Beleidsregels geluid door evenementen in de openbare ruimte en nadere regel festiviteitenregeling voor milieubelastende activiteiten 2025Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen, Gelet op de omgevingsvisie; het omgevingsplan; Artikel 5.66, lid 2 en Artikel 5.68 en Artikel 5.70 Bkl;, en Artikel 4:2 lid 6, Artikel 4:3 lid 6 en artikel 4:6 lid 2 van de APV Vast te stellen de volgende beleidsregels: Beleidsregels geluid door evenementen in de openbare ruimte en nadere regel festiviteitenregeling voor milieubelastende activiteiten 2025. Hoofdstuk1Beleidsregels geluid bij evenementen in de openbare ruimte Paragraaf1Algemeen Artikel1 Deze beleidsregels en nadere regel betreffen de lokale uitwerking van de bevoegdheid van Burgemeester en Wethouders tot het vaststellen van voorschriften voor het afwijken van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Artikel 4:2 lid 6, Artikel 4:3 lid 6 en Artikel 4:6 lid2. Artikel2Definities In deze beleidsregel en nadere regel wordt verstaan onder: Bal: Besluit activiteiten leefomgeving. Begintijd: het begintijdstip van het evenement/festiviteit. De periode tussen begintijd en eindtijd is de netto evenement tijdsduur exclusief op- en afbouw periode(
(1)voorwerp op de weg zonder dat daarop mondeling, schriftelijk of op enigerlei andere wijze de aandacht wordt gevestigd Er mag niet gemusiceerd worden binnen een afstand van 100 meter van kerken en andere voor de voor de openbare eredienst bestemde gebouwen, gedurende de tijden dat daarin godsdienstoefeningen worden gehouden, noch binnen een afstand van scholen, waarin onderwijs wordt gegeven, noch op plaatsen waar stilte wordt gevraagd en gewenst is, noch op dagen en tijden die door middel van openbare bekendmaking zijn afgekondigd; Paragraaf4Geluidvoorschriften en bepalingen voor kermis met centraal geregelde muziek. Artikel28 1.Het is verboden om een muziekinstallatie en andere geluidsapparaten te gebruiken buiten de openingsuren van de kermis, behoudens voor het afstellen en testen op de eerste kermis dag gedurende maximaal een half uur; 2.Het is verboden gebruik te maken van sirenes, hoorns en dergelijke geluidsapparaten, anders dan voor begin en einde van een rit dan wel andere kermisactiviteit aan te kondigen alsook van andere geluidsapparaten; 3.De geluidsinstallatie, inclusief de luidsprekers, mogen zich uitsluitend binnen de kermisattractie bevinden, waarbij de voorzijde van de luidsprekers uitsluitend naar beneden gericht mag zijn en naar het midden van de kermislocatie; de luidsprekers mogen in géén geval op of richting de omringende woonbebouwing zijn gericht; 4.De geluidsinstallatie voor MUZIEK moet zodanig afgesteld zijn dat het geluidsniveau van Leq 90 dB(A) / 103 dB(C), gemeten op 1 meter vóór de luidsprekers niet wordt overschreden (Leq gemeten over minimaal 1 minuut); 5.In geval dat meerdere luidsprekers staan opgesteld geldt dat gemeten tussen de luidsprekers in, of gemeten op 1 meter vóór de luidsprekers, de 90 dB(A)/103 dB(C) niet mag worden overschreden; de 90 dB(A)/103 dB(C) voor muziek mag, waar dan ook gemeten, dus nooit worden overschreden; 6.De geluidsinstallatie voor het ‘gesproken woord’ (of het op een andere wijze aankondigen van een gebeurtenis) moet zodanig zijn afgesteld dat het geluidsniveau van Leq 95 dB(A), gemeten op 1 meter vóór de luidspreker niet wordt overschreden (Leq gemeten over minimaal 1 minuut); 7.In geval dat meerdere luidsprekers staan opgesteld geldt dat gemeten tussen de luidsprekers in, of gemeten op 1 meter vóór de luidsprekers, de 95 dB(A) niet mag worden overschreden; de 95 dB(A) voor het gesproken woord mag, waar dan ook gemeten, dus nooit worden overschreden; 8.Indien, zulks naar het oordeel van politie- en/of toezicht houdende ambtenaren, het