← Nederland

Verordening Hilversums Restauratiefonds 2025 (Hilversum)

Obsah (5)Artikel 9Artikel 11Artikel 12Artikel 13Artikel 14

Verordening Hilversums Restauratiefonds 2025 Raadsbesluit De raad van de gemeente Hilversum, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders betreffende vaststellen verordening Hilversums Restaura

op de Verordening Hilversums Restauratiefonds 2024

artikel 1 De verordening is gericht op de instandhouding van gemeentelijke monumenten en het treffen van voorzieningen voor energiebesparing. Werkzaamheden die in zelfwerkzaamheid worden uitgevoerd komen in het kader van deze verordening niet voor financiering in aanmerking. De reservering als bedoeld in artikel 1, lid d, sub 8 dient als stelpost die eventueel tijdens het treffen van voorzieningen wordt ingevuld als gevolg van onvoorzien meerwerk. Deze invulling vindt plaats na overleg met de afdeling Leefomgeving, team Leef- en vestigingsklimaat, cluster Cultureel Erfgoed van de gemeente Hilversum. De energiebesparingsmaatregelen als bedoeld in artikel 1 lid e zijn limitatief gesteld. Veel van deze maatregelen pakken bij een monument duurder uit dan bij een regulier onroerend goed. Denk hierbij aan bijvoorbeeld het gebruik van monumentenglas of vacuümglas in de bestaande sponningen. De kosten van energiebesparende installaties als warmtepompen en zonnepanelen zijn vaak voor monumenten en regulier onroerend goed hetzelfde. Dit betreffen derhalve reguliere kosten die niet voor lening uit het Hilversums Restauratiefonds in aanmerking komen. Deze keuze is mede gemaakt met het oog op de beperkte mogelijkheid tot het verstrekken van leningen uit het Hilversums Restauratiefonds.

artikel 7 Op grond van dit artikel is het mogelijk 100% van de zogenaamde goedgekeurde kosten (de goedgekeurde kosten van voorzieningen) laagrentend uit het Hilversums Restauratiefonds te financieren. Op verzoek van de aanvrager is het mogelijk ook een lening af te sluiten voor een deel van de van de totale goedgekeurde kosten. Het minimum bedrag en het maximum bedrag zijn in artikel 8 lid 5, 6 en 7 genoemd. De definitieve goedkeuring van de kosten (vaststellingsbeschikking) vindt na uitvoering en gereedmelding van de werkzaamheden plaats, bij de vaststelling van de lening op basis van artikel 15.

artikel 8 Op basis van het eerste lid is het mogelijk financiële ondersteuning te verkrijgen voor het treffen van voorzieningen aan het casco en aan bijzondere exterieure monumentale onderdelen en voor het treffen van energiebesparende voorzieningen aan het monument door het aanbrengen van energiebesparende maatregelen, mits hiervoor voldoende middelen beschikbaar zijn. Het maximale plafond van de regeling wordt door de gemeenteraad vastgesteld (zie artikel 4). Onder casco – zijnde een zelfstandige bouwkundige eenheid – wordt in ieder geval verstaan de bouwkundige hoofdstructuur bestaande uit gevels, bouwmuren, balklagen, kappen (inclusief goten en hemelwaterafvoeren), kelders, monumentale kappen of restanten daarvan. De voor financiering in aanmerking komende kosten van voorzieningen, exclusief het interieur, worden bepaald overeenkomstig de richtlijnen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. In het tweede lid wordt dubbele subsidiëring of leningverstrekking voor voorzieningen aan het casco voorkomen, bijvoorbeeld een lening uit het Provinciaal Cultuurfonds voor Monumenten en beeldbepalende panden in de provincie Noord-Holland. Leningen en subsidies kunnen wel worden gecombineerd, maar niet worden ‘gestapeld’, dat wil zeggen: niet voor dezelfde kosten van voorzieningen worden verstrekt. Ten aanzien van het derde lid wordt ervan uitgegaan dat een eigenaar van een object dit voldoende heeft verzekerd. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden is bovendien een zogenaamde CAR-verzekering vereist (zie artikel 13, lid 1, onder d.). Als de monumentale waarde te zeer is aangetast, dan zal in de regel herbouw niet meer aan de orde zijn. Naar analogie van het beleid voor rijksmonumenten wordt het monument dan als verloren beschouwd. In het vierde lid is de eigendomssituatie op het moment van de vaststelling van de lening bepalend. De lening wordt vastgesteld in de definitieve beschikking (artikel 14) van deze verordening. Als de kosten lager uitvallen dan in de eerdere beschikking (de in genoemde artikel 11 toekenningsbeschikking), dan zijn de werkelijk gemaakte kosten bepalend. Meerwerk dat de in de kosten van voorzieningen genoemde 5% (artikel 1, lid d, sub 7) overstijgt, zal slechts in uitzonderingsgevallen worden verrekend. Met het vijfde lid wordt aangegeven dat om voor een lening in aanmerking te komen de kosten voor het treffen van voorzieningen aan een gemeentelijk monument minimaal € 10.000,--dienen te bedragen; dit is tevens het minimum van een lening uit het Hilversums Restauratiefonds. Met het vijfde en zesde lid wordt aangegeven dat het maximum bedrag aan goedgekeurde kosten waarvoor een lening kan worden toegekend, voor een gemeentelijke monument € 150.000,-- bedraagt. Binnen dat bedrag is het mogelijk om maximaal € 25.000 te besteden aan energiebesparingsmaatregelen (lid 6). In het zevende lid staat een van de belangrijkste condities van de verordening. Dit betreft het aanbieden van een lening tegen een lager rentetarief dan de geldende marktrente die het Nationaal Restauratiefonds hanteert. Het minimum bedraagt echter 1,5%. De genoemde bedragen zijn, indien van toepassing, inclusief verschuldigde BTW (zie ook artikel 1, lid d, sub 5). De looptijd van de lening is afhankelijk van de hoogte van de lening; zie hiervoor het uitvoeringsreglement van het Hilversums Restauratiefonds dat onderdeel uitmaakt van de Samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Hilversum en het Nationaal Restauratiefonds inzake het Hilversums Restauratiefonds.

