Beleidsregels over het nakomen van de regels van de Participatiewet 2025 gemeente HeerenveenBurgemeester en wethouders van de gemeente Heerenveen overwegende: dat er beleidsregels nodig zijn waarin wordt verduidelijkt hoe in de uitvoering van de Pw, de IOAW en de IOAZ en de Verordening Handhaving Participatiewet Heerenveen in Balans 2025 met de verschillende bevoegdheden wordt omgegaan en bepaalde begrippen worden uitgelegd B E S L U I T : vast te stellen de volgende: beleidsregels over het nakomen van de regels van de Participatiewet 2025 gemeente Heerenveen Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Bereik van deze beleidsregels 1.Deze beleidsregels gaan over het nakomen van de regels van de Pw, de IOAW en de IOAZ. De belangrijkste regels zijn: inlichtingenplicht: belanghebbende moet uit zichzelf en als wij daar om vragen alle informatie doorgeven die van invloed kan zijn op het recht op of de hoogte van de uitkering. Dit is in ieder geval binnen tien dagen nadat er iets is veranderd in de situatie van belanghebbende. Het gaat om alle informatie die wij nodig hebben om de rechtmatigheid van de uitkering te kunnen controleren. meewerkplicht: belanghebbende moet uit zichzelf en als wij daar om vragen alle bewijsstukken inleveren die van invloed kunnen zijn op het recht op of de hoogte van de uitkering. De meewerkplicht gaat ook over het meewerken aan onderzoeken, re-integratie, solliciteren en identificeren. 2.Als de beleidsregels voor één van de wetten anders is, dan staat dit duidelijk uitgelegd in die beleidsregel. Artikel2Uitgangspunten van deze beleidsregels 1.We werken vanuit de bedoeling: in deze beleidsregels is de bedoeling van de verschillende regels uitgeschreven. Daardoor is die bedoeling voor belanghebbenden en medewerkers duidelijk. Bij de uitvoering van deze beleidsregels zoeken we de balans tussen wat moet en wat kan. We houden daarbij rekening met de bedoeling van de regel en de situatie van de belanghebbende. Hiervoor hebben we regelmatig contact met belanghebbenden. 2.We houden rekening met het doenvermogen1WRR-rapport nr. 97: ‘Weten is nog geen doen’ : hoe mensen in staat zijn om een doel te stellen, een plan te maken, in actie te komen, vol te houden en om te gaan met verleidingen en tegenslag. Om rekening te houden met het doenvermogen bekijken we wat we realistisch gezien van de belanghebbende kunnen verwachten. 3.We gebruiken de evenredigheidstoets om onnodige nadelige gevolgen van een besluit te voorkomen: Is het besluit geschikt om het doel van dat besluit te bereiken Is het besluit noodzakelijk om het doel van dat besluit te bereiken Staan de gevolgen van het besluit in verhouding tot het doel van dat besluit. 4.We gaan uit van vertrouwen; een belanghebbende vraagt een uitkering aan omdat diegene een uitkering nodig heeft, niet om daar misbruik van te maken. We gaan uit van de situatie zoals die door de belanghebbende is doorgegeven en waarop de uitkering is verstrekt. 5.We werken preventief: we doen zoveel mogelijk om ervoor te zorgen dat belanghebbenden de regels nakomen. Artikel3Begrippen 1.De begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en niet anders zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Pw, de IOAZ, de IOAW, de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Verordening Participatiewet Handhaving Heerenveen in balans 2025. 2.In deze beleidsregels wordt verstaan onder: Inlichtingenbureau: een landelijke instelling die ervoor zorgt dat informatie over belanghebbende uitgewisseld kan worden tussen gemeenten en andere instanties die een rol hebben bij de uitvoering van de Participatiewet. Zoals bijvoorbeeld de BRP, het UWV, de RDW, het Kadaster, de Kamer van Koophandel, banken of pensioenfondsen opzettelijk misbruik: als er opzettelijk misbruik gemaakt wordt van de uitkering zoals bedoeld in artikel 25 lid 7 van deze beleidsregels Suwinet: een beveiligde applicatie waarmee gemeenten en UWV gegevens over belanghebbenden met elkaar uitwisselen. Het gaat onder andere om gegevens over arbeid, werkgevers, uitkeringen en opleidingen. toelichtingsgesprek: is een