Uitvoerings- en handhavingsstrategie voor de uitvoering van vergunningverlening-, toezicht- en handhavingstaken in de fysieke leefomgeving gemeente Asten 2025-2028 1Inleiding Initiatiefnemers willen graag hun initiatieven en ideeën kunnen realiseren, terwijl omwonenden en andere belanghebbenden willen dat hun belangen worden beschermd. Als overheid moeten we een balans vinden in het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. In deze Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (hierna: U&HS) wordt beschreven hoe we omgaan met die balans. Ambities en prioriteiten In deze U&HS leggen wij onze ambities en prioriteiten vast voor de periode 2025-2028. De U&HS bevat de doelen, prioriteiten en strategieën voor de taken op gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving die door de gemeente zelf uitgevoerd worden (hierna: de VTH-taken). Het betreffen de zogenoemde ‘thuistaken’ op het gebied van de fysieke leefomgeving, de Algemene plaatselijke verordening (APV) en Bijzondere wetten. Eigen verantwoordelijkheid Het is in eerste instantie aan de inwoners en bedrijven om de regels die van toepassing zijn op hun activiteit op te zoeken en na te leven. Maar wij staan als gemeentelijke organisatie dichtbij, om vragen zo snel mogelijk te beantwoorden. Soms geldt voor het uitvoeren van een activiteit een vergunning-, meld-, of informatieplicht. Dit is nodig zodat de gemeente op de hoogte is van de activiteit en kan toetsen aan de regels, of kan nagaan of het is toegestaan. In andere gevallen gelden er meer algemene regels, waardoor er niet altijd een toetsing vooraf plaatsvindt, maar er wel toezicht achteraf kan plaatsvinden. Effectief en efficiënte inzet van VTH Het grondig toetsen of controleren van alle regels is een omvangrijke taak. De middelen (capaciteit) waarmee de taken moeten worden uitgevoerd, moeten dan ook zoveel mogelijk effectief en efficiënt ingezet worden. Dit betekent dat risico’s voor de omgeving zoveel mogelijk beperkt en het naleefgedrag zoveel mogelijk bevorderd moet worden. In dit document is daarom gemotiveerd vastgelegd waarop wordt ingezet en hoe de werkzaamheden worden uitgevoerd. Daarbij wordt inzicht gegeven in de strategieën; het beoordelen van en beslissen op vergunningsaanvragen, het beoordelen van informatieplichten, meldingen, de wijze waarop toezicht op de naleving wordt gehouden en hoe gehandhaafd gaat worden. 2Wettelijk kader U&HS Met deze U&HS geven we invulling aan de wettelijke verplichting om voor zowel omgevingsvergunningen als voor het toezicht en de handhaving hierop, een actuele U&HS vast te stellen. Deze wettelijke verplichting is terug te vinden in het Omgevingsbesluit behorende bij de Omgevingswet. In het Omgevingsbesluit staan regels voor het bevoegd gezag over omgevingsvergunningen, procedures, handhaving en uitvoering van het omgevingsrecht. Deze regels moeten ervoor te zorgen dat VTH-taken in het omgevingsrecht op een goede manier worden uitgevoerd, met als doel te zorgen voor een veilige en gezonde leefomgeving. Deze regels vormen samen de procescriteria van de beleidscyclus BIG-8 (zie uitleg volgende pagina). Dit document vormt één van de producten van de VTH-beleidscyclus. Op basis van dit document worden jaarlijks keuzes en activiteiten voor het komende jaar bepaald en vastgelegd in het uitvoeringsprogramma. Daarnaast wordt jaarlijks een verantwoording gegeven in een evaluatieverslag. In de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s beschrijven wij welke keuzes we maken bij het uitvoeren van onze taken en hoe we de taken uitvoeren. In de evaluatieverslagen verantwoorden we de gemaakte keuzes. Alle documenten in de VTH-beleidscyclus worden vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders en worden ter kennisgeving naar de raad gestuurd door middel van een raadsinformatiebrief. Onder de Omgevingswet is sprake van een tweede beleidscyclus. Deze kent een vergelijkbare opzet (Plan, Do, Check, Act). De Omgevingswet heeft een beleidscyclus die de structuur biedt om de instrumenten van de wet te ordenen. De cyclus bestaat uit vier kwadranten: beleidsontwikkeling, beleidsdoorwerking, uitvoering en terugkoppeling. Beleidsontwikkeling staat voor visievorming en is het kwadrant rechtsboven. Hierbij is input uit het kwadrant ervoor (terugkoppeling) van VTH belangrijk. De gewenste kwaliteiten van de fysieke leefomgeving of onderdelen daarvan kunnen vervolgens juridisch vastgelegd worden in de vorm van omgevingswaarden en programma's. Dit heet de beleidsdoorwerking. Het kwadrant linksonder in de cyclus staat voor uitvoering en gaat over de regels voor activiteiten die te vinden zijn in het omgevingsplan. Initiatiefnemers van activiteiten en projecten kunnen via een omgevingsvergunning toestemming vragen. Het kwadrant linksboven staat voor terugkoppeling en gaat over vergunningverlening, toezicht en handhaving om naleving van algemene regels en vergunningvoorschriften te controleren. Via monitoring kunnen de effecten hiervan op de kwaliteit van de fysieke leefomgeving worden geëvalueerd en kan bepaald worden of aanpassing van de omgevingsvisie, programma of omgevingsplan noodzakelijk is. VTH komt in onderstaande model terug in het kwadrant Uitvoering (linksonder) en Terugkoppeling (linksboven). In deze U&HS wordt gesteld dat er een uniforme beleidscyclus geborgd moet worden in de organisatie. Hierbij wordt de samenwerking en samenhang tussen beleid en uitvoering geïntensiveerd en wordt de rol in de terugkoppeling verstevigd. Deze doelstelling en activiteiten dragen bij aan het opstellen van een meer specifieke analyse van inzichten in toekomstig beleid. 2.1Reikwijdte Deze U&HS gaat over de taken die wij wettelijk verplicht zijn om uit te voeren voortvloeiend uit de regels die zijn vastgelegd in verschillende wet- en regelgeving. Deze wet- en regelgeving is opgesteld om de fysieke leefomgeving te beschermen. Er zijn landelijke, provinciale en gemeentelijke kaders. Een belangrijk landelijk kader is de Omgevingswet. De Omgevingswet heeft een nieuw stelsel met nieuwe instrumenten en gewijzigde principes met zich meegebracht. Alle wetten voor de fysieke leefomgeving zijn in de Omgevingswet samengevoegd om projecten sneller te kunnen laten starten. Ook zijn regels veranderd en is er meer sprake van open normen en zorgplichten in plaats van concrete regels of verboden. Gemeenten hebben meer beslisruimte gekregen om eigen invulling te geven aan een goed evenwicht tussen de leefomgeving benutten en beschermen. De nieuwe benadering van de fysieke leefomgeving in de wet gaat uit van enerzijds het beschermen en anderzijds het benutten ervan. Met het uitvoeren van de VTH-taken leveren we een bijdrage aan de hoofddoelstelling van de Omgevingswet: Doelstelling Omgevingswet: “Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, gericht op het in onderlinge samenhang: bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur en het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.” De Omgevingswet omschrijft de ‘fysieke leefomgeving’ als datgene wat je ziet, voelt, hoort en ruikt. In de wet staat een opsomming van onderdelen die in elk geval onder de fysieke leefomgeving vallen (bouwwerken, infrastructuur, water, watersystemen, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed en werelderfgoed). Naast de Omgevingswet bevat de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en Bijzondere wet- en regelgeving ook regels/eisen voor vergunningverlening, toezicht en handhaving om de fysieke leefomgeving te beschermen. Onder bijzondere wet- en regelgeving verstaan we in dit kader: de Alcoholwet, Wet goed verhuurderschap, Wet op de Kansspelen, Opiumwet, de marktverordening, Wet Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur (Bibob) en Wet basisregistratie persoonsgegevens (Brp). De U&HS gaat ook over deze taken. De Omgevingswet is van toepassing op de fysieke leefomgeving. Dit is nauw verweven met de veilige leefomgeving. Hiervoor is de Kadernota Integraal Veiligheidsbeleid gemeente Asten 2023-2026 van toepassing. In deze kadernota benoemen we een drietal prioriteiten: - Zorg en veiligheid, - aanpak ondermijning en - digitale veiligheid. Aan deze prioriteiten leveren wij vanuit het VTH-taakveld een bijdrage, bijvoorbeeld door de inzet van BOA’s en toezichthouders. Zo werken we bij de aanpak van ondermijning in Peelverband samen met onder meer het Peelland Interventie team (PIT). Een ander belangrijk kader dat ondermijning helpt te voorkomen is ons toetsingskader dat is vastgelegd in ons Bibob-beleid. We toetsen de integriteit van de aanvrager. Op basis van deze toets en een zorgvuldige afweging kunnen er gerichte aanvullende voorschriften in de vergunning worden opgenomen. Ook kan een vergunning ingetrokken of geweigerd worden. Ook hier werken we in Peelverband samen door het opstellen van een regionaal Bibob-beleid. Een ander beleidsveld waar we in het VTH-taakveld veel mee samenwerking is het sociale domein. Bij situaties zoals burenruzies, uithuisplaatsingen en woningontruimingen, en bij illegale permanente bewoning, werken we met hen samen. De uitvoering van het Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein 2024 Asten is ook een samenwerking tussen het sociaal domein en de medewerkers van VTH. Met name op het gebied van preventieve maatregelen zoals voorlichting en op het gebied van handhaving onder andere op het schenken van alcohol aan minderjarigen of openbaar dronkenschap. Het toezicht en handhaving wordt uitgevoerd door het team Leefbaarheid, Handhaving en Veiligheid (hierna: LHV). De VTH taken die door de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (hierna: ODZOB) en de Veiligheidsregio Brabant Zuidoost (hierna: VRBZO) worden uitgevoerd, vallen buiten dit document. Zij hebben hun eigen beleidscyclus met doelstellingen en prioriteiten. 2.2Doel Het document heeft meerdere functies. Het geeft transparantie voor onze inwoners en bedrijven
(2). We bieden onze inwoners en bedrijven duidelijkheid over de keuzes die we maken op het gebied van VTH. We geven aan op welke aspecten we letten bij het in behandeling nemen van een vergunning en hoe we omgaan met overtredingen van de regels en waar wij op toe zien. Op die manier weten inwoners en bedrijven waar zij aan toe zijn als ze iets willen bouwen of ondernemen. Voor onze eigen organisatie hebben de keuzes die we maken impact op de manier waarop we onze taken uitvoeren; hoeveel mensen hebben we nodig en hoeveel geld kost het. Ook maken we duidelijk aan welke onderwerpen we komende jaren extra aandacht moeten geven en helpt het ons om onze taken goed en op een uniforme wijze uit te voeren. 2.3Opbouw Het document bestaat uit twee delen. Het eerste deel geeft de hoofdlijnen weer van de visie, doelen, prioriteiten en strategieën op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het tweede deel bestaat uit een bijlagenbundel waar onder andere de strategieën staan uitgewerkt. 3Visie & uitgangspunten In dit hoofdstuk beschrijven we de visie en uitgangspunten voor de VTH-taken van de komende beleidsperiode. Deze visie hebben we verder uitgewerkt in een aantal hoofddoelstellingen met daaronder weer acties om de doelstellingen te bereiken. Deze doelstellingen geven richting aan de komende beleidsperiode en stellen ons in staat om onze visie in de praktijk te brengen. Onze doelstellingen en uitgangspunten zijn gebaseerd op belangrijke bestaande strategische documenten zoals de opgave uit onze omgevingsvisie en het coalitieakkoord ‘gedreven door passie en ambitie’ 2022-2026. Daarnaast hebben we input opgehaald uit bestuurlijke- en ambtelijke werksessies. 3.1Visie De gemeentelijke visie hebben we vertaald naar een VTH -visie. Daarin hebben we ook onze kernwaarden klachtgericht, flexibiliteit en omgevingsbewustzijn verwerkt. Onze gemeentelijke visie We leveren publieke dienstverlening aan de Astense samenleving. Gezamenlijk bouwen we aan een prettige woon-, werk-, en leefomgeving, vanuit eigen kracht, dicht bij de inwoner (in diens verschillende rollen). We zijn klantgericht en (re)ageren flexibel op veranderingen in de maatschappij. Onze VTH-visie: De gemeente Asten zet zich in voor een solide en betrouwbare aanpak van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Dit is gebaseerd op twee fundamentele pijlers: de basis op orde hebben en werken vanuit de bedoeling. We streven naar een stabiele en goed georganiseerde VTH-praktijk, waarbij we altijd het hogere doel van onze acties in het oog houden: het bevorderen van de leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid voor onze inwoners. VTH-Visie nader uitgelegd: Basis op Orde Doel: Zorgen voor een stabiele en efficiënte basisinfrastructuur voor VTH-activiteiten. Acties: Structuur en Processen: Standaardiseren en optimaliseren van werkprocessen en procedures om consistentie en betrouwbaarheid te waarborgen. Kwaliteit en Deskundigheid: Investeren in training en ontwikkeling van medewerkers om hoge kwaliteit en professionaliteit te garanderen. Technologie en Innovatie: Inzetten van moderne technologieën en systemen voor efficiënte vergunningverlening, toezicht en handhaving. Formatie: Blijvend investeren om de formatie op het juiste niveau te houden. Werken vanuit de Bedoeling Doel: Altijd het uiteindelijke doel van onze acties in het oog houden en hierop sturen. Acties: Klantgerichte aanpak: We zijn vastbesloten om een klantgerichte benadering te hanteren in al onze activiteiten. Wij zetten ons in voor duidelijke communicatie over de criteria voor vergunningverlening, de procedures van toezicht, en de gronden voor handhaving. Dit omvat helderheid in de verwachtingen, processen en uitkomsten, waarmee we niet alleen voldoen aan de behoeften van onze gemeenschap maar ook een fundament van vertrouwen en begrip bouwen. Een initiatief kan rekenen op medewerking vanuit de gemeente als het bijdraagt aan het behoud of het versterken van de kwaliteiten uit onze omgevingsvisie. We stimuleren initiatiefnemers om een omgevingsdialoog te voeren waarbij belanghebbenden worden betrokken. We bieden een handreiking aan voor de omgevingsdialoog die stappen bevat om dit proces te structureren. Doelgerichte Handhaving: Handhavingsactiviteiten richten op het bevorderen van veiligheid en leefbaarheid, in plaats van enkel op naleving van regels. We werken risicogestuurd. Gedurende het proces denken wij mee met de inwoners en bedrijven binnen de grenzen van de wet. We focussen onze toezicht en handhavingsactiviteiten op de gebieden waar de risico’s het grootst zijn. Flexibiliteit en Omgevingsbewustzijn: Proactief inspelen op veranderingen en signalen uit de samenleving om relevante en effectieve VTH-activiteiten uit te voeren. We actualiseren jaarlijks onze omgevingsanalyse waarbij wij ontwikkelingen identificeren, risico’s en nalevingskwesties in kaart brengen. Wij hanteren daarbij een gebiedsgerichte aanpak. Wij kijken daarbij naar de bedrijvigheid, woonkernen, buitengebied, natuur, cultuur en recreatie. Het begrip van het nieuwe recht is essentieel voor het beoordelen van initiatieven en lopende (handhavings)zaken. We volgen regelmatig trainingen en workshops om de kennis van de relevante wet- en regelgeving bij te werken. 