Centrumregeling regio Meierij Wmo 2020 De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Boxtel, Haaren (tot de ontvlechting in 2021), ’s-Hertogenbosch, Meierijstad, Sint-Michielsgestel en Vught, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft; Overwegende dat zij met ingang van 1 januari 2015 regionaal hebben samengewerkt op basis van de Samenwerkingsovereenkomst Specialistische hulp Wmo Meierij; zij daartoe een inkoopsamenwerking zijn aangegaan en beleid op elkaar hebben afgestemd; de samenwerkingsovereenkomst op 31 december 2019 afloopt; de samenwerking tussen de gemeenten over de periode 2015-2018 door een extern bureau is geëvalueerd; in het evaluatierapport diverse aanbevelingen zijn gedaan om te komen tot een optimalisering van de gezamenlijke inkoop en de bestuurlijke samenwerking daarbij; zij zich realiseren dat op basis van de opgedane ervaringen de samenwerking bij de gezamenlijke uitvoering van de Wmo voordelen biedt, met inachtneming van ieders autonome bestuursbevoegdheid; de colleges van de deelnemende gemeenten al eerder een voorkeur hebben aangegeven voor een samenwerkingsstructuur die gekenmerkt wordt als ‘zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig’, passend binnen het regionaal gedragen principe: ‘Doe regionaal wat moet, lokaal wat kan’; zij zich realiseren dat een centrumgemeenteconstructie als bestuurlijke vorm zorgt voor eenduidigheid en een beperking van kosten en administratieve lasten; gemeenten in adequaat toezicht op naleving van de gestelde kwaliteitseisen in de Wmo voorzien door gezamenlijke organisatie van het Wmo- toezicht; zij de gezamenlijke inkoop opnieuw willen vormgeven met inachtneming van de aanbevelingen uit het evaluatierapport uit 2018 door gebruik te maken van de gemeente ‘s-Hertogenbosch als centrumgemeente; zij daarbij ruimte willen creëren om te kunnen experimenteren met alternatieve manieren van inkoop door middel van pilots; zij de intentie hebben hun raden voor te stellen waar nodig in verband met de gezamenlijke inkoop hun verordening Wmo op elkaar af te stemmen; zij daartoe ingaande 2020 een centrumregeling wensen aan te gaan waarin aan de gemeente ‘s-Hertogenbosch het mandaat wordt verleend om individuele begeleiding, dagbesteding en kortdurend verblijf,(indien nodig) een vertrouwenspersoon en toezicht op calamiteitsincidenten zoals omschreven in de regeling in te kopen namens de overige gemeenten; zij daartoe ingaande 2021 mogelijk een centrumregeling wensen aan te gaan waarin aan de gemeente ‘s-Hertogenbosch het mandaat wordt verleend om ook Beschermd Wonen en maatschappelijke en verslaafdenopvang, zoals omschreven in de regeling in te kopen namens de overige gemeenten; de gemeente Haaren per 2021 opsplitst. Gelet op Artikel 2.6.1 van de Wmo 2015, afdeling 10.1.1 Algemene wet bestuursrecht, en de artikelen 1 en 8, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr); de door de raden van voornoemde gemeenten aan hun colleges van burgemeester en wethouders verleende toestemming tot het aangaan van deze samenwerking en het vaststellen van deze regeling ex artikel 1, tweede lid Wgr. B E S L U I T E N: vast te stellen de navolgende gemeenschappelijke regeling voor de inkoop van Wmo-taken Centrumregeling regio Meierij Wmo 2020 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepalingen Deze gemeenschappelijke regeling verstaat onder: centrumregeling: Centrumregeling regio Meierij Wmo 2020 centrumgemeente: gemeente als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen: gemeente ‘s-Hertogenbosch; gemeenten: alle gemeenten die aan deze regeling deelnemen, inclusief de centrumgemeente ’s-Hertogenbosch; regiogemeenten: gemeenten Boxtel, Haaren, Meierijstad, Sint-Michielsgestel