EILANDSVERORDENING van 1 september 2008 no. 1 , inzake de bescherming en beheer van de natuur en de daarin voorkomende dier- en plantensoorten, tot wijziging van de Verordening marien milieu (A.B. 1991, no. 8), tot intrekking van de Natuurbeschermings- en monumentenverordening 1967 (A.B. 1967, no. 7) en tot intrekking van de Verordening schadelijke planten (A.B. 1991, no. 25) (Eilandsverordening natuurbeheer Bonaire)ParagraaflBEGRIPSBEPALINGEN Artikel1 1.In deze eilandsverordening en de daarop gebaseerde bepalingen wordt verstaan onder: eilandgebied: eilandgebied Bonaire; bestuurscollege: bestuurscollege van het eilandgebied Bonaire; eilandsraad: eilandsraad van het eilandgebied Bonaire; belanghebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon, die rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen door een beschikking of te nemen beschikking; Verdrag van Ramsar: de op 2 februari 1971 te Ramsar tot stand gekomen Overeenkomst inzake watergebieden van internationale betekenis, in het bijzonder als verblijfplaats van watervogels (Trb. 1975,84); CITES-Verdrag: de op 3 maart 1973 te Washington tot stand gekomen Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dieren plantensoorten, met bijlagen (Trb, 1975,23); Bonn-Conventie: het op 23 juni 1979 te Bonn tot stand gekomen Verdrag inzake de bescherming van trekkende wilde diersoorten, met bijlagen (Trb. 1981,6); SPAW-Protocol: het op 18 januari 1990 te Kingston getekende Protocol betreffende de bijzondere beschermde gebieden en de in de natuur levende dieren en planten, met bijlagen (Trb.1990, 115), behorende bij het op 24 maart 1983 te Cartagena de Indias gesloten Verdrag inzake de bescherming en ontwikkeling van het mariene milieu in het Caribisch gebied (Trb. 1983,152); Biodiversiteitsverdrag: het op 5 juni 1992 te Rio de Janeiro tot stand gekomen verdrag inzake biologische diversiteit (Trb. 1992,164); Zeeschildpaddenverdrag: het op 1 december 1996 te Caracas tot stand gekomen Inter-Amerikaans Verdrag inzake de bescherming en het behoud van zeeschildpadden (Trb. 1999,45); gebruik van een natuurpark: alle vormen van gebruik van een natuurpark, waaronder begrepen het zich in of op een natuurpark bevinden en het gebruik van de in het park aanwezige voorzieningen, zoals meerboeien en pieren; inheemse flora en fauna: van nature binnen het eilandgebied Bonaire en territoriale-, kust- en binnenwateren voorkomende dieren en planten; specimens: levende of dode dieren of planten alsmede alle delen van dieren en planten en producten hiervan; verhandelen: te koop vragen, te kopen ofte verwerven, ten verkoop voorhanden of in voorraad te hebben, te verkopen of ten verkoop aan te bieden, te huren ofte verhuren of tentoon te stellen voor handelsdoeleinden; soort: soort, ondersoort, een geografisch geïsoleerde populatie of kruisingen van soorten; landsverordening: Landsverordening grondslagen natuurbeheer en -bescherming (P.B. 1998, no. 49, zoals laatstelijk gewijzigd bij landsverordening van 15 maart 2001, P.B. 2001, no. 41); landelijke commissie: Commissie natuurbeheer en bescherming, bedoeld in artikel 3 van de landsverordening; eilandelijke commissie: Commissie natuurbeheer Bonaire, bedoeld in artikel 3 van deze verordening. 2.De geldende tekst van het Verdrag van Ramsar, het CITES-Verdrag, de Bonn-Conventie, het SPAW-Protocol, het Biodiversiteitsverdrag en het Zeeschildpaddenverdrag ligt voor een ieder ter inzage op een door het bestuurscollege aangewezen plaats. Artikel2 Deze eilandsverordening is van toepassing op het gehele grondgebied van het eilandgebied tot aan de buitengrens van de territoriale wateren, inclusief de kust- en binnenwateren. Artikel3 1.Er is een Commissie natuurbeheer Bonaire. 2.De eilandelijke commissie heeft tot taak het bestuurscollege desgevraagd of uit eigen beweging van advies te dienen over maatregelen ter uitvoering van deze eilandsverordening en natuurbeheer in het algemeen. 3.De eilandelijke commissie bestaat uit ten minste 3 en ten hoogste 9 leden waaronder een voorzitter. De leden worden benoemd door het bestuurscollege op grond van hun deskundigheid op een of meer terreinen waarover deze verordening handelt. De commissieleden stellen onderling een taakverdeling vast en benoemen een voorzitter uit hun midden. Een lid van de eilandelijke commissie wordt tevens benoemd in de landelijke commissie. 4.Het bestuurscollege kan een vergoeding toekennen aan de leden van de eilandelijke commissie voor het bijwonen van vergaderingen van de eilandelijke commissie. Een vergoeding kan slechts toegekend worden aan leden die niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het bestuurscollege. 