Verordening op de heffing en invordering Bruggelden Gemeente Noardeast-Fryslân 2025De raad van de gemeente Noardeast-Fryslân gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 19 november 2024; gelet op de artikelen 216, 219 en 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en invordering Bruggelden Gemeente Noardeast-Fryslân 2025 Artikel1Belastbaar feit Onder de naam "bruggeld" wordt een recht geheven voor het door de gemeente openen en geopend houden van een brug tot het doorlaten van een vaartuig. Artikel2Belastingplicht Belastingplichtig ingevolge deze verordening is de kapitein, de schipper, de reder of de eigenaar van het vaartuig. Artikel3Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: Brug: de Altenabrêge gelegen over de Dokkumer Ee; de brug over de Dokkumer Ee, vormende de verbinding tussen de Hikkaarderdyk en de Kolkhuizerweg te Burdaard; de brug over de Dokkumer Ee, vormende de verbinding tussen de Jislumerdyk en de Brugweg te Burdaard. Vaartuigen: alle soorten van drijvende lichamen, welke wegens hun drijfvermogen worden gebezigd dan wel bestemd of geschikt zijn voor het vervoer te water van personen en goederen. Artikel4Tarieven 1.Het recht bedraagt voor het openen en het geopend houden van de Altenabrêge: Per vaartuig € 5,
- 2.Het recht bedraagt voor het openen en het geopend houden van: de brug over de Dokkumer Ee, vormende de verbinding tussen de Hikkaarderdyk en de Kolkhuizerweg te Burdaard: Per vaartuig € 1,
- 3.Het recht bedraagt voor het openen en het geopend houden van: de brug over de Dokkumer Ee, vormende de verbinding tussen de Jislumerdyk en de Brugweg te Burdaard: Per vaartuig € 1,
- Artikel5Vrijstellingen De rechten worden niet geheven van: hospitaalschepen, waarop van toepassing is het bepaalde in artikel 1 van de internationale overeenkomst van 1904 betreffende aan hospitaalschepen te verlenen vrijstelling van rechten en heffingen; een roeivaartuig, behorende tot de uitrusting van een vaartuig, waarvoor een brug tegelijkertijd geopend of open gehouden is; vaartuigen, rechtstreeks in gebruik voor de rijks-, provinciale of gemeentedienst; een baggermachine en een vaartuig dat daarbij gebezigd wordt voor het vervoer van baggerspecie; vaartuigen, voor het bedrijfsmatig vervoer van goederen of personen. Artikel6Wijze van heffing Het bruggeld per vaartuig wordt geheven bij wijze van kennisgeving van op of nabij de brug duidelijk zichtbaar geplaatste publicatieborden. Artikel7Tijdstip van betaling 1.Het bruggeld per vaartuig moet bij de doorvaart worden betaald. 2.De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel8 In afwijking van artikel 4:90, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt bij contante betaling van de bruggelden geen kwitantie afgegeven. Artikel9Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de bruggelden. Artikel10Kwijtschelding Bij de invordering van bruggelden wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel11Overgangsrecht De “Verordening bruggelden 2024”, van 21 december 2023 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel12Inwerkingtreding, datum ingang heffing en citeertitel 1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. 2.De datum van ingang van heffing is 1 januari
- 3.Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening bruggelden 2025'. Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Noardeast-Fryslân in zijn openbare vergadering van 19 december 2024.De Raad voornoemd,de griffier,mr. S.K. Dijkstrade voorzitter,mr. J.G. Kramer