Regeling melden vermoeden misstand en inbreuk op Unierecht 2024Inhoudsopgave Algemeen Artikel 1 Begripsbepaling Artikel 2 Informatie, advies en ondersteuning voor de melder Artikel 3 Interne melding Artikel 4 Behandeling van de interne melding Artikel 5 De uitvoering van het interne onderzoek Artikel 6 Standpunt van de werkgever Artikel 7 Hoor en wederhoor ten aanzien van onderzoeksrapport en standpunt werkgever Artikel 8 Externe melding Artikel 9 Vertrouwelijkheid Artikel 10 Bescherming van de melder, degene die de melder bijstaat en betrokken derden tegen benadeling Artikel 11 Het tegengaan van benadeling en onderzoek naar benadeling Artikel 12 Rapportage en evaluatie Artikel 13 Intrekking regeling en inwerkingtreding regeling Toelichting Regeling melden vermoeden misstand en inbreuk op Unierecht 2024 Artikel1Begripsbepaling In deze regeling wordt verstaan onder: a. Afdeling advies van het Huis voor Klokkenluiders: de afdeling advies van het Huis voor Klokkenluiders, bedoeld in artikel 3a lid 2 van de Wet bescherming klokkenluiders; b. Afdeling onderzoek van het Huis voor Klokkenluiders: de afdeling onderzoek van het Huis voor Klokkenluiders, bedoeld in artikel 3a lid 3 van de Wet bescherming klokkenluiders; c. Betrokken derde: een derde die in een werkgerelateerde context verbonden is met een melder of een rechtspersoon die eigendom is van de melder, waarvoor de melder werkt of waarmee de melder anderszins werkgerelateerd verbonden is; d. Bevoegde autoriteit: een autoriteit die op grond van de wet is aangewezen voor het ontvangen en behandelen van meldingen van een vermoeden van een misstand; e. Degene die een melder bijstaat: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een melder adviseert in het meldingsproces in een werkgerelateerde context en wiens advisering vertrouwelijk is; f. Melder: een natuurlijk persoon die in de context van zijn werkgerelateerde activiteiten een vermoeden van een misstand meldt of openbaar maakt; g. Melding: melding van een vermoeden van een misstand;; h. Meldkanaal: organisatie en procedure bij een bevoegde autoriteit voor het ontvangen en in behandeling nemen van meldingen; i. Misstand: een schending of een gevaar voor schending van het Unierecht , of een handeling of nalatigheid waarbij het maatschappelijk belang in het geding is bij een schending of een gevaar voor schending van een wettelijk voorschrift of van interne regels die een concrete verplichting inhouden en die op grond van een wettelijk voorschrift door een werkgever zijn vastgesteld, dan wel een gevaar voor de volksgezondheid, voor de veiligheid van personen, voor de aantasting van het milieu, of voor het goed functioneren van de openbare dienst of een onderneming als gevolg van een onbehoorlijke wijze van handelen of nalaten. Het maatschappelijk belang is in ieder geval in het geding indien de handeling of nalatigheid niet enkel persoonlijke belangen raakt en er sprake is van oftewel een patroon of structureel karakter dan wel de handeling of nalatigheid ernstig of omvangrijk is. j. Onderzoekers: de persoon of personen aan wie de werkgever het onderzoek naar de misstand opdraagt; k. Richtlijn Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden; l. Schending van het Unierecht: een handeling of nalatigheid die onrechtmatig is en betrekking heeft op Uniehandelingen en beleidsterreinen die binnen het in artikel 2 van de richtlijn bedoelde materiële toepassingsgebied vallen, of het doel of de toepassing ondermijnt van de regels in de Uniehandelingen en beleidsterreinen die binnen artikel 2 van het in de richtlijn bedoelde materiële toepassingsgebied vallen; m. Vermoeden van een misstand: het vermoeden van een melder dat binnen de organisatie waarin hij werkt of heeft gewerkt of bij een andere organisatie indien hij door zijn werkzaamheden met die organisatie in aanraking is gekomen, sprake is van een misstand voor zover het vermoeden gebaseerd is op redelijke gronden, die voortvloeien uit de kennis die de