Verordening nadeelcompensatie Gooise Meren 2024De raad van de gemeente Gooise Meren; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 september 2024 met zaaknummer 709070; gelet op de artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet, titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 15.1 van de Omgevingswet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening nadeelcompensatie Gooise Meren 2024 Artikel1.Toepassingsbereik Deze verordening heeft betrekking op aanvragen om schadevergoeding als bedoeld in artikel 4:126, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, waarvan de aanvrager stelt dat die wordt veroorzaakt door een bestuursorgaan van de gemeente. Artikel2.Heffen recht 1.Voor het in behandeling nemen van de aanvraag om schadevergoeding wordt een recht geheven. Het bedrag voor dit recht bedraagt € 300. Dit bedrag dient binnen vier weken na de dag van verzending van de ontvangst melding van de aanvraag om schadevergoeding op de rekening van de gemeente te zijn bijgeschreven. 2.Indien op de aanvraag geheel of ten dele positief wordt beslist, wordt het door de aanvrager betaalde recht terugbetaald, tegelijk met de uitbetaling van de tegemoetkoming als bedoeld in artikel 6. Artikel3.Aanvraag 1.De aanvrager van schadevergoeding maakt gebruik van een door het bestuursorgaan vastgesteld elektronisch formulier. 2.In aanvulling op artikel 4:127 van de Algemene wet bestuursrecht bevat een aanvraag mede: als het schade betreft wegens winst- of inkomstenderving: een door een accountant gewaarmerkte jaarrekening over het jaar waarin schade is geleden, alsmede de door een accountant gewaarmerkte jaarrekeningen over een periode van drie jaar voorafgaande aan het jaar waarin het besluit of de feitelijke handeling waarop de aanvraag betrekking heeft, genomen is respectievelijk een aanvang genomen heeft; of als het schade betreft wegens gederfde huurinkomsten: een afschrift van de huurovereenkomst of gebruiksovereenkomst en een eigendomsakte. Artikel4.Adviescommissie 1.Het bestuursorgaan wint slechts advies in bij een adviescommissie voor zover dat naar zijn oordeel noodzakelijk is om op de aanvraag om schadevergoeding te kunnen beslissen. 2.Advies als bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval niet ingewonnen als: de aanvraag naar het oordeel van het bestuursorgaan kennelijk ongegrond is, omdat zich kennelijk een weigeringsgrond voordoet als bedoeld in artikel 4:126, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht; de schade kennelijk niet kan worden toegerekend aan een door het bestuursorgaan genomen besluit of verrichte handeling; de aanvraag naar het oordeel van het bestuursorgaan voldoende gelijkenis vertoont met andere aanvragen waarvoor al advies is uitgebracht; de schadevergoeding kennelijk minder bedraagt dan € 1000 of naar het oordeel van het bestuursorgaan in de gemeentelijke organisatie voldoende deskundigheid voor de beoordeling van de aanvraag aanwezig is. 3.Een adviescommissie bestaat uit een of meer deskundigen. 4.Een adviescommissie kan worden benoemd als: vaste commissie, waarbij de leden door burgemeester en wethouders voor een termijn van maximaal vier jaar worden benoemd met de mogelijkheid tot herbenoeming voor maximaal vier jaar, of tijdelijke commissie voor advisering met betrekking tot een of meer aanvragen, door het bestuursorgaan dat de aanvragen behandelt. Artikel5.Procedure 1.Als advies wordt ingewonnen bij een adviescommissie, informeert het bestuursorgaan de aanvrager en belanghebbenden. 2.Bij de toepassing van de artikelen 4:7 en 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht wordt naast de aanvrager voor zover van toepassing betrokken: degene die de activiteit verricht en met wie een overeenkomst als bedoeld in artikel 13.3c, eerste lid, van de Omgevingswet is gesloten, en als sprake is van een schadeveroorzakend besluit naar aanleiding van een aanvraag, zoals geregeld in artikel 13.3d van de Omgevingswet, de aanvrager van dat besluit of degene die de toegestane activiteit verricht, tenzij: de schadevergoeding redelijkerwijze voor rekening behoort te blijven van het bestuursorgaan, of de schadevergoeding voldoende op een andere manier is verzekerd. Artikel6.Uitbetaling Bij geheel of gedeeltelijke toewijzing van een aanvraag om schadevergoeding, wordt de toegewezen schadevergoeding uiterlijk betaald bij het onherroepelijk worden van het besluit op de aanvraag. Artikel7.Aanvraag voorschot Het bestuursorgaan kan, vooruitlopend op de beslissing op een aanvraag om schadevergoeding, een voorschot verlenen als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat een verplichting tot betaling zal worden vastgesteld. Artikel8.Intrekking oude regelingen De Verordening tegemoetkoming planschade Gooise Meren 2016 en de Verlegregeling 2022 worden ingetrokken met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening. Artikel9.Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze verordening treedt in werking op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt en werkt terug tot 1 januari 2024. 