Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Belastingen BollenstreekDe colleges van de gemeenten Lisse, Noordwijk en Teylingen, een ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft; overwegende: dat zij, in verband met de samenwerking op het gebied van gemeentelijke belastingen, met ingang van 1 januari 2015 een gemeenschappelijke regeling zijn aangegaan; dat als rechtsvorm voor een gemeenschappelijke regeling met een centrumgemeente constructie is gekozen; dat de gemeente Noordwijk als centrumgemeente is aangewezen; dat de gemeenschappelijke regeling moet worden aangepast in verband met wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen; dat na evaluatie gebleken is dat de gemeenschappelijke regeling op een aantal punten aangescherpt dient te worden; dat na evaluatie besloten is de samenwerking op het gebied van gemeentelijke belastingen te continueren; gezien de besluiten van de raden tot het verlenen van toestemming aan de colleges tot het treffen van een gemeenschappelijke regeling in deze; gelet op het bepaalde in de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht en de Archiefwet; BESLUITEN vast te stellen de: ‘Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Belastingen Bollenstreek’ Artikel1Definities Deze regeling verstaat onder: wet: Wet gemeenschappelijke regelingen belastingsamenwerking: het samenwerkingsverband, zijnde een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in art 8, vierde lid van de wet, genaamd Gemeentelijke Belastingen Bollenstreek; centrumgemeente: de gemeente Noordwijk, waar de belastingsamenwerking is ondergebracht; deelnemers: de aan deze regeling deelnemende gemeenten Lisse, Noordwijk en Teylingen; colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemers; portefeuillehouders: wethouders van de deelnemers die belastingen in hun portefeuille hebben; clustermanager belastingen: de leidinggevende van de belastingsamenwerking, in dienst bij de centrumgemeente; regiefunctionaris: de aangewezen ambtenaar die een deelnemer ambtelijk vertegenwoordigt en als contactpersoon optreedt voor de belastingsamenwerking; heffingsambtenaar: de door de colleges van de deelnemers aangewezen ambtenaar belast met de heffing van gemeentelijke belastingen en de uitvoering van de Wet onroerende zaken; invorderingsambtenaar: de door de colleges van de deelnemers aangewezen ambtenaar belast met de invordering van gemeentelijke belastingen; dienstverleningsovereenkomst: de afspraken die de colleges van de deelnemers maken ter uitvoering van deze gemeenschappelijke regeling; portefeuillehouders-overleg: het overleg van de portefeuillehouders, de clustermanager belastingen, de heffingsambtenaar en de regiefunctionarissen. regie-overleg: het overleg tussen de heffingsambtenaar, de invorderingsambtenaar en de regiefunctionarissen. Artikel2Doel en reikwijdte van de regeling 1.De regeling wordt getroffen ter behartiging van het belang van een kwalitatief goede en doelmatige uitvoering van de taken zoals beschreven in artikel 3, derde lid van deze regeling. 2.De behartiging van het in het eerste lid omschreven doel wordt opgedragen aan de centrumgemeente. 3.De colleges van de deelnemers sluiten een dienstverleningsovereenkomst af om het in het eerste lid gestelde doel te realiseren. Artikel3Belastingsamenwerking en personeel 1.De belastingsamenwerking is ondergebracht bij de ambtelijke organisatie van de centrumgemeente. 2.De belastingsamenwerking voert, met inachtneming van het overige in deze regeling bepaalde, de dienstverleningsovereenkomst uit. 3.De belastingsamenwerking is belast met de volgende taken: de heffing en de invordering van de gemeentelijke belastingen; de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ); het afhandelen van bezwaarschriften, het voeren van verweer in (hoger) beroepszaken en beroepen in cassatie, alsmede het instellen van hoger beroep en cassatie met betrekking tot de WOZ-beschikkingen, de aanslagen gemeentelijke belastingen en de dwanginvorderingskosten; de afhandeling van kwijtscheldingsverzoeken en –beroepen; het administreren van relevante vastgoedgegevens; het verstrekken van vastgoedgegevens aan de deelnemers en derden; overige werkzaamheden die niet expliciet genoemd zijn, maar die naar aard en omvang wel onder de gemeenschappelijke regeling vallen en betrekking hebben op de uitvoering van de taken. 