Beleidskader microturbinesDe raad van de gemeente Haarlemmermeer; gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders van 26 november 2024, nummer 11571771; besluit met inachtneming van amendement AM 01: de nota van zienswijzen behorend bij het 'Beleidskader microturbines' vast te stellen; het 'Beleidskader microturbines', met uitzondering van de eis om eerst zonnepanelen te hebben voordat een vergunning verleend wordt om een microturbine te plaatsen, vast te stellen; adviesrecht gemeenteraad, delegatie van bevoegdheden en verplichte participatie onder de Omgevingswet, 1e wijziging vast te stellen, welke wijziging inhoudt dat geen advies van de gemeenteraad nodig is en participatie niet verplicht is voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit bij nieuwbouw of uitbreiding van microturbines. Inleiding In Haarlemmermeer is er vraag naar het realiseren van microturbines. Deze kleine windturbines van maximaal 15 meter (ashoogte) kunnen een goede aanvulling zijn op zonnepanelen op daken. Dit beleidskader geeft aan onder welke voorwaarden Haarlemmermeer bereid is medewerking te verlenen aan het plaatsen van deze microturbines in het landelijk gebied. Doel beleidskader In Haarlemmermeer willen wij microturbines faciliteren en tegelijkertijd de ruimtelijke kwaliteit waarborgen. Met dit beleidskader beogen wij transparantie en uniformiteit te creëren en zorgen wij dat deze ontwikkeling in relatie staat met andere opgaven, zoals landschap, natuur en cultuurhistorie. Daarnaast biedt dit beleid ondernemers, met name die actief zijn in de landbouwsector, de gelegenheid om hun bedrijfsvoering door middel van microturbines te verduurzamen. Leeswijzer Dit beleidskader is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2, Beleidsregels, bevat de begrippenlijst met een kansenkaart om inzichtelijk te krijgen waar in Haarlemmermeer (onder voorwaarden) microturbines zijn toegestaan. In datzelfde hoofdstuk worden de randvoorwaarden en ruimtelijke plaatsingscriteria beschreven waaraan de omgevingsvergunningaanvraag voor een microturbine moet voldoen. Daarna volgt Hoofdstuk 3, Proceswijzer en Checklist. De proceswijzer is een stappenplan voor initiatiefnemers die een omgevingsvergunning willen aanvragen voor een microturbine in Haarlemmermeer. In de checklist staan verder de vereiste documenten die moeten worden ingediend bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een microturbine. Dan is er nog de bijlage. Bijlage A, Juridisch kader en aanpalend beleid, biedt ondersteuning aan initiatiefnemers door aan te geven waar zij nog meer rekening mee dienen te houden naast de beleidsregels. Disclaimer Dit beleidsdocument biedt naast de Beleidsregels (hoofdstuk 2) ook aanvullende informatie en begeleiding voor het aanvragen van een microturbine. Hoewel de inhoud van de aanvullende informatie zorgvuldig is samengesteld, kunnen er geen rechten worden ontleend aan missende of afwijkende informatie over het Juridische kader en aanpalend beleid (Bijlage A) die hierin wordt verstrekt. Het document is onderhevig aan wijzigingen en aanvullingen en dient uitsluitend als basis te worden geïnterpreteerd. De lezer wordt aangemoedigd om professioneel advies in te winnen om de specifieke toepasselijke regelgeving in zijn/haar/hen situatie te beoordelen. Beleidsregels Dit hoofdstuk bevat de begrippenlijst met een kansenkaart om inzichtelijk te krijgen waar in Haarlemmermeer (onder voorwaarden) microturbines zijn toegestaan. Ook worden in dit hoofdstuk de randvoorwaarden en ruimtelijke plaatsingscriteria beschreven waaraan de omgevingsvergunning-aanvraag voor een microturbine moet voldoen. 