1 tot en met 6 Wko Passende beroepskwalificatie of deskundigheidseisen / Algemeen BUITENSCHOOLSE OPVANG EN KINDERDAGVERBLIJF Passende beroepskwalificatie voor beroepskrachten conform de meest recent aangevangen cao kinderopvang; De inzet van beroepskrachten in opleiding gebeurt overeenkomstig de voorwaarden zoals opgenomen in de meest recent aangevangen cao kinderopvang; Gedurende de opvang is er tenminste één volwassene aanwezig die gekwalificeerd is voor eerste hulp aan kinderen. bso, kdv artikelen 1.49 lid 1 en 2; 1.50 lid 1 en 2 Wko bso artikel 13 lid 4; 15 lid 1 en 2 en 16 lid 1,2, 7 en 8 Besluit kwaliteit kinderopvang; artikel 9a lid 1 en 2; artikel 9b en 9c Regeling Wet kinderopvang kdv artikel 4 lid 5; 6 lid 1 en 2; 7 lid 1,2,7,8 en 9 Besluit kwaliteit kinderopvang; artikel 7 lid 1, artikel 8 en 9 Regeling Wet kinderopvang Hoog € 4.000,- geen (juiste) beroepskwalificatie of verkeerd ingezette beroepskracht in opleiding € 2.000,- Geen (juiste) EHBO kwalificatie GASTOUDEROPVANG Gastouder beschikt over een getuigschrift van een (beroeps)opleiding of erkenning van een beroepskwalificatie; Gastouder beschikt over een geregistreerd certificaat eerste hulp aan kinderen bij ongevallen. artikel 1.56b 1 en 2 Wko artikel 13 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang artikelen 10, 10a, 10b en 10d Regeling Wet kinderopvang Hoog € 3.000,- Ad 1 € 2.000,- Ad 2 Passende beroepskwalificatie / Meertalige opvang BUITENSCHOOLSE OPVANG Beroepskrachten meertalige buitenschoolse opvang beschikken over een voor de werkzaamheden passende certificaat of diploma art 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang; artikel 15 Besluit kwaliteit kinderopvang Hoog € 4.000,- geen juiste kwalificatie Personeelsformatie per gastouder / door gastouderbureau Het gastouderbureau draagt er zorg voor dat er per aangesloten gastouder op jaarbasis tenminste 16 uur wordt besteed aan begeleiding en bemiddeling. artikel 1.56 lid 7 Wko; artikel 11b lid 2 Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang Gemiddeld € 2.000,- Beroepskracht-kindratio BUITENSCHOOLSE OPVANG EN KINDERDAGVERBLIJF Het aantal minimaal in te zetten beroepskrachten is afgestemd op het aantal aanwezige kinderen in een stamgroep (dagopvang); in een basisgroep (buitenschoolse opvang); in een combinatiegroep (dagopvang en buitenschoolse opvang). Daarbij is rekening gehouden met de leeftijd en het aantal aanwezige kinderen bso, kdv artikelen 1.49 lid 1 en 2, en 1.50 lid 1 en 2 Wko bso artikel 16 lid 1 en 2 Besluit kwaliteit kinderopvang; kdv artikel 7 lid 1, 2 en 7 Besluit kwaliteit kinderopvang Hoog € 5.000,- Indien kinderen bij een activiteit hun stamgroep (dagopvang) of hun basisgroep (buitenschoolse opvang) verlaten leidt dit niet tot een verlaging van de minimaal in te zetten beroepskrachten. bso, kdv artikelen 1.49 lid 1 en 2, en 1.50 lid 1 en 2 Wko bso artikel 16 lid 3 Besluit kwaliteit kinderopvang; kdv artikel 7 lid 3 Besluit kwaliteit kinderopvang Hoog € 2.500,- Minder beroepskrachten inzetten Op schooldagen kan de buitenschoolse opvang ten hoogste een half uur per dag en op vrije dagen van de basisschool en tijdens schoolvakanties ten hoogste drie uur per dag minder beroepskrachten inzetten. Dagopvang kan ten hoogste drie uur per dag minder beroepskrachten inzetten. Indien