en Vught; Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, Wmo-taken: taken in het kader van de Wmo, namelijk individuele begeleiding, dagbesteding, kortdurend verblijf, vertrouwenspersoon, toezicht op calamiteiten en geweld en toezicht op kwaliteit. Uitgezonderd zijn de individuele begeleiding, dagbesteding en kortdurend verblijf voor landelijk gecontracteerde aanbieders voor zintuiglijk gehandicapten; vertrouwenspersoon; een onafhankelijk persoon die de inwoner ondersteunt bij het opkomen voor de eigen belangen; portefeuillehouder Wmo: het collegelid van een deelnemende gemeente, verantwoordelijk voor de Wmo; regionaal Inkoopteam: organisatieonderdeel van de centrumgemeente dat belast is met de inkoop van de Wmo voor de gemeenten zoals in deze regeling omschreven; accountmanagement: het bewaken van afspraken uit de overeenkomsten met de aanbieders via Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s), het bewaken van financiële informatie en het bespreken van innovatie en ontwikkelmogelijkheden met de aanbieders; aanbieders; aanbieders kunnen zijn: leveranciers van zorg, GGD of vertrouwenspersoon contractbeheer: het beheer van de overeenkomsten met de aanbieders en het monitoren van het naleven van de afspraken uit deze overeenkomsten; cliëntervaringsonderzoek: het jaarlijks verplichte onderzoek naar cliëntervaringen. toezicht: toezien op de kwaliteit van gecontracteerde aanbieders, als bedoeld in de Wmo, eventueel na een signaal, klacht of melding. Inkoopopdracht: jaarlijkse opdracht van het Regionaal Regieteam aan het Regionaal Inkoopteam waarin wordt aangeven wat dit team voor het daaropvolgende jaar moet inkopen; verdeelsleutel: naar rato van het aantal inwoners per gemeente op 1 januari van het voorgaande jaar. Artikel2Doelstelling voor samenwerking De gemeenten zijn een onderlinge samenwerking aangegaan gericht op het zorgdragen voor een kwalitatief goede en efficiënte inkoop van de Wmo-taken op basis van de Inkoopstrategie 2020-2021 en de jaarlijks vastgestelde Inkoopopdracht met inachtneming van de bepalingen van de Wmo. Artikel3Uitgangspunten van de samenwerking De gemeenten behouden hun eigen bestuurlijke structuur, bevoegdheden en verantwoordelijkheden, gericht op een goede dienstverlening aan de eigen bevolking en ruimte voor het behoud van eigen identiteit in de uitvoering van de Wmo-taken. Bij de medewerkers van het Regionaal Inkoopteam mag geen sprake zijn van taakvermenging met lokale en beleidstaken op het terrein van Wmo. Bij lokale initiatieven die raakvlakken hebben met de Regionale Inkoopstrategie 2020-2021 vindt vooraf overleg plaats met het Regionaal Inkoopteam om te beoordelen of dit initiatief daarmee met de reeds gesloten overeenkomsten in strijd is. Iedere gemeente blijft zelf verantwoordelijk voor de keuze wanneer de ingekochte diensten van Wmo-taken in te zetten: de toegang is lokaal georganiseerd. Iedere gemeente heeft zelf contact met gecontracteerde aanbieders op casusniveau. Iedere gemeente is zelf verantwoordelijk voor opdrachtverstrekking voor individuele ondersteuning en betaling en verwerking van facturen via het GGK. Artikel4Centrumgemeente De regionale inkoop van de Wmo-taken wordt uitgevoerd door de centrumgemeente. Deze gemeente treedt namens de gemeenten op als inkopende partij. De regiogemeenten verlenen de centrumgemeente daartoe opdracht tot het verrichten van de in artikel 10 genoemde taken namens de gemeenten overeenkomstig artikel 8, vierde lid van de Wgr. De centrumgemeente aanvaardt deze opdracht en richt daartoe een Regionaal Inkoopteam in binnen de eigen ambtelijke organisatie. De kosten van inrichting en instandhouding van het Regionaal Inkoopteam als bedoeld in het vorige lid worden