gesprek dat wordt gevoerd als vaststaat dat de regels niet zijn nagekomen. Het is een gesprek waarbij we aan de ene kant in gesprek gaan over de verplichtingen en hoe die nagekomen moeten worden. Aan de andere kant kan de belanghebbende uitleg geven over wat er gebeurd is, waarom en onder welke omstandigheden. Het toelichtingsgesprek vormt daarmee de verbinding tussen preventie en handhaving. Het toelichtingsgesprek kan telefonisch, digitaal of in persoon plaatsvinden. uitkering: een uitkering op grond van de Pw, IOAW of IOAZ Verordening: Verordening Handhaving Participatiewet Heerenveen in balans 2025 wet: de Pw, IOAZ en/of IOAW Hoofdstuk2Preventie Artikel4Wat is de bedoeling van preventie De bedoeling van preventief werken is om proberen te voorkomen dat belanghebbenden de regels die horen bij een uitkering overtreden. We houden daarbij zoveel mogelijk rekening met het doenvermogen van de belanghebbende zodat de informatie zinvol en begrijpelijk is voor belanghebbende. Artikel5Informeren Om te voorkomen dat belanghebbenden de regels (nog een keer) overtreden, informeren we belanghebbenden zo goed mogelijk. Dit doen we door: de regels begrijpelijk op te schrijven en uit te leggen duidelijke informatie over de rechten en plichten op de gemeentelijke website te plaatsen bij de aanvraag van een uitkering de regels uit te leggen en de gegevens te controleren de belangrijkste regels mee te geven in de vorm van een informatiemap tijdens de uitkering minimaal 1 keer per jaar in gesprek te gaan over de situatie van belanghebbende en daarbij actief te reageren op aanwijzingen dat er mogelijk regels niet op de juiste manier worden nagekomen begeleiding en ondersteuning te geven bij het nakomen van de rechten en plichten door de belanghebbende te betrekken bij de verschillende stappen en beoordelingsmomenten. Artikel6Themacontroles 1.Bij een themacontrole wordt gecontroleerd hoe de regels binnen een bepaald thema worden nagekomen. Bijvoorbeeld de regels over werk, inkomen, woonsituatie of vermogen. Er wordt dan een deel van het klantenbestand projectmatig gecontroleerd. 2.De bedoeling van een themacontrole is om te voorkomen of zo snel mogelijk vast te stellen dat een belanghebbende zich (nog langer) niet aan de regels houdt. De daadwerkelijke themacontrole kan daarom pas beginnen, nadat de belanghebbende eerst zelf de kans heeft gekregen om de regels (alsnog) na te komen. 3.Voor het doen van onderzoek bij een themacontrole gelden de regels van Hoofdstuk 3 Onderzoeken. 4.Voordat de themacontrole van start gaat, wordt het thema en een plan van aanpak inclusief juridische toets vastgesteld door de betrokken leidinggevende. Onderdeel van dit plan van aanpak is dat belanghebbenden vooraf worden geïnformeerd over de themacontrole. 5.Bij het kiezen van een thema gelden strenge eisen en wordt uitgegaan van de privacyregels van de AVG en een gelijkwaardige behandeling en onderwerpen die direct van invloed zijn op het recht op bijstand. 6.Bij de uitkomsten van de themacontroles is het uitgangspunt dat er wordt hersteld naar de toekomst toe. Dit is alleen anders als er sprake is (geweest) van opzettelijk misbruik van de uitkering. Hoofdstuk3Onderzoeken Artikel7Wat is de bedoeling van onderzoeken 1.Dit hoofdstuk gaat over het onderzoek naar het nakomen van de regels. Tijdens een onderzoek wordt gecontroleerd of de belanghebbende (nog steeds) recht heeft op een (volledige) uitkering. Er wordt gekeken hoe de rechten en de plichten die horen bij de uitkering worden nagekomen. En of alle gegevens die gebruikt zijn voor het vaststellen van het recht op de uitkering (nog steeds) kloppen. 2.De bedoeling van het onderzoek is om te controleren of de rechten en plichten die horen bij de uitkering worden nagekomen het recht op en de hoogte van de uitkering klopt en op een goede manier is en wordt vastgesteld. 