bij het afwijken van de beroepskracht-kindratio één beroepskracht aanwezig is, is ter ondersteuning van deze beroepskracht een andere volwassene aanwezig. Indien conform de beroepskracht-kindratio slechts één beroepskracht aanwezig is wordt dan is een andere volwassene telefonisch bereikbaar en bij calamiteiten binnen 15 minuten aanwezig. bso, kdv artikelen 1.49 lid 1 en 2, en 1.50 lid 1 en 2 Wko bso artikel 13 lid 3f; 16 lid 4, 5 en 6 Besluit kwaliteit kinderopvang kdv artikel 4 lid 3f; 7 lid 4, 5 en 6 Besluit kwaliteit kinderopvang Hoog € 2.500,- Per minder ingezette beroepskracht of ontbreken achterwacht Opvang in groepen / Stabiliteitseisen BUITENSCHOOLSE OPVANG EN KINDERDAGVERBLIJF De opvang vindt plaats in stamgroepen (dagopvang) of basisgroepen (buitenschoolse opvang). bso, kdv artikelen 1.49 lid 1 en 2 en 1.50 lid 1 en 2 Wko bso; artikel18 lid 1 Besluit kwaliteit kinderopvang; kdv artikel 9 lid 1 Besluit kwaliteit kinderopvang Hoog € 4.000,- Eisen aan de maximale omvang van de stamgroep (dagopvang) of van de basisgroep (buitenschoolse opvang). Eisen aan de maximale omvang van een gecombineerde groep, indien een stamgroep (dagopvang) en een basisgroep (buitenschoolse opvang) gecombineerd worden.4 bso, kdv artikelen 1.49 lid 1 en 2, en 1.50 lid 1 en 2 Wko bso artikel 18 lid 2 Besluit kwaliteit kinderopvang; kdv artikel 9 lid 2 en 10 Besluit kwaliteit kinderopvang € 2.000,- per kind teveel Met vooraf gegeven schriftelijke toestemming van de ouders kan een kind gedurende een vooraf schriftelijk met de ouders overeengekomen periode worden opgevangen in één andere stamgroep (dagopvang) of basisgroep (buitenschoolse opvang). bso, kdv artikelen 1.49 lid 1 en 2, en 1.50 lid 1 en 2 Wko bso artikel 18 lid 4 Besluit kwaliteit kinderopvang; kdv artikel 9 lid 9 Besluit kwaliteit kinderopvang € 2.000,- per ontbrekende toestemming Aan ieder kind wordt een mentor toegewezen. de mentor is een beroepskracht van het kind; bespreekt de ontwikkeling van het kind periodiek met de ouders (dagopvang); bespreekt, indien wenselijk, de ontwikkeling van het kind periodiek met de ouders (buitenschoolse opvang); de mentor is voor ouders het aanspreekpunt bij vragen over de ontwikkeling en welbevinden van het kind (dagopvang); de mentor is voor ouders en kind het aanspreekpunt bij vragen over de ontwikkeling en welbevinden van het kind (buitenschoolse opvang); bso, kdv artikelen 1.49 lid 1 en 2, en 1.50 lid 1 en 2 Wko bso artikel 18 lid 5 Besluit kwaliteit kinderopvang; kdv artikel 9 lid 11 Besluit kwaliteit kinderopvang Gemiddeld € 1.500,- KINDERDAGVERBLIJF Houder deelt ouders en kind mee tot welke stamgroep het kind behoort en welke beroepskracht(
- en)op welke dag aan de desbetreffende stamgroep zijn toegewezen artikelen 1.49 lid 1 en 2, 1.50 lid 1 en 2 en 1.54 lid 1 Wko; artikel 9 lid 3 Besluit kwaliteit kinderopvang Hoog € 2.000,- Ten hoogste twee vaste beroepskrachten bij kinderen tot één jaar. Ten hoogste drie vaste beroepskrachten bij kinderen van één jaar of ouder. artikelen 1.49 lid 1 en 2, en 1.50 lid 1 en 2 Wko; artikel 9 lid 4 en 5 Besluit kwaliteit kinderopvang € 1.500,- Een kind maakt gedurende de week gebruik van ten hoogste twee verschillende stamgroepruimtes artikelen 1.49 lid 1 en 2, en 1.50 lid 1 en 2 Wko; artikel 9 lid 6 Besluit