3.2Uitgangspunten Onze uitgangspunten zijn bepalend voor de wijze waarop wij invulling geven aan de uitvoering van de VTH-taken. VTH-taken zijn geen doelen op zich. We zijn er voor de samenleving en leveren een bijdrage aan de met de wet- en regelgeving beoogde effecten. Vergunningverlening en handhaving zijn daarmee instrumenten die bijdragen aan de visie en onderliggende doelen van de gemeente. We zijn een deskundige en dienstverlenende organisatie. Wij streven naar het zo goed en zo snel mogelijk behandelen van vergunningen en meldingen. We beperken ons in ieder geval zo veel mogelijk in het overschrijden van de wettelijke afhandelingstermijnen. We werken zorgvuldig. We weten niet alleen de regels, maar ook het doel achter de regels. We communiceren duidelijk over verwachtingen. Voorkomen is beter dan genezen. Preventie verdient de voorkeur boven repressie. Ons handelen is erop gericht repressieve handhaving te voorkomen en (spontane) naleving van de regels te bevorderen. Waar mogelijk zetten we in op (pre-) mediation. Hierbij verliezen wij niet uit het oog dat repressief handhaven soms nodig is en aarzelen we niet om op te treden. We gaan uit van vertrouwen in inwoners en ondernemers. De primaire verantwoordelijkheid voor de naleving van regels en vergunningsvoorwaarden ligt bij inwoners en bedrijven, dan wel de partijen die namens hen optreden. We vertrouwen erop en verwachten van hen dat ze hierin nadrukkelijk hun eigen verantwoordelijkheid nemen. We wijzen hen hierop indien het niet (voldoende) gebeurt. Prioriteiten sturen inspanning. We willen en kunnen vanwege beperkte capaciteit niet overal en altijd op de naleving van alle regels toezien. We hanteren selectief toezicht en werken risicogestuurd. Dit uit zich in verschillende niveaus van toetsing bij vergunningverlening en een daarop afgestemd niveau van toezicht. Ook betekent dit dat wij geselecteerde prioriteiten met voorrang oppakken en sommige problemen niet of niet direct aanpakken. Een gelijk speelveld. Voor elke inwoner en bedrijf van de gemeente Asten gelden dezelfde regels. Iedereen die een initiatief heeft wordt gelijk behandeld en zal dezelfde procedure moeten doorlopen. Eén overheid. Samenwerking tussen medewerkers VTH essentieel. We zijn één overheid en werken samen met andere bevoegde gezagen, zoals de provincie en het waterschap en met ketenpartners zoals de omgevingsdienst en de veiligheidsregio. Hierover communiceren we duidelijk met initiatiefnemers. Deze uitgangspunten zijn leidend bij het behandelen van informatieverzoeken, aanvragen en meldingen, bij het uitvoeren van controles en bij het handhavend optreden. De VTH-werkzaamheden worden verdeeld over meerdere teams. We hebben een team Vergunningen, waarin de casemanagers vergunningen verantwoordelijk zijn voor het proces omtrent de omgevingsvergunningen die gaan over de fysieke leefomgeving. Ook de vergunningverleners in het kader van de APV en bijzonder wetten maken onderdeel uit van dit team. Toezicht en handhaving is gelegen bij het team LHV. 4.Doelen en prioriteiten Wij zijn verplicht in de U&HS doelstellingen vast te leggen. Om tot deze doestellingen te komen zijn de volgende elementen belangrijk. Deze zijn hieronder uitgewerkt. 4.1Evaluatie beleid Voor het maken van een nieuwe U&HS starten we met een terugblik op de eerdere VTH-taakuitvoering. We hebben een VTH-Beleid 2024 vastgesteld op 19 december 2023 waarin doelstellingen zijn opgenomen. Deze doelstellingen hebben wij voor zover van toepassing opnieuw opgenomen in deze U&HS. Vanuit het Interbestuurlijk toezicht van de provincie Noord-Brabant (hierna: IBT) is in 2023 een overzicht gestuurd van verbeterpunten. Hoewel er in het voormalige beleid en groot aantal verbeteringen al zijn doorgevoerd, willen we deze lijn doorzetten en hebben ervoor gekozen om een nieuwe U&HS op te stellen. Deze U&HS sluit beter aan bij de opgaven uit de omgevingsvisie van de gemeente Asten door aan te geven welke bijdrage het VTH-taakveld levert aan de bereiken van de opgave. In dit nieuwe document zorgen we ervoor dat in lijn met de adviezen van het IBT meetbare doelstellingen zijn opgenomen; de kwaliteitsdoelstellingen uit de Verordening Uitvoering en Handhaving omgevingsrecht gemeente Asten 2024 hebben een plek gekregen. Door actief de beleidscyclus te volgen, kunnen wij ervoor zorgen dat wij effectief, efficiënt en flexibel zijn, en dat wij indien nodig de U&HS aanpassen aan veranderende omstandigheden en behoeften. 4.2Maatschappelijke opgaven & bestuurlijke ambities De gemeente staat voor grote maatschappelijke en ruimtelijke ontwikkelingen in de komende periode. Dat zijn bijvoorbeeld: klimaatverandering en klimaatadaptatie, de stikstofproblematiek en transitie van boerenbedrijven, de woningbouwopgave, veranderende arbeidsmarkt en ondermijning. Daardoor worden de VTH-werkzaamheden complexer. Dit vraagt om een integrale aanpak om deze ontwikkelingen het hoofd te bieden. Een deel van de genoemde opgave staan in de omgevingsvisie. Zaken op het gebied van openbare orde en veiligheid (zoals ondermijning), arbeidsmarktveranderingen of maatschappelijke opgave die thuishoren in het sociale domein staan niet in de omgevingsvisie. Deze opgaven zijn geborgd in andere documenten. Als gemeente Asten willen wij het gebieds- en opgavegericht werken verder optimaliseren. In de omgevingsvisie zijn verschillende deelgebieden geduid en is per deelgebied aangegeven wat we willen beschermen of juist willen ontwikkelen. Daarom is de omgevingsvisie een goed vertrekpunt voor de omgevingsanalyse. De opgaven uit de omgevingsvisie staan centraal in de U&HS. In het coalitieakkoord 2022-2026 ‘Gedreven door passie en ambitie’ zijn de bestuurlijke ambities beschreven. Doelstellingen voortkomend uit deze ambities zijn terug te vinden in de omgevingsanalyse. 4.3Probleemanalyse De probleemanalyse bestaat uit een omgevingsanalyse en een risicoanalyse, zie onderstaande schema. We beschrijven wat voor kenmerken de omgeving van de gemeente Asten heeft en welke risico’s we beheersbaar dienen te houden. De probleemanalyse wordt verder uitgewerkt in het volgende hoofdstuk. 4.4Borging van de uitvoering Om de VTH-taken uit te voeren zijn financiële en personele middelen nodig. Het Omgevingsbesluit stelt eisen aan de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken. We hebben deze in de Verordening Uitvoering en Handhaving omgevingsrecht gemeente Asten 2024 vastgesteld. Deze verordening geeft uitvoering aan de wettelijke opdracht uit het Omgevingsbesluit om regels te stellen aan de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van het omgevingsrecht. Dit betekent dat het minimum kwaliteitsniveau voor VTH-taken is vastgesteld. Wij hebben daarmee de verplichting om te voldoen aan de kwaliteitscriteria 3.0 (en haar rechtsopvolgers) en om de kwaliteitsdoelstellingen nader uit te werken. De kwaliteitsdoelstellingen zijn: uitvoeringskwaliteit, dienstverlening en financiën. Door het opstellen van de U&HS is hieraan invulling gegeven. 4.4.1Kwaliteitsdoelstellingen In onze Verordening Uitvoering en Handhaving omgevingsrecht gemeente Asten 2024 zijn kwaliteitsdoelstellingen opgenomen op de drie onderwerpen uitvoeringskwaliteit, dienstverlening en financiën. Deze hebben wij hieronder nader ingevuld. Uitvoeringskwaliteit diensten & producten De uitvoeringskwaliteit van diensten en producten heeft betrekking op het waarborgen en bevorderen van de mate waarin een product voldoet aan juridische doelen (zoals geformuleerd in de relevante wet- en regelgeving en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur) en bijdraagt aan de omgevingsdoelen. Ook wel aangeduid als de inhoudelijke kwaliteit. Uitvoeringskwaliteit diensten & producten Wat willen we bereiken? Wat gaan we ervoor doen? Borging uitvoeringskwaliteit van afgehandelde vergunning- en handhavingszaken. VV: We houden de werkprocessen op peil en stellen daar waar nodig bij. Dit gebeurt door frequent overleg binnen het taakveld vergunningen. LHV: Van de meest voorkomende processen maken we een werkbeschrijving en waar nodig richten we de zaaksystemen hierop in. Dit gebeurt door een projectmatig aanpak met de collega’s van team DIV, waarbij we gebruik maken van de reeds opgedane kennis bij vergunningverlening. Uniforme afhandeling van vergunning-, toezicht- en handhavingszaken. Actualiseren en actueel houden van (handboek met) werkprocessen en protocollen, door jaarlijks te screenen op actualiteit. Borging uitvoering door interne kwaliteitscontroles. Dit gebeurt door de VTH-medewerkers binnen de werkoverleggen per domein. Waarborgen continuïteit van diensten en producten. De kwaliteitscriteria m.b.t. kritieke massa geactualiseerd houden en waar nodig verder uitwerken. Waar nodig acties ondernemen om te (blijven) voldoen aan deze criteria. Dit gebeurt door het jaarlijks uitvoeren van een kwaliteitsmeting en verwerken dit in het evaluatieverslag. Werken aan de kwaliteit van onze besluitvorming. We stimuleren het zelflerend vermogen van de organisatie als het gaat om de feedback die wij halen uit de bezwaar- en beroepschriften. Dit doen we door middel van intervisie tijdens de werkoverleggen. Dienstverlening Dienstverlening heeft betrekking op het waarborgen en bevorderen van de manier waarop (in communicatie, snelheid, service) de organisatie met belanghebbenden (aanvragers, omgeving klagers, etc.) omgaat. Zoals in de toelichting op de VTH-visie is toegelicht werken wij vanuit de centrale kernwaarden; klachtgericht, flexibiliteit en omgevingsbewustzijn. Dienstverlening Wat willen we bereiken? Wat gaan we ervoor doen? We willen dat initiatiefnemers zo optimaal mogelijk duidelijkheid moeten krijgen over de haalbaarheid van hun plannen in de fysieke leefomgeving en de vervolgprocedure. We gaan sturen op een goed vooroverleg voor een vergunningsaanvraag. De klanttevredenheid en efficiëntie van onze dienstverlening verbeteren. Door te handelen conform onze dienstverleningsnormen zoals het binnen twee werkdagen contact opnemen en dit zorgvuldig vast te leggen in ons zaaksysteem, willen we zorgen voor transparante, betrouwbare en tijdige communicatie met onze klanten. Dit draagt bij aan een positieve klantbeleving, verhoogt het vertrouwen in onze organisatie en optimaliseert onze interne processen voor een betere servicekwaliteit. Een betrouwbare overheid zijn waarbij een belangrijk aspect is het effectief managen van de verwachtingen van inwoners en bedrijven. We geven in een vroegtijdig stadium de inwoners en bedrijven duidelijk en gedetailleerde informatie over aanvraagprocedures, vereiste documenten, criteria en tijdslijnen. Bij vergunningverlening vindt dit plaats in het vooroverleg, de intaketafel en de regionale omgevingstafel. Bij verzoeken van handhaving geven we aan wat de procedure is en wat ze kunnen verwachten. Financiën Het thema Financiën heeft betrekking op de inzet van middelen in relatie tot de kwaliteit van de geleverde diensten en/of producten. Financiën Wat willen we bereiken? Wat gaan we ervoor doen? Voldoende middelen en capaciteit Het zorgen voor voldoende personeel, financiën en technologische hulpmiddelen is belangrijk om taken effectief uit te kunnen voeren. Dit betekent dat er genoeg gekwalificeerd personeel moet zijn en dat de technologische ondersteuning up-to-date en functioneel moet zijn. De benodigde en beschikbare financiële en personele middelen voor de op basis van de gestelde doelen uit te voeren activiteiten inzichtelijk maken. 5Probleemanalyse Zoals eerder beschreven bestaat de probleemanalyse uit een risico- en omgevingsanalyse. We beschrijven wat voor kenmerken de omgeving van de gemeente Asten heeft met de daarbij horende VTH-uitdaging (omgevingsanalyse) en welke risico’s we beheersbaar dienen te houden (risicoanalyse). Bij het vaststellen van de prioriteiten nemen de risico’s een belangrijke plaats in. 5.1Risicoanalyse We beschrijven achtereenvolgens het doel, de methodiek, de totstandkoming de afbakening en de uitkomsten van de risicoanalyse. Doel De wetgever schrijft voor dat een risicoanalyse inzicht moet geven waar de risico’s zich voordoen. Daarmee geeft de risicoanalyse een handvat voor het maken van keuzes in zowel toetsing als toezicht en handhaving. Risico’s behoren beheersbaar en controleerbaar te zijn. Het vaststellen van de niveaus (de diepgang) en de aspecten waarop we vergunningsaanvragen toetsen en het vastleggen daarvan in protocollen maken die risico’s beheersbaar. Methodiek risicoanalyse De methode om te komen tot een gedegen risicoanalyse is gebaseerd op de landelijke methode, die uitgaat van het effect van activiteiten en de kans dat de effecten zich voordoen. Op basis van deze Risico = ‘Kans maal Effect’-benadering volgt een risicoscore voor de weergegeven activiteiten. Op basis van de risicoscore hebben we de prioriteiten bepaald. De inschatting van de risico’s voor de leefomgeving is hierbij richtinggevend geweest. In bijlage 1 ‘Handleiding Risicoanalyse‘ is een toelichting opgenomen van de uitgevoerde risicoanalyse, waarin nader wordt ingegaan op de gebruikte methode, de begrippen en de wijze waarop aan deze begrippen getalsmatig waarden zijn toegekend. Totstandkoming risicoanalyse De input voor de risicoanalyse is middels het bevragen van de inhoudelijke vakspecialisten werkzaam bij de gemeente Asten tot stand gekomen. De vragen zijn per domein behandeld: Bouwen, Ruimtelijke Ordening, APV, Alcoholwet en Evenementen & Bijzondere onderwerpen en wetten, Alcoholwet en Evenementen. Vervolgens is het college gevraagd om deze risico’s te prioriteren voor de bestuurlijke prioriteitstelling. Afbakening risicoanalyse De risicoanalyse voor het domein ‘brandveiligheid’ is in regionaal verband door de VRBZO uitgevoerd. Voor het domein ‘milieu’ staat de ODZOB aan de lat. Beiden maken geen onderdeel uit van deze U&HS. Uitkomsten risicoanalyse Omdat er beperkte capaciteit is die niet op alles ingezet kan worden, wordt prioriteit gegeven aan de onderstaande thema’s. Daarbij is het uitgangspunt dat de activiteiten met het hoogste risico in de risicoanalyse in de uitvoering de hoogste prioriteit krijgen. Een weergave van de uitkomsten van de volledig ingevulde risicomatrix is opgenomen in bijlage 2 ‘Uitkomsten Risicoanalyse’. Jaarlijks worden de uitkomsten van de risicomatrix doorlopen en geactualiseerd indien nodig. Deze krijgen een nadere invulling in het uitvoeringsprogramma. Hieronder staan de bestuurlijke prioriteiten: Handelen zonder of in strijd met de brandveiligheidseisen van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving Kamergewijze verhuur en illegaal huisvesten van arbeidsmigranten Wonen (tijdelijk/permanent) waar niet is toegestaan Parkeerexcessen en foutparkeren Handelen zonder of in strijd met exploitatievergunning vakantieparken Ondermijning criminaliteit (o.a. fraude en witwassen) Overlast leefbaarheid (o.a. verwarde personen, overlast gevende of criminele jeugdgroepen) Drugsafval (opruimen van drugsafval, toezicht op leegstaand panden, sluiten van woningen op basis van de wet Damocles) Handelen in strijd met de Wet goed verhuurderschap en/of de verhuurverordening Illegaal motorcrossen in het buitengebied Langer staan van caravan/voertuigen dan toegestaan Voor de inzet van het VTH-instrumentarium betekent de prioritering het volgende: We kunnen onze aandacht niet in dezelfde mate richten op alles wat tot het taakveld VTH behoort. Dat zou onze capaciteit overvragen. Onze prioriteiten liggen bij die activiteiten die het meeste risico met zich meebrengen. Hoe we invulling gaan geven aan onze prioriteiten beschrijven we hierna in de uitvoeringsstrategieën. Hierbij houden we ook rekening met onze in te zetten en beschikbare capaciteit. In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma werken we dat verder uit en leggen we jaarlijks accenten. Het bovenstaande betekent niet dat we geen aandacht zullen geven aan risico’s en taken waar we geen prioriteit aan geven. Het spreekt vanzelf dat we ook daar onze wettelijke taken naar behoren zullen vervullen. Bij de activiteiten die geen betrekking hebben op onze prioriteiten zullen we echter meer reactief dan proactief handelen en zullen we meer globaal toetsen en toezicht houden. 