geluid afkomstig van de kermisattractie overwegend door lage tonen wordt gekenmerkt, geldt voor de twee aan dit voorschrift voorafgaande voorschriften een strafcorrectie van 5 dB welke van het toegestane geluidsniveau afgetrokken moet worden; 9.Bovengenoemde geluidsniveaus moeten worden gemeten in de meterstand 'fast'; het 'A'-filter moet tijdens de meting meegenomen worden; 10.Onverminderd bovenstaande voorschriften betreffende toelaatbare geluidsniveaus, mag het maximale toelaatbare geluidsniveau (het afgelezen maximale geluidsniveau in de meterstand 'fast') niet meer bedragen dan het toelaatbare geluidsniveau vermeerderd met 10 dB; 11.De kermisattractie dient tijdens de openingsuren te allen tijde toegankelijk te zijn voor politie en/of toezichthoudende ambtenaren; 12.Bij te hard volume dan wel bij niet-nakoming van de overige gestelde voorschriften zal er éénmalig worden gewaarschuwd waarna bij hernieuwde overtreding proces-verbaal wordt opgemaakt en/of een bestuurlijke maatregel wordt genomen waarbij kan worden gedacht aan het intrekken van de muziekontheffing voor (on)bepaalde tijd. Paragraaf5Geluidvoorschriften en bepalingen voor kermis met individueel geregelde muziek. Artikel29 1.Het is verboden om een muziekinstallatie en andere geluidsapparaten te gebruiken buiten de openingsuren van de kermis, behoudens voor het afstellen en testen op de dag voorafgaande aan de eerste kermis dag gedurende maximaal een half uur; 2.Het is verboden gebruik te maken van sirenes, hoorns en dergelijke geluidsapparaten, anders dan voor begin en einde van een rit dan wel andere kermisactiviteit aan te kondigen alsook van andere geluidsapparaten; 3.De geluidsinstallatie, inclusief de luidsprekers, mogen zich uitsluitend binnen de kermisattractie bevinden, waarbij de voorzijde van de luidsprekers uitsluitend naar beneden gericht mag zijn en naar het midden van de kermislocatie; de luidsprekers mogen in géén geval op of richting de omringende woonbebouwing zijn gericht; 4.De geluidsinstallatie voor MUZIEK moet zodanig afgesteld zijn dat het geluidsniveau van Leq 90 dB(A)/103 dB(C), gemeten op 1 meter vóór de luidsprekers niet wordt overschreden (Leq gemeten over minimaal 1 minuut); 5.In geval dat meerdere luidsprekers staan opgesteld geldt dat gemeten tussen de luidsprekers in, of gemeten op 1 meter vóór de luidsprekers, de Leq 90 dB(A)/103 dB(C) niet mag worden overschreden; de Leq 90 dB(A)/103 dB(C) voor muziek mag, waar dan ook gemeten, dus nooit worden overschreden; 6.De geluidsinstallatie voor het ‘gesproken woord’ (of het op een andere wijze aankondigen van een gebeurtenis) moet zodanig zijn afgesteld dat het geluidsniveau van Leq 95 dB(A), gemeten op 1 meter vóór de luidspreker niet wordt overschreden (Leq gemeten over minimaal 1 minuut); 7.Indien, zulks naar het oordeel van politie- en/of toezicht houdende ambtenaren, het geluid afkomstig van de kermisattractie overwegend door lage tonen wordt gekenmerkt, geldt voor de twee aan dit voorschrift voorafgaande voorschriften een strafcorrectie van 5 dB welke van het toegestane geluidsniveau afgetrokken moet worden; 8.Bovengenoemde geluidsniveaus moeten worden gemeten in de meterstand 'fast'; 9.Onverminderd bovenstaande voorschriften betreffende toelaatbare geluidsniveaus, mag het maximale toelaatbare geluidsniveau (het afgelezen maximale geluidsniveau in de meterstand 'fast') niet meer bedragen dan het toelaatbare geluidsniveau vermeerderd met 10 dB; 10.De kermisattractie dient tijdens de openingsuren te allen tijde toegankelijk te zijn voor politie en/of toezichthoudende ambtenaren; 11.Bij te hard volume dan wel bij niet-nakoming van de overige gestelde voorschriften zal er éénmalig worden gewaarschuwd waarna bij hernieuwde overtreding proces-verbaal wordt opgemaakt en/of een bestuurlijke maatregel wordt genomen waarbij kan worden gedacht aan het intrekken van de muziekontheffing voor (on)bepaalde tijd. Hoofdstuk3Festiviteitenregeling Paragraaf1Collectieve festiviteiten Artikel30Voorwaarden voor collectieve festiviteiten 1.Het equivalente geluidsniveau (Leq) veroorzaakt door geluid veroorzakende activiteiten, bedraagt niet meer dan 65 dB(A) / 78 dB(C), gemeten over minimaal 2 minuten, op 1 meter buiten de gevel van gevoelige gebouwen, op een hoogte van minimaal 1,5 meter boven plaatselijk maaiveld. 