volgens de verdeelsleutel door de gemeenten gezamenlijk gedragen. Bij het aangaan van deze regeling is een minimale formatie vastgesteld en deze kan jaarlijks worden uitgebreid na instemming RBO-Wmo. Bij wijziging van formatie worden de daaruit voortvloeiende kosten door de gemeenten gezamenlijk gedragen en verdeeld volgens de verdeelsleutel. De centrumgemeente draagt zorg voor de archiefbescheiden conform de archiefregeling van de centrumgemeente. Artikel5Bevoegdheden De colleges geven de centrumgemeente mandaat en volmacht om de in artikel 10 genoemde taken uit te voeren, uiteraard begrensd door wetgeving, jurisprudentie en vastgestelde kaders. Het college van de centrumgemeente kan de bevoegdheden in het eerste lid ondermandateren aan de ambtenaren van de centrumgemeente. Hoofdstuk2Organisatie en overleg Artikel6Organisatie De samenwerking en aansturing is georganiseerd in de vorm van: Regionaal Bestuurlijk Overleg Wmo (RBO-Wmo), bestaande uit de portefeuillehouders Wmo van de gemeenten. Het RBO-Wmo wordt ambtelijk ondersteund door een secretaris. Deze secretaris is tevens secretaris van het Regionaal Regieteam. Regionaal Regieteam, bestaande uit één ambtelijke vertegenwoordiger per gemeente. Het Regionaal Regieteam wijst uit zijn midden de voorzitter aan en wordt ambtelijk ondersteund door een secretaris. Deze secretaris is tevens secretaris van het RBO-Wmo. De manager van het Regionaal Inkoopteam en de voorzitter van het Regionaal Beleidsteam zijn vaste adviseurs van het Regionaal Regieteam. Het Regionaal Regieteam kan naar behoefte andere adviseurs betrekken. Regionaal Beleidsteam, bestaande uit ambtelijk beleidsmedewerkers van de gemeenten. Het Regionaal Beleidsteam wijst uit zijn midden de voorzitter aan. De voorzitter is vaste adviseur van het Regionaal Regieteam. Regionale Inkoopteam, bestaande uit medewerkers van de centrumgemeente die belast zijn met de inkoop van de Wmo voor de gemeenten zoals in deze regeling omschreven. De manager van het Regionaal Inkoopteam is vaste adviseur van het Regionaal Regieteam. Artikel7Taken RBO-Wmo Taken van het RBO-Wmo zijn: adviseren colleges van gemeenten over de beleidskaders waarbinnen de inkoop van Wmo-taken plaatsvindt. Deze beleidskaders omvatten de gezamenlijke beleidsdoelen en de lokale ruimte; kaders geven aan het Regionale Regieteam voor te verstrekken opdrachten aan het Regionale Inkoopteam; overleg over de realisatie van de Inkoopopdracht. Artikel8Taken Regionaal Regieteam Taken van het Regionaal Regieteam zijn: adviseren aan het RBO-Wmo over de beleidskaders waarbinnen de inkoop van Wmo-taken plaatsvindt. Deze beleidskaders omvatten de gezamenlijke beleidsdoelen en de lokale ruimte. De adviezen worden gebaseerd op input van de gemeenten, het Regionaal Inkoopteam en landelijke ontwikkelingen; binnen de aangegeven kaders van het RBO-Wmo opdrachten verstrekken aan het Regionaal Inkoopteam; organiseren van de benodigde middelen voor de Inkoopopdracht; afstemmen Inkoopopdracht, lokaal beleid en lokale dynamiek; bepalen op basis van welke KPI’s en met welke frequentie het Regionaal Regieteam periodieke rapportages wenst te ontvangen van het Regionaal Inkoopteam; periodiek informeren van en verantwoording afleggen aan het RBO-Wmo over de realisatie van de Inkoopopdracht. Artikel9Taken van Regionaal Beleidsteam Taken van het Regionaal Beleidsteam zijn: gevraagd en ongevraagd adviseren aan het Regionaal Regieteam; afstemmen van het lokale Wmo-beleid en het bepalen van de gezamenlijke beleidsuitgangspunten voor de inkoop van de Wmo-taken; waar nodig het laten organiseren van een gezamenlijk overleg met de gecontracteerde aanbieders van Wmo-taken over beleidsmatige ontwikkelingen en transformatie door