5.2Omgevingsanalyse Voor de omgevingsanalyse hebben we aansluiting gezocht bij de vastgestelde omgevingsvisie en het coalitieakkoord. Coalitieakkoord 2002-2026 In het coalitieakkoord 2022-2026 richten wij ons op de realisatie van minimaal 500 woningen, verduurzaming van agrarische bedrijven en uitbreiding van groenvoorzieningen in Asten, Heusden en Ommel. Hierin staat dat we ons inzetten op duurzaamheid, verbetering van infrastructuur en ondersteuning van lokaal ondernemerschap. Sociale cohesie en gezondheid worden bevorderd door aandacht voor zorg, preventie en sport. Veiligheid wordt gegarandeerd door het aanpakken van criminaliteit en het verbeteren van buurtveiligheid. Het akkoord streeft naar een financieel gezonde gemeente met transparante begrotingen en beperkte lokale lasten. In de omgevingsvisie zijn kernkwaliteiten beschreven. Hieronder volgt een overzicht per kernkwaliteit en wat wij als VTH in deze beleidsperiode hieraan gaan bijdragen. In de omgevingsvisie zijn verschillende deelgebieden binnen Asten onderscheiden. Per deelgebied is aangegeven welke kwaliteiten aanwezig zijn en welke ontwikkelingen gewenst. Hiermee vormt de omgevingsvisie een goede basis voor het gebieds- en opgavegericht werken en voor de wijze waarop wij omgaan met vergunningverlening, toezicht en handhaving. Wij stemmen onze vergunningverlening af op de doelen zoals in de omgevingsvisie zijn geformuleerd. Aanvragen voor nieuwe ontwikkelingen worden hieraan getoetst. Ontwikkelingen die hier niet aan bijdragen worden ontmoedigd of proberen we om te turnen naar iets dat wel kan. We hanteren hierbij een vaste werkwijze. We toetsen aan regelgeving èn aan gebiedsgerichte opgaven. Hierom sturen we aan op vooroverleg, het gebruik maken van de intaketafel, goed contact met de aanvrager en aandacht voor de omgevingsdialoog binnen de procedure. Voor vergunningen is het lastig om verschil per deelgebied te maken. Voor alle deelgebieden geldt: Vergunningverlening = vraag gestuurd. Onze basishouding is flexibel, klantgericht en omgevingsbewust. We sturen op vooroverleg in die gevallen waarin een afweging gemaakt moet worden aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, zodat in een vroegtijdig stadium de haalbaarheid van een plan ingeschat kan worden waarbij rekening gehouden wordt met de ligging in het betreffende deelgebied. Bij vergunningverlening moet onderscheid gemaakt worden tussen aanvragen waarbij een afwegingsvrijheid is en waarbij alleen aan wettelijke eisen getoetst moet worden. In het eerste geval worden de kenmerken van het deelgebied meegenomen in de afwegingen. In het geval dat getoetst moet worden aan een vaststaand wettelijk kader is de afwegingsvrijheid beperkt. Daarnaast geldt voor de inzet van toezicht en handhaving dat de problematiek van kamergewijze verhuur, illegaal huisvesting van arbeidsmigranten en handelen in strijd met de wet goed verhuurderschap dat deze niet aan een specifiek deelgebied toe te kennen is. De inzet op deze problematiek is belangrijk omdat het verschillende vormen van misstanden aanpakt die een negatieve impact hebben op de leefbaarheid en veiligheid in de samenleving. Hier zijn enkele redenen waarom toezicht en handhaving op deze gebieden cruciaal zijn: Kamergewijze verhuur: Dit kan leiden tot overbewoning en slechte leefomstandigheden voor huurders. Het zorgt ook voor overlast in de buurt en kan de infrastructuur van een wijk zwaar belasten. Illegale huisvesting van arbeidsmigranten: Arbeidsmigranten worden vaak uitgebuit en wonen onder slechte omstandigheden. Dit is niet alleen onmenselijk, maar kan ook leiden tot gezondheids- en veiligheidsrisico’s. Handelen in strijd met de wet goed verhuurderschap: Dit omvat praktijken zoals het vragen van te hoge huren, discriminatie bij verhuur en het niet onderhouden van woningen. Dit soort gedrag schaadt huurders en draagt bij aan ongelijkheid op de woningmarkt. Omdat deze problemen niet beperkt zijn tot een specifiek deelgebied, is een brede en flexibele aanpak nodig. Dit betekent dat toezicht en handhaving op verschillende niveaus en in verschillende gebieden moeten plaatsvinden om effectief te zijn. Omgevingsvisie Per deelgebied staat beschreven wat relevant is voor VTH zodat er een beeld is aan wat voor soort ontwikkeling ruimte moet worden gegeven en waar specifiek op gelet moet worden bij de inzet van VTH. De plaatjes komen overeen met de deelgebieden die gebruikt zijn in de omgevingsvisie. Agrarische Anders: In het deelgebied 'agrarisch anders' ligt de focus voornamelijk op ruimte voor agrarische ondernemers, zoals in de tuinbouw en andere sectoren. De ambitie is de (verdere) ontwikkeling van een toekomstbestendige en emissiearme land- en glastuinbouw, waarbij gezondheid, natuur en landschap in balans worden gehouden. Er is ook ruimte voor stoppers, met kansen voor niet-agrarische bedrijvigheid. Gezien het sterk agrarische karakter van het gebied, is het niet geschikt voor woningbouw en verblijfsrecreatie. Bovendien staat het gebied onder druk vanwege gezondheids-, natuur- en milieuproblemen. We streven ernaar de emissies te verminderen, duurzame en innovatieve bedrijfsvormen te stimuleren, en water vast te houden. Het VTH-taakveld levert een bijdrage door: In het kader van de transformatie van het buitengebied wordt er intern informatie opgehaald bij het taakveld toezicht en handhaving waarna er een gesprek wordt aangegaan met de ondernemers over eventuele mogelijkheden tot het omvormen van het buitengebied. Het doel van de VTH-inzet is niet primair om te controleren of regels zijn overtreden (handhaving), maar om samen na te denken over duurzame en toekomstbestendige oplossingen. De focus ligt dus op een langetermijnvisie, in plaats van directe handhaving. Boeren Buurten: In het deelgebied ‘Boeren Buurten’ richten wij ons op het buurtgevoel (met name door de verschillende gehuchtjes) en de boerenbedrijven die geworteld zijn in het gebied. De vitale bedrijven willen we behouden. Landbouw die blijft moet in evenwicht zijn met omgevingswaarden (landschap, natuur, gezondheid). Stoppers helpen we met omschakelen, mits zorgvuldige inpassing en met oog voor cultuurhistorische waarden en bewoners van het gebied. Bij de transformatie van het buitengebied willen we inzetten op sloop of herbestemming van leegstaande (agrarische) opstallen. We ontwikkelen het landelijk wonen, met respect voor landschap, natuur en cultuurhistorie. Bolle akkers, oude gehuchten en landschappelijke structuren moeten behouden of versterkt worden. Het VTH-taakveld levert een bijdrage door: We hebben oog voor de kwetsbare positie van de (voormalige) boeren in onze gemeente. We informeren hen over mogelijke uitbuiting van de ondernemers in het buitengebied. Groen Genieten: Dit deelgebied kenmerkt zich door bossen, stuifzandruggen en recreatievoorzieningen. Ook zijn er agrarische percelen en woningen te vinden. Het groen, de cultuurhistorie en de landschappelijke elementen zijn het belangrijkst in dit deelgebied. We willen de aantrekkelijkheid vergroten. Landelijke woonmilieus zijn denkbaar, net als kleinschalige bedrijvigheid en recreatieve functies. Doorontwikkeling van de landbouw kan, mits het past bij de aard en het karakter van dit deelgebied. Ook moet de klimaatbestendigheid worden vergroot. Het VTH-taakveld levert een bijdrage door: Er is een dunne lijn tussen leefbaarheid en levendigheid. Onze toezichthouders en boa’s zijn aanwezig om hieraan bij te dragen. Daarnaast zijn wij onderdeel van Samen Sterk in Brabant welke bijdraagt aan het bevorderen van Groen Genieten. Zoals het toezicht houden op het motorcrossen in het buitengebied en dumping van drugsafval. Ook zitten hier de recreatieparken waar aandacht is voor illegale bewoning en handelen zonder of in strijd met exploitatievergunning. Peel en beekdalen: Dit deelgebied richt zich op het behouden en versterken van de groenblauwe structuren, zoals beekdalen en natuurgebieden in De Peel. Het is belangrijk om de biodiversiteit in deze gebieden te vergroten en de landschappelijke kwaliteit te verbeteren. Essentieel is het optimaliseren van het waterbeheer om verdroging te voorkomen en wateroverlast te beperken. Dit omvat het creëren van natte natuurzones en het verbeteren van de waterkwaliteit door natuurlijke waterzuivering. Het gebied biedt mogelijkheden voor recreatie en toerisme, met nadruk op duurzaam toerisme dat de natuurlijke omgeving respecteert. Denk aan wandel- en fietspaden, vogelkijkhutten en educatieve natuurpaden. Het VTH-taakveld levert een bijdrage door: Het is belangrijk bebouwing in dit deelgebied terug te dringen, indien mogelijk dragen we daar actief aan bij met vergunningverlening en volgen we op met onze toezichthouders. Door deze taken zorgvuldig en effectief uit te voeren draagt VTH bij aan het realiseren van de maatschappelijke opgaven van de gemeente Asten en het verbeteren van de levenskwaliteit van haar inwoners. Hiervoor geldt dezelfde inzet als bij Groen Genieten. Peel pionieren: Het gebied wordt gekenmerkt door rechte wegen en regelmatige kavels. Er is ruimte voor grote agrarische bedrijven, of het nu gaat om uitbreiding van bestaande bedrijven of verplaatsing van grote bedrijven vanuit andere gebieden naar hier. Dit brengt echter uitdagingen met zich mee zoals waterbeheer, biodiversiteit en bodemvruchtbaarheid, waar aandacht aan moet worden besteed. Bij stoppers kunnen oude gebouwen worden gesloopt om ruimte te maken voor nieuwe ondernemingen en een fris perspectief te bieden. Ook verbreding van landbouwfuncties is een optie. Wonen is niet bijzonder geschikt voor dit gebied, maar kleinschalige recreatie past hier wel goed. Schrale grond en onafhankelijke mentaliteit. Hier is een cultuur die ‘van niets-iets maken’ tot kunst verheven heeft. Het is een gebied waar mensen elkaar snel vinden wanneer het spannend wordt. Ambachtelijkheid, praktische oplossingen en hard kunnen werken: dat alles heeft geleid tot krachtige bedrijven en innovatieve netwerken. Door grootschalige ontginning van De Peel ontstond het gebied Peel Pionieren. Het wordt gekenmerkt door rechte wegen en regelmatige rechte kavels. Bebouwing is vaak voorzien van erfbeplanting en vormt samen met de wegen die voorzien zijn van laanbeplanting het raamwerk. Onder de laanbeplanting door is zicht over de open akkers en weilanden, die van elkaar gescheiden worden door rechte sloten. Delen van het jaar, wanneer de mais hoog is, voelt het gebied wat meer besloten aan. In dit gebied zijn grote robuuste landschappelijke elementen als lanen, singels en bospercelen aangelegd ten tijde van de ontginning. In dit gebied zijn grote uitdagingen op het gebied van waterkwantiteit en kwaliteit, biodiversiteit, stikstofuitstoot, bodemvruchtbaarheid en agrarische economie. Het VTH-taakveld levert een bijdrage door: Net als bij Agrarisch Anders en Boeren Buurten hebben wij in dit gebied ook oog voor de kwetsbare positie van de boeren in onze gemeente zitten. We informeren over mogelijke uitbuiting van de ondernemers in het buitengebied. In het kader van de transformatie van het buitengebied wordt er intern informatie opgehaald bij het taakveld toezicht en handhaving waarna er een gesprek wordt aangegaan met de ondernemers over eventuele mogelijkheden tot het omvormen van het buitengebied. In eerste aanleg staat handhaving niet centraal maar wordt er gekeken naar een duurzaam toekomstperspectief. Dynamische dorpen: De kwaliteit van leven in onze dorpen is hoog. Onze inwoners zijn relatief gezond, kunnen meedoen in de samenleving en wonen over het algemeen in een aantrekkelijke omgeving. Dat willen we natuurlijk graag zo houden. Behoud van deze kwaliteit van leven is echter niet vanzelfsprekend. Daarom geven we in de dorpskernen ruimte aan ontwikkelingen die bijdragen aan levendigheid en leefbaarheid, ruimte voor een aantrekkelijk aanbod van voorzieningen en evenementen. In de woongebieden is volop ruimte voor groen en uitnodigende activiteiten ter bevordering van een fijne leefomgeving. We realiseren voldoende passende woonruimte voor de diverse doelgroepen en staan open voor bedrijfsmatige initiatieven die bijdragen aan een economisch gezond Asten. Het VTH-taakveld levert een bijdrage door: Vergunningen te verlenen en toe te zien op de bouw van onder andere nieuwe woonwijken. Daarbij is vanuit VTH het belangrijkste doel om de (brand)veiligheid van de gebruikers van een gebouw en de omgeving te waarborgen. Door te voldoen aan de brandveiligheidseisen wordt het risico op brand en de gevolgen daarvan, zoals letsel en schade, verminderd. In ons toezicht heeft het toezicht op brandveiligheidseisen prioriteit. Daarnaast wordt toezicht gehouden op verschillende vormen van huisvesting om de kwaliteit van wonen en daarmee ook de leefbaarheid in onze dorpen op niveau te houden. Ook hebben wij aandacht in de kernen voor overlast op het gebied van leefbaarheid (o.a. verrommeling, verwarde personen, overlastgevende of criminele groepen) en parkeerexcessen (o.a. parkeren langer dan toegestaan door caravan of voertuigen). Langdurig geparkeerde caravans en voertuigen kunnen het zicht belemmeren en gevaarlijke situaties veroorzaken, vooral op drukke wegen of in woonwijken. 6Strategieën en werkwijzen De werkwijze waarop wij de doelen en het risicogericht werken willen bereiken is vastgelegd in de uitvoeringstrategieën. De strategieën zijn gebaseerd op regionale en landelijke strategieën en protocollen en zijn aangevuld met gemeentelijke strategieën. Het proces en de structuur van de uitvoeringsstrategieën zijn weergegeven in onderstaand figuur. Aan de hand van dit figuur worden de strategieën in bijlage 3 toegelicht. Bijlage 3A: Communicatiestrategie Bijlage 3B: Vergunningenstrategie Bijlage 3C: Meldingenstrategie Bijlage 3D: Toezichtstrategie Bijlage 3E: Sanctiestrategie Bijlage 3F: Gedoogstrategie We hebben ervoor gekozen gezien de recente ontwikkelingen op het gebied van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (hierna: Wkb) een afzonderlijke bijlage toe te voegen met ons Wkb beleid, zie bijlage 4. 