5.Voorzover nodig stelt het bestuurscollege voor de werkwijze van de commissie een reglement vast. ParagraafIIBESCHERMING VAN GEBIEDEN Artikel4 1.De instelling van een natuurpark als bedoeld in artikel 10 van de landsverordening geschiedt bij eilandsverordening en gaat vergezeld van: een kaart, waarop de begrenzing van het gebied nauwkeurig wordt aangegeven en een toelichting, waarin in elk geval wordt vermeld welke de wezenlijke kenmerken van het natuurpark zijn en op welke wijze de instandhouding en de doelstelling van het natuurpark worden verwezenlijkt. 2.Binnen een natuurpark als bedoeld in het eerste lid kunnen bij of krachtens eilandsverordening zones worden ingesteld. 3.Aansluitend aan de grenzen van een natuurpark kunnen bij of krachtens eilandsverordening bufferzones worden ingesteld. 4.Het bestuurscollege hoort de eilandelijke commissie over het ontwerp voor de instelling van een natuurpark of bufferzone. Artikel5 1.Voordat tot instelling van een natuurpark of bufferzone wordt overgegaan, houdt het bestuurscollege op een door het bestuurscollege te bepalen plaats een openbare hoorzitting, waarop het ontwerp voor de instelling van het natuurpark of de bufferzone wordt gepresenteerd en de aanwezigen in de gelegenheid worden gesteld hun mening over het ontwerp kenbaar te maken. Het bestuurscollege kan zich laten bijstaan door deskundigen. 2.Plaats en tijdstip van de hoorzitting worden minstens 7 dagen tevoren in één of meer plaatselijke dagbladen en voorts op de voor publicatie van officiële mededelingen gebruikelijke wijze in de Nederlandse, Papiamentse en Engelse taal bekend gemaakt. Artikel6 1.Het ontwerp ligt vanaf de dag van de hoorzitting, bedoeld in artikel 5, eerste lid, gedurende 30 dagen voor een ieder op een door het bestuurscollege bekendgemaakte plaats ter inzage. 2.De terinzagelegging wordt bekend gemaakt op de in artikel 5, tweede lid, bepaalde wijze. De bekendmaking houdt mededeling in van de mogelijkheid tot het indienen van bedenkingen. Zij die rechten kunnen doen gelden ten aanzien van het als natuurpark of bufferzone aan te wijzen gebied of delen daarvan zullen voorzover zij bekend zijn bij het bestuurscollege schriftelijk van de terinzagelegging en bekendmaking in kennis worden gesteld. 3.Een ieder kan binnen de in het eerste lid genoemde termijn schriftelijk bedenkingen indienen bij de eilandsraad. Artikel7 1.De eilandsraad beslist binnen 60 dagen na afloop van de in artikel 6, eerste lid bedoelde termijn omtrent de instelling van het natuurpark of de bufferzone. Indien overeenkomstig artikel 6, derde lid, bedenkingen zijn ingediend, beslist de eilandsraad binnen 120 dagen. De eilandsraad kan de vaststelling voor ten hoogste eenzelfde termijn verlengen. 2.Indien bij de instelling van het natuurpark of de bufferzone wordt afgeweken van het ontwerp, wordt de beslissing van de eilandsraad met redenen omkleed. 3.Personen die bedenkingen hebben ingediend worden van de beslissing schriftelijk in kennis gesteld. Artikel8 1.Het beheer van een natuurpark berust bij het bestuurscollege. Het bestuurscollege is bevoegd bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, een andere instantie met het beheer te belasten. 2.Het bestuurscollege stelt na overleg met hen, die rechten kunnen doen gelden ten aanzien van het als natuurpark aangewezen gebied of delen daarvan, voor dat gebied of een deel daarvan een beheersplan op, dat het behoud of het herstel van de natuur of van de natuurwaarden van het natuurpark ten doel heeft. 3.Bij of krachtens eilandsverordening worden beheersmaatregelen met betrekking tot een of meer natuurparken vastgesteld. Deze beheersmaatregelen bevatten in ieder geval bepalingen met betrekking tot: de toegang tot en het overige gebruik van het natuurpark; het verrichten van handelingen binnen het natuurpark; de in het natuurpark voorkomende soorten als bedoeld in de artikelen 11, 12 en 13 van de landsverordening. 4.Bij of krachtens eilandsverordening kunnen beheersmaatregelen worden vastgesteld voor de bufferzones, voor zover dit noodzakelijk is ter voorkoming van schade voor de natuur of de natuurwaarden van een natuurpark of ter voorkoming van ontsiering van een natuurpark. 5.Het bestuurscollege hoort de eilandelijke commissie alvorens een beheersplan als bedoeld in het tweede lid of beheersmaatregelen als bedoeld in het derde of vierde lid vast te stellen. 