Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort houdende regels omtrent Subsidieregeling Cultuureducatie 2025Burgemeester en Wethouders van Amersfoort; gelezen de nota Uitvoeringsagenda kunst & cultuur 2023-2026 d.d. 20 december 2022, nummer 171909; gelet op de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene Subsidieverordening Amersfoort; overwegende dat het gewenst is activiteiten te stimuleren die bijdragen aan kwaliteitsverbetering van binnenschoolse cultuureducatie; besluit vast te stellen de volgende regeling: Artikel1.Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: Asv: Algemene subsidieverordening Amersfoort; cultuureducatief product: een materieel of immaterieel resultaat van een project dat duurzaam kan worden ingezet in het cultuurcurriculum van scholen; binnenschoolse cultuureducatie: doelbewust leren over en met kunst, erfgoed en media binnen schooltijd. college: het college van burgemeester en wethouders van gemeente Amersfoort; Artikel2.Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen Het college verstrekt uitsluitend subsidie voor het ontwikkelen of doorontwikkelen van een cultuureducatief product bestemd voor binnenschoolse cultuureducatie voor primair onderwijs, voortgezet onderwijs of middelbaar beroepsonderwijs. Artikel3.Indieningstermijn aanvraag In aanvulling op artikel 12, eerste lid, van de Asv, dient een aanvrager: de subsidieaanvraag voor aanvraagronde 1 in van 12 maart - 14 mei 2025; de subsidieaanvraag voor aanvraagronde 2 in van 1 september - 31 oktober 2025; Artikel4.Eisen aan de aanvrager Subsidie kan enkel worden aangevraagd door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid. Artikel5.Eisen aan de aanvraag 1.Een aanvraag wordt ingediend op het door het college vastgesteld aanvraagformulier, vindbaar op www.amersfoort.nl. 2.In aanvulling op artikel 6 Asv, wordt de aanvraag enkel in behandeling genomen als: het activiteitenplan niet groter is dan 2.000 woorden; de aanvraag vergezeld gaat van het cv/de cv’s van de professional(s) werkzaam op het gebied van (cultuur)educatie betrokken bij de (door)ontwikkeling van het cultuureducatieve product; de sluitende begroting maximaal 1 A4 is; de aanvraag vergezeld gaat van het oorspronkelijke product indien sprake is van een doorontwikkeling. 3.Aanvragen die niet voldoen worden niet in behandeling genomen. Artikel6.Subsidiabele kosten 1.In aanvulling op artikel 10, eerste lid, van de Asv komen in ieder geval de volgende kosten in aanmerking voor subsidie: kosten van materialen en apparatuur die nodig zijn voor de (door)ontwikkeling van het cultuur-educatieve product met een maximum bedrag van € 1.500,-; kosten voor inhuur van derden of gewerkte uren met een maximum uurtarief van € 75,- per uur voor ontwikkeling van het product en een maximum uurtarief van € 55,- per uur voor uitvoer van de pilot. 2.In aanvulling op artikel 10, tweede lid, van de Asv verstrekt het college in ieder geval geen subsidie voor: kosten om te voldoen aan wettelijke verplichtingen of aan gangbare minimumkwaliteitseisen; kosten van reguliere werkzaamheden van de aanvrager; kosten gemaakt na beëindiging van activiteiten met uitzondering van accountantskosten; kosten van in natura geleverde diensten en goederen; kosten van gelieerde rechtspersonen die onderling in rekening worden gebracht; Niet-productgebonden investeringen en niet-productgebonden materiaalkosten; Artikel7.Hoogte subsidie 1.De subsidie van de gemeente Amersfoort bedraagt ten hoogste € 7.500,-. 2.Een subsidieaanvraag van minder dan € 1.000,- wordt geweigerd. Artikel8.Subsidieplafond 1.Het college stelt het subsidieplafond voor aanvragen vast op € 40.000,-. 