7Borging van de uitvoering We behandelen de organisatie en middelen. We gaan in op de VTH-samenwerking en de monitoring en evaluatie. 7.1Organisatie en middelen Volgens artikel 13.9 van het Omgevingsbesluit moet de gemeente haar uitvoeringsorganisatie zo inrichten dat ze aan bepaalde eisen voldoet. Kortgezegd komt dit neer op het regelen van een scheiding van functies, de bereikbaarheid en beschikbaarheid van de organisatie ook buiten kantooruren en de beschrijving van werkprocessen, procedures en bijbehorende informatievoorziening. Omdat er waarde wordt gehecht aan het feit dat onze werknemers beschikken over de meest actuele kennis wordt ook aandacht besteed aan opleidingen. Scheiding van functies Het verlenen van omgevingsvergunningen en het toezicht op het naleven hiervan wordt gescheiden uitgevoerd. Hierdoor zijn vergunningverleners niet betrokken bij het toezicht op vergunningen waarvan zij de voorschriften hebben opgesteld. Bereikbaarheid en beschikbaarheid van de organisatie De gemeentelijke organisatie en de uitvoeringsdiensten moeten ook buiten de gebruikelijke kantooruren bereikbaar en beschikbaar zijn voor toezicht en handhaving. Bereikbaar voor het melden van acute klachten en beschikbaar voor het behandelen van incidenten. Om dit te waarborgen zijn er verschillende (piket)regelingen. Via de website, de Buiten Beter-app en de milieuklachtencentrale zijn de organisaties bereikbaar. Via de rampenbestrijding zijn alle organisaties bereikbaar en beschikbaar in geval van calamiteiten (van verschillende niveaus). Hiervoor geldt een beschikbaarheid van 24 uur per dag. Voor toezicht geldt dat deze niet gebonden is aan kantoortijden, maar wordt ingezet wanneer dit nodig is. Grote incidenten en rampen Voor rampen, crisis en grote incidenten heeft de gemeente een crisisplan (regionaal crisisplan vanuit de VRBZO). Vanuit de meldkamer dan wel de plaats incident kan ervoor gekozen worden om op te schalen naar de GRIP structuur (Gecoördineerde Regionale Incidentsbestrijding Procedure). Er zijn collega’s (Officier van Dienst/ Adviseur Openbare Orde) op hard piket (Piket Veiligheid) die 24 uur per dag en 7 dagen per week opgeroepen kunnen worden. Samen met andere operationele diensten kan de collega beslissen dat er wordt opgeschaald en op dat moment kunnen lokale en/of districtelijke collega’s uit de crisisorganisatie worden opgeroepen. Dit zijn interne collega’s dan wel collega’s van omliggende gemeenten die getraind zijn om hun functie tijdens een crisis uit te oefenen. Ook vanuit de VRBZO en crisiscommunicatie is er een piketgroep, ook zij staan op hard piket. Beschrijving werkprocessen, procedures en informatievoorziening Processen en procedures zijn vastgelegd en geïntegreerd in de VTH-applicatie. Opleidingen In de kwaliteitscriteria is vastgelegd welke kennis en vaardigheden VTH-medewerkers moeten bezitten om de gewenste kwaliteit van uitvoering te leveren. Er is blijvende aandacht om medewerkers te laten voldoen aan de kwaliteitscriteria. Hiervoor is opleidingsbudget beschikbaar. 7.2VTH Samenwerking De VTH-processen staan nooit op zichzelf. Om een vergunning te kunnen verlenen, toezicht te kunnen houden én problemen samen op te lossen, of dat nou door de inzet van sancties is of door andere manieren om gedrag te beïnvloeden, er is altijd samenwerking nodig. In deze paragraaf benoemen wij de belangrijke partners waar wij mee intern en extern mee samenwerken. Interne en externe afstemming & samenwerking De toegevoegde waarde van communicatie en voorlichting valt of staat met een eenduidige en uniforme toetsing en optreden naar inwoners en bedrijven. Adequate interne en externe afstemming en samenwerking is daarbij noodzakelijk. Het gaat dan om interne afstemming en samenwerking tussen zowel vergunningverleners en andere interne betrokkenen onderling, als ook tussen vergunningverlener(s), toezichthouder(s), handhaver(
- s)en adviseur(s). Daarnaast omvat dit de relatie met andere organisatieonderdelen, zoals de teams die verantwoordelijk zijn voor ruimtelijke plannen en de uitvoering van projecten. Externe afstemming en samenwerking is van belang om te komen tot een optimaal en integraal resultaat in zowel vergunningverlening, toezicht als handhaving en is bovendien cruciaal om een vergunning te kunnen afgeven binnen 8 weken. De samenwerkende partners (waterschap, politie, veiligheidsregio, omgevingsdienst, provincie, ministerie enzovoorts) benutten op deze manier de specifieke deskundigheid, ondersteuning, aanvulling en informatie over en weer. Ook het overleg met adviseurs van aanvragers, zoals architecten, (milieu)adviseurs enzovoorts, is veelal nodig en van betekenis voor het gewenste eindresultaat. Binnen de regio hebben wij met onze ketenpartners samenwerkingsafspraken voor de VTH-ketenprocessen gemaakt. Voor de ketenpartners is de noodzaak om informatie uit te wisselen en te delen steeds groter geworden. In dat kader hebben wij ons ook gecommitteerd aan een gemeenschappelijke VTH-applicatie, waar (bijna) alle partijen in de keten gebruik van maken. Zo zal informatie binnen de VTH-keten direct beschikbaar zijn en gedeeld kunnen worden. De wijze waarop wij samenwerken en het moment van afstemming liggen vast in specifieke werkprocessen, instructies en -afspraken. Deze verzamelen wij in een digitale omgeving, die intern door betrokkenen te raadplegen is. Ook de samenwerkingsafspraken met ketenpartners maken hier onderdeel van uit. Regionale samenwerkingsafspraken Onder de paraplu van het regionale Omgevingswet-programma zijn er afspraken vastgelegd over de samenwerking binnen de processen, denk aan momenten van samenwerking, de uitwisseling van informatie en levertermijnen. Binnen de regio zijn samenwerkingsafspraken gemaakt over de processtappen, rollen en termijnen. Daarnaast sluiten wij aan bij de regionale omgevingstafel. Het voordeel hiervan is dat we één integraal advies ontvangen wat de kwaliteit en de doorlooptijd ten goede komt. In bijlage 5 is een afbeelding opgenomen van het proces van de omgevingstafel en de samenwerkingsafspraken. Interne samenwerking VTH is de afkorting van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving. De uitvoering van dit taakveld is in de gemeente Asten verdeeld over meerdere teams. Voornamelijk bij de teams VV en LHV. Hoewel de taken verdeeld zijn over twee teams, wordt ook met andere organisatieonderdelen samengewerkt aan de opgave van vergunningen, toezicht en handhaving. Daartoe vindt regelmatig afstemming plaats, zoals met de teams Ruimte, Dienstverlening en Sociaal domein. Commissie Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Asten Bij vergunningverlening laat het college zich adviseren door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) gemeente Asten en in voorkomende gevallen het Monumentenhuis Brabant. Het archeologie beleid van de gemeente Asten is vertaald in het tijdelijke omgevingsplan (de voormalige diverse bestemmingplannen). Op het gebied van archeologie laat de gemeente Asten zich adviseren door een onafhankelijk adviesbureau Krachten. Krachten houdt bovendien toezicht op de uitvoering van archeologisch veldonderzoek. Daar waar sprake is van overtredingen wordt handhavend opgetreden. Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) De ODZOB voert taken uit voor de regio Zuidoost-Brabant op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Er is onderscheid tussen basistaken, verzoektaken en collectieve taken: Basistaken zijn taken op gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving Milieu die in het basistakenpakket vallen en verplicht door een omgevingsdienst uitgevoerd moeten worden; Verzoektaken kunnen vergelijkbaar zijn met de basistaken, maar vallen niet onder het wettelijke basistakenpakket. Het kunnen ook taken zijn op gebied van de fysieke leefomgeving, zoals onderzoeken en adviezen. In Asten beleggen wij o.a. taken met betrekking tot cultuurhistorie en alle milieu-gerelateerde taken bij de ODZOB; Collectieve taken zijn taken die op verzoek van (en in samenspraak met) de deelnemers voor het collectief worden uitgevoerd. Het zijn taken waarbij er voordeel ligt in of een noodzaak is voor een gezamenlijke aanpak. Bijvoorbeeld in verband met schaalvoordelen, gemeentegrens overschrijdende impact en/of bundeling van expertise. Het gaat hier onder andere om de regionale Milieu Klachten Centrale met 24-uursbereikbaarheid/ consignatieregeling, en ketenhandhaving zoals Samen Sterk in Brabant (SSIB) voor toezicht in het buitengebied. Samen sterk in het Buitengebied (SSiB) Samen sterk in het Buitengebied (SSiB) is een samenwerkingsverband tussen de Brabantse gemeenten, waterschappen, Openbaar Ministerie, politie en terreinbeheerders. Voor de groene taken zijn de boa’s ondergebracht bij de Omgevingsdienst Brabant Noord. De samenwerking richt zich op de aanpak van stroperij, wildcrossen en (drugs) afvaldumpingen. Jaarlijks stemmen wij met de ODZOB het werkprogramma voor het komende jaar af en periodiek evalueren wij de samenwerking. Voor het opstellen van het werkprogramma overleggen wij één of enkele malen met de accountmanager van de ODZOB. Wij ontvangen ieder kwartaal een overzicht van de voortgang van (de uitvoering van) het werkprogramma. Daar is 4 of 5 keer per jaar overleg over met de accountmanager van de ODZOB. In deze overleggen worden eventuele knelpunten, de onderlinge samenwerking en dergelijke ook besproken. Indien nodig of gewenst hebben wij uiteraard vaker overleg. Over individuele aanvragen en werkzaamheden is er naar behoefte ad hoc overleg tussen de betreffende uitvoerende ODZOB-medewerker(
- s)en de inhoudelijk betrokken medewerker(
- s)van de gemeente Asten. Wij hebben de ODZOB gemandateerd om milieutaken namens ons uit te voeren, informatie uit te wisselen en af te stemmen met andere met (strafrechtelijke) handhaving belaste organen. Bestuurlijke afstemming vinden wij belangrijk. In het kader van (inhoudelijke) afstemming wordt er actief informatie uitgewisseld tussen de ODZOB-medewerkers en gemeentelijke vakafdeling(en). Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) De VRBZO voert taken uit voor de regio Brabant-Zuidoost op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het gaat hier om wettelijk verplichte taken en gemeentelijke taken, die collectief aan de VRBZO zijn opgedragen. Bij de collectieve taken gaat het om taken waarvan het voor de veiligheidsregio efficiënter is om deze regionaal op te pakken in plaats van in elke gemeente afzonderlijk. In het kader van vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn de taken van de VRBZO onder andere: advisering bij omgevingsvergunningen en/ of meldingen over brandveiligheidsaspecten; advisering vergunningverlening evenementen en controle op brandveilig gebruik van deze tijdelijke inrichtingen; controle brandveiligheid gebouwen melding brandveilig gebruik; toezicht- en handhavingscontroles brandveiligheid. Jaarlijks stemmen wij met de VRBZO in twee overleggen het werkprogramma voor het komende jaar af en evalueren wij het voorgaande werkprogramma en de onderlinge samenwerking. Daarnaast overleggen wij gemiddeld 3 keer per jaar samen over eventuele knelpunten en de vordering van het werkprogramma. Daar waar het om lopende zaken gaat vindt, indien nodig, direct overleg plaats. Politie Op 1 januari 2013 is de organisatie van de Politie ingericht als Nationale Politie. Dit houdt in dat er één landelijk korps is met tien regionale eenheden. De voormalige korpsen Brabant-Noord en Brabant Zuidoost vormen nu de regionale eenheid Oost-Brabant. Onder de regionale eenheid vallen weer diverse basisteams. De gemeente Asten valt onder het basisteam Peelland. De basisteams richten zich op de veelvoorkomende criminaliteit en zijn het eerste aanspreekpunt voor inwoners. Daarnaast worden de basisteams ingezet bij het afhandelen van noodhulp en niet- spoedeisende meldingen. Op veel gebieden werken wij nauw samen met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving. Naast het afstemmen van het jaarlijkse (concept) uitvoeringsprogramma vragen wij bijvoorbeeld aan de politie om input bij het opstellen van bepaalde beleidsstukken of verordeningen. Maar er wordt o.a. ook wederzijdse informatie verstrekt over bepaalde zaken die ons gezamenlijk aangaan. Tevens verstrekken wij onze bestuurlijke besluiten aan de politie indien het gaat om voor de politie relevante onderwerpen. Denk aan o.a. het toepassen van het Damoclesbeleid of Bibob-beleid. Ook indien wij problemen verwachten bij toezicht controles, evenementen en dergelijke speelt de politie een ondersteunende rol door bijvoorbeeld aanwezig te zijn. Verder is er ieder kwartaal een zogenaamd driehoekoverleg én driehoekplusoverleg. Hieraan nemen wij met de gemeenten basisteam, de politie basisteam en het OM deel. Bij het plusoverleg sluit daar de belastingdienst nog extra bij aan. Afbakening taken politie en boa’s Op 1 april 2014 informeerde de Minister van Veiligheid en Justitie de Tweede Kamer per brief over het toezicht in de openbare ruimte. In deze brief stelt de minister dat het toezicht in de openbare ruimte een gedeelde overheidstaak is van politie en de gemeenten. De minister stelt dat gemeenten zorgen voor ogen en oren op straat door het inzetten van boa’s. Deze kunnen ingrijpen wanneer de leefbaarheid wordt aangetast door overtredingen die overlast en kleine ergernissen veroorzaken. De politie vervult een belangrijke rol wanneer het gaat om het handhaven van de openbare orde en veiligheid. De omschrijving van de Domein I Openbare Ruimte Boa’s is hierop aangepast. Van een boa wordt verwacht dat hij toezicht houdt in de openbare ruimte. Hij treedt op in situaties waarin geen sprake is van te verwachten gevaar. De politie is aan zet wanneer er sprake is van geweld, als geweld dreigt of waar sprake is van criminaliteit. Metropoolregio Eindhoven (MRE) MRE is het netwerk waar wij, de 21 regiogemeenten, samenwerken aan strategische grensoverschrijdende opgaven. Het doel is een excellente regio, een economisch sterke regio met een goed vestigings- en verblijfsklimaat voor inwoners, bedrijven, kenniswerkers en bezoekers. Maar we willen ook een evenwichtige regio zijn, met welvaart én welzijn. Deze gezamenlijke ambitie is waarom de 21 gemeenten samenwerken. Provincie Indirect hebben we te maken met de provincie waar zij de ruimtelijke kaders stelt. Bij een aantal bedrijven is de provincie bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning en het toezicht en handhaving hierop. Hier is sprake van een afstemming op het gebied van lokale regelgeving en beleid zoals bijvoorbeeld reclame- of omgevingsplan regels. De provincie houdt ook toezicht op de manier waarop Asten uitvoering geeft aan de VTH-taken. Het zogenaamde interbestuurlijk toezicht (IBT). Jaarlijks geeft het IBT haar oordeel over de VTH-beleidsdocumenten. Waterschappen Een waterschap is een regionaal overheidsorgaan dat bestuurlijk verantwoordelijk is voor de waterhuishouding in een gebied. De waterschappen onderhouden en inspecteren dagelijks de dijken, zuiveren water en zorgen voor veilig, voldoende en schoon water. De hoogste prioriteit is om bij te dragen aan de veiligheid, gezondheid en het welzijn van de inwoners De gemeente Asten ligt in het werkgebied van Waterschap Aa en Maas. Afstemming U&HS De U&HS hebben wij vóór vaststelling afgestemd met andere betrokken bestuursorganen en partners die belast zijn met de uitvoering en/of (strafrechtelijke) handhaving. Zo hebben wij deze strategie -voor de voor hen relevante delen- aan de omgevingsdienst, veiligheidsregio en de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving (politie, OM) voorgelegd en met hen afgestemd. 