← Nederland

Verordening watertoeristenbelasting 2011 (Dirksland)

De Raad van de gemeente Dirksland; gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders van 23 november 2010 ; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de volgende VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN EEN WATERTOERISTENBELASTING Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder:

  1. vaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie- of andere recreatieve doeleinden;
  2. vaste ligplaats: een gedeelte water, dat naar plaatselijk gebruik bestemd is voor het regelmatig afgemeerd hebben dan wel ter anker leggen van een zelfde vaartuig, gedurende een periode van tenminste één week;
  3. oppervlakte: het product van de grootste lengte en grootste breedte van de vaste ligplaats;
  4. etmaal: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren, aanvangende om 21.00 uur;
  5. week: een aaneengesloten tijdvak van zeven etmalen;
  6. maand: een aaneengesloten tijdvak van dertig etmalen;
  7. seizoen: het tijdvak van 1 april tot en met 31 oktober;
  8. kapitein: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt. Artikel2Belastbaar feit Terzake van het houden van verblijf binnen de gemeente in het seizoen op vaartuigen waarvoor wegens de aanwezigheid in het watergebied van de gemeente in welke vorm dan ook een vergoeding wordt betaald door personen, die niet als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente zijn ingeschreven, wordt onder de naam watertoeristenbelasting een directe belasting geheven. Artikel3Belastingplicht 1Belastingplichtig is degene die tegen vergoeding gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 aan hem ter beschikking staande ligplaatsen dan wel op hem ter beschikking staande vaartuigen. 2De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene terzake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt. 3Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig de kapitein, de eigenaar of de gebruiker van een vaartuig als in artikel 2 bedoeld, dan wel een andere persoon die werkelijk verblijf houdt aan boord van een dergelijk vaartuig. Artikel4Maatstaf van heffing 1De belasting wordt geheven naar het aantal etmalen dat verblijf is gehouden. Voor de toepassing van dit artikel wordt een gedeelte van een etmaal voor een vol etmaal gerekend. 2In afwijking van het eerste lid is de grondslag voor een vaartuig dat bij een vaste ligplaats wordt afgemeerd en aan boord waarvan door één of meer personen als bedoeld in artikel 2 verblijf wordt gehouden: de oppervlakte van de vaste ligplaats die door het vaartuig wordt ingenomen. Artikel5Belastingtarief; forfaitair tarief 1De belasting bedraagt per persoon per etmaal € 0,62 2In afwijking van het eerste lid bedraagt de belasting voor een in het tweede lid van artikel 4 bedoeld vaartuig per vaste ligplaats met een oppervlakte van: per seizoenten hoogste 20 m2 € 43,18 meer dan 20 m2 tot en met 30 m2 € 64,72 meer dan 30 m2 tot en met 40 m2 € 86,25 meer dan 40 m2 tot en met 50 m2 € 107,78 meer dan 50 m2 € 129,48 Artikel6Opteren voor niet-forfaitaire maatstaf van heffing 1In afwijking van het bepaalde in artikel 5, lid 2, wordt op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing vastgesteld op het werkelijke aantal etmalen dat verblijf is gehouden, indien blijkt dat dit aantal lager is dan het op de voet van artikel 5 berekende aantal. 2De in het eerste lid bedoelde aanvraag kan desgewenst per vaste ligplaats worden gedaan. Artikel7Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het seizoen. Artikel8Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven terzake van het verblijf:
  9. door degenen die verblijf houden aan boord van:a. een vaartuig dat is ingericht en gebruikt wordt tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van behulphoevenden of van bejaarden;b. kano’s, roei- en volgboten;c. een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijk watergebied bevindt.d. een vaartuig tot het tijdelijk uit hoofde van zijn beroep verrichten van werkzaamheden.
  10. waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting.
  11. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voorzover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2, van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. Artikel9Wijze van belastingheffing/aanslaggrens 1De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. 2Belastingaanslagen van minder dan € 10,-- worden niet opgelegd. Artikel10Termijnen van betaling 1De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk binnen drie maanden na dagtekening van het aanslagbiljet 2In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslag verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan meer is dan € 90,-- en minder dan € 2.500,--, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. Artikel11Kwijtschelding Bij de invordering van watertoeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel12Nadere regels door het college van Burgemeester en Wethouders Het college van Burgemeester en Wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de watertoeristenbelasting. Artikel13Aanmeldingplicht De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot verblijf verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van Burgemeester en Wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b en d, van de Gemeentewet. Artikel14Inwerkingtreding en citeertitel 1De “Verordening watertoeristenbelasting 2010” van 17 december 2009 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten, die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking. 3De datum van ingang van de heffing is 1 april
  12. 4Deze verordening kan worden aangehaald onder de titel “Verordening watertoeristenbelasting 2011”. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de Raad van de gemeente Dirksland,gehouden op 9 december
  13. De griffier, De voorzitter,

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.