2.Het deelsubsidieplafond over de twee aanvraagrondes: aanvraagronde 1: € 24.000,-; aanvraagronde 2: € 16.000,-; 3.Als na beoordeling van alle aanvragen na een aanvraagronde blijkt dat een deel van het deelsubsidieplafond niet is benut, dan wordt het deelsubsidieplafond van de volgende aanvraagronde verhoogd met dit resterende onbenutte bedrag. Artikel9.Weigeringsgronden Overeenkomstig artikel 14, tweede lid, onder d, van de Asv beslist het college afwijzend op de aanvraag als: aan de aanvraag aan één of meer beoordelingscriteria genoemd in artikel 10, derde lid, minder dan 5 van de te behalen punten wordt toegekend; door verstrekking van subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden en de aanvraag daardoor slechts gedeeltelijk zou kunnen worden gehonoreerd; aanvrager structurele subsidie ontvangt van de gemeente Amersfoort via de begroting; er op grond van deze regeling al subsidie is verleend voor een activiteit van de aanvrager in het betreffende kalenderjaar; er niet aantoonbaar een professional werkzaam op het gebied van (cultuur)educatie onderwijsprofessional betrokken is bij de (door)ontwikkeling van het cultuureducatieve product; het cultuureducatieve product verbonden is aan een tijdelijke expositie, voorstelling, cultureel evenement, etc.; het cultuureducatieve product niet geschikt is voor de omvang van een gemiddelde schoolklas. Artikel10.Wijze van verdeling 1.De tijdig ingediende en volledige aanvragen worden in behandeling genomen. 2.Verstrekking van subsidie vindt plaats in de volgorde van de namens het college aangebrachte rangschikking op basis van de behaalde scores bij een gezamenlijke weging van de in het derde lid genoemde criteria, totdat het subsidieplafond is bereikt. 3.Complete aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de onderstaande criteria: Inhoudelijk-educatieve kwaliteit Artistieke-inhoudelijk kwaliteit Zakelijke kwaliteit 4.De weging van de criteria is 40% voor sub a en 30% voor sub b en sub c. De totaalscore wordt bepaald door het cijfer te vermenigvuldigen met de weging, de som van de criteria geeft een maximale score van 10 punten. 5.De criteria onder lid 3 zijn onderverdeeld in enkele subcriteria. Deze subcriteria worden middels toekenning van een cijfer op de schaal van 1-10 punten beoordeeld, waarbij geldt dat een 1 ‘zeer slecht’ en een 10 ‘uitmuntend’ is. De gemiddelde score per criterium wordt bepaald door de middeling van de toegekende punten van de desbetreffende subcriteria. 6.Het criterium ‘educatief-inhoudelijke kwaliteit’ is onderverdeeld in de volgende subcriteria: De aansluiting van het aanbod bij het onderwijs komt inhoudelijk tot uiting voor het primair en voortgezet onderwijs op de volgende wijzen; In de aanvraag wordt onderbouwd hoe het cultuureducatief product voldoet aan minimaal 1 van de 3 kerndoelen ‘kunstzinnige vorming’ van het primair onderwijs; In de aanvraag wordt onderbouwd hoe het cultuureducatief product voldoet aan minimaal 2 van de 5 de kerndoelen ‘kunst en cultuur’ als het product bestemd is voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs en/of de aan cultuur verbonden eindtermen als het product bestemd is voor de bovenbouw. Uit de aanvraag blijkt de behoefte van scholen voor het cultuureducatieve product en de meerwaarde van het cultuureducatieve product voor het curriculum van scholen. Uit de aanvraag blijkt dat het cultuureducatieve product aansluit bij de belevingswereld en leefwereld van de beoogde doelgroep. Uit de aanvraag blijkt de mate waarin het artistiek-creatief vermogen van de leerling centraal gesteld wordt en de mate waarin er een beroep wordt gedaan op de onderzoekende en ambachtelijke vaardigheden van leerlingen/studenten. 