Subsidieregeling waterstofinnovaties Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, gelezen het voorstel van de wethouder Haven, Economie, Horeca en Bestuur (M2501-1375); gelet op artikel 3, derde lid en de artikelen 4, 5, 6 en 7 van de Subsidieverordening Rotterdam 2014; overwegende dat: het college het wenselijk acht subsidie beschikbaar te stellen voor waterstofinnovaties gelet op de ontwikkeling van een breed waterstofcluster om de klimaatdoelen te behalen en op de inzet op het ontstaan van nieuwe bedrijvigheid op het gebied van waterstof. besluit: Artikel1Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: Algemene Groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187/1); experimentele ontwikkeling: experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 2, zesentachtigste lid, van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening; haalbaarheidsstudie: haalbaarheidsstudie als bedoeld in artikel 2, zevenentachtigste lid, van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening; waterstofinnovaties: innovatieve diensten, producten, projecten, oplossingen en aanpakken op het gebied van waterstof. Artikel2Toepassingsbereik Deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten op het gebied van waterstofinnovaties. Artikel3Activiteiten 1.Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor de volgende activiteiten of een combinatie van activiteiten: het doen van een haalbaarheidsstudie voor de realisatie van waterstofinnovaties die bijdragen aan de Rotterdamse ambities en doelen op het gebied van waterstof; het realiseren van een experimentele ontwikkeling voor waterstofinnovaties die bijdragen aan de Rotterdamse ambities en doelen op het gebied van waterstof; 2.Aanvragen die gericht zijn op algehele ondersteuning van het ondernemingsklimaat voor waterstofinnovatie en daaraan gerelateerde programma’s komen niet in aanmerking voor subsidie. Artikel4Doelgroep Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan rechtspersonen die staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Artikel5Staatsteun 1.Een onderneming kan in aanmerking komen voor subsidie indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: de rechtspersoon verkeerde niet in financiële moeilijkheden in de zin van artikel 4 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening; ten aanzien van de rechtspersoon staat geen bevel tot terugvordering uit ingevolge een eerder besluit van de Commissie van de Europese Unie waarbij de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard. 2.De subsidie wordt getoetst aan de relevante onderdelen van artikel 25 en de algemene bepalingen van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening. Artikel6Kosten die voor subsidie in aanmerking komen 1.Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van een activiteit als bedoeld in de categorieën zoals benoemd in artikel 25, derde lid, onderdeel a tot met e, en vierde lid van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening. 2.Niet voor subsidiëring in aanmerking komen de kosten die door subsidieontvanger zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag. Artikel7Hoogte van de subsidie 1.Een subsidie bedraagt ten minste € 150.000 en ten hoogste € 400.000. 2.De subsidie voor een haalbaarheidsstudie als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, bedraagt ten hoogste 50% van de in aanmerking komende kosten, bedoeld in artikel 25, vijfde lid, onderdeel d, van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening. 3.De subsidie voor experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 3, onderdeel b, bedraagt ten hoogste 50% van de in aanmerking komende kosten, bedoeld in artikel 25, vijfde lid, onderdeel c en artikel 25, zesde lid sub a en sub c van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening. 4.De totale publieke bijdrage aan de subsidiabele kosten is nooit meer dan de maximum percentages als genoemd in het tweede en derde lid van dit artikel. Artikel8Subsidieplafond 1.Voor subsidieverlening op grond van deze subsidieregeling geldt voor het kalenderjaar 2025 een subsidieplafond van € 2.000.000. Dit bedrag is als volgt uitgesplitst: het volledige bedrag van € 2.000.000 is beschikbaar voor de openstelling vanaf de datum van publicatie tot en met 5 mei 2025; het bedrag dat na de eerste openstelling van kalenderjaar 2025 nog beschikbaar is, komt beschikbaar voor een tweede openstelling in kalenderjaar 2025 en wordt in een apart besluit door het college bekendgemaakt. 