melder bij zijn werkgever heeft opgedaan of voortvloeien uit de kennis die de melder heeft gekregen door zijn werkzaamheden bij een ander bedrijf of een andere organisatie; n. Vertrouwenspersoon: de functionaris die als zodanig benoemd is door de werkgever. De interne en externe vertrouwenspersoon staan vermeld op het intranet; o. Werkgerelateerde context: toekomstige, huidige of vroegere werkgerelateerde activiteiten in de publieke of private sector waardoor, ongeacht de aard van die werkzaamheden, personen informatie kunnen verkrijgen over misstanden en waarbij die personen te maken kunnen krijgen met benadeling als bedoeld in artikel 17da, indien zij dergelijke informatie zouden melden; p. Werkgever: de gemeente Krimpenerwaard. Artikel2Informatie, advies en ondersteuning voor de melder 1.Een melder kan bij een vermoeden van een misstand: een adviseur in vertrouwen raadplegen; de interne of externe vertrouwenspersoon als adviseur in vertrouwen raadplegen; en/of de afdeling advies van het Huis voor Klokkenluiders in vertrouwen raadplegen. 2.Degene die de melder bijstaat of een betrokken derde kan bij een vermoeden van een misstand en/of informatie over een schending van het Unierecht de afdeling advies van het Huis voor Klokkenluiders in vertrouwen raadplegen. Artikel3Interne melding 1.Een interne melding kan gedaan worden door een persoon die bij de organisatie in dienst is of was. Een interne melding kan ook gedaan worden door een sollicitant en een persoon die niet bij de organisatie in dienst is of was, maar die door zijn werkzaamheden wel met de organisatie in aanraking is gekomen. 2.Het heeft de voorkeur dat de melder zijn melding intern doet. Maar de melder kan op grond van artikel 8 van deze regeling ook direct een melding doen van een vermoeden van een misstand bij een bevoegde autoriteit of de afdeling onderzoek van het Huis voor Klokkenluiders. 3.Een melder met een vermoeden van een misstand kan daarvan melding doen bij de volgende functionarissen: de integriteitscoördinator; de interne of externe vertrouwenspersoon; iedere leidinggevende die binnen de organisatie hiërarchisch een hogere positie bekleedt dan hij; een tussenpersoon. 4.De melder kan op de volgende wijze een melding doen: schriftelijk; mondeling via de telefoon of andere spraakberichtsystemen, of op zijn verzoek binnen een redelijke termijn door middel van een gesprek op een locatie. 5.Mondelinge melding wordt geregistreerd door: Het maken van een gespreksopname in een duurzame en opvraagbare vorm. Hiervoor is voorafgaande instemming van de melder vereist; of Een volledige en nauwkeurige schriftelijke weergave van het gesprek, waarbij de melder de gelegenheid krijgt om deze weergave te controleren, te corrigeren en voor akkoord te ondertekenen. 6.De functionaris, als bedoeld in lid 3, stuurt de melding in overleg met de melder door naar de werkgever. 7.De werkgever stuurt de melder binnen zeven dagen na ontvangst van een melding een ontvangstbevestiging van de melding. De ontvangstbevestiging bevat minimaal een zakelijke beschrijving van de melding, de datum waarop deze is ontvangen en een afschrift van de melding. 8.Als er sprake is van een strafbaar feit moet de melder aangifte doen. Ook als er een melding gedaan is. Artikel4Behandeling van de interne melding 1.De werkgever registreert een melding van een vermoeden van een misstand bij de ontvangst ervan in een daarvoor ingericht register. Als de gemelde misstand betrekking heeft op een schending van het Unierecht, dan vermeldt de werkgever dat. 2.De gegevens van de melding in het register worden vernietigd als zij niet langer noodzakelijk zijn. Zolang een onderzoek naar een melding loopt of nadien een melding bij een bevoegde autoriteit is gedaan of een klacht- of gerechtelijke procedure loopt, blijven de gegevens van een melding in een registratie in ieder geval behouden. 