het Regionaal Inkoopteam; Artikel10Taken van het Regionaal Inkoopteam Taken van het Regionaal Inkoopteam zijn: de regionale inkoop van de Wmo-taken, inclusief accountmanagement, contractbeheer en het houden van toezicht. Een gemeente kan bij een gesprek tussen een accountmanager en een aanbieder aanwezig zijn, indien dat nodig is voor oplossing van een lokaal knelpunt; in voorkomende gevallen het aangaan van een subsidierelatie; in voorkomende gevallen het doen van een aanbesteding waarbij de start van het gegunde contract valt binnen de periode als genoemd in artikel 24; de door het Regionaal Regieteam verstrekte Inkoopopdracht uitvoeren; gevraagd en ongevraagd adviseren aan het Regionaal Regieteam; het evalueren van accountmanagement en contractbeheer; het organiseren van het overleg met de gecontracteerde aanbieders van Wmo-taken over inkoopgerelateerde onderwerpen; het organiseren van data-analyse ten behoeve van de Inkoopopdracht en het per kwartaal of zoveel eerder als nodig rapporteren op basis van gebruik van Wmo-taken aan alle gemeenten over de stand van zaken; verantwoording afleggen aan het Regionaal Regieteam op basis van het door dit team bepaalde KPI’s en rapportagefrequentie; verantwoording afleggen aan het Regionaal Regieteam over de realisatie van de Inkoopopdracht; het voeren van rechtsgedingen voortvloeiende uit de hiervoor vermelde taken. Artikel11Bestuurlijk en ambtelijk overleg Het RBO-Wmo overlegt ten minste driemaal per jaar. Het RBO-Wmo komt voorts bijeen wanneer minimaal twee gemeenten dit onder opgaaf van redenen noodzakelijk achten, en op verzoek van het Regionaal Regieteam. Het extra bestuurlijk overleg bedoeld in het tweede lid wordt uiterlijk binnen twee weken na het verzoek van minimaal twee gemeenten belegd. Het Regionaal Regieteam voert periodiek overleg over de uitvoering van de in artikel 8 van deze regeling genoemde taken. Het Regionaal Beleidsteam voert periodiek overleg over de uitvoering van de in artikel 9 van deze regeling genoemde taken. Besluitvorming vindt plaats op basis van een meerderheid op basis van CBS-inwoneraantallen per 1 januari van het betreffende kalenderjaar én instemming van minimaal drie gemeenten. Hoofdstuk3Informatie, verantwoording en bedrijfsvoering Artikel12Informatie en verantwoording Het Regionaal Inkoopteam verstrekt de gemeenten alle informatie over de uitvoering van deze regeling ten behoeve van de invulling van de verantwoordingsplicht van de gemeenten overeenkomstig de artikelen 212 en 213 Gemeentewet. De gemeenten verstrekken het Regionaal Inkoopteam tijdig alle benodigde informatie die dit team voor de uitoefening van haar taken nodig heeft. De gemeenten verstrekken het Regionaal Inkoopteam de gegevens over de lokale toegang. Deze gegevens worden ook verstrekt ten behoeve van het overleg met gecontracteerde aanbieders. De gemeenten kunnen het Regionaal Inkoopteam om aanvullende inlichtingen verzoeken, voor zover het zijn taak betreft. Artikel13Kostentoerekening en wijze van risicoverdeling Gemeenten dragen zelf de kosten voor de afgenomen zorg door inwoners van de betreffende gemeente. Regiogemeenten betalen volgens de verdeelsleutel de centrumgemeente voor de uitvoeringskosten van het Regionaal Inkoopteam. Zij verstrekken daartoe een voorschot. Artikel14Facturering en verrekening Iedere gemeente is verantwoordelijk voor een deugdelijke geautomatiseerde verwerking van facturen van aanbieders via het GGK. Iedere gemeente is verantwoordelijk voor een deugdelijke en actuele geautomatiseerde verwerking van toewijzingen via het GGK. Iedere gemeente is verantwoordelijk voor tijdige betaling van zijn facturen. Artikel15Inkoopopdracht Met het oog op een goede uitvoering van de taken en