6.De beheerder, bedoeld in het eerste lid, is bevoegd aanwijzingen te geven in het belang van de bescherming van het natuurpark. Een ieder is verplicht deze aanwijzingen stipt op te volgen. Artikel9 1.Het bestuurscollege kan bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, aan gebruikers of personen of bedrijven die bij het gebruik van een natuurpark betrokken zijn, een heffing opleggen. 2.De opbrengsten van de heffingen, bedoeld in het eerste lid, worden ter beschikking gesteld aan de beheerder van het natuurpark, bedoeld in artikel 8, eerste lid, en worden aangewend voor het beheer van het natuurpark of natuurparken. 3.Het bestuurscollege kan besluiten de inning door of namens de beherende instantie te laten geschieden. 4.De beherende instantie legt vóór 1 juli rekening en verantwoording af aan het bestuurscollege over het beheer van het natuurpark en de besteding van de gelden in het afgelopen jaar. Artikel10 1.Het is verboden zonder vergunning van het bestuurscollege of in strijd met de bij die vergunning gestelde voorschriften handelingen te verrichten, te doen verrichten ofte gedogen: die schadelijk kunnen zijn voor de natuur of de natuurwaarden van een natuurpark of die een natuurpark ontsieren; die strijdig zijn met de regels, bedoeld in het vierde lid. 2.Als schadelijk voor de natuur of natuurwaarden van een natuurpark worden in ieder geval aangemerkt: handelingen die de wezenlijke kenmerken van een natuurpark, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, kunnen aantasten; handelingen die strijdig zijn met het beheersplan, bedoeld in artikel 8, tweede lid; handelingen die strijdig zijn met de beheersmaatregelen bedoeld in artikel 8, derde en vierde lid. 3.Geen vergunning is vereist voor handelingen die zijn voorzien in een beheersplan als bedoeld in artikel 8, tweede lid. 4.In het belang van de handhaving van de bij of krachtens deze eilandsverordening gestelde regels of met het oog op verwezenlijking van de doelstellingen van deze eilandsverordening, kunnen bij of krachtens eilandsverordening regels worden gesteld omtrent andere handelingen dan bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a. 5.Bij eilandsverordening kan worden bepaald dat het bestuurscollege geen vergunning als bedoeld in het eerste lid kan verlenen voor het verrichten, doen verrichten of gedogen van bij eilandsverordening aangewezen handelingen als bedoeld in het eerste lid. ParagraafIIIBESCHERMING VAN DIER- EN PLANTENSOORTEN Artikel11 1.Als beschermde dier- en plantensoorten worden aangewezen alle dier- en plantensoorten die vermeld zijn in bijlage 1 van het CITES-Verdrag, bijlage 1 van de Bonn-Conventie, bijlagen 1 en 2 van het SPAW-Protocol en bijlage 1 van het Zeeschildpaddenverdrag. 2.Bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen ook andere dier- en plantensoorten, anders dan die bedoeld in het eerste lid, die behoren tot de inheemse flora en fauna worden aangewezen als beschermde dier- en plantensoorten. 3.Bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen beheersmaatregelen worden vastgesteld voor alle beschermde dier- en plantensoorten als bedoeld in het eerste en tweede lid, alsmede voor soorten vermeld in bijlage 3 van het SPAW protocol. 4.Het bestuurscollege hoort de eilandelijke commissie alvorens een besluit als bedoeld in het tweede of derde lid vast te stellen. Artikel12 Het is verboden specimens van een beschermde plantensoort uit te steken, te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen, te beschadigen of te vernielen. Artikel13 1.Het is verboden specimens van een beschermde diersoort te vangen, te doden, te vernielen, te verhandelen of te verzamelen. 2.Het is verboden zonder noodzaak een dier, behorende tot een beschermde diersoort, te verontrusten of zijn nest, hol of voortplantings- of rustplaats te verstoren dan wel te beschadigen of te vernielen, alsmede een nest van een zodanig dier te bemachtigen. 3.Het is verboden om levende dieren, behorende tot een beschermde diersoort, onder zich te hebben. 4.Het is verboden eieren van dieren, behorende tot een beschermde diersoort, opzettelijk te vernielen, te rapen of onder zich te hebben. Artikel14 Het is verboden specimens van niet-inheemse of genetisch gewijzigde dier- en plantensoorten in de natuur uit te zetten. Artikel15 1.Door of namens het bestuurscollege kan, na de eilandelijke commissie gehoord te hebben, ontheffing worden verleend van de artikelen 12 tot en met
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.