3.Tijdens het onderzoek wordt rekening gehouden met het doenvermogen en de persoonlijke omstandigheden van de belanghebbende. Artikel8Soorten onderzoeken 1.Bij de uitvoering van de Pw, IOAW en IOAZ zijn er verschillende soorten onderzoek: bij het doen van een aanvraag om een uitkering wordt onderzocht óf er recht op een uitkering is en hoe hoog tijdens de uitkering onderzoeken we één keer per jaar of er nog steeds recht op een uitkering is. En of de hoogte goed berekend is en wordt. Dit noemen we een periodiek heronderzoek tijdens de uitkering onderzoeken we of de belanghebbende zich houdt aan de re-integratie en/of arbeidsverplichtingen. Dit noemen we een participatieonderzoek tijdens de uitkering onderzoeken we binnengekomen signalen over veranderde omstandigheden die van invloed kunnen zijn op het recht en/of de hoogte van de uitkering. Dit noemen we een rechtmatigheidsonderzoek. tijdens de uitkering kan er een themaonderzoek zoals bedoeld in artikel 6 uitgevoerd worden bij het einde van een uitkering onderzoeken we tot wanneer er recht was op een uitkering, of de hoogte goed berekend is en of er nog nabetalingen of terugbetalingen nodig zijn. Dit noemen we een beëindigingsonderzoek. 2.De artikelen 9 tot en met 14 gelden niet voor participatieonderzoeken. Artikel9Wanneer gaan we onderzoeken 1.We gebruiken in ieder geval de volgende signalen: informatie tijdens contactmomenten informatie van aanvraag- en mutatieformulieren signalen van het Inlichtingenbureau over bijvoorbeeld inkomen, vermogen, voertuigbezit of woonsituatie (anonieme) tips informatie van medewerkers van de gemeente. 2.Prioritering van de signalen: een onderzoek naar signalen over inkomen of woonsituatie wordt binnen twee weken gestart. Dit komt omdat het risico op een (groter wordende) terugvordering het grootst is bij deze signalen een onderzoek naar signalen over andere onderwerpen wordt binnen maximaal acht weken gestart bij overdracht van het onderzoek naar Handhaving wordt het onderzoek zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen acht weken verder opgepakt het signaal moet door de melder zelf zijn vastgesteld, dus niet ‘van horen zeggen’. Artikel10Vooronderzoek 1.Voordat een signaal wordt onderzocht of overgedragen aan Handhaving, wordt een vooronderzoek gedaan. Tijdens dit vooronderzoek wordt intern gekeken wat de situatie van belanghebbende is en of er andere teams betrokken zijn. 2.Als blijkt dat er meer teams betrokken zijn en/of belanghebbende op meerdere leefgebieden ondersteuning nodig heeft, wordt er eerst een overleg gepland met de betrokken collega’s. Tijdens dit overleg wordt een gezamenlijke afweging gemaakt van de mogelijke gevolgen van een onderzoek voor belanghebbende. Hieruit kan blijken dat er (eerst) geen verder onderzoek plaatsvindt. 3.Als uit het vooronderzoek blijkt dat er geen reden is om (eerst) geen onderzoek te doen, wordt het signaal verder onderzocht. Artikel11Hoe gaan we onderzoeken 1.Bij het onderzoek kunnen we gebruik maken van de volgende bronnen: Suwinet Inlichtingenbureau RDW Kadaster Kamer van Koophandel Belastingdienst bankgegevens BRP Internationaal Bureau Fraude-informatie openbare informatie op het internet verbruik gegevens over water, elektra, gas en afval andere controleerbare bronnen. 2.Tijdens het onderzoek kunnen we gebruik maken van de volgende manieren van onderzoek: dossieronderzoek opvragen gegevens bij belanghebbende opvragen gegevens bij iemand anders waarnemingen huisbezoek buurtonderzoek contact met belanghebbende. 3.Bij het bepalen van welke bronnen of manieren van onderzoek we gaan gebruiken, kiezen we altijd voor de minst ingrijpende optie. Dat betekent bijvoorbeeld dat we eerst de belanghebbende zelf vragen voor informatie en bewijsstukken. Als dit niet lukt, vragen we de informatie en bewijsstukken zo mogelijk bij iemand anders op. Als ook dat niet lukt, gaan we uit van de informatiebronnen van lid 1. We houden daarbij rekening met de gevolgen van de keuze voor de belanghebbende en het doel van het onderzoek. Artikel12Het opvragen van gegevens 1.Als we tijdens het onderzoek meer informatie of bewijsstukken nodig hebben, vragen we die informatie op bij belanghebbende. Dit kan mondeling, telefonisch of per (digitale) post. 2.We kunnen de informatie of bewijsstukken ook bij iemand anders opvragen als: het doenvermogen van de