2.Indien het dichtstbij gelegen geluidgevoelige gebouw op meer dan 35 meter van de buitengevel van het gebouw waarin de incidentele festiviteit wordt gehouden is gesitueerd, geldt de norm uit lid 1 op 35 meter afstand vanaf de buitengevel van het gebouw waarin de incidentele festiviteit wordt gehouden, op een hoogte van minimaal 1,5 meter boven plaatselijk maaiveld. 3.Toeslagen voor de aard van het geluid en de bedrijfsduurcorrectieterm blijven achterwege. 4.Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore brengen van muziek, hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in het omgevingsplan, uiterlijk om 01.00 uur van de volgende dag te worden beëindigd. 5.Tijdens de collectieve festiviteit blijven ramen en deuren van gebouwen waar geluidveroorzakende activiteiten plaatsvinden gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen. Artikel31Aanvullende voorwaarden voor de Vierdaagsefeesten 1.Het equivalente geluidsniveau (Leq) veroorzaakt door gebouwen waar geluid veroorzakende activiteiten tijdens de Vierdaagsefeesten, bedraagt niet meer dan 80 dB(A) / 93 dB(C), gemeten over minimaal 2 minuten op 5 meter vanaf een geheel of gedeeltelijk geopende gevel van een gebouw waar geluidveroorzakende activiteiten plaatsvinden, op een hoogte van minimaal 1,5 meter boven plaatselijk maaiveld. 2.Toeslagen voor de aard van het geluid en de bedrijfsduurcorrectieterm blijven achterwege. 3.De luidspreker(
- s)moeten binnen het gebouw zijn opgesteld. 4.De luidspreker(
- s)binnen 3 meter van een geheel of gedeeltelijk geopende gevel mogen niet geheel of gedeeltelijk naar de geopende gevel zijn gericht. Paragraaf2Incidentele festiviteiten Artikel32Specifiek aangewezen gebieden 1.één van de twee incidentele festiviteiten is toegestaan op een open erf of terrein, niet zijnde openbare toegankelijk gebied en niet gelegen in het stadscentrum. 2.Voor deze incidentele festiviteiten zijn artikel 5, 6, 7, 12, 13, 14, 15 en 17 van deze beleidsregel van toepassing. 3.Het is de Atletiekbaan, gelegen aan de Heemraadstraat 3 te Nijmegen toegestaan maximaal 6 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidnormen uit hoofdstuk 22 van het omgevingsplan niet van toepassing zijn mits degene die de activiteit verricht tenminste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. 4.Het is een gebouw en/of open erf of terrein, gelegen aan een locatie zoals benoemd in artikel 8 van dit beleid toegestaan om een incidentele festiviteit te houden op de dagen en tijden dat op die locatie een ontheffing van het verbod geluidhinder, (artikel APV 4:6) is afgegeven. 5.Een incidentele festiviteit op een open erf of terrein, niet zijnde openbare toegankelijk gebied, die grenst aan een locatie, of binnen de invloedssfeer van een locatie, zoals benoemd in artikel 8 ligt, kan worden gehouden indien het benodigde aantal punten voor deze incidentele festiviteit samen met de reeds uitgegeven/gereserveerde punten, het maximaal toegestane aantal punten van de locatie niet overschrijdt. Artikel33Aanvullende voorwaarden voor incidentele festiviteiten binnen een gebouw van een gemelde Milieubelastende activiteit (Bor / Bal) 1.Het equivalente geluidsniveau (Leq), veroorzaakt door een incidentele festiviteit binnen een gebouw, bedraagt niet meer dan 65 dB(A) / 78 dB(C), gemeten over een aaneengesloten periode van minimaal 2 minuten, op 1 meter buiten de gevel van een geluidgevoelig gebouw, op een hoogte van minimaal 1,5 meter boven plaatselijk maaiveld of voor publiek toegankelijke galerij. 