8Monitoring en evaluatie In de U&HS is opgenomen welke doelen we willen bereiken. Om de voortgang hiervan bij te houden, stellen wij een aantal vragen: behalen we onze doelstellingen? Houden we ons aan de prioriteiten? Doen we wat we hebben gepland? Hanteren we de juiste strategieën om onze doelen te verwezenlijken? Door antwoord te geven op bovenstaande vragen, monitoren we de voortgang waardoor we zicht houden op de gestelde doelen en prioriteiten. Daarnaast wordt er verantwoording afgelegd aan het college, de gemeenteraad, onze inwoners en de provincie als interbestuurlijk toezichthouder. De monitoring en evaluatie wordt ieder jaar vastgelegd in het VTH-evaluatieverslag. Het VTH evaluatie-verslag wordt aan het college aangeboden en vastgesteld en ter kennisname aan de gemeenteraad voorgelegd. Daarnaast wordt het VTH-evaluatieverslag toegezonden aan de provincie Noord-Brabant vanwege hun rol als interbestuurlijk toezichthouder. Op het moment dat uit de evaluatie blijkt dat doelstellingen niet gehaald worden, worden er indien nodig verbeteringen voorgesteld waardoor de doelstellingen in het vervolg wel gehaald worden. Daarnaast worden eventuele signalen van tekortkomingen opgenomen in het evaluatieverslag van het desbetreffende jaar. Indien nodig wordt dit beleid door middel van een wijziging tussentijds aangepast. Kwaliteitscriteria De U&HS is als het ware het kader voor de kwaliteit van de VTH-taken. Onderdeel van de kwaliteitscriteria is de kritieke massa en de deskundigheid van het personeel. Door jaarlijks de kwaliteitscriteria te evalueren in het evaluatieverslag creëer je een handvat om de minimale vereiste kwaliteit waaraan gemeentes moeten voldoen te waarborgen en indien nodig hierop actie te ondernemen. Vanaf 1 januari 2025 gelden de kwaliteitscriteria 3.0. Bijlage1Handeling invullen risicomatrix Inleiding, doel en opbouw Deze kwalitatieve risicomethode (deels gebaseerd op het DBC-risicomodel1De afkorting staat voor ‘Damen BouwCentrum’, het bedrijf waar de ontwikkelaars van het model werkten bij het maken ervan. Damen BouwCentrum is inmiddels overgenomen. Het model is ontwikkeld voor het Ministerie van Justitie en is voor iedereen vrij beschikbaar.) wordt gebruikt om voor de gemeente Asten een integrale probleemgestuurde risicoanalyse uit te voeren, die uiteindelijk leidt tot een prioriteitstelling ten behoeve van het integraal programma uitvoering en handhaving. Strategie opstellen betekent keuzes maken: nooit zal er voldoende capaciteit zijn om alle taken uitputtend uit te voeren. Het stellen van prioriteiten heeft dus als doel het bepalen van die problemen/overtredingssoorten die in potentie risicovol zijn en waar derhalve het meeste toezicht op moet worden gehouden vanuit de overheid. Een (door het bestuur vastgestelde) risicoanalyse levert inzicht in de benodigde menskracht en middelen, gebaseerd op de risico’s, op de specifieke lokale situatie en de ambities van het bestuur. Doel is via één uniforme werkwijze de uitvoering en handhaving (onder uitvoering valt ook ‘vergunningverlening’) te benaderen. Ook de wetgeving streeft naar meer uniformering. Zo wordt steeds meer lokale wetgeving landelijk geüniformeerd. De Omgevingswet voorziet in één aanpak voor uitvoering en handhaving. Deze handleiding geeft uitleg over de werking en de resultaten van het gehanteerde probleemgestuurde, kwalitatieve risicomodel. Hierbij komen de volgende onderwerpen aan de orde: uitgangspunten van het risicomodel; vastleggen van definities risicoafweging; toepassen en invullen van de risicomatrix; voorbeeld ingevulde risicomatrix. Uitgangspunten van het risicomodel Bij gebruik van het risicomodel moeten soms keuzes worden gemaakt over hoe om te gaan met een aantal zaken. Deze keuzes worden in onderstaande tabel vastgelegd. UITGANGSPUNTEN INVULLEN INTEGRALE RISICOMODEL KEUZE TOELICHTING De risicomatrixen hebben betrekking op overtredingssoorten/problemen in de gemeente Asten. De risicomatrix heeft uitsluitend betrekking op de risicovolle overtredingen/problemen binnen het VTH-werkveld die de gemeente Asten uitvoert. Er wordt gewerkt met overtredingssoorten per domein, deze staan opgesomd in de eerste kolom. Deze probleemonderwerpen hebben zowel betrekking op vergunningverleningstaken als toezicht- en handhavingstaken. Er wordt op een beperkt aantal problemen/overtredingssoorten gescoord. De lijst van problemen is niet limitatief en in samenspraak met de vakinhoudelijke experts van de gemeente Asten opgesteld. Er wordt gescoord op een zestal beoordelingsaspecten, deze staan opgesomd in de eerste rij. Alle zes beoordelingsaspecten zijn gelijkwaardig, er wordt geen weging aangebracht in de verschillende beoordelingsaspecten. De overtredingssoorten zijn gescoord op alle beoordelingsaspecten. Indien een overtreding zich voordoet en de gezondheid of veiligheid is in het geding, wordt door gemeente Asten hier direct op geacteerd. Bij naleefgedrag wordt gescoord in hoeverre de regel (of regels) worden nageleefd. De naleefscore beperkt zich op “de kans dat het probleem zich voordoet” of “de kans op het niet naleven van….”. Als het naleefgedrag niet bekend is of er is een onvoldoende eenduidig beeld is, dan wordt het naleefgedrag op 3 (gemiddeld) gezet. Het naleefgedrag is terughoudend ingevuld aangezien niet altijd (objectieve) informatie aanwezig is. Vastleggen van definities risicoafweging Voor uitvoering van de juiste risicoafweging moet een aantal variabelen worden gedefinieerd. Het gaat daarbij met name om de beoordelingscriteria, de scores 1 tot en met 5 die het risico per criterium aangeven en de risicoscore die de ranking van een probleem/overtredingssoort weergeeft. De definities hiervan zijn hieronder gegeven, waarbij deels is aangesloten bij de algemene definities zoals deze ten behoeve van de gebruikelijke risicomodellen zijn ontwikkeld. De risicoafweging vindt plaats op basis van een zestal beoordelingsaspecten: Veiligheid Duurzaamheid Gezondheid Leefbaarheid Financieel economisch Bestuurlijk imago Veiligheid In hoeverre leidt een mogelijke calamiteit tot letsel. De te verwachten schade in de vorm van lichamelijk letsel als gevolg van een verstoring/calamiteit die volgt uit het niet of onvoldoende uitvoeren van een taak. Het gaat hier om direct lichamelijk letsel. Voorbeelden zijn: lichamelijk letsel (gewond raken), ademhalingsmoeilijkheden, vergiftiging, asbestbeschadiging, straling, rug/wervel beschadigingen ed. De score ziet er als volgt uit: De verstoring/calamiteit leidt niet tot enig persoonlijk letsel. Pijn of gering letsel bij één of meerdere personen. Denk hierbij aan één of meerdere lichtgewonden. Zwaar letsel bij één of meerdere personen. Denk hierbij aan één of meerdere zwaargewonden. Eén of meerdere dodelijke slachtoffers. Zodra de inschatting is dat de verstoring/calamiteit dodelijke slachtoffers tot gevolg kan hebben moet minimaal een 4 worden aangehouden. Zwaar letsel bij meerdere personen en meerdere dodelijke slachtoffers over een groot gebied. Denk hierbij aan meerdere doden verspreid over een wijk of stad. Duurzaamheid In hoeverre tast het probleem het milieu/de natuur aan, welk effect heeft dit op de verstoring, verspilling van grondstoffen en energie alsmede de aantasting van de Groene Wetgeving. De score ziet er als volgt uit: De verstoring/calamiteit leidt niet tot achteruitgang van het milieu/de natuur. De te verwachten afbreuk is gering. Hierbij valt te denken aan beperkte milieuschade als gevolg van (geringe) illegale stort, lozing of emissie van stoffen die slechts tijdelijk schade veroorzaken. Veelal betreft het kleine milieuovertredingen door particulieren of kleine bedrijven. Er is sprake van een duidelijke aantasting van het milieu/de natuur, doch deze is omkeerbaar en heeft geen effecten op de lange termijn. De te verwachten milieuaantasting is evident en heeft permanente gevolgen. Hierbij valt te denken aan illegale lozing, stort of emissie van sterk vervuilende/giftige stoffen. De te verwachten milieuaantasting is evident (onomkeerbaar) en heeft permanente gevolgen en leidt tot grote natuurrampen. Hierbij valt te denken aan illegale lozing, stort of emissie van sterk vervuilende/giftige stoffen in een kwetsbare omgeving (bijvoorbeeld beschermd natuurgebied). Gezondheid In hoeverre leidt een mogelijke calamiteit tot een afname van de gezondheid van de mens. De te verwachten schade aan de gezondheid als gevolg van bijvoorbeeld een afname van de luchtkwaliteit, waterkwaliteit, etc. Voorbeelden zijn toename fijnstof of andere luchtvervuiling, afname waterkwaliteit, etc. die de gezondheid van mensen nadelig beïnvloedt. De score ziet er als volgt uit: De verstoring/calamiteit leidt niet tot mogelijke gezondheidsproblemen. Gezondheidsproblemen bij één of enkele personen (niet blijvend). Denk hierbij aan lokale vervuiling/overlast waardoor stank bestaat of die stress oplevert. Algehele (niet blijvende) gezondheidsproblemen. Denk hierbij aan ernstige lucht, water of andere vervuiling waardoor long- of oogirritaties ontstaan. Blijvende gezondheidsproblemen voor meerdere personen, bijvoorbeeld permanente aantasting van luchtwegen, blindheid, langdurige psychische problemen. Zware gezondheidsproblemen met de dood als gevolg, bijvoorbeeld langdurige blootstelling aan radioactieve straling of asbest. Leefbaarheid In hoeverre leidt een mogelijke calamiteit tot afbreuk van het omgevingsmilieu. De te verwachten afbreuk en schade aan de leefomgeving als gevolg van een verstoring/calamiteit die volgt uit het niet of onvoldoende uitvoeren van een taak door de overheid. De score ziet er als volgt uit: Er is geen sprake van een negatief effect op het maatschappelijk welbevinden of het effect is verwaarloosbaar klein. De te verwachten afbreuk is minimaal/verwaarloosbaar. Hierbij valt te denken aan beperkte overlast in de vorm van stank, geluid of trillingen (zintuiglijke waarneming). De (beleving van) de veiligheid in de directe woonomgeving is niet in het geding. De te verwachten afbreuk heeft gevolgen die niet ernstig en/of van korte duur zullen zijn. Hierbij valt te denken aan een geringe afname van (het gevoel van) veiligheid of een tijdelijke ernstige overlast of een permanente overlast in de vorm van stank, geluid of hinder die de kwaliteit van het leven beïnvloeden. De te verwachten afbreuk heeft ernstige gevolgen die echter niet permanent zijn. Hierbij valt te denken aan een afname van (het gevoel van) veiligheid of een tijdelijke ernstige overlast in de vorm van stank, geluid of hinder die de kwaliteit van het leven sterk beïnvloeden. De te verwachten afbreuk is evident en heeft permanente grote gevolgen. Hierbij valt te denken aan een sterke afname van (het gevoel van) veiligheid in de directe omgeving en/of ernstige overlast in de vorm van stank, geluid of hinder die de kwaliteit van het leven erg sterk beïnvloeden, blijvende gezondheidsklachten veroorzaken, etc. Financieel economisch Wat is de financieel-economische schade voor de gemeente/provincie als gevolg van de calamiteit. Het gaat hier om schade die door de gemeente/provincie moet worden vergoed dan wel die ten laste komt van de gemeentelijke/provinciale economie. Voorbeelden zijn: Eventuele niet verzekerde kosten die door de gemeente/provincie worden gedragen (tijdelijke opvang, vergoedingen), verlies aan werkgelegenheid, economische achteruitgang, etc. De score ziet er als volgt uit: Er is geen sprake van enige financieel - economische schade. De directe financieel - economische schade is gering en blijft beperkt tot geringe directe kosten (maximaal 10.000,- euro) De financieel - economische schade is aanzienlijk. Denk hierbij aan directe kosten tot maximaal 100.000,- euro en/of een geringe terugloop van economische bedrijvigheid. De financieel - economische schade is hoog. Denk hierbij aan directe kosten tot 1 miljoen en/of terugloop van economische bedrijvigheid. De financieel - economische schade is zeer hoog. Denk hierbij aan directe kosten van meer dan 1 miljoen en/of sterke terugloop van economische bedrijvigheid. Bestuurlijk imago Wat is de imagoschade van een eventuele calamiteit of het in stand houden van een illegale situatie. De te verwachten afbreuk en/of schade aan het imago, beeld, geloofwaardigheid en vertrouwen van de inwoner in het bestuurlijk apparaat en haar besluitvorming als gevolg van een verstoring/calamiteit die volgt uit het niet of onvoldoende uitvoeren van een taak. Voorbeelden: (al dan niet georganiseerde) protesten, mediacampagnes, open brieven e.d., met als gevolg gezichtsverlies, gevoel van zaakjes niet op orde, etc. De score ziet er als volgt uit: Er is geen sprake van afbreuk aan het bestuurlijk imago. De te verwachten afbreuk is minimaal. Denk hierbij aan enkele brieven aan het bestuur, ingezonden brieven in de krant en/of een enkele klacht. Het algemene vertrouwen in het bestuur wordt niet geschaad. Het idee dat het bestuur haar zaken niet op orde heeft, is niet aan de orde. De te verwachten afbreuk heeft gevolgen die niet ernstig en/of van korte duur zijn. Denk hierbij aan een tijdelijke stroom klachten, georganiseerde buurtprotesten, enkele juridische procedures en een brede negatieve aandacht in de media. Algemeen ontstaat het beeld dat het bestuur niet alles op orde heeft. De te verwachten afbreuk is evident en heeft grote permanente gevolgen. Denk hierbij aan voortdurende klachten over het onderwerp, brede maatschappelijke protesten en onrust, georganiseerde mediacampagnes, zware juridische procedures (nalatigheid, etc.) en algeheel gezichtsverlies van het bestuur. De positie van bestuurders is in het geding (moties van wantrouwen) en het bestuur wordt door de inwoners als incompetent beschouwd. De afbreuk van het bestuurlijk imago is dermate groot dat de positie van het bestuur als geheel per direct onhoudbaar is. Toepassen en invullen van de risicomatrix Voor de toekenning van de scores van 1 tot 5 is het volgende risicoscore overzicht uitgewerkt: De risico’s van de problemen/overtredingssoorten worden beoordeeld op een zestal beoordelingsaspecten. Per aspect wordt het eventuele negatieve effect uitgedrukt op een schaal van 1 (geen negatief effect) tot 5 (zeer sterk negatief effect). De eerdergenoemde zes beoordelingsaspecten worden gebruikt: Veiligheid Duurzaamheid Gezondheid Leefbaarheid Financieel economisch Bestuurlijk imago Daarnaast dient in eenzelfde risicomatrix de score ingevuld te worden voor het naleefgedrag. In het afwegingsmodel worden de risicoscores gecorrigeerd voor naleefgedrag. Dit risicomodel hanteert ook voor het naleefgedrag een 5-punts schaalverdeling: De naleefscore beperkt zich op “de kans dat het probleem zich voordoet” of “de kans op het niet naleven van….”