belanghebbende daar om vraagt er een sterk vermoeden van opzettelijk misbruik is. 3.Als we informatie of bewijsstukken opvragen is duidelijk: welke gegevens ingeleverd moeten worden binnen welke termijn de gegevens ingeleverd moeten zijn en wat er gebeurt als de gegevens niet ingeleverd worden. Artikel13Blokkeren van de uitkering 1.Als tijdens het onderzoek duidelijk wordt dat er geen of minder recht op een uitkering is, kan de uitkering alvast geblokkeerd worden. Dit betekent dat de uitkering niet wordt uitbetaald in afwachting van het onderzoek. Dit om te voorkomen dat belanghebbende te veel uitkering krijgt en die later moet terugbetalen. 2.Als de uitkering wordt geblokkeerd, ontvangt de belanghebbende hierover een besluit. 3.De uitkering kan maximaal acht weken worden geblokkeerd. Dit is alleen anders als uit het onderzoek blijkt dat het nodig is om de uitkering langer te blokkeren. Artikel14Opschorten van de uitkering 1.De bedoeling van het opschorten van de uitkering is om ervoor te zorgen dat de belanghebbende de gevraagde informatie of bewijsstukken alsnog inlevert of alsnog meewerkt aan het onderzoek. Dit zodat het recht op en de hoogte van de uitkering kan worden vastgesteld. Dit betekent dat de uitkering niet wordt uitbetaald in afwachting van het onderzoek. 2.We kunnen de uitkering opschorten: als we tijdens het onderzoek niet genoeg informatie of bewijsstukken hebben om het actuele recht op bijstand vast te kunnen stellen én de belanghebbende die ook niet (allemaal) binnen de afgesproken termijn van artikel 12 heeft ingeleverd, of de belanghebbende op een andere manier niet meewerkt aan het onderzoek. 3.Voor de beoordeling om de uitkering wel of niet op te schorten wordt de evenredigheidstoets gedaan. 4.We schorten de uitkering niet op als het niet-inleveren of niet-meewerken niet de schuld van belanghebbende is. 5.Als de uitkering wordt opgeschort, ontvangt de belanghebbende hierover een besluit. In dit besluit staat: dat de uitkering is opgeschort welke informatie of bewijsstukken er nog ingeleverd moeten worden of op welke manier belanghebbende mee moet werken aan het onderzoek binnen welke termijn belanghebbende de informatie of bewijsstukken alsnog moet inleveren of alsnog mee moet werken aan het onderzoek welke gevolgen er kunnen zijn als belanghebbende de informatie of bewijsstukken niet of te laat inlevert of niet meewerkt. 6.Als de informatie of bewijsstukken na afloop van de termijn alsnog worden ingeleverd, moet eerst de evenredigheidstoets worden gedaan voordat een besluit over de gevolgen wordt genomen. Ditzelfde geldt voor het alsnog meewerken aan een onderzoek. Hoofdstuk4Herstellen Paragraaf4.1Herstel van de uitkering Artikel15Wat is de bedoeling van het herstellen van de uitkering Bijstand is alleen bedoeld voor mensen die het echt nodig hebben en daar recht op hebben. De gemeente ontvangt van het Rijk een deel van het gemeenschapsgeld voor de kosten van bijstand. Dit budget kan maar één keer worden uitgeven en er moet daarom zorgvuldig om worden gegaan met de besteding van dat budget. Alleen op die manier kan de gemeente zorgen voor een goede besteding van het gemeenschapsgeld. We zorgen er daarom voor dat de situatie (alsnog) wordt zoals die volgens de regels zou moeten zijn. Als uit het onderzoek blijkt dat de regels niet (helemaal) zijn nagekomen en/of de hoogte van de uitkering niet goed is berekend, herstellen we het recht op uitkering. Dit betekent dat het recht op en de hoogte van de uitkering alsnog op de juiste manier berekend wordt. Artikel16Het herzien van de uitkering 1.Als de uitkering niet helemaal volgens de regels is berekend, bekijken we hoeveel dit eigenlijk had moeten zijn. Dit noemen we de uitkering herzien. 2.Als de hoogte van de uitkering niet vastgesteld kan worden, doen we dat schattenderwijs als dat mogelijk is. Hierbij gaan we uit van vaststaande of aanwezige feiten die genoeg houvast geven voor de schatting. 3.De uitkering wordt maximaal over vijf voorafgaande jaren herzien. Artikel17Het intrekken en/ of beëindigen van de uitkering 1.Als er al langere tijd helemaal geen recht op een uitkering was, wordt de uitkering met terugwerkende kracht stopgezet. Dit noemen we de uitkering intrekken. 