4.De omvang en het kwaliteitsniveau van de werkzaamheden die nodig zijn in het belang van de uitvoering van de in het eerste lid genoemde taken worden nader geduid in de dienstverleningsovereenkomst. 5.De bevoegdheid tot het nemen van besluiten noodzakelijk voor de uitvoering van de taken zoals genoemd in het derde lid worden voor en namens de colleges van de gemeenten Lisse en Teylingen uitgeoefend door het college van de centrumgemeente, waarbij het verlenen van ondermandaat aan functionarissen werkzaam in de ambtelijke organisatie van de centrumgemeente is toegestaan. Voor het instellen van cassatie is instemming van de betrokken portefeuillehouder noodzakelijk. 6.De verantwoordelijkheid voor de organisatorische vormgeving en de hiërarchische aansturing van de belastingsamenwerking, inclusief alle aangelegenheden van rechtspositionele aard, liggen bij de centrumgemeente. 7.De medewerkers van de belastingsamenwerking zijn in dienst bij de centrumgemeente. Voor zover niet anders bepaald, gelden voor hen de Cao-gemeenten en het personeelshandboek van de centrumgemeente zoals die nu luiden en in de toekomst zullen luiden. Artikel4Beleid en uitvoering 1.De bevoegdheid tot het vaststellen van beleid voor de taken waarop deze regeling betrekking heeft blijft bij de deelnemers. 2.De belastingsamenwerking verzorgt op basis van het beleid als bedoeld in het eerste lid de uitvoering van de taken waarop de regeling betrekking heeft. 3.De belastingsamenwerking informeert de deelnemers over ontwikkelingen voor zover die betrekking hebben op de uitvoering van de taken als bedoeld in artikel 3, derde lid of die van invloed zijn op de uitvoering van de dienstverleningsovereenkomst. Artikel5Begroting 1.De belastingsamenwerking maakt jaarlijks voor het jaar erop een ontwerpbegroting van de kosten van de uitvoering van deze regeling met daarbij een toelichting en, met toepassing van de in de dienstverleningsovereenkomst overeengekomen verdeelsleutels, een becijfering van het kostenaandeel van de deelnemers. 2.Het begrotingsjaar is gelijk aan een kalenderjaar. 3.De ontwerpbegroting wordt ter advisering voorgelegd in het regie-overleg en ter goedkeuring in het portefeuillehouders-overleg. 4.De belastingsamenwerking zendt de ontwerpbegroting jaarlijks voor 1 april, voorafgaande aan het jaar waarvoor deze moet dienen, aan de deelnemers ten behoeve van de begrotingsbehandelingen in de gemeenteraden. 5.De ontwerpbegroting wordt uiterlijk 1 juni ter goedkeuring voorgelegd aan de colleges van de deelnemers. 6.Het college van de centrumgemeente stelt de begroting uiterlijk vast op 1 augustus, voorafgaande aan het jaar waarvoor deze moet dienen. 7.Het bepaalde in dit artikel is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting. Artikel6Jaarrekening 1.De belastingsamenwerking maakt jaarlijks van het daaraan voorafgaande kalenderjaar een ontwerpjaarrekening, waarin de werkelijke kosten van de uitvoering van deze regeling zijn opgenomen met daarbij een toelichting en, met toepassing van de bij de dienstverleningsovereenkomst overeengekomen verdeelsleutels, het kostenaandeel van elk van de deelnemers. 2.De belastingsamenwerking voegt bij de ontwerpjaarrekening een accountantsverklaring en het jaarverslag. 3.De ontwerpjaarrekening wordt uiterlijk op 15 maart van het jaar volgend op het jaar waarvoor zij dient ter advisering voorgelegd in het portefeuillehouders-overleg. 4.De ontwerpjaarrekening wordt uiterlijk op 1 juni van het jaar volgend op het jaar waarvoor zij dient ter goedkeuring voorgelegd aan de colleges van de deelnemers. 5.Het college van de centrumgemeente stelt de jaarrekening uiterlijk vast op 1 augustus van het jaar volgend op het jaar waarvoor zij dient. Artikel7Betaling financiële bijdragen 1.De centrumgemeente ontvangt van de gemeenten Lisse en Teylingen een financiële bijdrage in verband met de kosten die zijn verbonden aan de uitvoering van deze regeling. De kostenverdeling verbonden aan de dienstverlening door de belastingsamenwerking wordt uitgewerkt in de dienstverleningsovereenkomst. 