1.Begrippen Microturbine: Een microturbine is een bouwwerk voor het opwekken van elektriciteit uit wind, met een ashoogte van niet meer dan 15 meter ten opzichte van het gemiddeld maaiveld (of formeel: peil). Ashoogte van een microturbine: De ashoogte van een microturbine wordt gemeten vanaf het maaiveld tot aan: bij een horizontale as-turbine: het middelpunt van de (wieken)as van de microturbine; bij een verticale as-turbine: de bovenzijde van de rotor. Afbeelding 1: Ashoogte van een horizontale as-turbine (links) en verticale as-turbine (rechts) Tiphoogte van een microturbine: De tiphoogte van een microturbine wordt gemeten vanaf het peil (zie definitie) tot aan: microturbine met een horizontale as: de tiphoogte is de ashoogte van een microturbine plus de straal van de rotorcirkel; microturbines met een verticale as: de tiphoogte is de ashoogte van een microturbine plus het deel van de rotorbladen dat daarbovenuit steekt; Afbeelding 2: Tiphoogte van een horizontale as-turbine (links) en verticale as-turbine (rechts) Rotordiameter: De rotordiameter wordt bepaald door het maximale bereik van de rotor, gemeten loodrecht op de as. Afbeelding 3: Rotordiameter van een horizontale as-turbine (links) en verticale as-turbine (rechts) Agrarisch bouwperceel: Een agrarisch bouwperceel is een aaneengesloten stuk grond waarop bebouwing met een hoofdgebouw en bijbehorende gebouwen van een agrarisch bedrijf is toegestaan. Bouwperceel met stedelijke functie: Een bouwperceel waar een stedelijke activiteit is toegestaan is op een aaneengesloten stuk grond waarop bebouwing met hoofdgebouw en bijbehorende gebouwen is toegestaan en die gebruikt worden voor functies die verband houden met wonen, bedrijven, voorzieningen, stedelijk water en stedelijk groen. Erf-en bebouwingsemble: een samenhangend geheel van erfgebouwen (boerderij, huis, schuren, bijgebouwen, etc.), erfbeplantingen (bomen, singels, tuinen, etc.), waterlopen en erfinrichting (verhardingen, hekken, brug, etc.) wordt een ‘erfensemble’ genoemd. Landelijk gebied: Het werkingsgebied Landelijk gebied zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening van de Provincie Noord-Holland. Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (Bopa): Microturbines passen (nog) niet in het geldende omgevingsplan. Initiatiefnemers kunnen aan de hand van dit beleidskader een buitenplanse omgevingsplanactiviteit aanvragen voor realisatie van een microturbine, een zogenaamde Bopa. 2.De Kansenkaart De Kansenkaart De kansenkaart toont aan welke locaties kansrijk zijn voor microturbines: Legenda Landelijk (agrarisch) gebied (LICHT GEEL: In dit landelijk gebied is mogelijk ruimte voor microturbines onder bepaalde voorwaarden) Het zonnecarré (DONKER GEEL: In dit landelijk gebied is mogelijk ruimte voor microturbines onder bepaalde voorwaarden. Let op: Dit gebied valt voor het grootste deel binnen het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL)) Recreatiegebied (GROEN: In dit gebied is enkel in PARK21 onder bepaalde voorwaarden ruimte voor microturbines) Transformatiegebied (GESTREEPT: Dit gebied is toekomstig niet-landelijk gebied. In dit gebied is geen ruimte voor microturbines) Stedelijk gebied (ORANJE: In dit niet-landelijk gebied is geen ruimte voor microturbines) Natuurgebied (BLAUW: In dit landelijk gebied is mogelijk ruimte voor microturbines onder bepaalde voorwaarden. Let op: Dit gebied valt voor een groot deel binnen Natuurnetwerk Nederland) Afbeelding 4: Deze kansenkaart geeft grof weer op welke locaties microturbines mogelijk zijn en waar er beperkingen zijn. De kaart is een indicatie. Landelijk gebied kan door het zijn van een transformatiegebied wijzigen in niet-landelijk gebied (4. In de