← Nederland

Nadere regels en subsidieplafonds amateurkunst Purmerend 2025 (Purmerend)

Nadere regels en subsidieplafonds amateurkunst Purmerend 2025Burgemeester en wethouders van de gemeente Purmerend; Gelet op de artikelen 2, 3 en 6 van de Verordening amateurkunst Purmerend 2009; BESLUITEN: vast te stellen de Nadere regels en subsidieplafonds amateurkunst Purmerend 2025 Artikel1Begripsomschrijvingen In deze nadere regels wordt verstaan onder: artistiek leider: een dirigent, instructeur, regisseur, tentoonstellingsmaker, choreograaf en dergelijke. Voor zover deze in het bezit is van een diploma van een officieel erkende beroepsopleiding is sprake van een beroeps-artistiek leider; opleiding: een opleiding, niet zijnde een beroepsopleiding, gevolgd door een kaderlid of een actief lid bij een regionaal of landelijke organisatie op het gebied van de amateurkunst; kaderlid: een persoon, verbonden aan een instelling, die de artistieke en bestuurlijke activiteiten van die instelling mede mogelijk maakt; categorie A: een muziekvereniging in de vorm van een symfonieorkest, harmonie- en fanfarekorps, brassband of drumfanfare; categorie B: een muziekvereniging in de vorm van tamboer- en pijperkorps, trompetter-, hoornblazers- of majorettekorps; categorie C: een muziekensemble, niet vallend onder de categorieën A of B; categorie D: een oratoriumvereniging, opera- en operettevereniging of musicalvereniging; categorie E: een zangvereniging; categorie F: een toneel- en cabaretvereniging of schrijvers- en poëzievereniging; categorie G: een dansvereniging; categorie H: een foto- en film-/videovereniging alsmede een beeldende kunst vereniging (twee- en driedimensionaal); verordening: de Verordening amateurkunst Purmerend 2009. Artikel2Bestanddelen basissubsidie 1.De hoogte van de basissubsidie wordt berekend door optelling van de subsidiebedragen die worden verstrekt: per actief lid; als bijdrage in de het salaris en de voor uitvoering(

  1. en)noodzakelijke onkosten van een artistiek leider; als bijdrage voor huur voor repetitieruimten; als bijdrage voor zaalhuur ten behoeve van voorstellingen en uitvoeringen; als bijdrage voor inschakeling van een orkest of solist; als bijdrage in de kosten van onderhoud van instrumenten. 2. De subsidiebedragen ten behoeve van de exploitatiekosten van de instelling, gebaseerd op het aantal actieve leden in 2025, zijn als volgt: Categorie A: voor instellingen tot 25 leden 587,00 voor instellingen tot 50 leden 611,00 voor instellingen tot 75 leden 635,00 voor instellingen tot 100 leden 662,00 voor instellingen met 100 of meer leden 686,00 Categorie B: voor instellingen tot 25 leden 440,00 voor instellingen tot 50 leden 465,00 voor instellingen tot 75 leden 489,00 voor instellingen tot 100 leden 512,00 voor instellingen met 100 of meer leden 536,00 Categorie D: voor instellingen tot 25 leden 244,00 voor instellingen tot 50 leden 269,00 voor instellingen tot 75 leden 292,00 voor instellingen tot 100 leden 316,00 voor instellingen tot 100 of meer leden 342,00 Categorieën C, E, F, G en H: voor instellingen tot 25 leden 99,00 voor instellingen tot 50 leden 122,00 voor instellingen tot 75 leden 146,00 voor instellingen tot 100 leden 170,00 voor instellingen met 100 of meer leden 196,00 1 januari van de subsidieperiode waarop de subsidie betrekking heeft, wordt gehanteerd als peildatum bij de bepaling van het aantal actieve leden van een instelling. 3.Het subsidiebedrag als bijdrage in het salaris en de noodzakelijke onkosten voor de uitvoering(
  2. en)van een artistiek leider bedraagt in 2025 50% van die kosten in 2024 tot een maximum van: € 2.515,- voor een beroepsdirigent, -instructeur of -regisseur; of € 1.220,- voor een niet beroepsdirigent, - instructeur, of -regisseur. In de in dit lid genoemde bedragen is 0% looncorrectie inbegrepen. Indien bij een instelling meerdere soorten artistiek leiders betrokken zijn (bijvoorbeeld een regisseur en een dirigent), dan kan voor de tweede soort artistiek leider een bijdrage in de kosten van 25% van de kosten van 2024 worden verstrekt, met een maximum van € 1.220,-. Dit geldt uitsluitend voor een beroepsdirigent, -instructeur, of –regisseur. Deze regel is niet van toepassing op meerdere artistiek leiders van dezelfde categorie (bijvoorbeeld meerdere regisseurs of dirigenten). 4. Het subsidiebedrag als bijdrage in de kosten van huur voor repetitieruimten bedraagt in 2025 50% van die kosten in 2024. In afwijking van het gestelde onder a. wordt ten aanzien van de verenigingen die voorheen repeteerden in P3 en nu genoodzaakt zijn elders te repeteren, in 2025, een anderpercentage gehanteerd: Stedelijk Orkest 57%; Harmonie Crescendo 58%; Kunst na Arbeid 59%. 5. Het subsidiebedrag als bijdrage in de kosten van zaalhuur ten behoeve van voorstellingen en uitvoeringen bedraagt in 2025, 50% van die kosten in 2024 tot een maximum van € 1.500,-. 6. Het subsidiebedrag als bijdrage in de kosten van inschakeling van een orkest respectievelijk een solist bedraagt in 2025, 30% van die kosten in 2024 tot een maximum van € 1.502,-. Tot de onder a. bedoelde kosten behoren tevens de reiskosten van de orkestleden of de solist voor één repetitie en één generale repetitie en voor de daarop volgende koor-, musical-, opera- of operette-uitvoering(en). 7. Het subsidiebedrag als bijdrage in de kosten van onderhoud van instrumenten bedraagt in 2025 € 24,25 per bespeeld instrument. 1 januari van de subsidieperiode waarop de subsidie betrekking heeft, wordt gehanteerd als peildatum bij de bepaling van het aantal bespeelde instrumenten bij een instelling. Artikel3Subsidieplafonds 2025 1.Het subsidieplafond voor de basissubsidie bedraagt € 98.612,- 2.Het subsidieplafond voor de startsubsidie bedraagt € 2.000 Artikel4Aanvraagformulier subsidie amateurkunst 2025 Aanvragen worden gedaan met bijgaand aanvraagformulier subsidie amateurkunst 2025. Artikel5Wijze van verdeling 1.De wijze van verdeling voor de basissubsidies is op volgorde van binnenkomst 2.De wijze van verdeling voor de startsubsidies is op volgorde van binnenkomst. Artikel6Hardheidsclausule Het college kan de nadere regels buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing van deze nadere regels leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Artikel7Inwerkingtreding 1.Deze nadere regels treden in werking op de datum na die waarop ze zijn bekend gemaakt en vervallen op 1 januari 2026. 2.Subsidieaanvragen kunnen vanaf de in het eerste lid genoemde datum en tot uiterlijk 1 oktober 2025 worden ingediend. Artikel8Citeertitel Deze nadere regels worden aangehaald als: Nadere regels amateurkunst Purmerend 2025. Purmerend, 25 februari 2025Burgemeester en wethouders voornoemd,De secretaris, M.H. van der Weit de burgemeester,E. van Selm

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.