2.Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening nadeelcompensatie Gooise Meren 2024. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 september 2024.De griffier Mevrouw drs. M.G. Knibbe De voorzitterdrs. H.M.W. ter HeegdeToelichting Algemeen Nadeelcompensatieregeling Algemene wet bestuursrecht en Omgevingswet In titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) is de nadeelcompensatieregeling opgenomen. In die regeling worden bestaande regelingen voor nadeelcompensatie in verschillende wetten en buitenwettelijke regelingen samengevoegd en geharmoniseerd. Titel 4.5 van de Awb voorziet in een algemene regeling in de Awb van de vergoeding (of tegemoetkoming) van schade door rechtmatig overheidshandelen. Daarbij kan worden gedacht aan verzoeken wegens winst- of inkomstenderving, gederfde huurinkomsten, of de lagere opbrengst bij de verkoop van een bedrijf of een onroerende zaak en aan schadeverzoeken ten gevolge van het moeten verleggen of opruimen van een kabel of leiding. In de Omgevingswet ((hierna: Ow) is een nadeelcompensatieregeling opgenomen die aansluit op de generieke regeling uit de Awb (hoofdstuk 15 van de Ow). Normaal maatschappelijk risico Vooropgesteld wordt dat de gemeente niet verplicht is om iedere schade die zij in de rechtmatige uitoefening van haar publieke taken veroorzaakt, in zijn geheel te vergoeden. Dat overheidsingrijpen voor sommige burgers en ondernemingen nadelige gevolgen kan hebben, is namelijk onvermijdelijk. Tot op zekere hoogte moeten deze gevolgen dus worden geaccepteerd (normaal maatschappelijk risico (hierna: nmr)). Burgers die door rechtmatig overheidsoptreden schade lijden die uitgaat boven het nmr en in vergelijking tot anderen onevenredig zwaar worden getroffen, kunnen desgevraagd schadevergoeding ontvangen (artikel 4:126 van de Awb). De hoogte daarvan moet in zo’n geval redelijk zijn. De schadevergoeding dekt dus niet vanzelfsprekend de volledige schade. Een deel van de schade zal altijd voor eigen rekening blijven. Toelichting per artikel Artikel 1. Toepassingsbereik Deze verordening heeft betrekking op aanvragen om schadevergoeding vanwege rechtmatige overheidsdaad. Het gaat om nadeelcompensatie als bedoeld in titel 4.5 van de Awb en afdeling 15.1 van de Ow. Het kan voorkomen dat schade door meerdere overheden wordt veroorzaakt, bijvoorbeeld zowel de gemeente als het waterschap. In deze bepaling wordt verduidelijkt dat de aanvrager in dat geval het loket kiest. Het gaat in deze verordening om schade waarvan door de aanvrager wordt gesteld dat die wordt veroorzaakt door een bestuursorgaan van de gemeente. Hierop bestaat een uitzondering. Dat betreft de situatie waarbij de aanvraag om schadevergoeding betrekking heeft op een besluit ter uitvoering van een projectbesluit 1 Het projectbesluit is een bevoegdheid van het Rijk, provincies en waterschappen voor vaak complexe projecten in de fysieke leefomgeving met een publiek belang. Voor de goede orde: het betreft dus niet de opvolger van de projectomgevingsvergunning ex artikel 2.12 lid 1 onder a nummer 3 van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (“Wabo”).. Op die situatie is de regeling van artikel 15.8 van de Ow van toepassing. Daarin is geregeld dat het bestuursorgaan dat het projectbesluit heeft vastgesteld het bestuursorgaan is dat de schadevergoeding toekent. Artikel 2. Heffen recht Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om schadevergoeding wordt een recht geheven. Het recht bedraagt € 300,-. Als het recht niet wordt voldaan, wordt de aanvraag op grond van artikel 4:5 van de Awb buiten behandeling gesteld. Bij toewijzen van de aanvraag wordt het toe te kennen bedrag verhoogd met het geheven recht (artikel 4:129, aanhef en onder c, van de Awb). Artikel 3. Aanvraag Lid 1 De artikelen 4:2 en 4:127 van de Awb bevatten een grondslag voor de aanvraagvereisten voor het in behandeling nemen van een aanvraag om schadevergoeding. Als niet aan de aanvraagvereisten wordt voldaan kan de aanvraag op grond van artikel 4:5 van de Awb buiten behandeling worden gesteld. In aanvulling hierop is in het eerste lid geregeld dat de aanvrager van schadevergoeding gebruik maakt van een door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier. Wanneer de aanvraag niet wordt aangeleverd via het formulier, kan worden besloten de aanvraag niet in behandeling te nemen. Dat kan betekenen dat de aanvrager wordt verzocht de aanvraag nadeelcompensatie alsnog via het formulier in te dienen. De gemeente geeft dan aan bij de aanvrager dat de aanvraag niet compleet is om in behandeling te worden genomen. De gemeente kan dan expliciet de termijnen opschorten tot het moment dat de stukken wel zijn ingediend. Lid 2 In dit lid zijn aanvullende eisen ten aanzien van schadeclaims wegens winst- of inkomstenderving of gederfde huurinkomsten opgenomen. In artikel 4:2 van de Awb is vastgelegd dat een aanvraag wordt ondertekend en ten minste bevat: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.