kwaliteit kinderopvang € 1.500,- GASTOUDEROPVANG De maximale groepsgrootte per gastouder wordt afgestemd op de leeftijd van de op te vangen kinderen (0 tot 13 jaar). De eigen kinderen in de leeftijd tot 10 jaar worden meegerekend. artikel 1.49 lid 3, 1.56 b lid 1 en 2 Wko; artikel 14 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang; artikel 13 Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang Hoog € 2.000,- Gebruik voorgeschreven voertaal ALLE KINDEROPVANGVOORZIENINGEN De Nederlandse voertaal wordt gebruikt of er wordt meertalige buitenschoolse opvang verzorgd. Waar naast de Nederlandse taal de Friese taal of spreektaal in levend gebruik is mag ook die taal als voertaal worden gebruikt OF Er wordt naast de Nederlandse voertaal mede een andere taal als voertaal gebezigd, omdat de herkomst van de kinderen in specifieke omstandigheden daartoe noodzaakt, overeenkomstig een door de houder vastgestelde gedragscode Kdv, bso en go artikel 1.55 Wko Gemiddeld € 3.000,- Domein Veiligheid en gezondheid Prioriteit Boetebedrag Veiligheids- en gezondheidsbeleid BUITENSCHOOLSE OPVANG EN KINDERDAGVERBLIJF De houder heeft voor elke kdv en bso een beleid dat ertoe leidt dat de veiligheid en gezondheid van de op te vangen kinderen zoveel mogelijk is gewaarborgd. De houder draagt er zorg voor dat er conform het veiligheids- en gezondheidsbeleid wordt gehandeld. bso, kdv artikelen 1.49 lid 1 en 2, 1.50 lid 1 en 2 Wko; bso artikel 13 lid 1 Besluit kwaliteit kinderopvang kdv artikel 4 lid 1 Besluit kwaliteit kinderopvang Hoog € 8.000,- ontbreken beleid € 4.000,- niet ernaar handelen De houder evalueert, en indien nodig actualiseert, het veiligheids- en gezondheidsbeleid binnen drie maanden na opening van het kindercentrum. Daarna houdt de houder het veiligheids- en gezondheidsbeleid actueel. bso, kdv artikelen 1.49 lid 1 en 2, 1.50 lid 1 en 2 Wko bso artikel 13 lid 2 Besluit kwaliteit kinderopvang kdv artikel 4 lid 2 Besluit kwaliteit kinderopvang € 4.000,- Het veiligheids- en gezondheidsbeleid omvat in ieder geval de volgende elementen: Wijze waarop er continu proces is van vormen, implementeren, evalueren en actualiseren van het beleid; Voornaamste risico’s en het risico van grensoverschrijdend gedrag, waaronder het vierogenprincipe bij de dagopvang Plan van aanpak voornaamste risico’s en grensoverschrijdend gedrag Omgaan met risico’s, Inzichtelijk voor medewerkers en ouders Achterwacht bso, kdv artikelen 1.49 lid 1 en 2, 1.50 lid 1 en 2 Wko bso artikel 13 lid 3 Besluit kwaliteit kinderopvang kdv artikel 4 lid 3 Besluit kwaliteit kinderopvang € 2.000,- De houder beschrijft bij de maatregelen die gericht zijn op het inperken van het risico op grensoverschrijdend gedrag, in ieder geval de wijze waarop hij de dagopvang zodanig organiseert dat een beroepskracht, beroepskracht in opleiding of stagiair de werkzaamheden uitsluitend kan verrichten terwijl hij gezien of gehoord kan worden door een andere volwassene. Kdv artikel 1.49 lid 1 en 2; 1.50 lid 1 en 2 Wko, artikel 4 lid 4 Besluit kwaliteit kinderopvang Hoog € 4.000 Gedurende de opvang is er tenminste één volwassene aanwezig die gekwalificeerd is voor eerste hulp aan kinderen. bso, kdv artikelen 1.49 lid 1 en 2, 1.50 lid 1 en 2 Wko bso artikel 13 lid 4 Besluit kwaliteit kinderopvang; artikel 9b