2.Voor opvolgende jaren wordt het subsidieplafond in een separaat besluit door het college bekend gemaakt. Artikel9Wijze van verdeling 1.Verstrekking van subsidie vindt plaats in volgorde van de door het college van burgemeester en wethouders aangebrachte rangschikking, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt. 2.Bij de rangschikking van de aanvragen kent het college van burgemeester en wethouders punten toe aan de hand van de volgende criteria: maatschappelijke relevantie voor Rotterdam en innovatie; bijdrage aan de transitie naar een breed waterstofcluster en doelstellingen op het gebied van waterstof; bijdrage aan investeringen en werkgelegenheid in respectievelijk miljoen euro investeringen en FTE; mate van innovatie van oplossing of aanpak; haalbaarheid en impact; heldere aansluiting van innovatie bij marktbehoefte; helder en kansrijk verdienmodel; kwaliteit van het projectplan; Mate van kennis, ervaring en belang bij toepassing en opschaling van aanvrager en betrokken stakeholders en hun relatie met Rotterdam; omvang, mate van schaalbaarheid en repliceerbaarheid; haalbaarheid voorziene kapitaalinvestering; budget; waar voor het geld; realistische kostenraming voor beoogde activiteiten van het project; toegevoegde waarde van de subsidie op het project. 3.Aan de rangschikkingscriteria worden punten toegekend als vermeld in de bijlage van deze subsidieregeling. 4.Enkel subsidieaanvragen met een minimale totaalscore van 40 punten en een minimale score van 3 punten per criterium worden in de rangschikking meegenomen. 5.Indien meerdere aanvragen een gelijke score hebben en het subsidieplafond met deze aanvragen overschreden zou worden, wordt de onderlinge rangschikking van deze aanvragen door middel van loting vastgesteld. Artikel10Aanvraag 1.De subsidie wordt digitaal aangevraagd onder gebruikmaking van de formulieren die op de website www.rotterdam.nl/subsidies beschikbaar zijn gesteld. 2.De subsidieaanvraag gaat vergezeld van: een ingevulde template ‘projectplan’ dat de innovatie, het project, de beoogde projectresultaten en de te nemen vervolgstappen en investeringsbeslissingen beschrijft, toegespitst op de criteria van artikel 9, tweede lid; een ingevulde template ‘begroting’ bevattende een financiële specificatie van het project waaruit het college de opbouw en de samenstelling van de kosten, de financiering en de verdeling hiervan over de activiteiten van het project kan afleiden; Een digitaal gewaarmerkt uittreksel uit het handelsregister dat actueel en in lijn met de praktijk is op het moment van aanvragen; In het geval van een aanvraag voor experimentele ontwikkeling volgens artikel 3, eerste lid, sub b: een jaarrekening over het meest recente afgesloten boekjaar. Indien de jaarrekening controleplichtig is, dienen de accountantsverklaringen te worden bijgevoegd; In het geval van een aanvraag voor experimentele ontwikkeling volgens artikel 3, eerste lid, sub b: een ingevuld template ‘type aanvrager’, waarin de aanvrager of aanvragers met behulp van documenten uit dit artikel 10, lid 2c en 2d aantonen of zij behoren tot respectievelijk klein- en middenbedrijf en onderneming gevestigd in Groot Rijnmond; een verklaring van geen financiële moeilijkheden. Artikel11Aanvraagtermijn 1.Een subsidieaanvraag voor de openstelling 2025 wordt ingediend vanaf de publicatiedatum tot en met 5 mei 2025. 2.De aanvraagtermijn voor volgende subsidierondes wordt door het college bekend gemaakt bij separaat besluit. Artikel12Beslistermijn Het college beslist binnen uiterlijk 12 weken na sluiting van de aanvraagtermijn op de aanvraag om subsidie. Deze termijn kan eenmalig met 8 weken worden verlengd. Artikel13Verplichtingen 1.De subsidieontvanger werkt mee aan het delen van niet-concurrentiegevoelige projectresultaten, -gegevens en -inzichten die zijn opgedaan tijdens het project. 2.Subsidies hebben een maximale looptijd van 2 jaar vanaf toekenning van de subsidie. Artikel14Inwerkingtreding 1.Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst; Artikel15Citeertitel Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling waterstofinnovaties Aldus vastgesteld in de vergadering van 4 maart 2025.De secretaris, G.J.D. Wigmans De burgemeester,C.J. Schouten Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl Bijlage. Puntenverdeling als bedoeld in artikel 9, derde lid, van de Subsidieregeling waterstof innovaties Rangschikking en wijze van verdeling Bij de rangschikking van de aanvragen kent het college punten toe aan de hand van de volgende criteria: a. maatschappelijke relevantie Rotterdam en innovatie; bijdrage aan de transitie naar een breed waterstof cluster en doelstellingen op het gebied van waterstof. bijdrage aan investeringen en werkgelegenheid in respectievelijk miljoen euro investeringen en FTE; mate van innovatie van oplossing of aanpak; b. haalbaarheid en impact; heldere aansluiting van innovatie bij marktbehoefte; helder en kansrijk verdienmodel; kwaliteit van het projectplan; Mate van kennis, ervaring en belang bij toepassing en opschaling van aanvrager en betrokken stakeholders en hun relatie met Rotterdam; omvang, mate van schaalbaarheid en repliceerbaarheid; haalbaarheid voorziene kapitaalinvestering; c. budget; waar voor je geld; realistische kostenraming voor beoogde activiteiten van het project; toegevoegde waarde van de subsidie op project. De criteria zijn terug te vinden in artikel 9 van deze regeling. Elk criterium krijgt een score van 0-5 punten. De aanvrager beschrijft het criterium niet of onvoldoende in de aanvraag. Er is incomplete of missende informatie. De aanvrager beschrijft het criterium in de aanvraag. De aanvrager onderbouwt onvoldoende hoe het criterium wordt behaald. De aanvraag vertoont op dit punt duidelijke tekortkomingen en zwaktes. De aanvrager beschrijft het criterium in de aanvraag. De aanvrager onderbouwt onvoldoende hoe het criterium wordt behaald. De aanvraag vertoont op dit punt enkele zwaktes. De aanvrager beschrijft het criterium in de aanvraag. De aanvrager onderbouwt voldoende hoe het criterium wordt behaald. De aanvraag vertoont op dit punt enkele kleine zwaktes. De aanvrager beschrijft het criterium in de aanvraag. De aanvrager onderbouwt goed hoe het criterium wordt behaald. De aanvraag vertoont op dit punt hooguit kleine zwaktes. De aanvrager beschrijft het criterium in de aanvraag. De aanvrager onderbouwt uitstekend hoe het criterium wordt behaald op een complete en relevante manier. Er zijn geen of heel kleine tekortkomingen. Inhoudelijke beoordeling van de verschillende categorieën Onderdeel a, subonderdeel 1: Bijdrage aan ontwikkeling breed waterstof cluster Bijdrage aan de ontwikkeling van breed waterstof cluster wordt getoetst op de mate waarin de aanvraag en onderliggende doelstellingen, bijdragen aan de doelstellingen voor de ontwikkeling van een breed waterstofcluster. Doelen en ambities zijn onder andere vastgelegd in: Gemeentelijke visie op waterstof 2020 (20bb007093); Een stad coalitieakkoord 2022-2026 (22bb004153); Havenvisie 2030 (19bb22907 en 24bb002075); Het Klimaat Actieplan Rotterdam (24bb003318); Collegebrief over verdeling DTB-middelen (22bb008754). In het bij de aanvraag in te dienen projectplan kunnen aanvragers dit nader toelichten en duiden onder “bijdrage aan de doelstellingen” voor wat betreft: beoogde jaarlijkse CO2 winst bij een positieve investeringsbeslissing (FID) voor de beoogde vervolgstap dan wel vervolgstappen; beoogde jaarlijkse extra productie van groene waterstof bij een positieve investeringsbeslissing (FID) voor de beoogde vervolgstap dan wel vervolgstappen. Bij de beoordeling wordt voor dit criterium ook gekeken naar de mate waarin het project bijdraagt aan het slim koppelen van vraag en aanbod van waterstof. Indien de beoogde innovatie kan bijdragen aan het voorkomen van netcongestie is dit ook relevant omdat netcongestie ook de implementatie van duurzame maatregelen kan vertragen, zeker in het geval van maatregelen op het gebied van elektrificatie. Onderdeel a, subonderdeel 2: Bijdrage aan investeringen en werkgelegenheid Projectaanvragen moeten kunnen aantonen een duidelijke positieve impact te creëren op de Rotterdamse economie. Hier wordt getoetst op: beoogde investeringen bij een positieve investeringsbeslissing voor beoogde vervolgstappen; beoogde werkgelegenheid bij een positieve