Nota activerings- en afschrijvingsbeleid gemeente Zevenaar 2024 1Algemeen In de financiële verordening gemeente Zevenaar 2023, artikel 14, is opgenomen dat het beleid inzake activeren en afschrijven nader zal worden beschreven in de nota activerings- en afschrijvingsbeleid. Deze nota dient voor de nadere uitwerking van het beleid ten aanzien van deze aspecten. 1.1Besluit begroting en verantwoording (BBV) In deze nota worden de artikelen van hoofdstuk V: BBV (artikel 59 t/m 65, bijlage 1) aangevuld met gemeente specifieke handelswijzen en uitgangspunten. 1.2Handelswijzen en uitgangspunten Voor de gemeente Zevenaar worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Alleen nieuwe investeringen, met een verkrijgings- of vervaardigingsprijs van € 25.000 of meer worden geactiveerd; Alle investeringen boven de grens opgenomen in lid 1 worden geactiveerd en lineair afgeschreven; Waar mogelijk wordt de componentenbenadering toegepast (verschillende samengestelde delen van een actief, afzonderlijk opnemen); Activa worden afgeschreven vanaf het jaar na gereed melding; Gelijksoortige activa worden in dezelfde tijdsduur (economische levensduur) afgeschreven, de termijnen zijn beschreven in bijlage 2. Bij voorstellen voor nieuwe investeringen worden naast de kosten van afschrijving ook de rentekosten voor financiering meegenomen. De rentekosten zijn gebaseerd op de gemiddelde rente van een BNG 20 jarige lineaire lening, zonder rente aanpassing. Het rentetarief wordt bepaald over de periode 1 januari tot 1 juli in het jaar waarin de begroting wordt opgesteld. Dit rentepercentage mag worden afgerond op 0,5%. De handelswijzen en uitgangspunten worden nader toegelicht in hoofdstuk 2 en 3. 2Activeren en afschrijven 2.1Begrip Investering Niet elke gemeentelijke uitgave is een investering. Een investering is een uitgave, waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt. Investering worden afgeschreven op basis van de verwachte economische levensduur. Een investering moet aan de volgende regels (van de BBV regelgeving) voldoen om te worden geactiveerd: een verkrijgings- of vervaardigingsprijs die hoger is dan een bepaald minimumbedrag. Investeringen lager dan dit bedrag worden ineens ten laste van de exploitatie gebracht. Een uitzondering hierop zijn gronden en terreinen. de gebruiksduur van de investering bedraagt 3 jaar of langer. In de volgende paragrafen worden de verschillende aspecten nader ingevuld. 2.2Activeringsgrens Het is niet praktisch om alle investeringen die in aanmerking komen om geactiveerd te worden ook daadwerkelijk te activeren. De commissie BBV doet de aanbeveling vanuit efficiency-oogpunt een minimale omvang voor het activeren van vaste activa te hanteren. Hiermee worden extra administratieve handelingen voorkomen. Investeringen welke niet worden geactiveerd, worden in één keer als last genomen in de exploitatie. Activa met een aanschafwaarde lager dan € 25.000 zullen ineens ten laste van de exploitatie worden gebracht. 2.3Afschrijvingsmethode Er bestaan verschillende methoden voor afschrijving. Het BBV laat de gemeenten vrij in de keuze van een methode. De meest voorkomende methoden bij gemeenten zijn: lineair annuïtair Bij de lineaire afschrijvingsmethode wordt jaarlijks een vast percentage van de aanschafwaarde afgeschreven. Hierdoor daalt de boekwaarde van het actief jaarlijks met eenzelfde bedrag. De rentelasten dalen bij toepassing van deze methode naarmate de jaren verstrijken, door de jaarlijkse afname van de boekwaarde van het actief. Bij de annuïteitenmethode blijft de jaarlijkse kapitaallast (=afschrijving + rente) gelijk. De rentelast is gedurende een langere periode de grootste component van de kapitaallast en daalt in de loop van de gebruiksperiode steeds sneller, waardoor het gedeelte voor afschrijving omgekeerd evenredig stijgt. De gemeente Zevenaar hanteert de lineaire methode. De belangrijkste argumenten hiervoor zijn het feit dat de afschrijving constant blijft, deze methode ten opzichte van de annuïtaire methode beter rekening houdt met de relatief sterke waardedaling in