. Als het naleefgedrag niet bekend is of er is een onvoldoende eenduidig beeld is, dan wordt het naleefgedrag op 3 (gemiddeld) gezet. Dit is conform één van de uitgangspunten opgenomen in de eerder vermelde uitgangspuntentabel van deze handleiding. Voorbeeld ingevulde risicomatrix Hieronder staat een voorbeeld risicoanalyse met betrekking op het domein APV en Fysieke Leefomgeving. Het is een fictief voorbeeld, deze problemen en de toegekende scores zijn niet direct van toepassing op de situatie bij de gemeente Asten. Beschrijving van de problemen Domein APV en Fysieke leefomgeving (O.a. overtreding-soorten) Naleving Kans dat het Probleem zich voordoet NALEEFNIVEAU Veiligheid Duurzaamheid Gezondheid Leefbaarheid Financieel economisch Bestuurlijk imago Illegale afvaldumping 4 2 2 3 4 4 3 Hondenpoep 2 1 1 2 3 1 2 Parkeerexcessen 4 3 1 2 3 2 1 Illegaal plaatsen reclameborden, terrasuitstalling 3 3 1 1 3 3 1 Toelichting op ingevulde tabel Bovenstaande tabel is een gedeeltelijke uitwerking van de risicomatrix met betrekking tot domein APV en Fysieke leefomgeving. In de eerste kolom staat de uitgebreide omschrijving van de overtreding. In de tweede kolom volgt een beoordeling van het Naleefniveau (een goed naleefniveau kleurt groen met een onderliggende score van ‘1’, een zeer laag naleefniveau kleurt rood met een onderliggende score van ‘5’, zie voorbeeld het roodgekleurde vak). Vanaf kolom 3 (Veiligheid) tot en met 8 (Bestuurlijk imago) wordt het Negatief effect op de zes beoordelingscriteria toegekend. Als voorbeeld de middelste rij “hondenpoep” heeft 3 keer gescoord op 1. Dat wil zeggen dat er ‘een (zeer) klein/geen negatief effect’ is op de drie beoordelingsaspecten en het naleefgedrag is hoog. Indien alle risicomatrix voor de betreffende taken zijn ingevuld volgt hieronder een voorbeeld hoe de totale risicoscore tot stand komt: De resultaten van de risicoscores zijn gebaseerd op onderstaande schaalverdeling met betrekking tot de (minimale en maximale) totaaluitkomsten (is RISICO = Kans x Negatief Effect): Bijlage2Uitkomsten risicoanalyse Bijlage3ACommunicatiestrategie In deze strategie gaan we in op de uitgangspunten voor communicatie en volgt een beschrijving van onze communicatie-aanpak, de verschillende communicatievormen en -instrumenten die we in kunnen zetten voor de uitvoering van de U&HS. Communicatie is namelijk een middel om naleving te bevorderen en handhaving te versterken. Uitgangspunten We zijn in onze communicatie duidelijk in wat wel en niet kan of mag en bieden een concreet handelingsperspectief. We leggen niet alleen uit wat de regels zijn, maar vooral ook waarom we doen wat we doen. We doen wat we zeggen en zeggen wat we doen. We gaan uit van een reële inzet van handhavingscapaciteit. Communicatie-aanpak Communicatie naar college & raad Het college en de raad informeren we op vaste momenten over de voortgang en ontwikkelingen die te maken hebben met VTH. Dit gebeurt allereerst door de vaststelling van de ‘Uitvoering- en Handhavingsstrategie’. Het college stelt jaarlijks in december/januari het ‘uitvoeringsprogramma’ vast en stuurt dit ter informatie via een raadsinformatiebrief aan de raad. Tussentijds worden majeure afwijkingen in de voortgang kenbaar gemaakt via de bestuurlijke rapportages. Op die manier leggen we eventuele voorstellen voor herprioritering aan het college voor. Elk jaar vóór 1 mei stelt het college het ‘evaluatieverslag’ vast en stuurt dit ter informatie via een raadsinformatiebrief aan de raad. VTH-zaken die bestuurlijk gevoelig zijn bespreken we door het jaar heen met de verantwoordelijk portefeuillehouder. Voor APV gerelateerde zaken staat maandelijks (en indien nodig eerder) een overleg ingepland. Interne communicatie We zorgen voor een betere verbinding met gemeentebrede programma’s, plannen en beleid. Dit doen we door diverse overleggen zoals projectmatig werken, intaketafel, omgevingsplan e.d. Daarnaast is deze strategie besproken met de RO-medewerkers, toezicht en handhaving en het team Vergunningen. Externe communicatie Door op het gebied van de gemeentelijke vergunningstaken algemene informatie te verstrekken op de website van de gemeente en naar behoefte aanvullende informatie te verstrekken (bijvoorbeeld telefonisch, per mail, op afspraak of met een conceptaanvraag [voorbeoordeling] voorafgaand aan de vergunningverleningsfase), probeert de gemeente het naleefgedrag te stimuleren en aan haar inwoners een passende (digitale) dienstverlening te bieden. Bij vergunningverlening is de preventiestrategie voorts gericht op het zo compleet mogelijk indienen van aanvragen, meldingen en informatieverzoeken. Vergunningverlening legt de basis voor de verdere keten van toezicht en handhaving. Duidelijke regelgeving werkt preventief door in toezicht en handhaving. Zowel voor degene die de vergunning heeft aangevraagd en gekregen (en die nu weet wat er van hem of haar wordt verwacht), als voor omwonenden die zich nu bewust zijn van de activiteiten waardoor klachten worden voorkomen. Ook kan het feit dat er een vergunning is verleend voor een bepaald bouwwerk een signaal vormen voor omwonenden dat zij ook een vergunning nodig hebben voor vergelijkbare initiatieven. Handhaving onderscheiden we in een preventief en een repressief traject. Preventieve handhaving geschiedt over het algemeen in de vorm van voorlichting (zoals publicaties), toezicht en controles (bedrijfsbezoeken en bezoeken aan bouwlocaties) en het bekijken van luchtfoto’s. Het toezicht en de controles vinden plaats zonder dat daartoe aanleiding is. Dit toezicht en deze controles vinden plaats conform programmatisch handhaven. Zodra als gevolg van toezicht activiteiten, al dan niet naar aanleiding van een klacht, handhavingsverzoek of eigen constatering, kan er handhavend worden opgetreden door het bevoegd gezag. In de regel wordt allereerst de overtreder ingelicht over het gewenste nalevingsgedrag en worden afspraken gemaakt over het beëindigen van de illegale situatie, het ongedaan maken van de gevolgen en het voorkomen van (nieuwe) overtredingen. De Omgevingswet zal naar verwachting leiden tot meer toezicht en handhaving achteraf in plaats van aan de voorkant. Dit betekent dat we meer aan preventie moeten doen om achteraf handhaving te voorkomen. Dit gebeurt door de preventieve en voorlichtende rol van vergunningverleners, toezichthouders en boa’s, de inzet van buurtbemiddeling en communicatie instrumenten. Preventie is gericht op het vergroten van bewustwording bij inwoners en bedrijven. Communicatie naar inwoners, ondernemers en organisaties zetten we in met als doel om naleving van wet- en regelgeving binnen het VTH-domein te stimuleren. Vormen communicatie Communicatie vindt gericht plaats aan de hand van verschillende communicatievormen: Massacommunicatie: via websites en/of (lokale) media zo veel mogelijk mensen informeren over de regels en de handhaving ervan; Doelgroepgerichte/gebiedsgerichte communicatie: een doelgroep of gebied informeren over de specifieke regels en handhaving die voor hun/dat gebied van toepassing zijn; Individuele communicatie: persoonlijke voorlichting aan een inwoner of bedrijf over de regels en de handhaving ervan. Informatie over VTH verstrekken wij onder andere via de balie, onze website en lokale media. Communicatie instrumenten We hebben verschillende instrumenten die we kunnen inzetten om beter inzicht te krijgen in de doelgroep om tot effectieve communicatie aanpak te komen, waaronder: Vooroverleg Conceptaanvraag Principeverzoek Intaketafel Buurtbemiddeling en mediation Vooroverleg Het vooroverleg bij een omgevingsvergunning onder de Omgevingswet is een belangrijke fase waarin initiatiefnemers en de gemeente samen informatie uitwisselen voordat de formele aanvraag wordt ingediend. Hier zijn de stappen: Vooroverleg aanvragen: De initiatiefnemer kan via de gemeentelijke website een vooroverleg online regelen (principeverzoek of conceptaanvraag). Dit is niet verplicht, maar is wel zinvol. Tijdens het vooroverleg wordt gekeken of alle benodigde informatie beschikbaar is voor een beslissing over het initiatief. Bespreken van het initiatief: Tijdens het vooroverleg bespreken de initiatiefnemer en de gemeente het plan. Dit kan bijvoorbeeld gaan over de haalbaarheid, randvoorwaarden, mogelijke knelpunten en benodigde vergunningen. Voordelen van een vooroverleg ingeval van een principeverzoek en een conceptaanvraag: Risicovermindering: Knelpunten en risico's worden vroegtijdig geïdentificeerd en kunnen worden aangepakt voordat de formele aanvraag wordt ingediend. Efficiëntie: Het proces verloopt vaak sneller omdat de formele aanvraag beter is afgestemd op de eisen en verwachtingen van de gemeente. Kostenefficiëntie: Potentiële kostenbesparingen door het vermijden van late aanpassingen en afwijzingen. Het vooroverleg bestaat uit een conceptaanvraag of een principeverzoek. Deze worden hieronder toegelicht: Conceptaanvraag Een initiatiefnemer kan een conceptaanvraag indienen voor een voorlopige toetsing van de haalbaarheid van een initiatief. Een conceptaanvraag dient om een plan te laten toetsen op haalbaarheid. De gemeente Asten toetst een aantal onderdelen (in de onderstaande volgorde): Vergunningsvrij of niet. In overeenstemming met het omgevingsplan of niet. Afwijken van het omgevingsplan voorstelbaar of niet. Voldoet de aanvraag aan de bepalingen in het welstandsbeleid. Op de website staat een aanvraagformulier dat hiervoor ingevuld dient te worden. Met een conceptaanvraag is er nog geen toestemming om het (bouw)plan uit te voeren. We geven de mogelijkheid aan de initiatiefnemer om het bouwplan persoonlijk toe te lichten aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Als er een aanpassing van het omgevingsplan nodig is, dient, bij complexere gevallen, er een principeverzoek te worden aangevraagd. Bij een principeverzoek krijgt een initiatiefnemer een oordeel van het college van burgemeester en wethouders over de aanvraag. We doen ons best binnen 4 tot 6 weken antwoord te geven op de conceptaanvraag. Principeverzoek In een omgevingsplan beschrijft de gemeente hoe gronden en gebouwen gebruikt mogen worden. Wanneer iemand een perceel, gebouw of ruimte anders wil gebruiken dan is toegestaan volgens het omgevingsplan, kan er een principeverzoek worden ingediend. Via de website van de gemeente maken wij duidelijk hoe men een principeverzoek online kan indienen. In een principeverzoek dient de aanvrager het (bouw)plan te beschrijven en aangeven wat en waar de activiteiten gaan plaatsvinden. Wij beoordelen de haalbaarheid van het principeverzoek. We bekijken onder andere of het (bouw)plan past binnen het gemeentelijk en provinciaal beleid. Nadat het (bouw)plan is beoordeeld, neemt het college van burgemeester en wethouders een standpunt in. Dit noemen we een principe-uitspraak. De aanvrager ontvangt een brief waarin we uitleggen waarom we wel of geen medewerking verlenen. Hierin benoemen we ook de belangrijkste voorwaarden. Intaketafel We maken in onze gemeente gebruik van de interne intaketafel. Het doel van de intaketafel is om te bepalen of een initiatief wenselijk. Als een initiatief wenselijk is dan wordt bepaald of deze kansrijk is. De behandelaar van de zaak maakt gebruik van een zogenaamde checklist. De basiswerkwijze voor de intaketafel is hieronder schematisch weergegeven. Een goede participatie vormt een belangrijke voorbereiding op de formele aanvraag. Participatie voorafgaand aan de aanvraag dient door de initiatiefnemer zelf verzorgd te worden. De Omgevingswet vereist bij het indienen van de omgevingsvergunning dat er verantwoording wordt afgelegd over de vraag of en hoe participatie is toegepast. Het is lastig om goede participatie formeel af te dwingen, maar de gemeente kan wel richtlijnen en verplichtingen opstellen voor bepaalde categorieën initiatieven. We hebben hiervoor een handreiking omgevingsdialoog opgesteld waarin een toelichting voor het organiseren, voeren en omschrijven van een omgevingsdialoog staan beschreven. De handreiking bevat de volgende stappen: Definieer of sprake is van een klein, middelgroot of groot initiatief Definieer de omgeving en belanghebbenden Breng de omgeving tijdig op de hoogte van de omgevingsdialoog Geef aan wat de vorm en het doel is van de omgevingsdialoog Voer de omgevingsdialoog Leg de uitkomsten van de omgevingsdialoog vast Maak een eindverslag en voeg dit toe bij uw stukken voor de gemeente Onvoldoende voorbereiding bij de intaketafel, regionale omgevingstafel en participatie kunnen ertoe leiden dat de gemeente in de knoop komt bij de tijdige beslissing over de formele aanvraag of dat er bezwaarschriftenprocedures ontstaan. Onder de Omgevingswet kan bij een niet-tijdige beslissing een dwangsom en/of boetes opgelegd worden. Na de intaketafel, regionale omgevingstafel en participatie verrichten wij de voorbereiding die tot het formele traject leidt. Het formele traject leggen we uit in de vergunningenstrategie. Buurtbemiddeling en mediation Bij bezwaren tegen vergunningen of afwijzing van handhavingsverzoeken wordt altijd eerst geprobeerd om via een tafelgesprek (mediation) tot een oplossing te komen. Als dit niet lukt of als men hier geen gebruik van maakt, wordt de zaak behandeld door de bezwaarschriftencommissie van de gemeente en/of door de rechter. Bij handhavingszaken zal tot aan het opleggen van een sanctiemaatregel geprobeerd worden via overleg een overtreding ongedaan te laten maken. Dit kan bij de constatering door de toezichthouder of gedurende het handhavingstraject plaatsvinden. Buurtbemiddeling kan bij het oplossen van burenruzies helpen. Het doel is om het gesprek tussen buurtbewoners op gang te brengen en hen te ondersteunen bij het maken van afspraken om toekomstige overlast te voorkomen. Betrokken partijen moeten wel bereid zijn om samen te werken. Politie en justitie blijven in beginsel buiten beeld bij buurtbemiddeling. Ervaringen in vergunningen, handhaving en toezicht laten zien dat mediation/buurtbemiddeling effectief is. Er zijn minder juridische procedures nodig en veel zaken worden op vreedzame wijze opgelost. Goede communicatie met de klant is minstens zo belangrijk als een tijdige beslissing, en voorkomt juist geschillen en conflicten. Het bespaart