Beleidsregel drugshandel op straat gemeente Midden-Groningen DE BURGEMEESTER VAN GEMEENTE MIDDEN-GRONINGEN Overwegende, dat integraal wordt gewerkt aan de aanpak van ondermijning; dat drugshandel op straat hier onderdeel van uitmaakt; dat de drugshandel op straat leidt tot drugsoverlast en wordt ervaren als een aantasting van het veiligheidsgevoel; dat een versterking op dit onderdeel van de aanpak gewenst is teneinde drugsdealers te beletten zich schuldig te maken aan drugshandel op straat; dat het ingevolge artikel 2:74 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) verboden is – onverminderd het bepaalde in de Opiumwet, zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling, af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen. dat deze verbodsbepaling beoogt om drugshandel op straat te voorkomen en drugsoverlast terug te dringen; dat van deze beleidsregel mogelijk preventieve werking uitgaat en dat met het opleggen van een last onder dwangsom wordt beoogd herhaling van de overtreding te voorkomen; dat de burgemeester ingevolge artikel 125 van de Gemeentewet en artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) over de bevoegdheid beschikt om aan overtreders van artikel 2:74 APV een last onder dwangsom op te leggen; BESLUIT: vast te stellen de ‘Beleidsregel drugshandel op straat’ gemeente Midden-Groningen; Inleiding Vanuit het oogpunt van de openbare orde en veiligheid, het beschermen van het woon- en leefklimaat en de volksgezondheid, treedt de burgemeester op tegen illegale handel in drugs. Het voorkomen en bestrijden van de ondermijnende en ontwrichtende effecten van drugshandel is van zeer groot belang. In artikel 2:74 van de APV is een verbod op drugshandel op straat opgenomen. Op het overtreden van dit verbod kan worden gehandhaafd door middel van het opleggen van een last onder dwangsom. Hiermee wordt beoogd om herhaling van de overtreding te voorkomen. Ook wil de burgemeester met het opleggen van een last onder dwangsom voorkomen dat de openbare orde verder wordt aangetast en overlast wordt veroorzaakt. In deze beleidsregel staat beschreven onder welke omstandigheden en op welke wijze in de gemeente Midden-Groningen gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om een bestuurlijke maatregel op te leggen indien artikel 2:74 van de APV is overtreden. Doelstelling Met deze beleidsregel wordt primair beoogd: het versterken van bestrijding van drugshandel op straat; het voorkomen en beheersen van de negatieve effecten van de handel in en het gebruik van drugs op het openbare leven en andere lokale omstandigheden in de gemeente; het verbeteren van de kwaliteit van het woon- en leefklimaat en volksgezondheid; het creëren van een preventief effect, in die zin dat het voor de overtreders kenbaar is welke herstelmaatregel er door de burgemeester opgelegd kan worden na een overtreding. Juridisch kader Artikel 2:74 van de APV luidt: Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling, af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen. Artikel 125, eerste lid van de Gemeentewet luidt: Het gemeentebestuur is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang. Artikel 125, derde lid van de Gemeentewet luidt: De bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang wordt uitgeoefend door de burgemeester, indien de last dient tot handhaving van regels welke hij uitvoert. Artikel 5:32, eerste lid van de Awb luidt: Een bestuursorgaan dat bevoegd is een last onder bestuursdwang op te leggen, kan in plaats daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen. Volgens artikel 5:31d van de Awb wordt onder een last onder dwangsom verstaan: de herstelsanctie, inhoudende: een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding en de verplichting tot betaling van een geldsom indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd. Last onder dwangsom De burgemeester beschikt op grond van artikel 125 van de Gemeentewet en artikel 5:32 van de Awb over de bevoegdheid om aan overtreders van artikel 2:74 van de APV een last onder dwangsom op te leggen. Het uitgangspunt van deze beleidsregel is dat de burgemeester een last onder dwangsom oplegt aan de overtreder van artikel 2:74 van de APV. Bij het opleggen van de last onder dwangsom is het niet van belang of de overtreder in de gemeente Midden-Groningen woonachtig is. Wel dient de overtreding van artikel 2:74 van de APV in de gemeente Midden-Groningen te hebben plaatsgevonden. Hoogte dwangsom In onderstaande handhavingstabel is de hoogte van de op te leggen dwangsom opgenomen. De burgemeester heeft er bij het vaststellen van de hoogte van de dwangsom rekening mee gehouden dat deze zodanig dient te zijn vastgesteld dat deze een voldoende prikkel vormt om verbeuring hiervan te voorkomen. Met de handel in drugs worden grote financiële winsten behaald. De burgemeester heeft bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom dan ook rekening gehouden met het financiële gewin van de overtreder bij het niet naleven van de regelgeving. De hoogte van de dwangsom wordt gesteld op €5.000,00 per geconstateerde overtreding per dag met een maximum van €20.000,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.