Regeling Wet kinderopvang kdv artikel 4 lid 5 Besluit kwaliteit kinderopvang; artikel 8 Regeling Wet kinderopvang Hoog € 2.000,- Inventarisatie veiligheids- en gezondheidsrisico’s GASTOUDERBUREAU De houder van het GOB voert een beleid dat ertoe leidt dat de veiligheid en gezondheid van de door de gastouder op te vangen kinderen op het opvangadres gewaarborgd is. De houder van het GOB inventariseert jaarlijks samen met de gastouder de veiligheids- en gezondheidsrisico’s van alle voor kinderen toegankelijke ruimten in elke woning waar gastouderopvang plaats vindt. De houder van het GOB stelt samen met de gastouder een plan van aanpak op. De risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid bevat in ieder geval een beschrijving van de benoemde thema’s. artikel 1.49 lid 4 sub a, 1.56 lid 1 en 2 en 1.56b lid 1 en 2 Wko; artikel 7 lid 1, 2, 3 en 5 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang; artikel 11 lid 3 Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang Hoog € 8.000,- geen inventarisatie € 4.000,- >1 jaar, niet actueel € 2.000,- per niet beschreven thema GASTOUDEROPVANG De gastouder houdt bij de uitvoering van de werkzaamheden rekening met de risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid. De gastouder draagt er zorg voor dat de maatregelen uit het plan van aanpak binnen de gestelde termijn worden genomen. De gastouder draagt zorg voor een actuele lijst van ongevallen Op ieder adres waar opvang plaatsvindt, is een op dat adres toegespitste inventarisatie aanwezig. artikel 1.49 lid 3; 1.56b lid 1 en 2 Wko, artikel 12 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang, artikel 11 lid 1, 2 en 4 Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang Hoog € 2.000,- Bereikbaarheid en achterwacht Een gastouder is goed telefonisch bereikbaar Zorgt voor een adequate vervanging bij calamiteiten bij opvang van meer dan drie aanwezige kinderen. Achterwachtregeling Achterwacht is bij calamiteiten binnen 15 minuten aanwezig Achterwacht is gedurende de opvanguren altijd telefonisch bereikbaar artikelen 1.49 lid 3 en 1.56b lid 1 en 2 Wko artikel 12 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang, artikel 12 Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang Hoog € 1.000,- Meldcode kindermishandeling ALLE KINDEROPVANGVOORZIENINGEN De houder heeft een meldcode kindermishandeling vastgesteld die ten minste de volgende elementen bevat: stappenplan; toebedeling van verantwoordelijkheden; aandacht voor bijzondere vormen van geweld; omgaan met vertrouwelijke gegevens. kdv artikel 1.49 lid 1 en 1.51a lid 1, 2, 3 en 5 Wko; 5 besluit kwaliteit kinderopvang bso 1.49 lid 1 en 1.51a lid 1, 2, 3 en 5 Wko; artikel 14 Besluit kwaliteit kinderopvang gob artikel 1.49 lid 4a; 1.51a lid 1,2,3 en 5 Wko; artikel 8 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang Hoog € 8.000,- De houder bevordert de kennis en het gebruik van de meldcode bij personeel of bij gastouders De houder handelt overeenkomstig de wettelijke meldplicht (gewelds- of zedendelict) en bevordert de kennis en het gebruik ervan. bso, kdv artikelen1.49 lid 1; 1.51a lid 4, 1.51b en 1.51c Wko gob artikelen 14.49 lid 4a; 1.51a lid 4, 1.51b en 1.51c Wko € 2.000,- Domein Accommodatie en inrichting Prioriteit Boetebedrag Binnen- en buitenruimte