legenda). Deze kaart bevat geen nuances enuitzonderingsgevallen. Uitgesloten gebieden en gebieden met beperkingen Een aantal gebieden zijn uitgesloten voor de plaatsing van microturbines en in een aantal gebieden gelden beperkingen. Uitgesloten gebieden: Niet-landelijk gebied: Microturbines (van maximaal 15 meter ashoogte) zijn enkel toegestaan in het landelijk gebied. Buiten het landelijk gebied zijn microturbines niet toegestaan. Transformatiegebied (toekomstig niet-landelijk gebied): Bestaand en uit te breiden recreatiegebied, met daaraan grenzend nieuwe woonmilieus bij Nieuw-Vennep, Lisserbroek en Cruquius met ruimte voor recreatie, natuur en stadslandschap. Omdat microturbines enkel zijn toegestaan in het landelijk gebied, zijn ook de toekomstig niet-landelijke gebieden uitgesloten voor het plaatsen van een microturbine. Dijken: vanwege de cultuurhistorische waarde van Spaarndammerdijk, de inlaagdijk en Ringdijk, is het aan deze dijken niet toegestaan microturbines te plaatsen. Unesco Werelderfgoed Hollandse Waterlinies: vanwege de uitzonderlijke universele waarde zijn microturbines hier niet toegestaan. Gebieden met beperkingen Natuurgebied: Microturbines zijn enkel mogelijk als de vastgestelde waarden van beschermd landelijk gebied zoals het Natuurnetwerk Nederland niet worden geschaad. Uit de Omgevingsverordening van de Provincie Noord-Holland blijkt wat de waarden zijn voor het Natuurnetwerk Nederland en ander beschermd landelijk gebied. PARK21: In PARK21 ontwikkelt zich een landschap waar stad en land samenkomen. Het recreatieve landschap en het agrarische poldergebied komen hier samen, zodat bezoekers ook het boerenland kunnen beleven. Hier past het beeld van een moderne agrariër zeer goed bij, en er is dus ook ruimte voor het plaatsen van microturbines. Langs de polderlinten in het parkgebied kunnen deze geplaatst worden op de erven, volgens dezelfde uitgangspunten die voor de polderlinten genoemd zijn, met een aantal aanvullingen: De gebieden die in het bestemmingsplan zijn aangewezen als Parkzone zijn in eerste instantie uitgesloten van microturbines, evenals een extra zone van 30m hierbuiten. In deze gebieden wordt rekening gehouden met het transformeren van agrarisch land naar (bosrijk) parkgebied. Het is niet wenselijk dat hier windmolens in of vlakbij staan. De parklaag is een brede reservering waarvan niet verwacht wordt dat het volledig als park ontwikkeld wordt. Voor deze gebieden geldt dan ook dat er, in samenspraak met het Q-team van PARK21, op basis van de werkelijke ontwikkeling van het gebied kan worden gekeken naar de mogelijkheden. Als algemene winstwaarschuwing geldt dat het landschap van PARK21 in de toekomst sterk zal veranderen en op een aantal plekken minder open zal worden. Dit kan effect hebben op de effectiviteit van microturbines. LIB-beperkingen: In de omgeving van luchthavens mag niet zomaar worden gebouwd. Dit om gevaren voor de veiligheid zo veel mogelijk te voorkomen. Per zone gelden andere beperkingen. Afhankelijk van de zone kunnen microturbines tot maximaal 15 meter ashoogte worden toegestaan. Een overzicht van de beperkingen per zone staat in het Luchthavenindelingbesluit. Bijzonder Provinciaal Landschap; mits het de kernkwaliteiten niet aantast. 3.Randvoorwaarden Een microturbine heeft invloed op de omgeving. Om de microturbines zo goed mogelijk in de omgeving in te passen is per locatie maatwerk vereist. Daarbij is het belangrijk dat een turbine een logisch onderdeel vormt van het bestaande erf - of bebouwingsensemble. Daarnaast moet rekening gehouden worden met het ruimtelijk effect op de omgeving buiten het erf. Voor de afweging van deze initiatieven zijn de beleidsregels (de randvoorwaarden en ruimtelijke plaatsingscriteria) in dit hoofdstuk opgesteld. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een microturbine moet aan de volgende voorwaarden voldoen: 3.1Gebruikersvoorwaarden De microturbine mag uitsluitend aangevraagd worden voor een werkend bedrijf in het landelijk gebied. De microturbine is in de basis bedoeld voor eigen gebruik en wordt niet primair gebruikt om energie te leveren aan het net. 3.2Voorwaarden ten aanzien van de microturbine De ashoogte van een microturbine bedraagt niet meer dan 15 meter ten opzichte van het peil; De microturbine heeft een overwegend rank silhouet; De microturbine heeft een ingetogen kleurgebruik passend bij het agrarisch of bedrijfsbouwvlak in het landelijk gebied; De bijbehorende elementen zijn ondergeschikt in maat, eveneens in ingetogen kleuren; Er wordt geen reclame geplaatst op of aan de microturbine. 3.3.Overige randvoorwaarden Aan de omgevingsvergunning kan het college het voorschrift verbinden dat binnen één jaar na het definitief buiten gebruik stellen van een microturbine dient de constructie inclusief bijbehorende voorzieningen te worden verwijderd, dit om landschapsbehoud, ruimteoptimalisatie en veiligheid te bevorderen. Het college kan maatwerkvoorschriften opnemen bij verlening van de omgevingsvergunning voor de microturbine ten aanzien van de volgende onderwerpen (zie ook Bijlage A, juridisch kader en aanpalend beleid): Slagschaduw en lichtschittering; Geluidshinder. 4.Ruimtelijke plaatsingscriteria Een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een microturbine moet aan de volgende ruimtelijke plaatsingscriteria voldoen: 4.1De microturbine (inclusief alle bijbehorende technische installaties) wordt in het landelijk gebied geplaatst, op: Een (agrarisch) bouwperceel; Een bouwperceel met stedelijke functie van ten minste 1 hectare. 4.2Er is maximaal één microturbine per bouwvlak toegestaan. 4.3De microturbine sluit in landschappelijk opzicht aan bij de omliggende bebouwing en wordt zorgvuldig ruimtelijk ingepast. Dit houdt in dat: de microturbine (inclusief alle bijbehorende technische installaties) zoveel mogelijk geplaatst wordt binnen de visuele begrenzing van het erf- en bebouwingsensemble (met een maximale afstand van 30 meter achter het erf, op het bouwperceel). Toelichting 3a. Zoveel mogelijk binnen de visuele begrenzing van het erf- en bebouwingsensemble Afbeelding 5: de microturbine zoveel mogelijk geplaatst wordt binnen de visuele begrenzing van het erf- en bebouwingsensemble (en op het bouwperceel). de microturbine (inclusief alle bijbehorende technische installaties) aan de achterkant van het erf wordt geplaatst. Voorkom daarbij zoveel mogelijk dat de turbine in zichtlijnen vanaf de openbare weg wordt geplaatst door deze achter de bebouwing en/of beplanting te situeren. Toelichting 3c. Aan de achterkant van het erf plaatsen Afbeelding 6: de microturbine wordt aan de achterkant van het erf geplaatst. de plaatsing van de microturbine doet geen onevenredige afbreuk aan de cultuurhistorische elementen van Haarlemmermeer als bedoeld in Nota beleid cultureel Erfgoed Haarlemmermeer | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl). de microturbine wordt, in afwijking van het bepaalde onder 4.3, sub a, niet nabij gebouwen en in/nabij lijnvormige elementen en erfbeplanting geplaatst, indien uit de ecologische quickscan (plus evt. aanvullend onderzoek) blijkt dat een effect op beschermde natuurwaarden niet kan worden uitgesloten. Hierbij dient naast eventuele verblijfplaatsen ook de aanwezigheid van foerageergebied en vliegroutes te worden beoordeeld. In deze situatie geldt: Als er