tijd, geld en administratieve lasten en leidt vaak tot win-win situaties Bijlage3BVergunningenstrategie Voor veel activiteiten die plaatsvinden in de fysieke leefomgeving is toestemming nodig van het bevoegd gezag. Deze toestemming gaat in de regel gepaard met voorschriften waaraan moet worden voldaan: ‘de vergunning’. De vergunningenstrategie stelt ons in staat om: binnen de gestelde wettelijke termijnen een besluit te nemen op een aangevraagde vergunningplichtige activiteit, heldere, transparante en handhaafbare vergunningen op te stellen en deze binnen de gestelde wettelijke termijn te verlenen en tevens om binnen de termijnen te komen tot een besluit op een aanvraag of afhandeling van een melding. De reikwijdte van deze strategie is beperkt tot de in Asten meest voorkomende vergunningen (waaronder ook meldingen en ontheffingen en informatieplichten worden begrepen), te weten de omgevingsvergunning voor de: Activiteit met betrekking tot bouwwerken: het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk. Hieronder vallen de bouwactiviteit voor het bouwtechnische deel en de omgevingsvergunning voor het ruimtelijk deel. Het (ruimtelijk) deel noemen we in de Omgevingswet een omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk (“bouwen, in stand houden en gebruiken van een bouwwerk”). Buitenplanse omgevingsplan activiteit (BOPA): wanneer men grond of een gebouw op een andere manier wil gebruiken dan in het omgevingsplan staat, kan het plan met deze afwijking toch worden uitgevoerd. Slopen van een bouwwerk: Als er gesloopt wordt door particulieren en er wordt meer dan 10 m3 sloop afval vrij of er wordt asbest verwijderd, dan moet er een sloopmelding worden gedaan. Activiteit vellen houtopstand of kappen van bomen: voor het kappen van bepaalde soorten bomen en of bomen in bepaalde gebieden is een omgevingsvergunning nodig. Zie de lijst beschermwaardige bomen. Activiteit aanleggen: in een omgevingsplan kan een verbod worden ingesteld dat binnen een bepaald gebied bepaalde werken die geen gebouw zijn of bepaalde werkzaamheden uit te voeren zonder vergunning. In de voorwaarden van het omgevingsplan is dan echt gegeven wanneer een aanlegvergunning nodig is. Voorbeelden zijn het aanleggen van wegen of paden, het graven van sloten of het ophogen of afgraven van grond. Activiteit Rijks of gemeentelijke monumenten: voor het aanpassen van een pand dat een Rijks, provinciaal of gemeentelijk monument is, is in omgevingsvergunning nodig. Naast de omgevingsvergunningen op basis van de Omgevingswet gaat deze strategie ook over de wetten en (gemeentelijke) regelingen die van toepassing zijn op de beoordeling van de vergunningen in het kader van de APV en bijzondere wetten. Evenementen: Voor het organiseren van een evenement kunnen verschillende vergunningen en ontheffingen gelden, zoals een evenementenveBrgunning. Exploitatie: Voor de exploitatie van een horecabedrijf of slijterij is een Alcoholwetvergunning vereist. Deze vergunning stelt eisen aan de inrichting en de leidinggevenden. Het is belangrijk dat de leidinggevenden voldoen aan bepaalde criteria, zoals leeftijd, zedelijkheidseisen en kennis van sociale hygiëne. Alcoholwet: Ondernemers met een horecabedrijf en/of slijtersbedrijf, hebben een alcoholwetvergunning nodig. Supermarkten en cafetaria’s mogen zonder alcoholwetvergunning zwak alcoholhoudende drank verkopen als de drank niet ter plekke ingeschonken en opgedronken wordt. Als de aanvrager alcohol wil verkopen of schenken, moet een tapontheffing aangevraagd worden bij de gemeente. Dit geldt voor zwak-alcoholhoudende dranken (minder dan 15% alcohol). Mogelijk is er ook een evenementenvergunning nodig. Wet op de kansspelen: Voor het organiseren van kansspelen, zoals loterijen of casinospelen, zijn specifieke vergunningen vereist. Wet kinderopvang: De Wet kinderopvang regelt de kwaliteit en veiligheid van kinderopvang. Als de aanvrager een kinderopvangvoorziening wil exploiteren, is een vergunning nodig. Basisregistratie adressen en gebouwen en Basisregistratie personen: Dit heeft betrekking op de registratie van adressen en gebouwen. Hoewel dit geen vergunning is, is het belangrijk om correcte gegevens te hebben voor de (bedrijfs)locatie. Dit geldt ook voor de Basisregistratie Personen. De vergunningverleners hebben toegang tot persoonsgegevens om te verifiëren wie de eigenaar of gebruiker van een bepaald project is. Dit helpt bij het waarborgen dat vergunningen correct worden toegekend en dat de juiste persoon verantwoordelijk wordt gehouden voor naleving van de regelgeving. Wet goed verhuurderschap: Deze wet heeft betrekking op verhuur van woningen en stelt eisen aan verhuurders. Het is belangrijk om op de hoogte te zijn van uw verplichtingen als verhuurder. Wet Bibob: De Wet Bibob (Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur) wordt gebruikt om te beoordelen of een vergunning kan worden verleend op basis van integriteitsrisico’s. Uitgangspunten Wij stellen ons proactief op en proberen vanuit een klantgerichte houding: de gewenste activiteit mogelijk te maken, rekening te houden met de belangen van omwonenden; voor welke activiteiten een andere toestemming geldt; en te handelen namens algemene belangen die soms zelf geen ‘mond’ hebben (bijvoorbeeld veiligheid, gezondheid, duurzaamheid, cultuurhistorie, enz.). Juridisch kader In de wet- en regelgeving is bepaald voor welke activiteiten inwoners en ondernemers: een vergunning moeten aanvragen om ze te mogen uitvoeren; welke activiteiten gemeld moeten worden; voor welke activiteiten een informatieplicht geldt; en welke activiteiten vergunningsvrij zijn. De Omgevingswet is de basis voor een groot deel van de vergunningen in het domein van de fysieke leefomgeving. De Algemene plaatselijke verordening (APV) is de basis voor de vergunningen en ontheffingen in de openbare ruimte. Deze geeft voorschriften op het gebied van de openbare orde en veiligheid in de breedste zin van het woord. Hierbij valt te denken aan: verkeerszaken, horeca-aangelegenheden en bescherming van het milieu. De wettelijke regelgeving die het toetsingskader regelt voor de omgevingsvergunning is o.a. neergelegd in het omgevingsplan (van rechtswege), de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit, de Wet kwaliteitsborging, het Besluit bouwwerken leefomgeving, de Wet Bibob en gemeentelijke verordeningen. Procedures en termijnen Nadat een initiatiefnemer de aanvraag heeft ingediend, geldt een termijn van 8 weken voor de inhoudelijke behandeling van de aanvraag. Dit betreft geen fatale termijn, maar een termijn van orde. Voor de gemeente bestaat de mogelijkheid om de procedure te verlengen met 6 (in totaal 8 + 6 werken= 14 weken). De activiteit met de zwaarste procedure bepaalt bij een meervoudige aanvraag welke procedure de gemeente dient toe te passen. In het geval van advies met instemming wordt de aanvraag met 4 weken verlengd. Op het moment dat een aanvraag niet compleet is, kunnen wij een verzoek om aanvulling doen. Hierbij wordt de termijn van de behandeling op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) stilgelegd, totdat de aanvullingen volledig zijn ingediend. Na het doorlopen van de procedure of het verlopen van de termijn wordt er een besluit genomen op de ingediende aanvraag. Tegen een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb staan rechtsmiddelen open. De uitgebreide procedure In sommige gevallen kan in een uitgebreide procedure een termijn van 6 maanden van toepassing zijn, in plaats van de hiervoor gestelde 8 weken. Hier is sprake van in een van de drie hieronder aangegeven gevallen: De gevallen uit artikel 10.24 van het Omgevingsbesluit (verder: Ob) waarvoor altijd een uitgebreide procedure van toepassing is. Het college van B&W kan een uitgebreide procedure van toepassing verklaren op het moment dat daar gegronde redenen voor zijn (artikel 16.65 lid 4 van de Omgevingswet). In dit artikel wordt toegelicht dat het bevoegd gezag dit kan bepalen als: Het een activiteit betreft die aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving; en waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben. In dat geval stelt het college, voorafgaand aan het nemen van het besluit, de aanvrager in de gelegenheid om zienswijze daarover naar voren te brengen. Het college kan beleid opstellen waarin zij activiteiten benoemd waarvoor zij de uitgebreide procedure willen toepassen. De aanvrager kan zelf verzoeken om of instemmen met de uitgebreide procedure. Verplichte participatie en adviesrecht van de raad Door middel van participatie kan inzicht in de belangen van omwonenden en belanghebbenden worden gegeven. Maar participatie betekent niet dat de omwonenden daadwerkelijk zeggenschap krijgen over het nieuwe initiatief. Het meepraten aan een initiatief betekent niet meebeslissen. In de meeste gevallen is participatie niet verplicht. De gemeenteraad heeft op 25 januari 2022 het besluit genomen: Adviesrecht gemeenteraad, verplichte participatie en delegatie onder de Omgevingswet. Op dezelfde gevallen waar het adviesrecht van toepassing is verklaard, is ook participatie verplicht. Toetsingskaders en werkwijze Omgevingswetvergunningen Hieronder volgt de werkwijze van de gemeente in het kader van de Omgevingswet met betrekking tot de omgevingsvergunningen en meldingen voor bouwen, afwijken omgevingsplan (hierna buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)), sloop en monumenten. Voor de meest voorkomende omgevingsaanvragen wordt inzichtelijk gemaakt wat het toetsingskader is en wat onze werkwijze is. Bouwen Toetsingskader In artikel 5.1 lid 2 onder a. van de Omgevingswet vinden we de activiteit bouwen. In dit lid 2 staat dat voor de bouwactiviteit een vergunning nodig is voor zover het gaat om een bij AMvB aangewezen geval. Dit houdt in dat een bouwactiviteit pas vergunningplichtig is als deze dus specifiek is genoemd in deze AMvB. De AMvB waarnaar wordt verwezen, is het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In paragraaf 2.3.2 van het Bbl staan de vergunningplichtige gevallen bouwactiviteit. Met de Omgevingswet is bouwen in een technisch en ruimtelijk deel gescheiden. Dat levert twee activiteiten op: de technische bouwactiviteit en de omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk. Deze scheiding noemen we 'de knip'. Een initiatiefnemer die een bouwactiviteit wil verrichten dient bij eenvoudige bouwwerken (de zogenaamde gevolgklasse 1) voor het bouwtechnische deel een melding te doen bij de gemeente (de technische bouwactiviteit) en voor complexe bouwwerken dient men een omgevingsvergunning aan te vragen. Technische bouwactiviteit Het gaat hier over de toets van een aanvraag aan de regels voor de technische bouwkwaliteit uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Bijvoorbeeld de constructieve veiligheid van een bouwwerk. Door de knip zijn er meer technische bouwactiviteiten vergunningsvrij, omdat ruimtelijke randvoorwaarden niet langer een rol spelen. Als een vergunning nodig is voor een (technische) bouwactiviteit volgt toetsing aan de technische regels voor bouwactiviteiten in het Bbl (bijvoorbeeld voorschriften met betrekking tot de brandveiligheid, de daglichttoetreding en de energiezuinigheid van bouwwerken). De toets is te vergelijken met de toets die vroeger gedaan werd aan de eisen van het Bouwbesluit 2012. Voor de gevolgklasse 2 en 3 blijft de vergunningsplicht voor de technische bouwactiviteit bestaan en wordt de aanvraag getoetst aan het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Alle bouwwerken moeten aan de technische eisen in dit Besluit voldoen. Als er een technische toets nodig is voor een aanvraag dan wordt deze uitgevoerd door de ODZOB. Voor meldingsplichtige (technische) bouwactiviteiten wordt de bouwtechnische toets aan het Bbl niet meer door gemeenten maar door een onafhankelijke kwaliteitsborger uitgevoerd. Landelijk is bepaald of voor een technische bouwactiviteit een vergunning of melding nodig is, dan wel of dit vergunningsvrij is. De (ruimtelijke) toets van “bouwen, in stand houden en gebruiken van een bouwwerk” aan het omgevingsplan noemen we een omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk. Voorbeelden zijn de bouwhoogte en het bebouwingspercentage. Maar ook regels over het uiterlijk van een bouwwerk (welstand) en de functietoedeling in het omgevingsplan. Wij kunnen in ons omgevingsplan bepalen of een vergunning nodig is voor een (ruimtelijke) omgevingsplanactiviteit. Zo kunnen wij bijvoorbeeld in ons omgevingsplan bepalen dat een bouwactiviteit vergunningsvrij is of van een meldings- of informatieplicht is voorzien. Onder het ruimtelijk deel vallen alle regels die eerder in het bestemmingsplan, de bouwverordening en/of de welstandsnota opgenomen waren en die allen over zijn gegaan naar het omgevingsplan. Werkwijze Door de knip zijn hieronder twee werkwijze omschreven; de bouwmelding en de vergunning activiteit bouw Werkwijze melding bouw: De melding bouwactiviteit is een nieuwe processtap voor de organisatie. Deze meldingen worden door de vergunningverleners beoordeeld. We registeren de melding, bevestigen de ontvangst, checken de gevolgklasse, het gekozen instrument en de kwaliteitsborger. Vervolgens maken we een beoordeling van het borgingsplan (inclusief risicobeoordeling) met eventueel afgesproken informatie- en stopmomenten. De vergunningverleners zoeken contact met de initiatiefnemer bij een onvolledige of niet-correcte melding om aan te geven wat er ontbreekt aan de melding. Werkwijze vergunningverlening activiteit bouw: Als een vergunning nodig is voor een technische bouwactiviteit maken wij gebruik van het toetsingsprotocol. In dit toetsingsprotocol is voor het behandelen en beoordelen van aanvragen voor de activiteit bouw een bepaalde mate van diepgang in de bouwtechnische toets aan het Bbl aangebracht. Het is onmogelijk om vooraf aan te tonen dat een bouwwerk 100% zal gaan voldoen aan het Bbl. We vergunnen onze aanvragen, voor wat betreft de toets aan het Bbl, daarom risicogestuurd. Wij maken bij het toetsen aan het Bbl gebruik van de BRIS-applicatie. Voor de toetsing van aanvragen wordt gebruikt gemaakt van Bris, een webapplicatie die gebaseerd is op het Landelijk Toetsingsprotocol. Door het werken met digitale protocollen die automatisch worden bijgewerkt conform nieuwe wettelijke vereisten zijn de interne risico’s afgedekt. De toetsniveaus: De diepgang van de toets kan variëren van “geen toets” tot “volledig toetsen”: Niveau 1. Uitgangspuntentoets / snel toetsen. Getoetst wordt of alle stukken beschikbaar zijn om de uitgangspunten van de aanvraag te kunnen beoordelen. De toets beperkt zich tot de aangeleverde stukken (ontvankelijkheidtoets). Dit niveau is de minimale invulling. Niveau 1 wordt toegepast wanneer de kans en de gevolgen zeer gering zijn. Niveau 2. Visueel toetsen. Getoetst wordt of de uitgangspunten op de aangeleverde stukken in de juiste vorm zijn. Per te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en of de uitkomsten plausibel