de eerste jaren van de gebruiksperiode en de stijgende onderhoudslasten bij veroudering. Op grond van het voorzichtigheidsprincipe wordt ervan uitgegaan dat de restwaarde nihil is. Een uitzondering hierop zijn de investeringen waarbij na desinvestering restmaterialen overblijven welke een restwaarde hebben. Deze restwaarde moet vooraf redelijkerwijs in te schatten zijn en worden onderbouwd met een gespecificeerde berekening. Een voorbeeld hiervan is het circulair bouwen van schoolgebouwen. Uitzondering op lineaire afschrijvingsmethode: De gemeenteraden van de (voormalige) gemeenten Didam, Duiven en Zevenaar hebben voor de uitvoering, de financiering en bekostiging van de gemeentelijke taak op het gebied van de huisvesting van het voortgezet Onderwijs, de “Gemeenschappelijke regeling huisvesting voortgezet onderwijs in de Liemers” vastgesteld. In artikel 11 lid 6, 7 en 8 van deze regeling worden de investeringen voor genoemd doel door de deelnemende gemeenten gedaan op basis van een veertig jarige annuïteit, tegen het percentage dat geldt voor een annuïtaire geldlening bij de bank voor Nederlandse gemeenten (BNG) met eenzelfde looptijd ten tijde van het raadsbesluit over de honorering van aangevraagd investeringsbudget. Uitsluitend huisvestingslasten, waaronder deze kapitaallasten volgens de annuïtaire berekening van de betreffende gemeente, voortvloeiende uit investeringen volgens de wet op het voortgezet onderwijs, die voorafgaand aan het raadsbesluit zijn goedgekeurd door het Gemeenschappelijk orgaan, worden doorbelast en gedekt binnen de begroting van de GR. 2.4Afschrijvingstermijn Op basis van de vastgestelde afschrijvingstermijnen per activumsoort worden de afschrijvingslasten bepaald en begroot. De gehanteerde termijnen per activumsoort zijn opgenomen in bijlage 2. Voor investeringen (gedaan na 1-9-2024) in tweedehands producten wordt een redelijke inschatting gemaakt van de resterende levensduur en naar gelang hiervan afgeschreven. 2.5Ingangsmoment afschrijven De commissie BBV doet de aanbeveling om vast te leggen vanaf welk moment wordt begonnen met afschrijven. In Zevenaar vindt de afschrijving op vaste activa plaats in het jaar na gereed melding. Redenen voor deze keuze zijn: beperkt de onder uitputting op rentelasten als gevolg van vertraging in de uitvoering van investeringen, en is administratief een eenvoudige verwerkingsmethode. 2.6Rente investeringen In opvolging van de notitie rente van de Commissie BBV wordt er geen rente over het eigen vermogen berekend. Alleen de werkelijke rentelasten worden toegerekend aan activa, vanuit het taakveld treasury. Als gevolg hiervan is de verwerking van rente in de begroting te verdelen in twee onderwerpen: Toegerekende rente aan (via) investeringen in huidige budgetten/begroting Rentecomponent bij nieuwe investeringen a. Toegerekende rente aan (via) investeringen in huidige budgetten/begroting De gemeente Zevenaar werkt met totaal financiering. Jaarlijks zijn de rentelasten gebaseerd op de dan aangetrokken geldleningen. In opvolging van de notitie rente worden de rentelasten (en baten) op het taakveld treasury geboekt. De rente wordt aan budgetten (taakvelden) toegerekend, waarbij de investeringen als verdeelsleutel worden gehanteerd. b. Rentecomponent nieuwe investeringen Voor nieuwe investeringen zal moeten worden bepaald hoe deze worden gefinancierd en gedekt. Als er leningen bij de bank moeten worden aangetrokken (vreemd vermogen), dan zal dit hogere rentelasten in de begroting tot gevolg hebben. In de begroting worden de afschrijvingslasten en rentelasten van een investering als aparte onderdelen gezien. Omdat als gevolg van een investering de rentelasten zullen veranderen, moet dit bij de aanvraag van nieuwe investeringen meegenomen worden als te dekken kosten. Voorzichtigheidshalve wordt er bij investeringen altijd vanuit gegaan dat externe financiering noodzakelijk is. De rente die wordt toegepast is gebaseerd op de gemiddelde rente van een BNG 20 jarige lineaire lening, zonder rente aanpassing. Het rentetarief wordt bepaald over de periode 1 januari tot 1 juli in het jaar waarin de begroting wordt opgesteld. Dit rentepercentage wordt afgerond op 0,5% naar boven. 