2.Als de uitkering naar de toekomst toe wordt stopgezet, noemen we dit de uitkering beëindigen. 3.Als het recht niet (meer) is vast te stellen, wordt de uitkering beëindigd, ingetrokken of niet toegekend. 4.Als de belanghebbende zich niet heeft gehouden aan de inlichtingenplicht, kan de uitkering worden ingetrokken vanaf de dag dat het recht op uitkering niet is vast te stellen. 5.Als de belanghebbende zich niet heeft gehouden aan de meewerkplicht, kan de uitkering worden ingetrokken vanaf de eerste dag van de opschorting. 6.De periode van intrekking van lid 5 kan alleen langer zijn als er uit het onderzoek blijkt dat ook de inlichtingenplicht is geschonden waardoor het recht niet is vast te stellen. 7.De uitkering wordt maximaal over vijf voorafgaande jaren ingetrokken. 8.Bij het beëindigen van de uitkering is er contact met de belanghebbende over de gevolgen van de beëindiging. Artikel18Terugvorderen 1.Als een belanghebbende te veel uitkering heeft ontvangen, moet dit worden terugbetaald. Dit noemen we terugvorderen. 2.Als de belanghebbende zich niet heeft gehouden aan de inlichtingenplicht en daardoor te veel uitkering heeft ontvangen, wordt dit bedrag teruggevorderd. Dit wordt een verplichte terugvordering genoemd. 3.Als de belanghebbende door een andere reden te veel uitkering heeft ontvangen, kan dit bedrag worden teruggevorderd. Dit wordt een niet-verplichte terugvordering genoemd. 4.Voordat een besluit tot terugvordering wordt genomen, is er een gesprek met de belanghebbende over de oorzaken en gevolgen van de terugvordering. Als uit dit gesprek blijkt dat de gevolgen van de terugvordering niet (helemaal) in verhouding staan tot de situatie, dan beoordeel je met artikel 19 of er (dringende) redenen zijn om de terugvordering aan te passen. Dit kan ook betekenen dat de uitkering niet (helemaal) wordt teruggevorderd. 5.Er wordt niet meer uitkering teruggevorderd dan dat er te veel aan of namens belanghebbende is betaald. Hierbij gaan we uit van de situatie zoals die zou zijn als de uitkering wel volgens de regels zou zijn betaald. 6.Als de belanghebbende inkomsten naast de uitkering ontvangt, kunnen deze worden verrekend met de uitkering over een periode van maximaal zes maanden. Voor de IOAW en de IOAZ is dit drie maanden. Voordat de gemeente overgaat tot verrekening, wordt er contact gezocht met de belanghebbende om de hoogte van het bedrag en de periode waarover de inkomsten worden verrekend te bespreken. Als het niet tot een akkoord kan komen, neemt de gemeente een besluit waarbij rekening wordt gehouden met de omstandigheden van de belanghebbende. 7.Voor de keuze van het doen van aangifte bij het openbaar ministerie sluiten we aan bij de Aanwijzing Sociale Zekerheidsfraude. 8.Als de te veel betaalde uitkering wordt terugbetaald in het dan lopende kalenderjaar, kan de gemeente de betaalde belasting en premies nog verrekenen met de Belastingdienst en uitvoeringsinstellingen. De te veel betaalde bijstand wordt dan netto teruggevorderd. Als de te veel betaalde bijstand na afloop van dat kalenderjaar wordt terugbetaald, kunnen die betaalde belasting en premies niet meer worden verrekend. Daarom moet de belanghebbende deze kosten dan ook aan de gemeente terugbetalen. De terugvordering wordt dan gebruteerd. Alleen als de terugvordering buiten de schuld van belanghebbende om is ontstaan, bruteren we de terugvordering niet. Artikel19Aanpassen van terugvordering 1.Als uit het gesprek van artikel 18, lid 4 blijkt dat de gevolgen van de terugvordering onnodig nadelig uitpakken voor belanghebbende, dan wordt beoordeeld of er redenen zijn om de terugvordering aan te passen. Hierbij betrek je in ieder geval de volgende omstandigheden: de rol van belanghebbende bij het ontstaan van de situatie het doenvermogen van de belanghebbende de bedoeling van de belanghebbende bij het nakomen van de regels de rol van onszelf bij het ontstaan van de situatie eigen fouten (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.