BUITENSCHOOLSE OPVANG EN KINDERDAGVERBLIJF De binnen- en buitenruimtes waar kinderen verblijven gedurende de tijd dat zij worden opgevangen, zijn veilig, toegankelijk en passend ingericht in overeenstemming met het aantal en de leeftijd van de op te vangen kinderen. bso, kdv artikelen 1.49 lid 1, en 1.50 lid 1 en 2 Wko; bso artikel 19 lid 1 Besluit kwaliteit kinderopvang kdv artikel 10 lid 1 Besluit kwaliteit kinderopvang Gemiddeld € 2.000,- BUITENSCHOOLSE OPVANG Per aanwezig kind is ten minste 3,5 m² binnenspeelruimte beschikbaar. artikelen 1.49 lid 1, en 1.50 lid 1 en 2 Wko; artikel 19 lid 2 Besluit kwaliteit kinderopvang Gemiddeld € 2.000,- 3-3.5m² € 3.000,- < 3m² Per aanwezig kind is ten minste 3 m² vaste buitenspeelruimte beschikbaar. De buitenspeelruimte is bij voorkeur aangrenzend aan het kindercentrum. Niet aangrenzende buitenspeelruimte is in de directe nabijheid en voor kinderen veilig en toegankelijk artikelen 1.49 lid 1, en 1.50 lid 1 en 2 Wko; artikel 19 lid 3 Besluit kwaliteit kinderopvang € 1.000,- 2-2.5m² en overige eisen € 2.000,- < 2m² KINDERDAGVERBLIJF Per aanwezig kind is ten minste 3,5 m² binnenspeelruimte beschikbaar. Elke stamgroep beschikt over een afzonderlijke vaste groepsruimte. artikelen 1.49 lid 1, en 1.50 lid 1 en 2 Wko; artikel 10 lid 2 Besluit kwaliteit kinderopvang Gemiddeld € 2.000,- 3-3.5 m² € 3.000,- < 3 m² € 2.000,- per ontbrekende ruimte; Voor aanwezige kinderen tot de leeftijd van anderhalf jaar is in ieder geval een afzonderlijke slaapruimte aanwezig. artikelen 1.49 lid 1, en 1.50 lid 1 en 2 Wko; artikel 10 lid 4 Besluit kwaliteit kinderopvang € 2.500,- Per aanwezig kind is ten minste 3 m² vaste buitenspeelruimte beschikbaar. De buitenspeelruimte is voor kinderen in de leeftijd tot twee jaar aangrenzend aan het kindercentrum. Voor kinderen vanaf twee jaar is de buitenspeelruimte bij voorkeur aangrenzend aan het kindercentrum, maar in ieder geval aangrenzend aan het gebouw. artikelen 1.49 lid 1, en 1.50 lid 1 en 2 Wko; artikel 10 lid 3 Besluit kwaliteit kinderopvang Gemiddeld € 1.000,- 2-2.5m² en overige eisen € 2.000,- < 2m² Woning GASTOUDEROPVANG De woning waar gastouderopvang plaatsvindt beschikt over voldoende speelruimteruimte; De slaapruimte voor kinderen tot 1,5 jaar is afzonderlijk en op het aantal kinderen afgestemd De binnen- en buitenruimten waar de kinderen verblijven zijn veilig, toegankelijk en passend ingericht in overeenstemming met het aantal en de leeftijd van de op te vangen kinderen. artikelen 1.49 lid 3 en 1.56b lid 1 en 2 Wko; artikel 15 lid 1 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang; artikel 14 Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang Gemiddeld € 1.000,- De woning waar gastouderopvang plaatsvindt is te allen tijde rookvrij. De woning waar gastouderopvang plaats vindt is voorzien van voldoende en goed functionerende rookmelders artikelen 1.49 lid 3 en 1.56b lid 1 en 2 Wko; ; artikel 15Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang artikel 14 lid 1 onder c en d Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang Hoog € 1.500,- Domein Ouderrecht Prioriteit Boetebedrag Informatie ALLE KINDEROPVANGVOORZIENINGEN De houder informeert de ouders nadrukkelijk over de tijden dat er minder beroepskrachten ingezet worden dan vereist. bso artikel 