Beleidsregels bestuurlijke boete artikel 18.12 Omgevingswet - gemeente Eindhoven 2025Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven, gelezen het voorstel van 7 januari 2025 gelet op de artikelen 4.1, artikel 4.3, eerste lid, aanhef en onder a, en vierde lid en 18.12 Omgevingswet en artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht; overwegende dat het in het kader van de bestrijding van achterstallig onderhoud aan- en onrechtmatig gebruik van panden, open erven en terreinen, wenselijk is om beleid vast te stellen voor het opleggen van een bestuurlijke boete, op grond van de Omgevingswet; besluit: vast te stellen de volgende Beleidsregels bestuurlijke boete artikel 18.12 Omgevingswet - gemeente Eindhoven 2025: Hoofdstuk1Inleiding Artikel1.1Wat is een bestuurlijke boete Een van de taken van het college van burgemeester en wethouders is om op te treden tegen overtredingen. De meest bekende bevoegdheden die het college bij overtredingen kan inzetten zijn de last onder dwangsom of de last onder bestuursdwang. Dit zijn herstelsancties bedoeld om ervoor te zorgen dat de geconstateerde overtreding wordt opgelost. De bestuurlijke boete is een ander sanctiemiddel dat separaat of naast de dwangsom of de bestuursdwang kan worden opgelegd. De bestuurlijke boete is gericht op het bestraffen van de overtreder en het afschrikken ter voorkoming van toekomstige overtredingen. In artikel 18.12 lid 1 onder a van de Omgevingswet is de mogelijkheid van de bestuurlijke boete opgenomen. Dit is de voortzetting onder de Omgevingswet van het eerdere artikel 92a vanuit de Woningwet. Een bestuurlijke boete kan opgelegd worden als er regels worden overtreden die toezien op bouwen, gebruik en in het in stand houden van bouwwerken. Artikel1.2Doel beleidsregel De gemeente Eindhoven gaat ervan uit dat eigenaren hun huizen en panden goed onderhouden en (laten) gebruiken. Helaas zijn er in Eindhoven eigenaren en die de regelgeving keer op keer overtreden. Deze minder welwillende eigenaren en gebruikers frustreren onze ambitie om Eindhoven een aantrekkelijke woonstad te houden en aantrekkelijker te maken. Het gedrag van eigenaren en gebruikers wordt bij voorkeur op preventieve manier beïnvloed. Maar in bepaalde gevallen is repressief ingrijpen nodig. Doorgaans wordt bij constatering van een overtreding een last onder dwangsom opgelegd. Deze leidt weliswaar in een deel van de gevallen tot beëindiging van de overtreding maar blijkt geen garantie te zijn voor de toekomst: veel eigenaren en gebruikers gaan daarna opnieuw in de fout. Met deze beleidsregels stellen wij vast hoe we uitvoering geven aan de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 4.1, 4.3 eerste lid aanhef en onder a, en vierde lid en artikel 18.12 lid 1 onder a Omgevingswet. Artikel1.3Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een korte uitleg gegeven van de uitgangspunten van dit beleid en de bestuurlijke boete, in hoofdstuk 3 worden kernbegrippen uit wetgeving en beleid beschreven en in hoofdstuk 4 de sanctiestrategie en wijze van toepassing van dit instrument. In hoofdstuk 5 staan de slotbepalingen. Hoofdstuk2Uitleg bestuurlijke boete Artikel2.1Uitgangspunt Met het instrument bestuurlijke boete richten wij ons met name op notoire overtreders, veelal zijn dit eigenaren die over meerdere panden beschikken en niet of nauwelijks verantwoordelijkheid tonen voor hun panden noch bereidheid tot verbetering. In beginsel werken de handhavingsinstrumenten als last onder dwangsom en bestuurlijke boete naast elkaar. Dit betekent dat een overtreder bij een eerste overtreding een vooraankondiging bestuurlijke sanctiemaatregelen ontvangt en daarnaast een bestuurlijke boete. Bij een herhaalde overtreding ontvangt de overtreder een last onder dwangsom / last onder bestuursdwang en daarnaast nogmaals een bestuurlijke boete, maar dan een hogere dan de eerste keer omdat het om recidive gaat. De toepassing van de bestuurlijke boete, moet door het ‘bestraffende’ karakter van deze sanctie leiden tot een effectieve en daadkrachtige aanpak