7.Het criterium ‘artistieke-inhoudelijk kwaliteit’ is onderverdeeld in de volgende subcriteria: Vakmanschap: uit de aanvraag blijkt dat de aanvrager van de activiteit beschikt over de vaardigheid en het inzicht om hoogwaardige kwaliteit te leveren. Zeggingskracht: uit de aanvraag blijkt wat de aanvrager teweeg wil brengen bij de beoogde doelgroep, welke impact het heeft op deze doelgroep en hoe dat wordt aangepakt. Oorspronkelijkheid: uit de aanvraag blijkt een heldere visie van de aanvrager en in hoeverre het cultuureducatieve product zich onderscheidt van het bestaande aanbod. 8.Het criterium ‘zakelijke kwaliteit’ is onderverdeeld in de volgende subcriteria, welke terugkomen in het activiteitenplan en de begroting: Uit de aanvraag blijkt dat de kosten en inkomsten realistisch, onderbouwd en uitgelegd zijn; Uit de aanvraag blijkt dat het gevraagde subsidiebedrag in verhouding staat tot de te verwachten schaal van het product; Uit de aanvraag blijkt dat het gevraagde subsidiebedrag in verhouding staat tot het beoogde bereik; Uit de aanvraag blijkt dat er een realistisch tijdpad is opgenomen; 9.Als twee of meer aanvragen een gelijk aantal punten behaalt in een toepassingsgebied en hun plaats in de rangschikking zodanig is dat de som van de toe te kennen maximale subsidiebedragen het subsidieplafond overstijgt, dan vindt rangschikking van deze aanvragen plaats op de volgende wijze: aan de hand van het behaalde aantal punten op het criterium als bedoeld in artikel 10, derde lid onder a; indien het aantal behaalde punten op dat criterium gelijk is, vindt rangschikking plaats aan de hand van het behaalde aantal punten op het criterium als bedoeld in artikel 10, derde lid onder c; indien het aantal behaalde punten op dat criterium gelijk is, vindt rangschikking plaats aan de hand van het behaalde aantal punten op het criterium als bedoeld in artikel 10, derde lid onder b; indien het behaalde aantal punten op dat criterium gelijk is, vindt er een loting plaats om de rangorde te bepalen. Artikel11.Bevoorschotting 1.Subsidiebedragen boven de €5.000,- worden voor maximaal 80% bevoorschot. 2.De wijze van bevoorschotting wordt in de verleningsbeschikking opgenomen. Artikel12.Verplichtingen In aanvulling op Hoofdstuk 4 van de Asv is de subsidieontvanger verplicht: de verkregen subsidie ook daadwerkelijk in te zetten voor de uitvoering van de activiteit; het cultuureducatieve product met toelichting te laten vermelden op de website van NEOS; de activiteit binnen 12 maanden na verlening te voltooien. Artikel13.Directe vaststelling subsidie en aantonen prestatie 1.Overeenkomstig artikel 25 van de Asv stelt het college een subsidie op grond van deze regeling zonder voorafgaande verlening vast indien het subsidiebedrag niet meer bedraagt dan € 5.000,-. 2.De subsidie wordt vastgesteld op ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag. Artikel14.Adviescommissie Cultuureducatie 1.De Adviescommissie Cultuureducatie adviseert het college over de toekenning van subsidies cultuureducatie. 2.De Adviescommissie Cultuureducatie toetst de aanvragen en brengt advies uit over de toe te kennen subsidies en de hoogte van de toe te kennen bedragen. Artikel15.Uitvoerder van de subsidieregeling De bestuurder van de stichting Scholen in de Kunst is door het college gemandateerd om te besluiten op grond van deze subsidieregeling. Artikel16.Slotbepalingen 1.Deze subsidieregeling treedt in werking op de eerste dag na die van bekendmaking. 2.Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Cultuureducatie
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.