1.50 lid 1 en 2 Wko; artikel 12 lid 4 Besluit kwaliteit kinderopvang Kdv artikel 1.50 lid 1 en 2 Wko; artikel 3 lid 4 Besluit kwaliteit kinderopvang Gemiddeld € 1.000,- De houder informeert (vraag)ouders en een ieder die daarom verzoekt over het te voeren beleid. bso, kdv artikel 1.54 lid 1 Wko gob artikel 1.54a De houder informeert ouders en personeel over het inspectierapport door het zo spoedig mogelijk na ontvangst op de eigen website te plaatsen. Indien geen website aanwezig is legt de houder een afschrift van het inspectierapport op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats. bso, kdv artikel 1.54 lid 2 en 3 Wko gob artikel 1.54a lid 2, 3 Wko GASTOUDERBUREAU De houder informeert de vraagouder over de inhoud van het pedagogisch beleidsplan. De houder draagt er zorg voor dat de risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid inzichtelijk is voor de vraagouders. In de schriftelijke overeenkomst met de vraagouder is duidelijk te zien welk deel van het betaalde bedrag naar het gastouderbureau gaat en welk deel naar de gastouder. artikelen, 1.49 lid 4 sub a, 1.56 lid 1, 2, 4 en 6 en 1.56b lid 1 en 2 Wko; artikel 7 lid 3 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang; artikel 12a lid 2 Regeling kwaliteit gastouderbureau, gastouder en voorziening voor gastouderopvang; artikel 11b Regeling Wet kinderopvang Gemiddeld € 1.000,- Oudercommissie ALLE KINDEROPVANGVOORZIENINGEN Houder heeft een oudercommissie ingesteld De houder heeft zich aantoonbaar voldoende ingespannen om een oudercommissie in te stellen en biedt ouders de gelegenheid deel te nemen aan een oudercommissie. Geldt enkel wanneer er maximaal 50 kinderen worden opgevangen/50 gastouders aangesloten zijn. Als er conform artikel 1.58 tweede lid geen oudercommissie is ingesteld, betrekt de houder de ouders aantoonbaar voldoende op een andere wijze bij: - de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan artikel 1.50, eerste lid; en de aspecten waarop adviesrecht bestaat bso, gob, kdv artikel 1.58 lid 1 en 2 Wko Gemiddeld € 2.500,- Binnen 6 maanden na de registratie in het LRK heeft de houder het reglement oudercommissie vastgesteld, tenzij er op grond van artikel 1.58 lid 2 geen oudercommissie is ingesteld. bso, gob, kdv artikelen 1.58 lid 3 en 1.59 lid 1 Wko Samenstelling oudercommissie bso, gob, kdv artikel 1.58 lid 4, 5 en 6 Wko Laag € 500,- Inhoud van reglement oudercommissie bso, gob, kdv artikel 1.59 Wko Klachten en geschillen ALLE KINDEROPVANGVOORZIENINGEN Aansluiting bij Geschillencommissie De mogelijkheid om geschillen aan de commissie voor te leggen wordt op passende wijze aan ouders kenbaar gemaakt. bso, kdv, gob artikel 1.57c lid 1 en 2 Wko; artikel 5 Besluit landelijk register kinderopvang en register buitenlandse kinderopvang Laag € 1.500,- Schriftelijk vastgelegde klachtenregeling ouders voldoet aan de gestelde eisen. bso, kdv, gob artikel 1.57b lid 1 en 2 Wko € 1.500,- geen informatie € 1.000,- informatie niet volledig Openbaar Jaarverslag klachten bso, kdv, gob artikel 1.57b lid 4, 5, 6, 7, 8 en 9 Wko; artikel 11h Regeling Wet kinderopvang € 1.500,- geen jaarverslag of te laat Houder handelt overeenkomstig de klachtenregeling. De klachtenregeling wordt op passende wijze onder de aandacht van ouders gebracht bso, kdv, gob artikel 