Artikel 9

Een restaurerende instelling is een rechtspersoon die als zodanig door het college is aangemerkt en op grond van haar statuten het zonder winstoogmerk restaureren van monumenten als doelstelling heeft. Een dergelijke instelling is als eigenaar-verhuurder fiscaal vrijgesteld. De restaurerende instellingen geven er soms de voorkeur aan een lening met borgstelling op een ander deel van het bezit dan het te restaureren object. Met dit artikel wordt die uitzondering op de normale regeling mogelijk gemaakt.

Artikel 11

De beslistermijn is geregeld in afdeling 4.1.3 van de Algemene Wet van bestuursrecht. De in de wet genoemde termijn gaat pas in nadat het Nationaal Restauratiefonds een advies heeft afgegeven. In de regel zal het verstrekken van een lening voor de financiering van de te treffen voorzieningen ook voor bedrijven mogelijk zijn, gelet op het openbare belang van de instandhouding van het gebouwde erfgoed. De eigenaar dient een aanvraag om een lening op een daarvoor beschikbaar gesteld formulier in te dienen bij Burgemeester en Wethouders. Het volledig ingevulde en ondertekende formulier dient in ieder geval vergezeld te gaan van de op het formulier vermelde gegevens en verplichte bijlagen. Indien hieraan niet wordt voldaan stellen Burgemeester en Wethouders de aanvrager eenmalig in de gelegenheid de door hem aan te leveren ontbrekende gegevens alsnog te verstrekken. Indien de ingediende gegevens – ook na een verzoek om aanvulling van ontbrekende gegevens – onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag, kunnen Burgemeester en Wethouders besluiten de aanvraag niet in behandeling te nemen. De definitieve beschikking is de vaststellingsbeschikking die wordt afgegeven na afloop van de uitvoering en de gereedmelding van het werk (zie artikel 15). Een beschrijving van de procedure is opgenomen in het uitvoeringsbepalingen van het Hilversums Restauratiefonds dat onderdeel uitmaakt van de Samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Hilversum en het Nationaal Restauratiefonds inzake het Hilversums Restauratiefonds.

Artikel 12

De bepaling onder lid 1c is opgenomen om de bouwtechnische kwaliteit van de in stand te houden onderdelen vooraf vast te kunnen stellen ten behoeve van de bepaling van de kosten van voorzieningen. Het Nationaal Restauratiefonds voert een kredietbeoordeling en een integriteitsbeoordeling uit over alle aanvragen om een lening door toetsing van de inkomens-en vermogenspositie en de moraliteit van de aanvrager in relatie tot het aangevraagde bedrag.

Artikel 13

Het college kan de eis stellen dat aanbesteding plaats vindt volgens het Uniform Aanbestedingsreglement (UAR 2001). De termijn van 130 weken in artikel 13, lid d, is gelet op de aard van een project vastgesteld. Gemeente Hilversum, afdeling Beleidsontwikkeling, team Advies, Cultureel Erfgoed dient te worden betrokken bij de uitvoering van de voorwaarden waaronder een lening wordt verstrekt. Hier dient ook de aanvang van het werk te worden gemeld.

Artikel 14

Het college kan bij het verstrekken van een lening door het Restauratiefonds aan de aanvrager van de lening verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de lening. Het doel is in dit geval het in stand houden van het bereikte kwaliteitsniveau van het monument na het treffen van voorzieningen gedurende de looptijd van de lening. Aan de overtreding van deze voorwaarde kan het college op grond van artikel 16 van deze verordening sancties verbinden. Als deskundige organisatie voor het opstellen van een in

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.