opdracht stelt het Regionaal Regieteam vóór 1 april de jaarlijkse Inkoopopdracht op voor het volgende kalenderjaar. Na behandeling in het RBO-Wmo leggen de gemeenten de jaarlijkse Inkoopopdracht ter accordering voor aan hun colleges. De inkoopopdracht is vastgesteld als de meerderheid – op basis van de CBS-inwoneraantallen per 1 januari van het betreffende kalenderjaar én minimaal drie gemeenten – instemt. Wordt de meerderheid niet gehaald, dan vindt verder overleg plaats over de inhoud van de Inkoopopdracht. Bij gemeentelijke herindeling kan de bepaling van de meerderheid – de CBS inwoneraantallen van minimaal drie gemeenten – worden aangepast. Indien de jaarlijkse inkoopopdracht is geaccordeerd, wordt deze door het Regionaal Regieteam uiterlijk voor 1 juli voldoende concreet gespecificeerd als opdracht gegeven aan het Regionale inkoopteam. Artikel16Communicatie Het Regionaal Inkoopteam is het aanspreekpunt voor de gecontracteerde aanbieders van de Wmo-taken voor alle contractuele afspraken en vraagstukken over de uitgevoerde inkoop en aanbesteding. Gemeenten zijn aanspreekpunt voor gecontracteerde aanbieders van Wmo taken wat betreft het berichtenverkeer in het GGK en de lokale factuurafhandeling. Hoofdstuk4Tussentijds wijzigen, toetreden, uittreden en opheffen Artikel17Tussentijdse wijziging De colleges van de gemeenten kunnen tussentijds aan de centrumgemeente voorstellen doen tot wijziging van de regeling. Na een positief advies van het RBO-Wmo over het wijzigingsvoorstel doen de gemeenten een daartoe strekkend voorstel toekomen aan hun colleges. Een wijziging is tot stand gekomen, wanneer de colleges van alle gemeenten daartoe besluiten na verkregen toestemming van hun raden. Op de tussentijdse wijziging van deze regeling is artikel 25 van deze regeling van overeenkomstige toepassing. Artikel18Tussentijdse toetreding Andere gemeenten kunnen tussentijds tot deze regeling toetreden, wanneer de colleges van alle gemeenten daartoe besluiten na verkregen toestemming van hun raden. De gemeenten regelen in overleg de rechten en verplichtingen die voor de toe te treden gemeente uit de regeling voortvloeien. Indien een gemeente tot de regeling wenst toe te treden, draagt deze gemeente de financiële gevolgen van deze toetreding. Op de tussentijdse toetreding tot deze regeling is artikel 25 van deze regeling van overeenkomstige toepassing. Artikel19Tussentijdse uittreding Een regiogemeente kan tussentijds uittreden uit de regeling door een besluit van het college na verkregen toestemming van de betreffende raad. Een regiogemeente kan uitsluitend per 1 januari van een kalenderjaar uittreden. Een regiogemeente maakt het voornemen tot uittreding minimaal een jaar van tevoren per aangetekende brief kenbaar aan de centrumgemeente. Als een regiogemeente uittreedt, zal die gemeente tot 01-01-2024 de jaarlijkse uitvoeringskosten van de centrumgemeente en de contractuele verplichtingen met aanbieders aan de centrumgemeente blijven voldoen. Daarnaast betaalt die regiogemeente de werkelijke kosten ten gevolge van de uittreding. De centrumgemeente stelt de hoogte van de in dit lid genoemde kosten vast in overleg met de gemeenten. De uitgetreden regiogemeente is verantwoordelijk voor het regelen van de Wmo-taken voor de betreffende gemeente. Op de tussentijdse uittreding uit deze regeling is artikel 25 van deze regeling van overeenkomstige toepassing. Artikel20Tussentijdse opheffing en beëindiging De regeling wordt tussentijds opgeheven, wanneer de colleges van alle gemeenten daartoe besluiten na verkregen toestemming van hun raden. Indien de regeling tussentijds wordt opgeheven, of indien de samenwerking wordt beëindigd met ingang van 1 januari 2024, regelt de centrumgemeente