2.7Onderhoud Het is niet toegestaan kosten van onderhoud te activeren en vervolgens af te schrijven. Echter is het wel toegestaan om voor de kosten van onderhoud een voorziening te vormen en deze aan te vullen op basis van beheerplannen, waarbij de werkelijke kosten onttrokken worden aan de voorziening. De laatste methode is minder bewerkelijk en sluit aan bij de huidige vorm van beheersing van bijvoorbeeld het onderhoud van wegen en gebouwen. Het vervangen van een toplaag, reparatie van wegen etc., wordt in Zevenaar ten laste van de voorziening gebracht. Kosten van levensduur verlengende renovaties en/of (vervangings)investeringen in de openbare ruimte die het gebied een vernieuwende functie geven (reconstructies/herinrichtingen), worden wel geactiveerd en afgeschreven. Hierbij kun je denken aan vervangen van complete brugdekken of het gehele kunstwerk. Kosten voor achterstallig onderhoud dienen ineens ten laste van de exploitatie te worden gebracht. 3Waardering 3.1Waarderingsgrondslagen Bij de waarderingsgrondslagen gaat het om de waardebepaling van activa en de regels die daarvoor gelden. Het gaat hierbij om de waardering van balansposten (bezittingen), om een reëel beeld te krijgen van de vermogenspositie van de gemeente. Het BBV geeft strikte regels voor de waardering van activa. Hiermee wordt voorkomen dat financiële resultaten kunnen worden beïnvloed. Ook blijven financiële gegevens in de loop der tijd vergelijkbaar. De hoofdregel voor waardering van activa is opgenomen in artikel 63 van de BBV: activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In Zevenaar worden activa gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs exclusief de indirect toegerekende uren gemeentelijk apparaat en overige indirecte kosten (overhead). Rente wordt niet geactiveerd. 3.2Duurzame waardevermindering van vaste activa In de loop der tijd kan de waarde van een actief zijn veranderd ten opzichte van de boekwaarde ervan op de balans. Herwaardering van activa (naar een hogere waarde) is niet toegestaan, omdat winst pas bij realisatie mag worden genomen. Afwaardering van activa wordt in de meeste gevallen eveneens niet toegestaan, waardering geschiedt immers tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Onder bepaalde voorwaarden zijn bijzondere waardeverminderingen wel toegestaan of verplicht. Het betreft hier bijvoorbeeld waardeverminderingen als gevolg van wijzigingen in de levensduur als gevolg van schade of milieuvervuiling, wijziging van de bestemming en functie van het vastgoed. Een duurzame waardevermindering moet wel worden verwerkt in de balans middels een extra afschrijving. De afwaardering vindt plaats onafhankelijk van het resultaat. Daarnaast is bepaald dat een actief dat buiten gebruik wordt gesteld, wordt afgewaardeerd op het moment van buiten gebruikstelling, indien de restwaarde lager is dan de boekwaarde. Bij vervanging van een niet afgeschreven investering, wordt de restant boekwaarde afgeboekt op het moment van vervanging. 3.3Desinvestering activa Op het moment dat een desinvestering plaatsvindt (bv. verkoop bedrijfsauto of sluiting kantoor), wordt de boekwinst of het boekverlies in het resultaat van het betreffende jaar verwerkt en niet verrekend met de verkrijgingsprijs van een nieuw actief. Het verrekenen is niet toegestaan op grond van het BBV. 3.4Componentenbenadering Investeringen in de openbare ruimte worden vaak gelijktijdig uitgevoerd (wegenonderhoud, inrichting groen, vervanging riool, aanleg openbare verlichting, aanleg parkeerplaatsen). Zowel de aanvraag voor het investeringsbudget als de uitbesteding gebeurt veelal in één investeringsbudget. Vooraf wordt de verdeelsleutel vastgelegd inzake de kosten. De werkelijke uitgaven worden met dezelfde verdeelsleutel verantwoord. In geval van substantieel meerwerk is extra budget nodig. Bij de aanvraag voor extra budget wordt aangegeven naar welke component(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.