2.Betaling van de gemeentelijke bijdrage door de gemeenten Lisse en Teylingen aan de centrumgemeente geschiedt bij wijze van voorschot per kalenderjaar op basis van de goedgekeurde begroting. Betaling van het voorschot dient plaats te vinden voor 15 juli van het jaar waarop het voorschot betrekking heeft. 3.De centrumgemeente verzendt voor 1 februari van ieder kalenderjaar aan de gemeenten Lisse en Teylingen een ontwerpnacalculatie van het afgelopen kalenderjaar op basis van de werkelijke kosten. Artikel8Overleg, rapportage en evaluatie 1.Het portefeuillehouders-overleg vindt ten minste tweemaal per jaar plaats. 2.Het regie-overleg vindt ten minste eenmaal per jaar plaats. 3.Het college van de centrumgemeente draagt zorg voor managementinformatie over de voortgang en de kwaliteit van de uitvoering. 4.De belastingsamenwerking draagt jaarlijks uiterlijk op 15 maart zorg voor het aanleveren van een evaluatie van het voorgaande jaar ter bespreking in het portefeuillehouders-overleg. Deze jaarlijkse evaluatie bestaat tenminste uit: een beleidsinhoudelijke evaluatie van het afgelopen jaar en een vooruitblik voor de komende jaren; een financiële evaluatie op hoofdlijnen over de afgelopen periode en een vooruitblik voor de komende jaren. Artikel9Duur van de regeling De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. Artikel10Wijziging 1.De regeling kan, met inachtneming van artikel 1 van de wet, worden gewijzigd bij daartoe strekkende eensluidende besluiten van de colleges van de deelnemers. 2.Een verzoek tot wijziging van deze regeling kan uitgaan van een van of meer colleges van de deelnemers. 3.Het college van de centrumgemeente doet het voorstel tot wijziging binnen een maand na ontvangst van het verzoek toekomen aan de colleges van de deelnemers. Artikel11Toetreding tot de regeling 1.Toetreding tot deze regeling vindt plaats krachtens een daartoe strekkend eensluidend besluit van de colleges van de deelnemers, alsmede van het college van de potentieel deelnemende gemeente, met inachtneming van artikel 1 van de wet. 2.De deelnemers kunnen aan de toetreding voorwaarden verbinden. 3.De financiële consequenties van de toetreding worden geregeld in een dienstverlenings-overeenkomst. Artikel12Uittreding uit de regeling 1.Een deelnemer kan uit de regeling treden krachtens een daartoe strekkend besluit van het college, genomen na verkregen toestemming van de raad en met inachtneming van het bepaalde in artikel 1 van de wet. 2.Een deelnemer kan eerst uittreden na afloop van een periode van drie jaar na toetreding tot de belastingsamenwerking. 3.Het voornemen tot uittreding wordt tenminste één jaar voorafgaand aan de datum van uittreding bij aangetekende brief bekend gemaakt aan het college van de centrumgemeente. 4.Na ontvangst van de in het derde lid bedoelde brief, wordt in overleg met de uittredende deelnemer aan een onafhankelijke registeraccountant opdracht gegeven om op basis van de gangbare principes bij uittreding, een plan op te stellen dat tenminste inzicht geeft in de gevolgen van de uittreding voor het vermogen van de belastingsamenwerking en de deelnemers. Hierbij moet worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen en alle kosten, die direct of indirect samenhangen met de uittreding. 5.Het in het vierde lid bedoelde plan wordt uiterlijk binnen zes maanden na ontvangst van het in het derde lid bedoelde brief bij gezamenlijk besluit door de colleges van de deelnemers vastgesteld. 6.De gangbare regels uit vaste rechtspraak worden hierbij in acht genomen en het uittredingsplan wordt als besluit bekendgemaakt (ook) aan de uittredende deelnemer. 7.De uit het plan voortvloeiende financiële verplichtingen zijn voor de uittredende deelnemer bindend. 8.Indien zich omstandigheden van buitengewone aard voordoen waardoor in redelijkheid van een of meer deelnemers gehele of gedeeltelijke voortzetting van de regeling niet gevergd kan worden, kan na overleg tussen de deelnemers van het bepaalde in de voorgaande leden van dit artikel worden afgeweken. Artikel13Opheffing en liquidatie van de regeling 1.De regeling kan worden opgeheven krachtens een daartoe strekkend eensluidend besluit van de colleges van de deelnemers met inachtneming van artikel 1 van de wet. 2.Opheffing is niet mogelijk gedurende de eerste drie jaren na de oorspronkelijke datum van het aangaan van de gemeenschappelijke regeling zijnde 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.