in overleg met de gemeenten de financiële gevolgen van de opheffing of beëindiging in een opheffingsplan ofwel een liquidatieplan. De centrumgemeente registreert de werkelijke kosten die zij per jaar maakt voor het te herplaatsen personeel en declareert deze bij de gemeenten. Volgens de verdeelsleutel worden de kosten verdeeld over de gemeenten. Het is in ieders belang de opheffingskosten of liquidatiekosten zo laag mogelijk te houden en er wordt afgesproken dat iedere gemeente een bijdrage levert aan het te herplaatsen personeel. Op de tussentijdse opheffing van deze regeling is artikel 25 van deze regeling van overeenkomstige toepassing. Hoofdstuk5Overige bepalingen Artikel21Geschillen Onverminderd het bepaalde in artikel 28 Wgr, verplichten de gemeenten zich om in geval van geschillen over de inhoud en uitvoering van deze regeling met elkaar in overleg te treden, waarbij zal worden getracht dergelijke geschillen in der minne te beslechten. Artikel22Privacy Gemeenten waarborgen, als verwerkingsverantwoordelijken in de zin van de Algemene Verordening Gegevensbescherming, dat bij de onderlinge gegevensuitwisseling de vigerende privacywetgeving wordt nageleefd. Artikel23Evaluatie Deze regeling en de uitvoering daarvan wordt voor 1 juli 2022 geëvalueerd. De evaluatie vindt plaats onder onafhankelijke aansturing De kosten van de evaluatie worden gedeeld volgens de verdeelsleutel. De evaluatie resulteert in een evaluatieverslag dat wordt aangeboden aan de colleges van de gemeenten. De colleges van de gemeenten brengen het evaluatieverslag en hun zienswijzen daarbij onder de aandacht van hun raden. Artikel24Inwerkingtreding en duur van de regeling Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2020. De regeling wordt aangegaan voor de duur van vier jaren. De regeling wordt steeds stilzwijgend met een jaar verlengd, tenzij één van de gemeenten vòòr 1 januari van het jaar waarin de regeling afloopt per aangetekende brief kenbaar heeft gemaakt aan de centrumgemeente van deze mogelijkheid geen gebruik wenst te maken. Bij stilzwijgende verlenging geldt voor alle artikelen dat deze met inachtneming van een nieuwe periode van een jaar moeten worden gelezen. Artikel25Bekendmaking Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na bekendmaking van de regeling in de Staatscourant door de centrumgemeente. De centrumgemeente zendt deze regeling aan Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant. Gemeenten nemen deze regeling op in het door hen bij te houden register als bedoeld in artikel 27, lid 1 van de Wgr. Artikel26Slotbepaling In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, treden de gemeenten met elkaar in overleg. Artikel27Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Centrumregeling Wmo regio Meierij 2020. Aldus vastgesteld door het college van de gemeente Boxtel d.d. 26 februari 2019Namens de gemeente Boxtel mw. M.C. Lestrade-Brouwer, wethouder Aldus vastgesteld door het college van de gemeente d.d. 26 februari 2019 Namens de gemeente Haaren mw. A.L.M. Verschuren, wethouder Aldus vastgesteld door het college van de gemeente ’s-Hertogenbosch d.d. 27 februari 2019Namens de gemeente ’s-Hertogenbosch dhr. H.C. van Olden, wethouder Aldus vastgesteld door het college van de gemeente Meierijstad d.d. 27 februari 2019Namens de gemeente Meierijstad dhr. E.M.J.M Witlox, wethouder Aldus vastgesteld door het college van de gemeente Sint-Michielsgestel d.d. 21 februari 2019 Namens de gemeente Sint-Michielsgestel dhr. P.J.H. Raaijmakers, wethouder Aldus vastgesteld door het college van de gemeente Vught d.d. 21 februari 2019Namens de gemeente Vught, mw. S.I.S. Heijboer, wethouder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.