3.De werkgever stelt direct na de melding een onderzoek in naar de vermoede misstand, tenzij: het vermoeden niet gebaseerd is op redelijke gronden; of op voorhand duidelijk is dat het gemelde geen betrekking heeft op een vermoeden van een misstand. 4.De werkgever draagt het onderzoek op aan onderzoekers die onafhankelijk en onpartijdig zijn. 5.De werkgever informeert de melder schriftelijk dat een onderzoek is ingesteld en door wie het onderzoek wordt uitgevoerd. Dit doet hij direct nadat het onderzoek ingesteld is. 6.Als de werkgever besluit geen onderzoek in te stellen, informeert hij de melder schriftelijk binnen twee weken na de melding. Daarbij geeft hij aan waarom geen onderzoek wordt ingesteld. 7.De werkgever beoordeelt of de afdeling onderzoek van het Huis voor Klokkenluiders of een bevoegde autoriteit van de melding van een vermoeden van een misstand op de hoogte moet worden gebracht. Als de werkgever de afdeling onderzoek van het Huis voor Klokkenluiders of een bevoegde autoriteit op de hoogte stelt, stuurt hij de melder hiervan een afschrift, tenzij het onderzoeksbelang of het handhavingsbelang daardoor wordt geschaad. 8.De werkgever informeert de personen op wie een melding betrekking heeft over de melding, tenzij het onderzoeksbelang of het handhavingsbelang daardoor wordt geschaad. Artikel5De uitvoering van het interne onderzoek 1.De onderzoekers stellen de melder in de gelegenheid te worden gehoord. De onderzoekers zorgen voor een verslag, en leggen dit verslag ter goedkeuring en ondertekening voor aan de melder. De melder ontvangt het vastgestelde verslag. 2.De onderzoekers kunnen ook anderen horen. De onderzoekers zorgen voor een verslag en leggen ditverslag ter goedkeuring en ondertekening voor aan de persoon die gehoord is. De persoon die gehoord is ontvangt het vastgestelde verslag. 3.De onderzoekers kunnen binnen de organisatie van de werkgever alle documenten inzien en opvragen die zij voor het doen van het onderzoek redelijkerwijs nodig achten. 4.Melders mogen de onderzoekers alle documenten verstrekken waarvan zij het redelijkerwijs nodig achten dat de onderzoekers daar in het kader van het onderzoek kennis van nemen. 5.De onderzoekers stellen een concept onderzoeksrapport op en stellen de melder in de gelegenheid daar opmerkingen bij te maken, tenzij hiertegen ernstige bezwaren bestaan. De melder is tot geheimhouding van het conceptrapport verplicht. 6.De onderzoekers stellen vervolgens het onderzoeksrapport vast. Zij sturen de werkgever en de melder hiervan een afschrift, tenzij hiertegen ernstige bezwaren bestaan. Artikel6Standpunt van de werkgever 1.De werkgever informeert de melder uiterlijk binnen drie maanden na de verzending van de ontvangstbevestiging van de melding schriftelijk over het standpunt met betrekking tot het gemelde vermoeden van een misstand en tot welke opvolging de melding en eventueel het interne onderzoek hebben geleid. 2.Als duidelijk is dat de werkgever het standpunt niet binnen drie maanden na de verzending van de ontvangstbevestiging van de melding kan geven, informeert hij de melder daar schriftelijk over. Daarnaast geeft de werkgever feedback over de stappen die al zijn gezet en de procedure die de melder kan verwachten. 3.Na afronding van het interne onderzoek beoordeelt de werkgever of de afdeling onderzoek van het Huis voor Klokkenluiders of een bevoegde autoriteit van de melding, van het onderzoeksrapport en/of van het standpunt van de werkgever op de hoogte moet worden gebracht. Als de werkgever de afdeling onderzoek van het Huis voor Klokkenluiders of een bevoegde autoriteit op de hoogte stelt, stuurt hij de melder hiervan een afschrift. 4.De werkgever informeert de personen op wie de melding betrekking heeft op dezelfde manier als de melder, tenzij het onderzoeksbelang of het handhavingsbelang daardoor wordt geschaad. Artikel7Hoor en wederhoor ten aanzien van onderzoeksrapport en standpunt werkgever 1.De werkgever stelt de melder in de gelegenheid op het onderzoeksrapport en het standpunt van de werkgever te reageren. 