lijnvormige elementen achter het erf aanwezig zijn, zoals bomenrijen en struweel, wordt de microturbine op minimaal 10 meter afstand van het lijnvormige element geplaatst, met een maximale toegestane afstand van 30 meter van het erf en op het bouwperceel, om aanvaringslachtoffers te voorkomen. Als er mogelijke verblijfplaatsen zijn in of nabij de gebouwen op het erf, wordt de microturbine op minimaal 10 meter afstand van het erf geplaatst, met een maximale toegestane afstand van 30 meter van het erf en op het bouwperceel, om aanvaringslachtoffers te voorkomen. Toelichting 3d. i. Buiten de lijnvormige elementen plaatsen Afbeelding 7: Indien uit onderzoek blijkt dat een effect op beschermde natuurwaarden niet kan worden uitgesloten, wordt de microturbine niet in of nabij lijnvormige elementen en erfbeplanting geplaatst. Toelichting 3d. ii. Buiten de grenzen van mogelijke verblijfplaatsen plaatsen Afbeelding 8: Indien uit onderzoek blijkt dat een effect op beschermde natuurwaarden niet kan worden uitgesloten, wordt de microturbine niet nabij gebouwen geplaatst. Draag zorg voor een (groene) inpassing van de windturbine op het bouwvlak. Houd bestaande beplanting zoveel mogelijk intact. Wanneer er onverhoopt toch wat beplanting moet worden verwijderd voor een beter rendement van de turbine beperk dit dan tot de beplanting binnen een straal van 15 m. (1 x ashoogte) vanaf de turbine. Compenseer verwijderde erfbeplanting in gelijke mate door de resterende erfbeplanting steviger aan de zetten (verbreden). Lagere beplanting kan worden gebruikt om de windturbine visueel onderdeel van het bebouwingsensemble te maken. 4.4De microturbine (inclusief alle bijbehorende technische installaties) moet goed bereikbaar zijn, dat wil zeggen geen obstakels op de weg ernaartoe, voor hulpdiensten en onderhoudsdiensten. 4.5De afstand van een microturbine tot: een andere microturbine (op een nabijgelegen erf) bedraagt niet minder dan drie keer de rotordiameter; openbaar gebied is zodanig dat de wieken of de constructie van de microturbine niet overhangt boven openbaar gebied; gronden van derden is zodanig dat de wieken of de constructie van de microturbine niet overhangt boven gronden van derden. Proceswijzer en Checklist Dit hoofdstuk behandelt de Proceswijzer en Checklist. De proceswijzer is een stappenplan voor initiatiefnemers die een omgevingsvergunning willen aanvragen voor een microturbine in Haarlemmermeer. In de checklist staan verder de vereiste documenten die moeten worden ingediend bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een microturbine. Proceswijzer Heeft u als initiatiefnemer een idee voor het plaatsen van een microturbine? Om te onderzoeken of uw initiatief kansrijk is, volgt u onderstaand stappenplan: Stap 1, gebruik: Is de microturbine voor eigen gebruik? De microturbine is in de basis bedoeld voor eigen gebruik en wordt niet primair gebruikt om energie te leveren aan het net. Er wordt in beginsel uitgegaan van opwek die niet meer bedraagt dan een jaar rond eigen verbruik. Stap 2, locatie: Ligt uw locatie in een zone waar microturbines zijn toegelaten op basis van gemeentelijke kaders, provinciaal beleid en rijksregels? Of ligt het in een gebied waar voorwaarden gelden? Check voor een eerste indicatie hoofdstuk 2, paragraaf 2.2, de kansenkaart Check het Omgevingsplan. Controleer of er sprake is van een agrarisch bouwperceel of bouwperceel met stedelijke functie van ten minste 1 hectare in landelijk gebied. Zo ja, dan is de kans aanwezig dat de locatie kansrijk is voor microturbines. Check Omgevingsverordening NH2022 | Lokale wet- en regelgeving (overheid.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.