Beleidsregels Normtoepassing Participatiewet 20251.ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1.Begripsbepalingen 1.In deze beleidsregels wordt verstaan onder: basishuur: de basishuur zoals omschreven in de artikelen 16 en 17 van de Wet op de huurtoeslag; gehuwdennorm: de norm als bedoeld in artikel 21 onderdeel b van de Participatiewet; inkomsten uit verhuur: inkomsten uit verhuur zoals bedoeld in artikel 33 lid 4 Pw; inkomsten van een kostganger: inkomsten van een kostganger zoals bedoeld in artikel 33 lid 4 Pw; jongerennorm: de norm voor jongeren van 18 tot 21 jaar op grond van artikel 20, lid 1 onder a en onder b of op grond van artikel 20, lid 2 onder a en onder b van de PW; norm 21 jaar en ouder: norm voor personen van 21 jaar en ouder op 21 jaar of ouder op grond van artikel 21 van de PW; Kostendelersnorm: de kostendelersnorm op grond van artikel 22a van de PW; Pw: Participatiewet; rekenhuur: rekenhuur zoals bedoeld in de Wet op de huurtoeslag; schoolverlater: een schoolverlater zoals bedoeld in artikel 28 Pw; woonsituatie: de woonsituatie zoals bedoeld in artikel 27 Pw; zakelijke lasten: de in verband met het eigendom van de woning verschuldigde zakelijke lasten zoals rioolrechten, eigenaarsgedeelte onroerend zaak belasting, opstalverzekering, eigenaarsgedeelte waterschapslasten. 2.Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de PW, IOAW, IOAZ, het Bbz 2004, de Wgs, het Burgerlijk Wetboek en de Awb. 3.Als de inhoud van een begrip bij de toepassing van deze regeling niet eenduidig blijkt te zijn, bepaalt het college de nadere invulling of uitleg van dit begrip. 2.INKOMSTENKORTING & VERLAGING Artikel2.Inkomstenkorting bij ontvangst huur of kostgeld 1.De inkomsten uit verhuur worden op de uitkering in mindering gebracht onder aftrek van € 60,00 per maand. 2.De inkomsten van een kostganger worden op de uitkering in mindering gebracht onder aftrek van € 350,00 per maand. Artikel3.Verlaging norm wegens ontbreken woonkosten 1.De verlaging in verband met de woonsituatie bedraagt: het bedrag van de basishuur als een woning wordt bewoond waarvoor de belanghebbende geen woonkosten verschuldigd is; 15% van de gehuwdennorm voor een dak- of thuisloze. 2.Woonkosten: bij een huurwoning, de rekenhuur; bij een eigen woning, de verschuldigde hypotheekrente, de als eigenaar te betalen zakelijke lasten en een vast bedrag voor onderhoud. 3.Onder woonsituatie als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan de situatie waarbij: een woning wordt bewoond waaraan geen woonkosten zijn verbonden (krakers); een woning wordt bewoond waarvan de woonkosten door derden worden voldaan; geen woning wordt bewoond (daklozen). Artikel4.Verlaging norm voor schoolverlaters 1.De verlaging voor een schoolverlater bedraagt 20 % van de gehuwdennorm. 2.Deze verlaging wordt toegepast gedurende zes maanden na het tijdstip van de beëindiging aan onderwijs of een beroepsopleiding. 3.De verlaging wordt niet toegepast als de schoolverlater jonger is dan 21 jaar en de jongerennorm. 4.Wordt de algemene bijstand op grond van bijzondere bijstand aangevuld tot de norm voor 21 jaar of ouder of tot de kostendelersnorm dan wordt de verlaging toegepast tot maximaal de hoogte van de bijzondere bijstand. 3.SLOTBEPALINGEN Artikel5.Hardheidsclausule Het college kan op grond van artikel 4:84 Awb in bijzondere gevallen ten gunste van belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze beleidsregels als toepassing daarvan leidt tot onbillijkheden van overwegende aard. Artikel6.Inwerkingtreding en citeertitel 1.De Beleidsregels Participatiewet 2021 gemeente Scherpenzeel worden met ingang van 1 januari 2025 ingetrokken. 2.Deze beleidsregels treden in werking op 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.