2.Indien het dichtstbij gelegen geluidgevoelige gebouw op meer dan 35 meter van de buitengevel van het gebouw waarin de incidentele festiviteit wordt gehouden is gesitueerd, geldt de norm uit lid 1 op maximaal 35 meter afstand vanaf de buitengevel van het gebouw waarin de incidentele festiviteit wordt gehouden, op een hoogte van minimaal 1,5 meter boven plaatselijk maaiveld. 3.Het ten gehore brengen van muziek, hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in hoofdstuk 22 van het omgevingsplan, wordt uiterlijk om 01.00 uur van de volgende dag beëindigd. 4.Toeslagen voor de aard van het geluid en de bedrijfsduurcorrectieterm blijven achterwege. 5.Tijdens de incidentele festiviteit blijven ramen en deuren van het gebouw waarin de festiviteit wordt gehouden gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen. Artikel34Verboden incidentele festiviteiten. Een incidentele festiviteit mag niet worden gehouden door een rechtspersoon aan welke door het college een last onder dwangsom is opgelegd of een andere bestuursrechtelijke maatregel is getroffen wegens geluidsoverlast. Artikel35Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze beleidsregels en nadere regels treden inwerking een dag na bekendmaking met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2025 onder gelijktijdige intrekking van ‘Beleidsregels geluid door evenementen in de openbare ruimte en nadere regel festiviteitenregeling voor milieubelastende activiteiten 2024’. 2.Deze beleidsregels worden aangehaald als: ‘Beleidsregels geluid door evenementen in de openbare ruimte en nadere regel festiviteitenregeling voor milieubelastende activiteiten 2025’. Aldus vastgesteld in de collegevergadering van: 11 februari 2025.de gemeentesecretarisA.P.W. van de Kliftde burgemeesterH.M.F. BrulsArtikelsgewijze toelichting Artikel 2 (Evenementen) locatie: voorbeelden van locaties zijn een park, een straat of een plein. Dit kan ook een gedeelte van een park, een straat of een plein betreffen. Voor evenementen geldt dat de instructieregels gericht op het bereiken van een aanvaardbaar geluid door activiteiten (§ 5.1.4.2.2 Bkl – Besluit kwaliteit leefomgeving ) niet van toepassing zijn. Er zijn geen standaardwaarden of grenswaarden die verplicht opgenomen moeten worden in het omgevingsplan. De gemeente kan zelf bepalen welke regels zij opnemen die borgen dat het geluid van evenementen aanvaardbaar is. Het betreft hier locaties die qua grootte en vorm geschikt voor het houden van veel soorten evenementen. Over het algemeen zijn er horecagelegenheden rondom deze locaties. De evenementen op deze locaties worden georganiseerd door/namens de gemeente, door particuliere organisaties of door de horeca. Dit houdt tevens in dat zowel de lusten (evenementen en horeca) als de lasten (geluidhinder, opbouwen en afbreken) geconcentreerd zijn rondom deze locaties. Het Bkl (Besluit kwaliteit leefomgeving) is van toepassing op evenementen in openbare ruimte. Voor evenementen Niet in de openbare ruimte geldt in beginsel het Bal (Besluit activiteiten leefomgeving). Deze beleidsregels geven de uitwerking. Open erf of terrein (niet zijnde openbaar toegankelijk gebied): deze zin vervangt het begrip: de ruimte (binnen de grens) van de inrichting uit de voormalige milieuregelgeving. Overige Locaties: onder de overige locaties vallen alle locaties die niet met naam genoemd zijn in Artikel 8. Vooropgesteld dat de locaties toelaatbaar zijn uit het oogpunt van veiligheid, overlast