1.57b lid 3 Wko Laag € 500,- Domein Kwaliteit gastouderbureau Prioriteit Boetebedrag Kwaliteit gastouderbureau De houder draagt er zorg voor dat per voorziening voor gastouderopvang beoordeeld wordt hoeveel kinderen en van welke leeftijd opgevangen kunnen worden. artikelen 1.49 lid 4aen 1.56 lid 1 en 2 Wko; artikel 14 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang; artikel 11b lid 1 Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang Hoog € 2.000,- per niet beoordeelde voorziening Overige kwaliteitscriteria gastouderbureau, de houder draagt er zorg voor: dat alle bij zijn gastouderbureau aangesloten gastouders tijdens de opvang de voorgeschreven voertaal gebruiken een intakegesprek met de gastouder en met de vraagouder. een koppelingsgesprek voor elke nieuwe koppeling tussen vraag- en gastouder dat ieder opvangadres minstens twee maal per jaar wordt bezocht, waarbij het jaarlijkse voortgangsgesprek met de gastouder een onderdeel is van één van deze bezoeken. jaarlijks mondelinge evaluatie van de gastouderopvang met de vraagouders en legt deze schriftelijk vast. artikelen 1.49 lid 4a; 1.55; en 1.56 lid 1 en 2 Wko; artikel 9 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang; artikel 11a Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang Gemiddeld € 1.250,- per voorschrift Zorgplicht gastouderbureau Gastouderbureau is goed bereikbaar voor vraagouder en gastouder. artikelen 1.49 lid 4 onder a en 1.56 lid 1 en 2 Wko; artikel 9 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang; Artikel 11b lid 3 Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang Hoog € 1.250,- Overige voorschriften welke niet nageleefd worden Schenden medewerkingsplicht artikel 5:20 Awb; artikel 1.72 Wko Hoog € 4.100,- (boete tweede categorie) Niet opvolgen aanwijzing / bevel artikel 1.72 lid 1 Wko € 4.000,- Niet opvolgen exploitatieverbod / exploiteren zonder toestemming (art. 1.45 lid 3 of 1.66 lid 1 Wko) artikel 1.72 lid 1 Wko € 25.750,- (boete vierde categorie) Niet nakomen afspraak als bedoeld in artikel 167 Wet op primair onderwijs artikel 1.72 lid 1 Wko € 4.000,- Gebruikte afkortingen Awb: Algemene wet bestuursrecht Besluit kwaliteit: Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen Besluit registers: Besluit registers kinderopvang en peuterspeelzaalwerk BSO: buitenschoolse opvang GOB: gastouderbureau Kdv: kinderdagverblijf Psz: peuterspeelzaal VGO: voorziening voor gastouderopvang Regeling kwaliteit: Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen 2012 Wkcz: Wet klachtrecht cliënten zorgsector Wko: Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen 1 Externe link: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/straffen-en-maatregelen/vraag-en-antwoord/hoe-hoog-zijn-de-boetes-in-nederland; wetboek van strafrecht eerste boek artikel 23. 2 In dit voorschrift staan twee kwaliteitseisen: beschikken over een pedagogisch beleidsplan en in de praktijk ernaar handelen. 3 De beoordeling door de GGD van voorschoolse educatie vindt plaats indien deze door de gemeente wordt gesubsidieerd. Het is niet gebruikelijk dat bij toekenning subsidie een bestraffende sanctie in de vorm van een bestuurlijke boete wordt opgelegd. 4 Voorschrift met verwijzing naar bijlage 1 is zowel van toepassing voor een bso als voor een kdv.