investeringsbeslissing voor beoogde vervolgstappen. Onderdeel a, subonderdeel 3: Mate van innovatie van oplossing of aanpak De mate van innovatie wordt beoordeeld aan de hand van de beschrijving in het projectplan. Aanvragers moeten in het projectplan: Helder de innovatie beschrijven. Gaat het om technische-, financieel-organisatorische, sociaal-participatieve of ander soort innovatie? Leg het innovatieve aspect goed uit; Leg goed uit hoe de innovatie bijdraagt aan de doelen op het gebied van waterstof; Licht toe hoe de innovatie zich verhoudt tot andere innovaties op vergelijkbaar gebied. Rotterdam heeft belang bij de toepassing en opschaling van innovaties met potentiële positieve impact voor de waterstof transitie. Daarom is de subsidieregeling gericht op: innovaties die zich bevinden in de fase van ontwikkeling waarin aanvragers toewerken naar demonstratie in een operationele omgeving en verdere opschaling en marktintroductie van de innovatie, en het dus indicatief gaat om een verhoging van het technologyreadiness level (TRL) of commercial readiness level (CRL), waarvan de gebruikte technologie zich in het algemeen bevindt in TRL 5-8. innovaties met niet-technische uitdagingen in de fase dat productie en marktintroductie van de innovatie wordt voorbereid, inclusief het ontwikkelen dan wel doorontwikkelen van de businesscase, het organiseren dan wel herorganiseren van ketens voor productie, transport, distributie, afname en gebruik van waterstof, en het aantrekken van financiering. Dat kan ook van toepassing zijn voor innovaties in TRL 8 of zelfs 9. innovaties die voor het eerst worden toegepast en de markt betreden (TRL 9). Voor de definitie van Technology Readiness Levels wordt verwezen naar: https://www.rvo.nl/onderwerpen/trl). Onderdeel b, subonderdeel 1: heldere aansluiting van innovatie bij marktbehoefte; helder en kansrijk verdienmodel De aanvrager dient te onderbouwen in hoeverre de innovatie een oplossing biedt met potentie voor de waterstof economie. Wat is de potentie van de innovatie en waarom is hier behoefte aan? Wat is de visie van de aanvrager over het verdienmodel? En wat is de verwachting over de route richting een commercieel haalbare en repliceerbare innovatie, aanpak en verdienmodel? Onderdeel b, subonderdeel 2: Kwaliteit van het projectplan Het projectplan beschrijft helder de innovatie en de toegevoegde waarde en potentie van de innovatie, de stand van zaken van de innovatie ontwikkeling (TRL), wat er totnogtoe bereikt is, welke stappen nog gezet moeten worden om de innovatie commercieel toe te passen en/ of op te schalen, en welke resultaten de aanvrager met de gevraagde subsidie wil bereiken. Afhankelijk van de innovatie kan de ontwikkeling gericht zijn op de toepassing van de innovatie op schaal (investeringsproject) of de ontwikkeling van producten en diensten. Het projectplan beschrijft de activiteiten en planning van activiteiten en de rol en taakverdeling tussen aanvrager(s). Verder gaat het projectplan in op de communicatie en kennisdeling rondom het project en het vergroten van draagvlak voor de innovatie en de vervolgstappen. Aanvragers geven in het projectplan aan hoe de gemeente Rotterdam het project verder kan faciliteren. Het projectplan bevat een heldere beschrijving van: Aanvragers. Samenvatting van de aanvraag. Aanleiding van de aanvraag. Innovatie, ambities en toegevoegde waarde beoogd met de innovatie: maatschappelijke, economische, financiële haalbaarheid en potentie. Stand van zaken, incl. in welke fase van ontwikkeling de innovatie zich bevindt. Resultaat van het beoogde project: fase van ontwikkeling, beoogde vervolgstap(pen) en -investering(en). Aanpak en samenwerking: activiteiten en rolverdeling. Planning: per activiteit en fase. Risico’s m.b.t. de aanvraag en de beoogde innovatie. Potentie qua bijdrage aan de doelstellingen op het gebied van de transitie naar een waterstof economie: kton CO2 besparing per jaar; extra groene waterstofproductie; alsook investeringen en werkgelegenheid. Draagvlak, communicatie en kennisdeling. Gewenste andere aanvullende inzet gemeente Rotterdam: inzet netwerk, business development om drempels te doorbreken, te versnellen. Overig. Onderdeel b, subonderdeel 3: Kwaliteit van aanvrager(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.