etc. Dit wordt steeds per geval beoordeeld. Er mogen uitsluitend evenementen worden georganiseerd die wijk- buurt- of straat gebonden zijn. Artikel 3 Een carnavalsoptocht valt niet onder dit artikel omdat hier de (geluids-)wagens een onderdeel zijn van het evenement. Artikel 5 Uitgangspunt is ‘Niet meer ontheffen dan noodzakelijk’. Dit betekent dat het publiek wat interactie heeft met het evenement, dit evenement ook moet kunnen ervaren. Het publieksdeel is het gebied waarbinnen het publiek interactie heeft met het podium/activiteit. In de praktijk betekent dit dat op de maximale afstand tussen geluidbron en de grens van het publieksdeel een ontheffingswaarde van Leq 80 dB(A)/93 dB(C) over 2 minuten wenselijk is. Het lager stellen van de ontheffingswaarde bij de muziekevenementen is niet realistisch omdat het achtergrondniveau van het aanwezige publiek al zo hoog is dat 80 dB(A) muziekgeluid nodig is om boven het geluidniveau van het publiek uit te komen. Indien de afstand tussen geluidbron en de grens van het publieksdeel groter is dan 50 meter, dan zijn delay opstellingen zeer wenselijk. In specifieke situaties kan het gebruik van delay opstellingen ook verplicht worden. Bij overschrijding van 80 dB(A) aan de gevel van woningen zal dit voor bewoners leiden tot forse hinder in de woning waar de geluidwering van de gevels minder is dan 30 dB. Deze geluidwering van gevels is op veel plaatsen het geval. Alleen een Leq dB(A) norm kan niet voorkomen dat lage tonen (Laag frequent geluid) alsnog overmatig aanwezig kunnen zijn. Hiervoor is de Leq dB(C) norm en optioneel de LAf,max [in de 63Hz oktaafband] in de ontheffing opgenomen. De LAf,max norm is alleen van belang bij dance events. Het gros van de live- muziekevenementen wordt hier niet mee ingeperkt. Artikel 6 Het energetisch gemiddelde van de fluctuerende geluiddrukniveaus van het ter plaatse gedurende een bepaalde periode optredende geluid. De meetperiode is doorgaans minimaal twee minuten, tenzij anders aangegeven in het maatwerk voorschrift. Indien de meetwaarde na deze periode niet is gestabiliseerd (binnen +/- 1 dB) , wordt de meting voortgezet. Bij handhaving door, op in opdracht van de gemeente wordt gebruik gemaakt van een integrerende geluidmeter (klasse 1). Artikel 7 In de ontheffing wordt aangegeven waar de normstelling geldt. Afhankelijk van de omvang en soort evenement worden geluidnomen opgelegd: op beoordelingslijn(
- en)weergegeven in een situatietekening. bij een geluidgevoelige locatie of een geluidgevoelig gebouw. op x meter afstand van de geluidbron(nen). Bij een geluidnorm op de beoordelingslijn(
- en)wordt in ieder geval rekening gehouden met het publieksdeel behorend bij het evenement. Minimaal één beoordelingslijn wordt dan gelegd op de maximale afstand tussen geluidbron en de grens van het publieksdeel. Artikel 8 Elke locatie heeft een maximum aantal punten per kalenderjaar. Een evenement wordt getoetst op de aspecten tijdsduur, eindtijd en gewenst geluidniveau. Elk aspect heeft een eigen gewicht en factor. Een kleinschalig evenement scoort minder punten dan een grootschalig evenement. Indien het aantal punten voor deze locatie (voor het betreffende kalenderjaar) is bereikt, zijn in principe geen nieuwe ontheffingen meer toegestaan voor de rest van het kalenderjaar. Voorbeeld van omzetting van maximum aantal evenementendagen (van toepassing in het beleid t/m december 2008) naar maximum aantal punten: PLAATJE 1 In het voorbeeld zijn de 23 evenementendagen van de locatie Klein Mariënburg (conform beleid dec 2008) omgezet naar 828 punten. Een evenement van max 10 uur, eindigend om 24:00 uur ’s nachts met een gemiddeld geluidniveau scoort 36 punten. Een kleinschalig evenement (<5 uur, en alleen gedurende de dagperiode) scoort 