van personen die de wet en regelgeving bij herhaling overtreden hetgeen uiteindelijk moet leiden tot verbetering van het naleefgedrag. Wij kiezen ervoor om dit middel in beginsel projectmatig in te zetten specifiek voor de doelgroep notoire overtreders. Artikel2.2Bestuurlijke boete Voor de hoogte van de boete wordt verwezen naar de boetetabel in paragraaf 4.2. Wanneer sprake is van een bedrijfsmatige exploitatie wordt een hogere boete opgelegd. Ook in geval van gevaar voor bedreiging van de leefbaarheid of gevaar voor veiligheid of gezondheid wordt een hogere boete opgelegd. Hoofdstuk3Kernbegrippen uit wetgeving en beleid Artikel3.1Grondslag artikel 18.12, juncto artikel 4.1 en 4.3 Omgevingswet De bestuurlijke boete zoals bedoeld in artikel 18.12 Woningwet kan worden opgelegd in geval van overtreding van: -artikel 4.1 eerste lid in een omgevingsplan gestelde regels over het gebruik of de staat van open erven of terreinen of het gebruik van gebouwen, of over het tegengaan van hinder; -artikel 4.3, eerste lid, aanhef en onder a, en vierde lid, en de hierin gestelde regels over bouwactiviteiten, sloopactiviteiten en het gebruik en in stand houden van bouwwerken. Daarmee kan dus een bestuurlijke boete worden opgelegd in geval van overtreding van een regel uit het omgevingsplan, maar anderzijds ook in geval van een specifieke overtreding vanuit een algemene maatregel van bestuur, zoals bijvoorbeeld de technische vereisten vanuit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Artikel3.2Bedreiging van de leefbaarheid of gevaar voor de gezondheid of veiligheid Zoals in hoofdstuk 2 is aangegeven, wordt een hogere boete opgelegd bij (herhaalde) overtreding die gepaard gaat met bedreiging van de leefbaarheid en/of gevaar voor gezondheid of veiligheid. De beoordeling of sprake is van bedreiging van de leefbaarheid zal worden gedaan aan de hand van de beschrijving in de kamerstukken bij het eerdere wetsvoorstel bij de Woningwet (TK 201302014, 33 798, 6, pag. 2): “In het kader van de Woningwet gaat het bij leefbaarheid om de wijze waarop een pand wordt gebruikt en de staat van onderhoud van een pand waardoor hinder in en verloedering van de woonomgeving kan worden veroorzaakt. In één straat of woonblok kan een dergelijke overlastsituatie vanuit één woning tot aantasting van de leefbaarheid leiden. Het kan bijvoorbeeld ook gaan om frequent gebruik van tuinen als stortplaats voor grof huisvuil en situaties waarin er sprake is van bewuste verkrotting van panden. Het voortduren van deze situaties hoeft niet per definitie te leiden tot een gevaar voor de veiligheid of de gezondheid, maar kan wel een buitengewoon negatief, en dus verloederend, effect op de directe woonomgeving (hebben).” Kernwoorden in deze omschrijving zijn: hinder, verloedering, overlast, verkrotting. Overigens zijn de beoordelingscriteria of sprake is van aantasting van de leefbaarheid niet dezelfde als bij de beoordeling van de leefbaarheid in het kader van verlening van een omzettingsvergunning op basis van de Huisvestingswet/Huisvestingsverordening. Waar het bij de omzettingsvergunning vooral gaat om de te verwachten druk op de leefbaarheid door gebruik van het pand voor kamerverhuur, gaat het bij de Woningwet (en nu dus de Omgevingswet) om aantasting van de leefbaarheid door reeds ontstane verloedering van het pand zelf. Artikel3.3Overtreder en overtreding Eigenaargericht De verantwoording voor goed onderhouden panden ligt bij de eigenaren. Dit geldt ook als de eigenaar zijn bezit uit handen geeft aan (verhuurt via) tussenpersonen als verhuurmakelaars en beheerorganisaties. Meerdere overtreders Het kan voorkomen dat meerdere overtreders bij een overtreding betrokken zijn. De voornoemde eigenaargerichte aanpak laat onverlet dat (ook) andere overtreders kunnen worden geconfronteerd met een bestuurlijke boete. Overtreding in een ander pand Bij een overtreding van artikel 4.1 lid 1 of 4.3 lid 1 onder a of lid 4 van de Omgevingswet kan de overtreder naast een (vooraankondiging
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.