zijn. Niveau 2 is het basisniveau. Niveau 3. Representatief toetsen. Per te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en of de uitkomsten plausibel zijn. Op basis van de visuele toets wordt bepaald welke aspecten moeten worden nagerekend. Het bepalen van de belangrijkste berekeningen blijft een taak van de toetser. Niveau 4. Volledig toetsen. Getoetst wordt of de uitgangspunten van de aangeleverde stukken in de juiste vorm zijn en of van elk te toetsen aspect de uitgangspunten juist zijn. Van elk te toetsen aspect worden de uitkomsten gecontroleerd of nagerekend. Niveau 4 komt in de matrix alleen voor met betrekking tot het toepassen van zogenaamde ‘gelijkwaardige oplossingen’. Informatieplichten Voor bepaalde activiteiten is wettelijk bepaald dat een initiatiefnemer voordat deze gaat bouwen informatie moet geven, zoals stikstofmaatregelen of bouw- en sloopveiligheid. We registreren de ontvangen informatie en sturen een ontvangstbevestiging. Ook beoordelen we of de informatieplicht aan de wettelijke eisen voldoen. (Buitenplanse) Omgevingsplanactiviteit Toetsingskader Een aanvraag om omgevingsvergunning wordt getoetst aan het omgevingsplan. Een activiteit die voldoet aan de regels in het omgevingsplan, maar waar toch een vergunningplicht voor geldt, heet dan een binnenplanse omgevingsactiviteit. Er is sprake van buitenplanse omgevingsactiviteit als het plan in strijd is met het omgevingsplan. Werkwijze Indien het gaat om een binnenplanse omgevingsplanactiviteit toetsen wij de aanvraag aan alle regels van het tijdelijk deel van het omgevingsplan en de verordeningen met een fysieke component, zoals de APV. Indien de aanvraag past binnen de regels geven we de vergunning voor de omgevingsplanactiviteit af. Bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa) toetsen wij deze aan de toepasselijke instructieregels in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), de toepasselijke instructieregels in de provinciale verordening én beoordelen wij of de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa) in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het begrip ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ volgt het begrip ‘een goede ruimtelijke ordening’ op. Binnen onze gemeente gebeurt deze evenwichtige toedeling van functies aan locaties via een beoordeling van een team bestaande uit verschillende disciplines dat wekelijks samenkomt. Alle ontwikkelingen die niet passend zijn worden in beginsel door dit team besproken en beoordeeld op haalbaarheid. We leveren hiermee maatwerk per geval. De plannen waar meerdere stakeholders betrokken zijn dan worden voorgelegd aan een “regionale omgevingstafel”. Hiervoor hebben we in de regio Zuidoost samenwerkings- en procesafspraken gemaakt. Sloop Toetsingskader We toetsen aan de regels die staan in het omgevingsplan bij de aanvraag voor een sloopactiviteit. Een sloopactiviteit (inclusief asbest) voert de ODZOB uit en hiervoor is een aparte werkwijze afgesproken op regionaal gebied; ROK asbest. Werkwijze De sloopactiviteit heeft vaak een relatie tot andere activiteiten, denk hierbij aan het volgende: Een sloopactiviteit gaat in veel gevallen samen met een bouwactiviteit; is het bouwwerk dat wordt gesloopt een rijksmonument? Dan gelden voor het slopen de regels voor de rijksmonumentenactiviteit; de gemeente kan in het omgevingsplan extra regels stellen. Bijvoorbeeld ter bescherming van een stads- en dorpsgezicht. Of om te voorkomen dat open ruimten in bebouwing ontstaan. Monumenten, beschermd stads- of dorpsgezichten, overig cultureel erfgoed en werelderfgoed Toetsingskader Bij aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het wijzigen van monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten, wordt beoordeeld of er geen onomkeerbare schade wordt toegebracht aan gemeentelijk cultuurhistorisch erfgoed. De gemeente kent wat betreft het beoordelingskader verschillende regelingen. We hebben een welstandsnota waarin regels staan. Onze gemeente heeft op de Erfgoedverordening gemeente Asten 2018 vastgesteld. Met deze verordening wordt de aanwijzing en de bescherming van gemeentelijk erfgoed geborgd. In deze verordening is ook een omgevingsvergunningplicht opgenomen voor het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een gemeentelijk monument. Ook het herstellen of gebruiken op een wijze waardoor het monument wordt ontsierd, is verboden zonder omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning wordt slechts verleend als het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Het belang van de monumentenzorg wordt beoordeeld door een monumentencommissie met deskundige leden op het gebied van cultureel erfgoed. De bescherming van rijksmonumenten is geregeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet, waarin is geregeld dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning een rijksmonumentenactiviteit te verrichten. Werkwijze Voor het beschermen van het beschermd dorpsgezicht zijn hiervoor regels in het omgevingsplan opgenomen. Ook de bruidsschat bevat daarnaast aanvraagvereisten met betrekking tot het ontsieren, slopen of veranderen van monumenten. Het betreft monumenten of beschermde stads- en dorpsgezichten. De casemanagers handelen de aanvragen voor het wijzigen van monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten af. Ze toetsen de aanvragen aan onze Welstandsnota en het omgevingsplan. Toetsingskaders en werkwijze APV & bijzondere wetten Hieronder worden de wetten en (gemeentelijke) regelingen uiteengezet die van toepassing zijn op de beoordeling van de vergunningen in het kader van de APV en bijzondere wetten. De APV bevat bepalingen die dienen ter bescherming van zaken als de openbare orde, de veiligheid en het milieu. De APV biedt de mogelijkheid tot het verlenen van vergunningen en ontheffingen van verboden. In het algemeen wordt de keuze tussen vergunning en ontheffing bepaald door de aard van de activiteiten. Zijn die onder bepaalde voorwaarden aanvaardbaar (of zelfs gewenst), dan ligt een vergunningenstelsel voor de hand. Gaat het in de regel om ongewenst gedrag, dat onder bepaalde omstandigheden bij de wijze van uitzondering aanvaardbaar is, dan valt te denken aan een systeem van ontheffingen. Het zal daarbij vaak gaan om het inperken van de gevolgen van de activiteit. Evenementen Toetsingskader In de APV is een vergunningplicht opgenomen voor evenementen. Daarin staat dat het verboden is om zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. Voorbeelden zijn een vlooienmarkt, festival, braderie, optocht, straatfeest, sponsorloop etc. Werkwijze De evenementenvergunningen worden getoetst aan de kaders zoals opgenomen in de APV en het evenementenbeleid van de gemeente Asten. Voor meldingsplichtige en vergunningsvrije evenementen (minder 150 personen) moet de aanvrager drie weken van tevoren een melding doen. De aanvrager dient 8 weken van tevoren een aanvraag voor een evenement (150 tot 500 personen) in te dienen. Bij een grootschalig evenement (meer dan 500 personen) ontvangen is dit twaalf weken van tevoren. Als de aanvraag niet compleet is, laat de gemeente weten binnen welke termijn de ontbrekende stukken alsnog ingeleverd dienen te worden. Zolang er stukken ontbreken, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen. Als tijdens het evenement (zwak-) alcoholhoudende dranken geschonken wordt op een locatie die niet valt onder de Alcoholwetvergunning dan hebt is een ontheffing nodig. Via de website kan hiervoor het aanvraagformulier ontheffing artikel 35 Alcoholwet worden ingevuld. Voor het brandveilig gebruik van 'niet-bouwwerken' zoals tenten bij evenementen, tribunes, e.d. zijn landelijke regels. Hiervoor is het mogelijk dat er melding moet worden gedaan. De melding moet ten minste vier weken voor de start van de activiteit worden ingediend bij de gemeente. Hiervoor dient het formulier brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen te worden ingevuld. Wij toetsen aanvragen voor evenementen op basis van een risicoscan die we samen met de Veiligheidsregio hebben ontwikkeld. Afhankelijk van de ingeschatte veiligheidsrisico’s, toetsen we deze aanvragen meer of minder diepgaand. Meldingsplichtige (vergunningsvrije) evenementen onderwerpen we niet aan een risicoscan. Uit de risicoscan komt naar voren of een evenement regulier, een aandachtsevenement, of een risicovol evenement is. Op basis van deze scan bepalen we de behandelaanpak van het evenement. We vullen de scan in met oog op risico’s voor de openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid en/of het milieu. We voeren de risicoscan uit aan de hand van de evenementenaanvraag, evaluaties van eerdere edities (indien beschikbaar), vergelijkingen met soortgelijke evenementen en verkregen informatie van de hulpverleningsdiensten. De uitkomst van de scan geeft aan of er specifieke risico’s aanwezig kunnen zijn die nadere advisering vragen. We houden geen rekening met specifieke omstandigheden van het evenement en geven geen uitsluitsel over de aanwezigheid van specifieke risico’s. Dit laatste vindt plaats tijdens de risico-inventarisatie en analyse tijdens de inhoudelijke beoordeling van de aanvraag door ons en onze adviespartners. De uiteindelijke classificatie op basis van de risicoscan is bepalend voor de behandelaanpak, de behandeltermijn en de benodigde inbreng van te betrekken adviespartners. Mogelijk is dat gedurende de behandeling van de aanvraag en het adviestraject de behandelaanpak wordt gewijzigd vanwege nieuwe feiten. Exploitatie Toetsingskader In de APV is een vergunningplicht opgenomen voor het exploiteren van openbare inrichting (horecazaak). In artikel 2:28 en verder van de APV staan de toetsingskaders en de aanvullende weigeringsgronden genoemd. Verder is in de APV bepaald dat er voor het hebben van terrassen ook een exploitatievergunning nodig is. Horecaterrassen hebben in de regel invloed op de woonomgeving. In de exploitatievergunning wordt aangegeven wat de openingstijden zijn van de openbare inrichting en wie de leidinggevende zijn. Deze dienen ten alle tijden aanwezig te zijn. Een nadere regeling is vastgelegd in de Beleidsplan Horeca, Sport en Recreatie. De APV bevat verder nog wat bepalingen omtrent activiteiten die binnen een openbare inrichting niet mogen plaatsvinden. Worden deze bij een controle wel aangetoond dan kan de exploitatievergunning worden ingetrokken. Werkwijze We toetsen de aanvraag aan de vereisten uit de APV en het beleidsplan Horeca, Sport en Recreatie-inrichtingen, het omgevingsplan en de Wet Bibob. Deze toetsing wordt uitgevoerd door vergunningverlening APV. Alcoholwet Toetsingskader In de Alcoholwet en het Alcoholbesluit zijn (vergunning)regels opgenomen voor bedrijven en para commerciële rechtspersonen waar alcoholhoudende dranken worden verstrekt. Ook bevat de wet regels over het uitvoeren van werkzaamheden bij dergelijke bedrijven en rechtspersonen. Het oogmerk van de Alcoholwet is gezondheid. De overheid voert een alcoholmatigingsbeleid. De strategie is geen of vermindering bedrijfsmatige verstrekking alcohol aan jeugd. Horeca- en slijtersbedrijven, maar ook paracommerciële rechtspersonen (zoals sportkantines en buurt- en dorpshuizen) hebben, op basis van de Alcoholwet, een vergunning van de burgemeester nodig voor het verstrekken van alcoholhoudende drank. In de Alcoholwet is bepaald welke stukken bij de vergunningaanvraag moeten worden ingediend en geeft hierbij het wettelijke toetsingskader aan. Elke aanvraag wordt volledig getoetst en zo nodig worden er voorschriften verbonden aan de vergunning. Vanuit het wettelijke toetsingskader is er een beoordeling van het levensgedrag. Bij relevante antecedenten van (toekomstige) leidinggevenden van het horecabedrijf of het slijtersbedrijf vindt altijd afstemming met de politie plaats. Bij verordening kunnen regels worden gesteld over paracommerciële rechtspersonen. In de vijfde afdeling uit hoofdstuk 2 van de APV zijn hierover regels opgenomen. Deze regels hebben betrekking op regulering van deze rechtspersonen. Werkwijze We toetsen de aanvraag aan de vereisten uit de APV en het beleidsplan Horeca, Sport en Recreatie en de wet Bibob. Deze toetsing wordt uitgevoerd door de vergunningverlener APV. Wet op de Kansspelen Toetsingskader In de Wet op de Kansspelen staan regels omtrent vergunningen voor kansspelen, zoals loterijen, gokken en casino’s. In de APV zijn in afdeling 7 nadere regels gesteld voor wat betreft kansspelen en speelgelegenheden. Werkwijze We toetsen de aanvraag aan de vereisten uit de APV, Alcoholwet en de eisen uit de Wet op de Kansspelen. Deze toetsing wordt uitgevoerd door de vergunningverlener APV. Basisregistratie Adressen en gebouwen (BAG) en Basisregistratie personen (Brp) Toetsingskader De gemeente stelt gegevens over adressen en gebouwen centraal beschikbaar via de Landelijke Voorziening BAG, wij zijn bronhouder. Die taken omvatten onder meer: Het bijhouden van een geautomatiseerde basisregistratie adressen en gebouwen Het indelen en registreren van het grondgebied van de gemeente in een of meer woonplaatsen Het vaststellen en registeren van openbare ruimten (straatnaamgeving) Het toekennen en registeren van nummeraanduidingen aan verblijfsobjecten, standplaatsen en ligplaatsen (huisnummering) Het afbakenen van panden, verblijfsobjecten en standplaatsen Werkwijze De uitvoering van de taken voor de BAG en BRP zijn wettelijk verplicht. Deze taak wordt door een andere afdeling uitgevoerd (I&A). De vergunningverleners en toezichthouders maken wel gebruik van de gegevens uit de BAG en Brp. Wet Bibob Toetsingskader Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vallen alle vergunningplichtige omgevingsplanactiviteiten onder de reikwijdte van de Wet Bibob. Ook gebruikswijzigingen in gebouwen kunnen nu binnen de reikwijdte van de Wet Bibob komen te vallen. Met de Wet Bibob beoogt de wetgever om te voorkomen dat overheidsorganen ongewild criminele activiteiten faciliteren bij het verlenen van bepaalde vergunningen. De Wet Bibob maakt het voor bestuursorganen mogelijk om een aangevraagde beschikking te weigeren of (gedeeltelijk) in te trekken als sprake is van een ernstig gevaar dat de vergunning mede gebruikt zal worden om (
- i)uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen op geld waardeerbare voordelen te benutten (ook wel de ‘a-grond’ genoemd), of (
- ii)strafbare feiten te plegen (ook wel de ‘b-grond’ genoemd). Een weigering of intrekking moet goed worden gemotiveerd. Daarom wordt vaak advies gevraagd aan het Landelijk Bureau Bibob, een onafhankelijk expertisebureau dat integriteit screenings uitvoert. Bevoegde gezagen mogen in beginsel uitgaan van de expertise van dit bureau. Onder de Wet Bibob wordt onder ‘strafbare feiten’ overigens ook verstaan een feit waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd. Werkwijze De gemeentelijke Bibob-coördinator voert voor de in het gemeentelijke Bibob-beleid aangewezen gevallen de Bibob-toets uit. Dit gebeurt aan de hand van