10 punten. Artikel 9 Bijvoorbeeld: Carnaval. Dit evenement bestaat uit 4 dagen. In de te toetsing aan het puntensysteem wordt dit evenement voor 4 dagen meegeteld. Per dag, per locatie wordt het aantal punten bepaald. Artikel 10 Bijvoorbeeld: Een activiteit/evenement op de kruising Grote straat/Waalkade telt mee bij de locatie Waalkade, Nijmegen. Reden: Een evenement in de directe omgeving heeft vaak nog een effect op de woonomgeving van de evenementenlocatie. Artikel 14 De systeemcheck en sound check valt buiten deze periode. Artikel 15 Indien het evenement ook een evenementvergunning vereist, zal ook hiermee worden afgestemd. Mocht de evenementvergunning worden geweigerd, dan kan ook geen beroep gedaan worden op dit artikel. Artikel 16 Voor de indiening vereisten van een melding wordt verwezen naar hoofdstuk 2, paragraaf 3. Artikel 17 Het monitoren van het geluid kan met behulp van een geluidmeter. De ontheffing houder, dan wel het bedrijf wat de geluidinstallatie levert en/of bedient, moet in het bezit zijn van een werkende geluidmeter. De geluidmeter moet energetisch kunnen middelen (Leq). Het -door de ontheffing houder- monitoren van het geluid met een eenvoudige geluidmeter met alleen een momentaan uitlezing (‘SLOW’ of ‘FAST’) wordt ontraden. Deze geven een hogere uitlezing. Artikel 18 Voor behandeltermijnen wordt de Awb gehanteerd. Artikel 25 De begintijden en eindtijden in de individuele ontheffingen worden afgestemd op het vooraf in te dienen programma. In de praktijk is de aanvangstijd veelal niet eerder dan 20.00 uur. De verlenging op vrijdag houdt verband met de grote aantallen bezoekers van de intocht Vierdaagse/apotheose Vierdaagse feesten. Muziekontheffingen voor vermaakcentra, waar meerdere horeca-exploitanten aan deelnemen worden op één naam gesteld. Hierdoor is één ondernemer verantwoordelijk en kan het aanbod beter op elkaar worden afgestemd, waardoor de handhaving wordt vergemakkelijkt. Artikel 30 Evenementen vinden vaak plaats bij een andere activiteit. Bijvoorbeeld in een horecagelegenheid of een sportkantine. Het bevoegd gezag bepaalt wat voor die activiteit aanvaardbaar is en hoe dit in toelatingsregels wordt geborgd. Daarvoor gelden de instructieregels voor een ‘normaal’ bedrijf. Zie voor meer informatie de pagina Toelaten bedrijf algemeen en geluid. Op basis van de festiviteitenregeling (artikel 5.68 Bkl) kan de gemeente het volgende regelen: Dat de immissiewaarden uit het omgevingsplan voor die activiteit niet gelden bij specifieke festiviteiten. Voorbeelden hiervan zijn carnaval of Koningsdag. Dat de immissiewaarden voor maximaal 12 festiviteiten niet gelden. Bijvoorbeeld als deze plaatsvinden bij een op die locatie toegelaten horeca-activiteit. Deze laatste toepassing van de festiviteitenregeling kan per locatie, per gebied of per activiteit of een combinatie daarvan uitgewerkt worden. De artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 Activiteitenbesluit zijn overgenomen in het Omgevingsplan, Artikel 22.63, en Artikel 22.70 Artikel 33 Artikel 4:3 lid 1 APV faciliteert 2 incidentele festiviteiten per kalenderjaar waarbij een verruiming op de geluidnorm mogelijk is. Op grond van Artikel 33 lid 1 van deze nadere regel is voor 1 van deze 2 incidentele festiviteiten, op het onbebouwde deel van een perceel, niet zijnde openbaar toegankelijk gebied, een verruiming op de geluidnorm mogelijk. Eerder golden algemene regels binnen een inrichting voor horeca-activiteiten. Nu wijst het Bal geen horeca-activiteiten meer aan. Overgangsrecht: Zolang de gemeente dit niet aanpast, bevat de bruidsschat in het omgevingsplan regels over geluid die gelden voor horeca-activiteiten. In het Activiteitenbesluit betrof dit de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20.