2.Als de melder in reactie op het onderzoeksrapport of het standpunt van de werkgever onderbouwd aangeeft dat: het vermoeden van een misstand niet daadwerkelijk of niet deugdelijk is onderzocht; of in het onderzoeksrapport of het standpunt van de werkgever sprake is van wezenlijke onjuistheden, reageert de werkgever hierop en stelt hij zo nodig een nieuw of aanvullend onderzoek in. Voor dit nieuwe of aanvullende onderzoek gelden dezelfde regels als voor het eerste onderzoek. 3.Als de werkgever de afdeling onderzoek van het Huis voor Klokkenluiders of een bevoegde autoriteit op de hoogte brengt of heeft gebracht over het onderzoeksrapport en/of zijn standpunt ten aanzien van de melding, stuurt hij ook de reactie van de melder als bedoeld in lid 1 en 2 aan deze instantie toe. De melder ontvangt hiervan een kopie. Artikel8Externe melding 1.De melder is niet verplicht om een melding van een vermoeden van een misstand eerst intern te melden. Hij kan daarvan ook direct een externe melding doen. Verder kan de melder ook kiezen voor een externe melding als hij: het niet eens is met het standpunt van de werkgever of van oordeel is dat de melding ten onrechte terzijde is gelegd of onvoldoende onderzocht is; of niet binnen drie maanden na de verzending van de ontvangstbevestiging van zijn melding een standpunt heeft ontvangen over zijn interne melding. 2.Externe meldingen kunnen gedaan worden bij een bevoegde autoriteit. Bevoegde autoriteiten zijn in elk geval: het Huis voor Klokkenluiders (www.huisvoorklokkenluiders.nl); de Autoriteit Consument en Markt (ACM) (www.acm.nl); de Autoriteit Financiële Markten (AFM) (www.afm.nl); de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) (www.autoriteitpersoonsgegevens.nl); De Nederlandsche Bank N.V. (DNB) (www.dnb.nl); de Inspectie gezondheidszorg en jeugd (IGJ) (www.igj.nl); de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) (www.nza.nl); de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) (www.autoriteitnvs.nl); bij algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling aangewezen organisaties en bestuursorganen, of onderdelen daarvan, die taken of bevoegdheden hebben op een van de gebieden, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de richtlijn. Op de websites van de bevoegde autoriteiten staat de procedure voor het doen van een externe melding. 3.De melder kan op de volgende wijze een melding doen: schriftelijk; mondeling via de telefoon of andere spraakberichtsystemen, of op zijn verzoek binnen een redelijke termijn door middel van een gesprek op een locatie. 4.Een mondelinge melding wordt geregistreerd door: Het maken van een gespreksopname in een duurzame en opvraagbare vorm. Hiervoor is voorafgaande instemming van de melder vereist; of Een volledige en nauwkeurige schriftelijke weergave van het gesprek, waarbij de melder de gelegenheid krijgt om deze weergave te controleren, te corrigeren en voor akkoord te ondertekenen. 5.Indien nodig kan de melder bij de afdeling advies van het Huis voor Klokkenluiders informatie inwinnen over het doen van een externe melding en de keuze voor de bevoegde autoriteit. Artikel9Vertrouwelijkheid 1.Voor iedereen die betrokken is bij de melding van of het onderzoek naar een vermoeden van een misstand geldt een geheimhoudingsplicht. Die geheimhoudingsplicht geldt voor gegevens waarvan de betrokkenen weten dat het vertrouwelijke gegevens zijn of waarvan zij redelijkerwijs moeten vermoeden dat die gegevens vertrouwelijk zijn. De geheimhoudingsplicht geldt niet als mededeling verplicht is op grond van een wettelijk voorschrift. Vertrouwelijk zijn in elk geval: gegevens over de identiteit van de melder; gegevens van degene over wie de melding wordt gedaan of met wie die persoon in verband wordt gebracht; gegevens van in de melding genoemde derden; alle informatie die tot de hiervoor onder a, b en c genoemde gegevens herleidbaar is; en bedrijfsgeheimen in de zin van artikel 1 van de Wet bescherming bedrijfsgeheimen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.